Zoeken naar Gods zegen

Maarten van Loon | 31 maart 2018
  • Opinie

Biedt de Schrift ruimte voor relaties in liefde en trouw tussen twee mensen van hetzelfde geslacht? Met die vraag worstel ik al langere tijd. Of overvragen we de Bijbel als we verwachten daarop een algemeen en ondubbelzinnig antwoord te krijgen?

Vaak wordt gezegd: de homoseksuele geaardheid hoort niet tot de oorspronkelijke schepping. Dat is een Bijbelse notie waar ik niet onderuit kan en wil, maar ze plaatst me tegelijk voor een pijnlijk raadsel: wat is er toch gebeurd bij de zondeval? Als gevolg daarvan zijn er mensen met een homoseksuele geaardheid, die tegelijkertijd het basale menselijke verlangen naar een maatje kennen dat wél tot Gods oorspronkelijke schepping behoort. De HEER zegt immers: ‘Het is niet goed dat de mens alleen is.’ Hoe kunnen we dan op Bijbelse gronden van hen vragen om wel alleen te blijven?

Hoe ik ook in de Bijbel studeer op dit onderwerp, ik krijg er maar geen vrede mee. Ik mag in zijn algemeenheid graag zeggen dat Gods geboden goed zijn voor de mens, bedoeld voor ons welzijn; en dat je daar ook altijd van uit moet gaan. God legt ons geen regels op om ons te pesten of om te kijken hoeveel we van onszelf willen afzien om Hem maar ter wille te zijn, ook al dient het verder geen enkel doel. Maar als de twee verbodsbepalingen op seks tussen twee mensen van hetzelfde geslacht in Leviticus 18 en 20 inderdaad algemeen moeten worden opgevat (wat ik betwijfel), en als ze nog steeds van kracht zijn en dus ook betrekking hebben op relaties in liefde en trouw, kan ik er geen touw aan vastknopen.

Gepuzzel

Kortom, ik heb er geen vrede mee en vraag me af of we met al ons gepuzzel op Bijbelteksten wel op de goede weg zijn om hierin richting te vinden. Tot niet zo heel lang geleden dacht ik dat een theologisch-ethische benadering min of meer rechtstreeks af te leiden zou zijn uit een degelijke exegese en toepassing van de paar Bijbelteksten die rechtstreeks over homoseksualiteit gaan. Daaruit zou dan als vanzelf volgen welke weg je bijvoorbeeld in pastorale contacten met homo’s en lesbiennes zou moeten wijzen.

Wat is er toch gebeurd bij de zondeval?

Inmiddels denk ik dat deze weg doodloopt. Deze conclusie drong zich op toen ik me realiseerde hoezeer de uitleg en reikwijdte van Paulus’ woorden in Romeinen 1 bepaald worden door de vraag in hoeverre Paulus relaties in liefde en trouw voor ogen gehad zou kunnen hebben. Een uitgebreide beschouwing vanuit buitenbijbelse bronnen over de waarschijnlijkheid hiervan zou dan cruciaal worden. Dat illustreert voor mij dat we de Bijbel overvragen als we verwachten een algemeen en ondubbelzinnig antwoord te krijgen op de heel specifieke vraag naar relaties in liefde en trouw.

Spannend

Maar hoe dan wel? Een sympathieke benadering vind ik die waarin gerekend wordt met Gods genadige tegemoetkomendheid, zoals onder meer voorgesteld door H.G. de Graaff en J. Mudde. In de Bijbel zie je allerlei voorbeelden dat God in gebroken situaties tegemoetkomend is of de gebrokenheid reguleert, bijvoorbeeld in de wetgeving rond polygamie. Mudde formuleert het zo (mijn cursivering, MvL): ‘Menende het karakter van de HERE te kennen, mogen we binnen de gemeente van Christus ruimte scheppen voor homoseksuele relaties.’ Een ontroerende en intieme manier van zeggen, waarin ik een heel eind kan meegaan, als daarbij tenminste het gevaar vermeden kan worden dat we het karakter van God tot een soort principe maken dat algemeen inzetbaar is in onze overwegingen.

Wellicht kan dat gevaar vermeden worden door niet te stellen dat de HEER het wel goed zal vinden, maar te vragen of de HEER het goed vindt. Dat laatste is spannend, want een antwoord op die vraag krijgen we in dat geval niet, althans niet zoals dat in de Bijbel af en toe gebeurt. Dus misschien doe ik het wel helemaal verkeerd als ik na een biddend beroep op Gods barmhartigheid en tegemoetkomendheid iets doe waarvan ik niet zeker ben of het mag.

Ze pleiten op Gods tegemoetkomendheid en kieperen dan Jona overboord

Toch zijn daarvan in de Bijbel wel voorbeelden te vinden. De zeelieden die Jona overboord gooien, heidenen die het karakter van de HEER niet kennen, wagen het erop: ze pleiten op Gods tegemoetkomendheid en kieperen dan Jona overboord. Daarna brengen ze Hem een offer en doen Hem geloften. In feite een soort ‘God zegene de greep’!

Een ander – zij het minder rechtstreeks – voorbeeld vormt het gebed van Hizkia in 2 Kronieken 30. Als een groot deel van het volk van het pesachmaal heeft gegeten zonder zich aan de reinheidsvoorschriften te houden, doet Hizkia een beroep op het karakter van God: ‘De HERE, die goed is, doe verzoening over ieder die…’ (vers 18, NBG1951). En dan vergeeft Hij (vers 20), al lezen we niet of Hizkia en het volk dat ook meteen gewaar werden.

Beroep

Waar brengt ons dit? In ieder geval niet bij een algemene uitspraak dat de Schrift ruimte biedt voor homoseksuele relaties. Die liggen op grond van Schrift juist niet voor hand. Maar soms kan het niet anders. Soms zijn de gevolgen te erg als een relatie per se uit beeld moet blijven. Dan lijkt het mij dat er na wellicht een heel lang proces een moment kan komen waarop de situatie biddend aan de HEER wordt voorgelegd, met de vraag of Hij het wil vergeven. Een moment waarop een beroep wordt gedaan op Gods goedheid, voor het geval het ‘eigenlijk’ fout was. Of dat moment komt – ik weet het niet. Het blijft schuren.

Nog een keer terug naar het gebed van Hizkia. Hij bidt om vergeving voor ‘ieder die zijn hart erop gericht heeft God, de HERE, de God zijner vaderen, te zoeken, al was het niet naar de reinheid welke bij het heilige past’ (vers 19, NBG1951). Een spanningsvolle slotzin, die tegelijk vol verwachting is van Gods goedheid, voor het geval mijn bouwwerk van hout, hooi of stro zou blijken te zijn (1 Korintiërs 3:10-15).

Leestips

H.G. de Graaff, ‘Een seksuele relatie ligt niet voor de hand’, in: Kontekstueel jrg. 28 nr. 5 (2014).

J. Mudde, Van sjibbolet naar sjalom, Amsterdam (Buijten en Schipperheijn), 2015.

www.onderwegonline.nl/5270-jan-mudde-en-wolter-rose-homoseksualiteit-en-de-rol-van-ervaring

Over de auteur
Maarten van Loon

Maarten van Loon is predikant van de GKv Dalfsen-Oost en redacteur van OnderWeg.

Meest gelezen

Docentenprofiel: Cornelis Hamstra

Docentenprofiel: Cornelis Hamstra

Lyanne De Haan-Wilts
  • Docentenprofiel
  • Kerkelijk leven

Cornelis Hamstra werd al eerder geïnterviewd door Onderweg. In het julinummer sprak Louren Blijdorp al met Cornelis Hamstra over de plek van de hbo-theoloog in de NGK. Nu spreek ik Cornelis over zijn werk als docent aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE), waar hij hbo-theologen opleidt. Ik vraag me af hoe zijn werk als docent zich verhoudt tot zijn vorige aanstelling: gemeentepredikant in de NGK Arnhem-Koepelkerk.

Lees artikel
Rentmeesterschap is zo gek nog niet

Rentmeesterschap is zo gek nog niet

Jan van der Stoep
  • Column

Toen ik biologie studeerde in Wageningen had ik veel houvast aan het werk van Bob Goudzwaard. Het was begin jaren ’90 en ik maakte me zorgen om de toekomst van de aarde. De kernramp van Tsjernobyl had diepe indruk op me gemaakt. Ook zag ik overal om me heen de biodiversiteit achteruitgaan. 

Lees artikel
Leren snoeien bij Hoop voor NOP

Leren snoeien bij Hoop voor NOP

Pieter Messelink
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

‘Ik wilde de hele wereld redden.’ Marieke zegt het met een glimlach. Dat verlangen is niet verdwenen, maar haar manier van kijken wel. ‘Ik dacht dat God vooral blij met mij zou zijn als ik zoveel mogelijk deed voor Hem en voor andere mensen. Nu ontdek ik dat Hij mij soms juist vraagt om dingen los te laten.’ Het is een zin die samenvat wat er gebeurt bij leden van verschillende kerken in de Noordoostpolder. Dit keer niet het verhaal van één kerk uit een regio, maar het verhaal van mensen uit verschillende kerken ín een regio: Bieneke uit de NGK Marknesse-De Bron, Marieke uit Bant van de NGK Emmeloord-Pro Rege en Petra die in Espel woont en kerkt in een evangeliegemeente op Urk. Ze komen inmiddels bijna een half jaar samen in een leer- en doetraject van Kerkpunt over discipelschap. Het organiserende team verzon er de naam ‘Hoop voor NOP’ voor. Het traject is geen theoretische cursus maar een gezamenlijke zoektocht naar de vraag hoe je Jezus volgt in het gewone leven. Deelnemers komen in twee jaar tijd vier keer bij elkaar en intussen is er contact in kleine groepen.

Lees artikel
De Bergrede (on)navolgbaar?!

De Bergrede (on)navolgbaar?!

Egbert Brink
  • Verdieping

Is de Bergrede navolgbaar? Die vraag dient zich haast vanzelf aan wanneer we Jezus horen spreken. Zijn woorden zijn zo hoog gegrepen, zo radicaal, dat ze ons het gevoel geven dat we een andere wereld binnenstappen. Eerder dan dat we aangesproken worden in onze eigen werkelijkheid. Heb je vijanden lief. Keer de andere wang toe. Wees volmaakt. Het lijkt alsof Jezus een klimaat beschrijft dat wij niet kennen. Een sfeer die eerder bij het paradijs hoort dan bij het leven zoals wij dat dagelijks ervaren. En wie eerlijk luistert, voelt meteen de spanning: dit is toch onmogelijk om na te leven, laat staan vol te houden? Onnavolgbaar!?

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief