Daar sta je dan…

0

Die indrukwekkende stilte vooraf, die opperste concentratie, die eerste tonen. Ik weet nog dat ik als kind met mijn vader meeging naar de dorpskerk, waar mijn moeders koor een Passion van Bach vertolkte. Het had een blijvende impact op me, dat evangelie dat die honderd vocalisten met orkest op volle sterkte daar verkondigden.

Matteüs 27:11-26.

Matteüs 27:11-26.

Vreemd, je weet hoe het gegaan is, maar toch blijft het spannend. Wat zal Pilatus zeggen – hoe zal het volk reageren? En dan, op die eenvoudige vraag van Pilatus: wat heeft Hij dan misdaan?, breekt me toch ineens de hel los… Al die stemmen, van hoog tot laag, die beginnen te scanderen: ‘Kreuzige, kreuzige!’ Overdonderende massahysterie. Het antwoord van Bach emotioneert me altijd weer:

Hij heeft ons allen wél gedaan:
de blinden gaf Hij het gezicht,
de lammen liet Hij weer lopen,
zijn Vaders Woord gaf Hij ons door,
de duivels dreef Hij uit,
bedroefden heeft Hij opgericht,
de zondaars nam Hij aan,
sonst hat mein Jesus nichts getan.

Durf je met me mee te gaan naar dat plein voor het pretorium? En je af te vragen: wat is míjn reactie op Pilatus’ vragen? Zeven vragen stelt Pilatus in Matteüs 27. En er komen zeven antwoorden. Kom, we gaan achteraan staan, vlak naast Rembrandt, en zien wat hij zag en horen wat hij hoorde.

1. ‘Bent U de koning van de Joden?’ (11)

Pilatus weet ook wel dat Herodes koning is, maar moet hebben gehoord dat er in religieus Israël werd gewacht op de ‘beloofde koning die komen zou’. Vast heeft hij dat in verband gebracht met die merkwaardige optocht met palmtakken en hosannageroep van enkele dagen geleden. Hij stuurde special forces om een Pesachrevolutie te voorkomen. Nu staat de man dan voor hem, die ze binnenhaalden als Davidszoon. Hij ziet er niet uit: geboeid, bloeduitstortingen en builen in het gezicht. Koning? Afgedankte koning dan toch zeker! ‘Bent U de koning van de Joden?’ spot hij. Maar Jezus staat rechtop, waardig en geeft een duidelijk, maar raadselachtig antwoord: ‘U zegt het!’ Met andere woorden: ‘Precies!’

Het brengt de rechter in de war. Moslims ontkennen in alle toonaarden zo’n Jezus die de kruisdood stierf. En wat denk jij ervan? Is dat jouw verlosser? Kun je trots zijn op zo’n spotkoning?

2. ‘Hoort U niet wat deze getuigen allemaal tegen U inbrengen?’ (13)

Jezus wordt uitgedaagd zich te verdedigen. Maar het antwoord van Jezus is één groot stilzwijgen. Beklemmend. Pilatus is in opperste verwondering. En ik ook. Doe iets, zég er wat van, geef ze ervan langs! Hoe kan dit? Jezus had altijd overal een antwoord op waar mensen niet van terug hadden, maar als een lam dat naar de slachtbank geleid wordt, doet Hij zijn mond niet open. Indrukwekkend. De messias beleeft én vervult de profetie van de lijdende knecht van de HEER.

3. ‘Wie wilt u dat ik vrijlaat: Jezus Barabbas of Jezus die de messias wordt genoemd?’ (17)

Dat is een list natuurlijk om Jezus vrij te krijgen. Voor welke Jezus, welke redder, hebben ze de meeste sympathie? Jezus Barabbas – gevangen wegens oproer en moord, die op de nominatie stond vrijgelaten te worden en was voorgedragen door de leiders. Of… (ingelaste keuzemogelijkheid) Jezus – de gezalfde? Het volk mag het zeggen: waar verwachten ze het meeste heil van?

Maar juist als Pilatus het antwoord in ontvangst wil nemen en de akte van vrijlating wil laten opmaken, komt er iets tussen. Zijn vrouw laat berichten: ‘Laat je niet in met die rechtvaardige! Om Hem heb ik namelijk vannacht in een droom veel moeten doorstaan.’ Dit verontrust Pilatus zeer: een droom is voor een heiden als hij een waarschuwing van de goden. Het intermezzo is intussen gebruikt om te stoken en de laatste kiezers over de streep te trekken. Waar sta jij?

4. ‘Wie van de twee wilt u dat ik vrijlaat?’ (21)

Tot Pilatus’ stomme verwondering antwoorden we als uit één mond: ‘Barabbas!’ Hoe kan dit? Zo’n eenvoudige vraag en dan zo massaal het foute antwoord geven. Zijn we betoverd, bezeten? Voer Satan in ons, net als in Judas Iskariot, die Hem voor een slavenloon verraadde met een kus, maar spijt kreeg als haren op zijn hoofd: ‘Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren.’ Onvoorstelbaar, wat een drama! Het is allemaal zo fout. En het wordt nog fouter.

5. ‘Wat moet ik dan doen met Jezus die de messias wordt genoemd?’ (22)

En hoe luidt ons antwoord? ‘Aan het kruis met Hem!’ Het vloekhout voor Jezus. Word daar maar eens een dag helemaal stil van.
Pilatus kan intussen zijn oren niet geloven.

040620 Eyeopener foto 26. ‘Wat heeft Hij dan misdaan?’ (23)

Als een bezeten menigte schreeuwen we alleen maar harder: ‘Aan het kruis met Hem!’ De hele verbondsgemeente van broeders en zusters en jongens en meisjes: ‘Aan het kruis met Hem!’

Dit antwoord gaat door merg en been, het is zo onvoorstelbaar fout. Ja, verdacht fout. Want als je kijkt met de kennis van nu, dan zie je wat je eerst niet zag: ten diepste was het antwoord zó fout dat het toch weer goed was. God heeft de dingen hoogstpersoonlijk omgekeerd! Want daar was het God al die tijd al om te doen: dat Barabbas vrijkomt. Barabbas de misdadiger, de opstandeling, die zijn naaste vermoordt als hij de kans krijgt. Die Barabbas dat ben ik, dat ben jij. En God wil dat wij vrijkomen!

Wij zijn niet van die brave lieden die ‘de vrijheid natúúrlijk verdienen’. Integendeel: het is volstrekt onverdiend. Er moet eerst een schokkend Godswonder gebeuren voordat dat ooit kan. En dat is precies waar we om vragen als we roepen: ‘Aan het kruis met Hem!’ Want dat is het raadselachtige plan van God: zijn Zoon moet naar het kruis. En in dat plan past Pilatus, de onrechtvaardige rechter, die de onschuld vaststelt en toch de rechtvaardige uitlevert om gekruisigd te worden. En in dat plan past het onrechtvaardige volk, dat die uitlevering eist. Een volk dat het antwoord geeft dat 100 procent fout is, maar tegelijk 100 procent goed.

7. ‘Zien jullie hoe ik me distantieer?’ (24)

Pilatus wast zijn handen en verklaart met dat teken dat hij onschuldig is aan de dood van deze rechtvaardige. Het volk antwoordt: ‘Laat zijn bloed óns dan maar worden aangerekend, en onze kinderen!’ Wat zeggen we nou?

Maar hoe is Gods reactie? In plaats van ons leven te nemen uit wraak voor dat foute antwoord, geeft God ons juist door deze misdaad het leven terug! Jezus’ dood betekent het leven voor wie zich bekeert. Dat leren ook de apostelen na Pinksteren (Handelingen 3:14-21). Er komt geen vergelding, maar een kruistocht van genade!

Genade

Wij hebben evenveel genade nodig als de mensen toen. Dat ontdekte ook Rembrandt. Van zijn indrukwekkende ets (uit 1655) zijn wel acht verschillende stadia bekend. Op de eerste vijf is de menigte op het plein uitgebeeld: mannen, vrouwen, jongeren, kinderen. Maar dan ineens veegt hij die hele menigte resoluut weg (zie boven). Het plein is leeg. Of wacht, nee: jij staat er nog! Pilatus kijkt je aan. En Jezus kijkt je aan. Jij mag de antwoorden roepen – je moet wel, er is niemand om je achter te verstoppen. Wat roep je? Het is alsof Rembrandt Jacob Revius aan het woord laat:

T’ en zijn de Joden niet, Heer Jesu, die U cruysten (…)
ik bent, o Heer, ik bent die U dit heb gedaen

En pas als hij dat ontdekt heeft, zet Rembrandt zijn handtekening op zijn ets: zo is het goed.
Neem deze week bewust de tijd en denk aan toen. En aan je leven van nu: de genade die je zo broodnodig hebt. En vier zo met elkaar avondmaal.

Delen.

Over de auteur

Han Hagg is predikant van de GKv Zwolle-Zuid.

Reacties zijn gesloten.