Argwaan

0

In 1986 schreef ik in het kader van mijn missiologische studies een drietal werkstukken over de hermeneutiek van het Oude Testament voor de Zuid-Afrikaanse oudtestamenticus Ferdinand Deist. Ik wilde een proefschrift schrijven over het Oude Testament en zending, maar mijn promotor David Bosch vond dat ik me dan eerst maar eens moest verdiepen in de vragen rond de uitleg en het gebruik van het Oude Testament in de nieuwere Bijbelwetenschap.

Deist reageerde conscientieus op mijn werkstukken, met uitvoerige kanttekeningen bij wat ik schreef. Zo kwam ik grondig in aanraking met vragen waarmee wij vandaag nog worstelen.

Isolement

Bosch en Deist waren theologen van naam in Zuid-Afrika. Ze situeerden zichzelf binnen de oecumenisch-gereformeerde theologische traditie. Ze stonden bekend als scherpe critici van het Afrikaner ‘christelike-nasionalisme’ dat ten grondslag lag aan het apartheidsbeleid. Theologisch waren ze beslist niet vrijzinnig – integendeel – maar ze maakten volop gebruik van de kritische methoden van Bijbelonderzoek in hun werk.

Bosch vond Karl Barth een gereformeerde theoloog. Dat was theologisch-historisch natuurlijk helemaal correct, maar in Kampen had ik hem als ketter leren kennen. Ik voelde me duidelijk ongemakkelijk in mijn nieuwe theologische omgeving, al had ik dan een paar jaar aan de VU gestudeerd.

In 1986 verkeerde ik ideologisch feitelijk nog binnen de vrijgemaakte traditie, die gekenmerkt werd door de warekerktheorie, met als gevolg een volledig isolement in kerkelijk Nederland. Er werd een eigen maatschappelijke zuil opgebouwd in de neocalvinistische traditie van Abraham Kuyper, met de nadruk op de antithese. Kuyper bouwde een heel eigen wereld op, gebaseerd op de gereformeerde beginselen. Op kleine schaal volgden de vrijgemaakten dit model. Op alle terreinen van het leven was Christus koning en Hij oefende zijn gezag uit via de ware kerk, de GKv. Mijn studie in Zuid-Afrika bracht me in een totaal andere wereld.

In vrijgemaakt Nederland was nauwelijks ruimte voor contacten met niet-vrijgemaakten, zeker niet als ze synodaal-gereformeerd waren. Er heerste geen sfeer voor contact en gesprek, er werd gepolemiseerd (anders ben je niet bekeerd, zei Klaas Schilder ooit). In dit geestesklimaat ben ik, is mijn indruk, toch wel beschadigd geraakt. Ik werd er wantrouwend tegenover andersgelovigen.

Mijn argwaan tegen mijn theologische gesprekspartners zat diep. Daarom voelde ik me aanvankelijk niet thuis op de jaarlijkse zendingscongressen in Pretoria die Bosch organiseerde, waar alle confessies, rassen en overtuigingen die Zuid-Afrika rijk was, vertegenwoordigd waren. In 1986 was ik veel vrijgemaakter dan ik zelf door had, ook al was ik overtuigd Nederlands-gereformeerd. Nu ontdek ik dat ik weer veel vrijgemaakter ben dan ik lange tijd voor mogelijk had gehouden. Dit laatste heeft uitleg nodig.

Openheid

In mijn werkstukken voor Deist hield ik me bezig met vragen rond de hermeneutiek van het Oude Testament. Zoals gezegd, theologisch leefde ik toen nog in het vrijgemaakte bolwerk met zijn sterke verdedigingslijnen tegen de vrijzinnigheid. Met de antwoorden werden ook de kritische vragen afgewezen die rond de Bijbel werden opgeworpen.

In Jozua 10 wordt verteld dat de zon stilstond. Vragen of dit echt gebeurd was zoals beschreven stond, mochten helemaal niet bij ons opkomen. ‘Er staat geschreven, zo is het geschied’, was het adagium. Overigens, de vrijgemaakten stonden niet alleen op dit front; de EO organiseerde een rechtstreekse aanval op het GKN-rapport over de aard van het Schriftgezag God met ons (1980). Het fundamentalisme had hen beiden stevig in de greep. Ik was bezig me eraan te ontworstelen.

Deze wereld is intussen veranderd. Dat is wel duidelijk. Het is ook te merken aan de Bijbelwetenschap, waarbij ik me beperk tot het Oude Testament. Tegenwoordig worden er vragen gesteld die iemand vroeger verdacht zouden hebben gemaakt. In zijn dissertatie schreef Koert van Bekkum ook over de manier waarop in Jozua 10 de zonnestilstand wordt verteld. De Bijbelse geschiedschrijving verschilt van de modern-westerse historiografie. We moeten de relevante vragen leren stellen bij de historiciteit van het Oude Testament.

Ad de Bruijne schreef artikelen over de Bijbel in beeld, waarin hij aandacht vroeg voor de metaforiek in de Bijbelse geschiedschrijving. In 2017 publiceerde de TU Kampen een bundel studies over gereformeerde hermeneutiek vandaag, waarin eerlijk de vragen onder ogen worden gezien; er wordt gezocht naar antwoorden die recht doen aan het bijzondere karakter van de Bijbel als Woord van God waardoor Hij tot de gemeente spreekt. Hans Burger bepleit een eerlijk hermeneutisch gesprek vanuit een soteriologisch perspectief.

Tot mijn blijdschap herken ik me in deze ontwikkelingen. De openheid waarmee gereageerd wordt op de discussies rond allerlei hermeneutische thema’s is bemoedigend. Geen onvruchtbaar gepolemiseer ter verdediging van onhoudbare stellingen met verouderde argumenten of het afschieten van argumenten omdat ze uit een theologisch verdachte hoek zouden komen. Er heerst meer de geest van ‘onderzoek alle dingen en behoud het goede’. Weg met de argwaan!

Vragen waarmee Deist me al confronteerde, krijgen hier een antwoord waarmee ik verder kom in mijn omgang met de Bijbel en waarmee de gemeente verder komt in haar navolging van Christus in onze eigen tijd. Dat laatste, daar hoort het om te gaan in de Bijbelwetenschap.

Ik constateer dat ik vrijgemaakter ben dan ik dacht, al zullen er vrijgemaakten zijn die het daarmee oneens zijn. Hangt bij mij de vlag uit, dan hangt bij hen de vlag helaas halfstok. Ze blijven hun theologische kracht zoeken in het isolement met argwaan tegen de wereld daarbuiten.

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Reacties zijn gesloten.