Een hart voor de buurt, een hoofd vol zorgen

0

Kerkelijk leiders in Loosdrecht, Kornhorn en Amsterdam vertellen over de voor- en nadelen van streekgemeenten en het belang van kerk zijn in je eigen buurt. Een gesprek over plaatselijke verbondenheid, hart voor de buurt en principes.

040510 Reportage_1De NGK Loosdrecht heeft ongeveer 90 leden. Ruim een kwarteeuw geleden waren dat er 250, maar dat aantal is langzaam afgenomen. De gemeente wordt gevormd door leden uit Loosdrecht, maar ook uit Hilversum, Kortenhoef, Blaricum en Huizen. Sommigen van hen woonden vroeger in Loosdrecht, verhuisden naar elders, maar bleven toch in Loosdrecht lid.

Auke Siebenga (65) is inmiddels vierenhalf jaar deeltijdpredikant in de gemeente. 040510 Reportage_2‘Loosdrecht is een klein dorp, waar bijna geen huizen worden gebouwd en waar de jongeren veelal wegtrekken. Ook hier speelt het feit dat (ex-)leden de kerk en het geloof een andere plek geven dan vroeger.’

Het vooruitzicht is dat de gemeente steeds kleiner wordt, al zijn er goede gesprekken met de hervormde kerk in Oud-Loosdrecht, een gemeente met vierhonderd adressen. Er wordt op kleine schaal samengewerkt.

Lokaal kerk zijn kan op veel praktische en principiële bezwaren stuiten. In het Groningse Kornhorn werd onlangs de lokale GKv (tweede foto) opgeheven. (beeld Maarten Boersema)

Lokaal kerk zijn kan op veel praktische en principiële bezwaren stuiten. In het Groningse Kornhorn werd onlangs de lokale GKv (tweede foto) opgeheven. (beeld Maarten Boersema)

‘Het zou mooi zijn om samen verder op weg te gaan, maar dat zal waarschijnlijk niet gebeuren, want deze gemeente fuseert binnen afzienbare tijd met de hervormde kerk in Nieuw-Loosdrecht en dat is voor ons wat verder weg.’

Kilometers

De NGK Loosdrecht is een streekgemeente met beperkte menskracht en is vooral bezig met overleven. ‘Er wonen weinig leden in Loosdrecht zelf’, vertelt Siebenga. ‘Dat maakt het lastig om er daadwerkelijk te zijn voor de plaats zelf. Maar er zijn ideeën om samen met andere kerken aan te sluiten bij het inloophuis dat de gemeente Wijdemeren binnenkort hoopt te openen in Nieuw-Loosdrecht. Op die manier kunnen we toch priesterlijk kerk zijn voor het dorp. Als kerken zijn we veel op onszelf gericht. Het is een uitdaging om ook in de wereld iets te laten zien van barmhartigheid.’

Siebenga herkent het verlangen om lokaal kerk te zijn en zou graag zien dat gezinnen uit de omgeving zich bij de NGK Loosdrecht aansluiten. ‘Kom naar de kerk in de plaats waar je woont, dan wordt die kerk versterkt. Het is jammer dat zo veel mensen op zondag kilometers maken om elders te kerken, terwijl er gewoon een kerk om de hoek is. Tegelijkertijd: binnen onze gemeente zijn er ook leden die aan andere kerken voorbijrijden. Wat dat betreft zitten we in een overgangstijd, van verzuiling naar plaatselijke verbondenheid.’

Siebenga is in alles nuchter en realistisch, want hij begrijpt dat jonge gezinnen niet snel naar een vergrijzende gemeente gaan. ‘Kerk zijn voor het dorp is een zoektocht voor een vergrijzende gemeente. Zou het mogelijk zijn om op regionaal niveau samen te werken, terwijl de afzonderlijke kerken in de diverse plekken wel blijven bestaan? Wat betreft Loosdrecht denk ik soms: wat zou het mooi zijn om een bepaalde doelgroep aan te spreken, bijvoorbeeld de mensen met grote huizen langs het water. Ook daar wonen zoekende zielen. Maar daar hebben we als gemeente op dit moment noch de visie noch de middelen voor.’

Sing-in

De GKv Kornhorn werd begin dit jaar opgeheven. De gemeente had toen nog een kleine 90 leden. Peter van der Meulen (45) was scriba. Hij vertelt dat de gemeente al twee jaar moeite had om de ambten te vervullen. ‘Dat had te maken met de vergrijzing. Gezinnen verhuisden of zochten elders kerkelijk onderdak, terwijl dat vaak de mensen zijn die het werk in de kerk oppakken. In de afgelopen jaren zijn sommige gezinnen lid geworden van gemeenten in de buurt met meer gezinnen, zoals de CGKv Surhuisterveen. Eerder vertrok een gezin vanwege de koers van de vrijgemaakte kerken. Enkele oudere broeders die nog een termijn als ambtsdrager zouden kunnen dienen werden door ziekte verhinderd.’ Dit alles heeft ervoor gezorgd dat de leden ervoor kozen om de gemeente op te heffen.

‘Binnen onze gemeente zijn er ook leden die aan andere kerken voorbijrijden’

Veel van de gemeenteleden kwamen uit Kornhorn zelf (een Gronings dorp met zo’n zeshonderd inwoners), maar bijna de helft kwam uit het nabijgelegen Opende. In dat dorp was tot 2002 nog een vrijgemaakte kerk. De GKv Kornhorn probeerde kerk in en voor het dorp te zijn door samenwerking te zoeken met de plaatselijke CGK en Gereformeerde Kerk, onder meer rond de kerstnachtdienst en de jaarlijkse sing-in in een natuurgebied. ‘Het leek ons goed om gezamenlijk het evangelie uit te dragen en niet zoals vroeger de confrontatie te zoeken’, zegt Van der Meulen.

Nu de vrijgemaakte kerk is opgeheven, hebben de gemeenteleden hun eigen weg gekozen. De één heeft gekozen voor de CGK in het dorp, vooral vanwege praktische redenen. De ander gaat naar een vrijgemaakte kerk in de buurt. Weer een ander heeft vanwege principiële redenen de overstap gemaakt naar de Gereformeerde Kerken Nederland in Boerakker.

Ds. Bas, die tot voor kort verbonden was aan de GKv Kornhorn, maakte eind vorig jaar deze overstap al en Van der Meulen heeft met zijn gezin dezelfde keuze gemaakt. Dat heeft vooral te maken met de koers van de vrijgemaakte kerken met betrekking tot onder meer de vrouw in het ambt.

De geschiedenis van de GKv Kornhorn laat zien dat er tussen de droom om lokaal kerk te zijn en de daadwerkelijke praktijk heel wat praktische en ook principiële bezwaren kunnen staan.

DNA-cursus

In Amsterdam-Noord is de multiculturele kerk Hoop voor Noord te vinden. De gemeente begon als pioniersplek, maar is in de loop van de tijd uitgegroeid tot een zendingsgemeente binnen de CGK van ruim 250 mensen, inclusief kinderen en jongeren. Rond deze vaste kern is er nog een grote groep van vaste bezoekers en andere mensen die in het netwerk van Hoop voor Noord zitten.

Theodoor Meedendorp (41) is één van de voorgangers van de gemeente. Hij vertelt dat Hoop voor Noord er wil zijn voor het stadsdeel Amsterdam-Noord, dat zo’n 95.000 inwoners telt en bestaat uit verschillende buurten. Mensen uit andere delen van de stad kunnen bij uitzondering lid worden, maar dienen zich te realiseren dat de focus van de gemeente op Amsterdam-Noord gericht is en dat men niet in andere delen van de stad activiteiten gaat organiseren. Elk nieuw lid wordt ook gevraagd om een zogeheten DNA-cursus te volgen, waarin de visie en de missie van Hoop voor Noord worden uitgelegd. ‘Als mensen een kerk zoeken die leuk is voor henzelf, zijn ze bij ons aan het verkeerde adres. Niet dat we er niet willen zijn voor christenen, maar het is onze missie om het stadsdeel Noord te bereiken met het evangelie. We willen iets bijdragen aan het goede leven in Noord en dat vraagt commitment.’

‘Als mensen een kerk zoeken die leuk is voor henzelf, zijn ze bij ons aan het verkeerde adres’

De afgelopen jaren heeft Hoop voor Noord een ontwikkeling doorgemaakt. Op een vaste, centrale plek worden samenkomsten georganiseerd, maar daarnaast zijn er ook activiteiten en bijeenkomsten opgezet in drie buurten. ‘We hebben daar missionaire gemeenschappen, die bestaan uit enkele leden van de gemeente die in deze buurten wonen. Deze leden hebben hart voor hun buurt. Ze willen er op een laagdrempelige manier zijn voor hun buurtbewoners of participeren in bestaande buurtactiviteiten.’

Meedendorp vervolgt: ‘In drie buurten zijn we aan het experimenteren met het project “Zondag voor de buurt”. We willen doordeweeks in de buurt zijn, maar ook op zondag. Tegelijk weten we dat voor sommige mensen de drempel heel hoog is om naar de grote bijeenkomst buiten hun buurt te gaan. Daarom zijn er elke eerste zondag van de maand kleinere bijeenkomsten in de buurt, parallel aan de grote centrale bijeenkomst in het kerkgebouw. Deze kleinere bijeenkomsten kenmerken zich door gesprek, creativiteit en eten met elkaar.’

Anoniem

Hoop voor Noord is een voorbeeld van een gemeente die wel aangesloten is bij een landelijk kerkverband, maar waarvan de leden amper weten welk kerkverband dat is. ‘Leden zijn niet op basis van het kerkverband bij ons gekomen, maar door wie we zijn als lokale kerk’, zegt Meedendorp. ‘Vooral voor de werkers in de kerk is het kerkverband – de gereformeerde traditie waarin we staan – belangrijk. We onderwijzen vanuit de gereformeerde theologie, maar laten ons ook inspireren door andere tradities.’

De aanpak van Hoop voor Noord heeft erin geresulteerd dat er een gemeenschap is ontstaan met leden met zeer uiteenlopende achtergronden: van rooms-katholiek tot ex-moslim en van evangelisch tot christelijk-gereformeerd.

Meedendorp vertelt dat Hoop voor Noord zowel focust op taalgroepen, waarin mensen met dezelfde culturele achtergrond bij elkaar komen, als op de buurt. ‘We willen een kerk voor de buurt zijn. Leden worden gestimuleerd om in hun directe woonomgeving aanwezig te zijn. Bij buurt gaat het dus niet om de directe omgeving van het kerkgebouw. Amsterdam-Noord is groot, dus het gaat erom dat mensen getraind worden om er voor anderen te zijn in hun directe woonomgeving. Het is belangrijk om niet per se te denken vanuit het kerkgebouw, maar vanuit relaties. Je kunt best elders naar de kerk gaan, maar er in je dagelijkse bestaan wel zijn voor je eigen buurt. Waarbij niet elke buurt zich leent voor gemakkelijk contact. Stel dat je in een buurt woont die heel anoniem is. Je gebruikt de buurt vooral om te slapen, terwijl je leven zich op andere plekken afspeelt. Dan kan het zijn dat je juist op die andere plekken, bijvoorbeeld je werk, voluit christen moet zijn.’

Meedendorp heeft geleerd dat je als kerk duidelijke keuzes moet maken. ‘Help mensen te focussen. Je kunt mensen niet heel veel tijd laten steken in de zondagse samenkomst en tegelijkertijd van hen vragen om er te zijn voor hun buurt. En vraag als kerk niet van je leden om er te zijn voor de buurt waarin het kerkgebouw staat als de leden niet in de buurt van het kerkgebouw wonen. Keuzes maken is niet gemakkelijk en doet soms pijn, maar het levert op de lange termijn wel iets goeds op: mensen die vanuit hun hart met volle aandacht betrokken zijn op hun omgeving.’

Webtip
www.hoopvoornoord.nl

Delen.

Over de auteur

Maarten Boersema is fotograaf, tekstschrijver en predikant van de Herengrachtkerk (GKv) in Leiden.

Reacties zijn gesloten.