De ware kerk is een plaatselijke kerk

0

Voor welk deel van de aarde is jouw gemeente geroepen? Het is een cruciale vraag die bij het nadenken over de roeping van de kerk beantwoord moet worden. Pieter Kleingeld schrijft dat de omgeving waarin je kerk bent niet uit dat antwoord weggelaten kan worden.

Ik liep met een groepje mensen door Geitenkamp, een wijk in Arnhem. Dirk Jan en Eva Riphagen waren onze gidsen. Dirk Jan vertelde over een verloskundige die bij moeilijke bevallingen in Geitenkamp de baby toeroept: ‘Kom maar hoor, je hoeft niet bang te zijn, hier hoef je niet te werken.’ Gekscherend natuurlijk, maar wel met een kern van waarheid.

Door de verdwijning van industrie is de werkloosheid in Geitenkamp al generaties lang groot en er is relatief veel armoede. De uitspraak van de verloskundige illustreert enigszins wat dat betekent voor de mensen in de wijk. Veel mensen zitten in een uitzichtloze situatie. Dirk Jan en Eva zijn doelbewust vanuit Harderwijk naar Geitenkamp verhuisd om er het evangelie te brengen.

De relevantie van onze gemeente voor Almkerk, Werkendam, Sleeuwijk en de andere kerkdorpen was vrijwel nihil

Mijn bezoek aan Geitenkamp was onderdeel van een conferentie van Tear over integral mission. Twee andere gemeenteleden van mij bezochten tijdens deze tweedaagse Wolfheze, een klein dorp aan de rand van de Veluwe. Zoals in zo veel dorpen zijn de afgelopen decennia allerlei basisvoorzieningen uit Wolfheze verdwenen. Maarten en Annemiek Nijeboer, initiatiefnemers van Leef! Wolfheze, hebben een al jaren leegstaande supermarkt midden in het dorp verbouwd tot een plek om te wonen en te ‘Leef!-en’. Anderen met een hart voor hun dorp en een hart voor God zijn aangehaakt bij de activiteiten en bijeenkomsten.

Als je bewust in een wijk of plaats aanwezig bent, krijg je veel beter zicht op wat er speelt, welke zegen God heeft gegeven en wat het evangelie voor de mensen betekent. En dat betekent in Geitenkamp dus iets anders dan in Wolfheze.

Nihil

Ik ben opgegroeid in Werkendam. We waren lid van wat toen de NGK Almkerk-Werkendam heette. Ons kerkgebouwtje stond echter weer in een andere plaats, in Sleeuwijk. Kenmerkend: de naam van de gemeente was voor insiders en vertelde dat deze gemeente was ontstaan door een kerkscheuring. De locatie van samenkomen maakte duidelijk dat het een streekgemeente was.

De relevantie van onze gemeente voor Almkerk, Werkendam, Sleeuwijk en de andere kerkdorpen (!) waar onze gemeenteleden woonden, was vrijwel nihil. De gemeenteleden zetten zich persoonlijk zeker in voor politiek, cultuur en sport en de gemeente was echt niet onbelangrijk voor haar leden – God heeft mij deels door deze gemeente gevormd tot wie ik ben en daar ben ik dankbaar voor – maar toch knaagde aan mij de vraag of dit nu was wat God met de plaatselijke kerk bedoelde.

Veel kerken zijn iets kwijtgeraakt. Kerkhistorie komt eerst, pas dan plaats. Voorkeur voor vorm en sfeer komt eerst, pas dan plaats. Voorkeur voor samenstelling (voldoende ouderen, jongeren, gezinnen, alleenstaanden, hoog- of lageropgeleiden) komt eerst, pas dan plaats. En dat terwijl alleen de plaats, in tegenstelling tot al die andere zaken, onderdeel is van de roeping van de kerk.

Oude Adam

Om de roeping van de kerk te ontdekken, is het interessant om te zien hoe de afgelopen jaren telkens een andere grote opdracht van Jezus voor het voetlicht kwam.

Elk evangelie eindigt min of meer met een grote opdracht van Jezus aan zijn leerlingen. Lange tijd stond de opdracht om discipelen te maken (Matteüs 28:19-20) centraal. We lazen dat dertig jaar geleden vooral als een opdracht om te evangeliseren. Vervolgens ontdekten we de grote opdracht in het evangelie van Johannes: ‘Zoals de Vader Mij heeft gezonden, zo zend Ik ook jullie’ (hoofdstuk 20:21). Door te luisteren naar deze woorden kwam de kerk als gemeenschap in beeld: Gods huisgezin als doel en middel, als onderdeel van Gods missie.

Als kerken het contact verliezen met hun omgeving, functioneert de gemeenschap niet meer als middel van Gods missie. (beeld Rotislav Ageev/Shutterstock)

Als kerken het contact verliezen met hun omgeving, functioneert de gemeenschap niet meer als middel van Gods missie. (beeld Rotislav Ageev/Shutterstock)

Parallel aan de aandacht voor Johannes kwam de grote opdracht zoals geformuleerd in het evangelie van Lucas voor het voetlicht. In het verhaal van de Emmaüsgangers wijst Jezus op Mozes, de profeten en de psalmen die van Hem getuigen. Zo leerden we van Lucas dat de roeping van de kerk onderdeel is van het grote verhaal van de Schriften.

Op dit moment doet de grote opdracht zoals geformuleerd in Matteüs weer opgeld: de nadruk ligt op discipelen maken. Zelf zou ik willen wijzen op de grote opdracht in het evangelie van Marcus. In Marcus 16:15 staat: ‘Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend.’

Zoals veel mensen weten, zijn er grote bedenkingen bij de authenticiteit van het slot van het evangelie van Marcus. De meeste Bijbelvertalingen geven dat in enige vorm aan. Toch passen de woorden ‘wereld’ en ‘ieder schepsel’ goed bij dit evangelie.

Als Marcus vertelt over de verzoekingen van Jezus eindigt hij met deze woorden: ‘Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor Hem’ (1:13). Marcus presenteert Jezus als de nieuwe Adam. Net als de eerste Adam werd de nieuwe Adam verzocht, maar Hij hield stand. En net als bij de oude Adam komen ook hier de dieren langs. Als Jezus de nieuwe Adam is, vormen zijn volgelingen de nieuwe mensheid. Daarom is het belangrijk om ook de opdracht aan de eerste Adam serieus te nemen: bewaren en bewaken, als regenten en beelddragers van de schepper heersen over de aarde. Zo gelezen past de slotopdracht van Marcus naadloos bij Genesis: de hele schepping mag weten dat de ware beelddrager is gekomen.

De apostel Paulus sluit hierbij aan als hij de heiligen in een plaats de ekklesia van die plaats noemt (bijvoorbeeld in 1 Korintiërs 1:1, 2 Korintiërs 1:1 en Galaten 1:1). De ekklesia was in de Griekse oudheid de vergadering van vrije burgers van een stad, die politieke en juridische besluiten kon nemen. In hoeverre een ekklesia in de tijd van Paulus nog functioneerde, is de vraag, maar het woord had nog wel een politieke lading. Het is dit woord en bijvoorbeeld niet het woord ‘synagoge’ dat Paulus en anderen kiezen om de gemeente aan te duiden. Dus ook bij Paulus vinden we een verbinding van kerk en plaats.
Als een plaatselijke kerk een deel van de nieuwe mensheid vertegenwoordigt, is dus de vraag: voor welk deel van de aarde is deze plaatselijke gemeente geroepen?

Ruimtestation

Voor welk deel van deze aarde, van deze stad zijn wij geroepen? En andersom: welke wijk, welk dorp vertegenwoordigen wij bij God? En wat staat ons vervolgens te doen? Vragen als deze kunnen leiden tot een meer integrale visie op de missie van de kerk. Maar ze kunnen in veel kerken niet landen. Vrij naar de titel van een boek van Stefan Paas: het lukt ons beter om vreemdelingen te zijn dan priesters.

Als de kerk alleen een ruimteschip is, is de relevantie ervan onduidelijk voor de kerkleden

Nog even terug naar mijn biografie. De volgorde waarin ik de plaatsnamen noemde, was belangrijk: Almkerk-Werkendam (eerst komt de kerkhistorie) en daarna Sleeuwijk (de plaats van samenkomst). Maar eigenlijk was die plaats van samenkomst willekeurig. In ieder geval had die niets te maken met de vraag: voor welk deel van de aarde zijn wij geroepen? We konden die vraag niet beantwoorden. Welk dorp zouden we moeten kiezen? Sleeuwijk? Daar woonden nauwelijks leden. Een ander dorp? Dan zouden we andere kerkleden voor hun gevoel passeren. Moesten we ons richten op alle dorpen? Dat zouden we nooit kunnen. Bovendien, waarin waren wij anders dan alle andere kerken? Misschien konden we samenwerken met anderen? Maar met wie dan?

Ik denk dat dit soort overwegingen voor veel kerken gelden. Veel kerken lijken op een ruimtestation dat om de aarde draait. Vanuit de patrijspoorten zien de bewoners de aarde als een mooie en indrukwekkende bol onder hen ronddraaien, maar er is hoogstens radiografisch contact. Ze zweven rond boven de dampkring van de aarde. Er is wellicht een gaan en komen van astronauten, maar het schip en zijn tijdelijke bewoners zijn onverbonden met de aarde. Misschien wilen ze die verbinding wel maken, maar ze weten niet hoe.

Een ‘theologie van plaats’ kan haar basis vinden in Marcus, maar waarschijnlijk ook in de menswording van de Zoon. Hij daalde af uit de hemel en werd geboren uit de maagd Maria in een dorp. Hij leerde een vak van zijn vader, sprak Aramees en Grieks en had wortels in de aarde van Galilea en in de Joodse cultuur. Zo mogen kerken ook wortelen in hun omgeving.

Kunstmatig

Naar aanleiding van een lintjesregen mopperde een burgemeester: ‘Waar blijven de kerken?’ Als hij goed had opgelet tijdens zijn eigen toespraak had hij kunnen ontdekken dat het merendeel van de gelauwerden lid van een kerk was. Je zou hem dus onoplettendheid kunnen verwijten: de kerken waren daar. Maar eigenlijk had hij gelijk: hij kende wel astronauten, maar het ruimteschip zelf was buiten beeld.

Als de kerk alleen een ruimteschip is, een plaats van aanbidding en toerusting, is de relevantie ervan niet alleen onduidelijk voor burgemeesters, maar ook voor de kerkleden zelf. Want wat als een ander ruimteschip een betere sfeer heeft, technisch geavanceerder is, meer aanspreekt, meer jongeren heeft of beter toerust? Dan lanceer je jezelf je toch één keer per week daarnaartoe?

Wellicht voelt de vergelijking met het ruimtestation als een hyperbool. Maar toch, als kerken het contact verliezen met hun omgeving, functioneert de gemeenschap niet meer als middel van Gods missie. De omgeving komt hoogstens in aanraking met individuen, maar niet meer met de christelijke gemeenschap zelf. Daarmee raken we de grote opdracht van Johannes kwijt.

Als kerken niet functioneren binnen de grotere gemeenschap van een dorp, wijk of groep, wordt evangelisatie iets kunstmatigs. Een gast meenemen naar een kerkdienst wordt zoiets als: ‘Beam me up, Scotty: I’ve got an alien lifeform with me.’

Zonder die grotere context kan ook discipelschap niet meer in het dagelijkse leven van die grotere gemeenschap plaatsvinden, maar alleen nog in het luchtledige van het ruimtestation. Daarmee verliezen we de grote opdracht van Matteüs wat betreft evangelisatie en discipelschap.

Hoewel ons ruimteschip een band met de aarde heeft, kan die band zo los worden dat het wel en wee en de toekomst van de aarde minder relevant worden. Wie weet wat er in de ruimte nog meer voor leefbare planeten te vinden zijn? Zo raakt ook de grote opdracht van Lucas uit zicht, waar aandacht was voor het verhaal van schepping en herschepping.

Verlegen

Ik ben op dit moment predikant van de NGK Oegstgeest en omstreken. De geografische spreiding van onze leden is kleiner dan die van de gemeente van Almkerk-Werkendam toen ik daar lid was. Maar de spreiding is nog steeds behoorlijk. We zijn meer bijtank- en toerustingsstation dan kerk in de wijk of kerk voor de stad. Ik voel me er verlegen mee en ik ben niet de enige die er verlegen mee is.

Hoe verder? Natuurlijk, ik kan wijzen op vele nieuwe initiatieven, zoals de voorbeelden uit Geitenkamp en Wolfheze. Vrijwel alle nieuwe kerkplantingen hebben sterke wortels in een wijk of in een gemeenschap. Je kunt daar inspiratie opdoen.

Je kunt het groot aanpakken. De beweging Nederland Zoekt helpt bestaande kerken om delen van hun gemeenschap meer discipelschapsgericht te maken en met een klein beetje extra aandacht wordt dat ook meer wijkgericht.

Je kunt ook klein beginnen. Neem de plaatselijke krant mee op de kansel. Bid elke zondag voor onderwerpen die spelen in je woonplaats of wijk en geef het bloemetje van de week niet langer alleen aan gemeenteleden, maar breng het naar mensen daarbuiten. Doe van alles, maar doe één ding niet: plooi je visie op de kerk niet naar hoe de kerk nu is. Integendeel, voed je verlegenheid en ongemak, want de ware kerk is een plaatselijke kerk.

Leestips

Gea Gort, God in de stad. Missionair leven in een stedelijke omgeving, Heerenveen (Ark Media), 2011.

Stefan Paas, Vreemdelingen en priesters. Christelijke missie in een postchristelijke omgeving, Zoetermeer (Boekencentrum), 2015.

Delen.

Over de auteur

pieterkleingeld@pm.me'

Pieter Kleingeld is predikant van de NGK Oegstgeest en redacteur van OnderWeg.

Reacties zijn gesloten.