Jan Mudde en Wolter Rose: homoseksualiteit en de rol van ervaring

0

Twee uur lang praat ik met Jan Mudde en Wolter Rose over de rol van de menselijke, vaak door de cultuur gestempelde ervaring in de ethische keuzes die gelovigen maken. Graag had ik het met hen gehad over de veranderingen op het gebied van slavernij, rassenscheiding en man-vrouwverhouding, en de rol van ervaring daarin. Maar met twee mensen aan tafel die zo nauw betrokken zijn bij het onderwerp homoseksualiteit, is het geen wonder dat het gesprek vooral daarover gaat.

Jan Mudde. (beeld Erik Koning)

Jan Mudde. (beeld Erik Koning)

Jan Mudde (57) is predikant van de NGK Haarlem. Hij kwam in familie en kerk in aanraking met de nood van homoseksuele christenen. In het recent verschenen NGK-rapport en in zijn boek Van sjibbolet naar sjalom vraagt hij de kerk om mensen met homoseksuele relaties de nodige ruimte te geven. Doorslaggevend daarbij is voor hem het karakter van God: zijn gerechtigheid en barmhartigheid. ‘Als ik zie hoe God in de Bijbel kwetsbare mensen tegemoet komt, daarvoor zijn wet opzij zet en bereid is zijn schepping te schenden, dan trek ik dat door naar hoe wij moeten omgaan met homoseksuelen in de gemeente van Christus.’

Wolter Rose. (beeld Erik Koning)

Wolter Rose. (beeld Erik Koning)

Wolter Rose (51) is universitair hoofddocent aan de TU Kampen. Hij weet sinds zijn 22ste dat hij homoseksueel is en koos al vroeg voor een leven zonder seksuele relatie, ‘omdat ik geloof dat zo’n relatie in het licht van het evangelie niet kan’. Daarbij staat voor hem Matteüs 19 centraal. ‘Het is één van de weinige keren dat Jezus God aanduidt als de schepper: Hij heeft de mensen mannelijk en vrouwelijk gemaakt en die twee zullen tot één vlees zijn. Je eert de schepper dus door te respecteren dat de beleving van seksuele gemeenschap alleen in zo’n man-vrouwrelatie tot bloei kan komen. De echo daarvan komt terug in Romeinen 1.’

Jan Mudde: ‘In de Bijbel doen menselijke ervaringen en ervaringskennis volop mee. De Bijbel is voor alles het tot ons gerichte Woord van God, maar tegelijk neemt dat onderricht van a tot z onze werkelijkheid en ervaring in zich op. In de wet, in wijsheidsboeken als Spreuken en Prediker en in het onderricht van de Heer en van Paulus worden voortdurend ervaringsargumenten gebruikt om geboden en voorschriften te verantwoorden en te onderstrepen, als bemoediging en aansporing en dergelijke.’

Maar orthodoxe christenen hebben vroeger en nu altijd gezegd: sola scriptura, de Schrift alleen. Gods openbaring en niet onze ervaring is doorslaggevend. Toch?
Mudde: ‘Zeker, maar het is in de praktijk nooit alleen de Schrift geweest. De oordelen van mensen als Calvijn, Kuyper en Bavinck over Bijbelse geboden en de toepassing ervan zijn nauw verbonden met hun eigen ervaring en culturele bril. Zo zegt Calvijn dat God zich aanpast aan het onbegrip, het onvermogen en de kinderlijke staat van zijn volk. Hij ziet bijvoorbeeld het gebruik van muziekinstrumenten in de oudtestamentische eredienst als tegemoetkoming van God aan de zwakheid van het volk. Calvijns eigen smaak en gevoel voor stijl zijn hier leidend, denk ik.

In de afgelopen eeuwen zijn orthodoxe christenen over veel thema’s van mening veranderd, niet zelden zonder dat daar een andere exegese van de betreffende Bijbelteksten onder lag: de doodstraf, geboorteregeling, de pedagogische tik, het werpen van het lot, de man-vrouwverhouding. Ervaring en cultuur speelden daarin een bepalende rol.’

Wolter Rose: ‘Natuurlijk spelen ervaring en cultuur een rol in morele keuzes. Maar als we erkennen dat iedereen door de cultuur waarin hij leeft een bril opgezet krijgt, dan zijn ook wij dus cultuurbepaald. Dat moet ons voorzichtig maken. Die cultuurontwikkelingen worden al snel een voldongen feit met een soort vliegwielwerking: een opstapje naar een volgende stap. Terwijl we misschien beter een stap terug kunnen doen.

Een voorbeeld. In Handelingen 15 wordt het eten van vlees met bloed erin verboden, maar in de kerkgeschiedenis verdwijnt dat algauw. In plaats van dat als voldongen feit te accepteren, kun je je afvragen of dat een goede ontwikkeling is geweest. Een ander voorbeeld. Echtscheiding is in de loop van de twintigste eeuw in de Nederlandse wetgeving een stuk makkelijker geworden. Je kunt zeggen: zo is het nu eenmaal en dan is het oneerlijk dat we bij homoseksuele relaties streng zijn. Daar zit inderdaad iets dubbels in. Maar hebben wij er als christenen wel goed aan gedaan om de grotere wettelijke ruimte voor echtscheiding te volgen en zo veel ruimte te geven voor hertrouwen na echtscheiding? Moeten we ons op dit vlak juist niet bekeren?

‘Cultuurontwikkelingen worden al snel een voldongen feit met een soort vliegwielwerking: een opstapje naar een volgende stap’

Net zoals we een hermeneutiek nodig hebben om de Bijbel te lezen en te interpreteren, hebben we een hermeneutiek nodig om onze eigen tijd te lezen en te interpreteren. We moeten kritisch zijn op onze eigen traditie en cultuur en wat we in het verleden besloten hebben niet zomaar als nieuwe norm hanteren. En iets van nederigheid uitstralen: je bewust zijn hoezeer onze eigen context onze interpretatie van de Bijbel kleurt, en open zijn voor dat waarin andere tradities en culturen ons kunnen corrigeren.’

Mudde: ‘Daar ben ik het helemaal mee eens. Wat een ramp, al die echtscheidingen, ook gezien de gevolgen. Dat geldt ook voor de omgang met seksualiteit. De intieme seksuele relatie zou vanuit Bijbels oogpunt de relatie tussen één man en één vrouw moeten zijn. We moeten als kerk van Christus kritisch staan tegenover de ondermijning daarvan in onze cultuur, die ook zijn weerslag heeft op het seksuele gedrag van onze jongeren. Het laatste wat ik bepleit, is dat je onkritisch in de cultuur staat. Maar Wolter zegt terecht ook dat het verstaan van je eigen cultuur ingewikkeld is, juist omdat je er deel van uitmaakt en geen afstand hebt.’

Zou het dus zo kunnen zijn dat je, als je over vijftig jaar terugkijkt, ziet dat je het mis hebt met je keuze van nu rond homoseksuele relaties?
Mudde: ‘Maar áls dat zo zou zijn, dan zal het niet gaan om de keuze voor ruimte voor homoseksuele relaties op zich, maar om een stelsel van keuzes waarvan dit er één is. Daarin staat het individualiseringsproces centraal, vinden ook veel orthodoxe theologen. Wim Dekker noemt als karakteristiek voorbeeld dat je vroeger rechts moest schrijven, ook als je links was. Nu mag iedereen die links is gewoon links schrijven.

Jan Mudde. (beeld Erik Koning)

Jan Mudde. (beeld Erik Koning)

De veranderde visie op homoseksualiteit, ook in de kerk, is onlosmakelijk verbonden met recht willen doen aan het individu en aan zijn eigenheid. Van die cultuur maken wij deel uit. En zo voeden we onze kinderen op. Niet vanuit collectieve rolpatronen voor mannen en vrouwen. Nee, als een meisje talent voor wiskunde heeft, stimuleren we haar om zich te ontwikkelen. We geloven zelfs dat dit zo door God bedoeld is.

Deze hele visie cirkelt rond het recht willen doen aan iemands eigenheid en heeft directe consequenties voor onze omgang met homoseksuelen. Uit die cultuur kan ik mij niet lospellen. En gelet op hoe de Bijbel spreekt over gerechtigheid, hoef ik mij daar ook niet uit los te pellen. Als Wolter zegt: “Ik ben homoseksueel”, dan heeft dat ook dáármee te maken, met die cultuur en met de ervaringen die we de laatste 150 jaar met homoseksualiteit opgedaan hebben.’

Rose: ‘Inderdaad, 150 jaar geleden zou niemand gezegd hebben: “Ik ben homo”, en dat in zijn kerk publiek gemaakt hebben. Dat dat nu wel kan, is een vrucht van de emancipatiebeweging die we dankbaar mogen plukken. Net zoals het – niet door christenen verzonnen – onderscheid tussen geaardheid en praktiseren een verworvenheid van de cultuur is. Ik ben het niet met Jan eens als hij in zijn studie dat onderscheid relativeert. Als je als hetero niet getrouwd bent, dan is er ook geen ruimte voor seksuele gemeenschap. Waarom zou je homo’s met een andere maat meten dan hetero’s?

Maar de homo-emancipatiebeweging heeft ook negatieve kanten. Seksuele gemeenschap van mannen met mannen en van vrouwen met vrouwen is daar als een recht geclaimd, terwijl ik geloof dat dat in het koninkrijk van Christus geen plaats heeft. Dus ja, doe je winst met wat menselijke ervaring en cultuur hebben opgeleverd, maar onderscheid vanuit christelijk perspectief wel tussen goed en fout. En bedenk ook: dit is typisch iets van de westerse cultuur. Wij zijn de enige cultuur die sinds de negentiende eeuw mensen is gaan indelen in homoseksueel, heteroseksueel en biseksueel.

Als ik zeg: “Ik ben homoseksueel”, dan draag ik dat als een licht etiket. Er zijn mensen die zich in hun uiterlijk, presentatie, sieraden en dergelijke sterk als homoseksueel presenteren. Op die manier is dat niet mijn identiteit. Ik voel mij veel sterker verwant met jullie als hetero’s – omdat we alle drie in Christus geloven en volgelingen van Hem zijn – dan met een willekeurige homo die toevallig dezelfde seksuele geaardheid heeft als ik, maar geen christen is.’

Dat klinkt alsof je je homo zijn relativeert.
Rose: ‘Als ik het “een licht etiket” noem, houd ik er dus rekening mee dat zoals wij er de afgelopen 150 jaar tegenaan zijn gaan kijken, niet het laatste woord is en ook zou kunnen veranderen. Mijn homoseksuele gevoelens zijn de afgelopen jaren echt niet afgenomen en toch draag ik dat etiket met een zekere lichtheid. En richting Jan dus: besef dat jouw kijk een tamelijk westerse, 21ste-eeuwse kijk is.’

Mudde: ‘Dat is zo. Maar dat geldt ook voor hoe wij omgaan met gezinsvorming, de pedagogische tik, de doodstraf enzovoort. Het is allemaal onderdeel van een cultuur waarin we als christenen participeren en waarvan we veel als verworvenheid beschouwen. Er was een tijd dat ook gereformeerde voormannen tegen de leerplicht waren, omdat het tegen het vijfde gebod, het gezag van de ouders, inging. Terwijl we nu zeggen: kinderen hebben daar recht op. Het zijn krachten binnen onze cultuur die ons dat zo doen zeggen.

Wat zijn nu binnen onze cultuur de krachten geweest die de gelijkberechtiging van homo’s tot zo’n item hebben gemaakt? De homo-emancipatiebeweging is begonnen in een situatie van volstrekte eenzaamheid, verlorenheid, zelfverwijt en schuldgevoel. Barmhartigheid was het antwoord daarop. Een tweede kracht was gerechtigheid: situaties scheppen waarin mensen tot hun recht kunnen komen. In de jaren zestig kreeg je vervolgens te maken met een derde kracht. Toen werd de homo-emancipatiebeweging opgenomen in een beweging van vrijheid en vrijblijvendheid. Als christenen ageerden we daar terecht tegen. Maar die eerste twee krachten, barmhartigheid en gerechtigheid, waren grondleggend. En dan vraag ik: hoe krijgen barmhartigheid en gerechtigheid jegens homoseksuelen gestalte in de gemeente van Christus?’

‘Wolter maakt omwille van het evangelie zijn natuurlijke gevoelens ondergeschikt aan het koninkrijksleven; zulke keuzes raken me’

Rose: ‘Maar homoseksuelen zouden ook kunnen opbloeien en tot hun recht kunnen komen als ongehuwden weer samen met gehuwden op de gedeelde eerste plaats mogen staan, waar ze in de gemeente van Christus horen te staan – een positie die ze sinds de Reformatie zijn kwijtgeraakt.’

Mudde: ‘Maar Paulus noemt het celibaat een charisma, een van God gegeven gave. Iemand kan de keuze daarvoor alleen vrijwillig maken, en dan om zich geheel te wijden aan het koninkrijk. Niet iedereen heeft die gave. Als de kerk dus uitsluitend die optie biedt, dan is dat volgens mij in onze cultuur geen wijsheid in Bijbelse zin. Daardoor kun je homoseksuelen die het niet kunnen opbrengen om alleen door het leven te gaan werkelijk onrecht aandoen en zelfs in problemen brengen.’

Rose: ‘Toen ik op mijn 23ste een einde maakte aan een euforische relatie met een homoseksuele vriend, deed ik dat niet om mij, zoals Paulus zegt, helemaal te wijden aan het koninkrijk. “Puur vrijwillig” veronderstelt ook dat je twee gelijkwaardige opties hebt om uit te kiezen. Maar zoals ik Jezus Christus begrijp, had ik maar één optie. Zo vrijwillig was mijn keuze niet. Ik zag een roeping vanuit het evangelie van Christus op mij afkomen, maar voor mijzelf was het een sprong in het duister. Ik dacht echt niet: ik heb daar een gave voor, dus dat gaat mij wel lukken. Het gemis van iemand met wie je je leven deelt, blijft. Dat brengt veel verdriet in mijn leven en na dertig jaar is dat echt niet makkelijker geworden. Als ik Jezus goed begrepen heb, zou de gemeente van Christus een soort familie moeten zijn die prioriteit heeft boven de biologische familie. Nou, meestal is dat niet zo en heb je het gevoel dat je helemaal aan de rand verkeert.’

Jan, wat doet het met je als je Wolter als ‘ervaringsdeskundige’ zo hoort praten?
Mudde: ‘Wolter maakt omwille van het evangelie zijn natuurlijke gevoelens ondergeschikt aan het koninkrijksleven. Dat geldt ook voor die broeder die trouw bleef aan zijn vrouw, hoewel ze herhaaldelijk overspel pleegde. Zulke keuzes raken me. Maar ze kunnen niet als norm aan andere christenen opgelegd worden. Niet iedereen heeft de draagkracht om dat op te brengen. Als je dat beseft bij huwelijksproblemen – en dat doen we vaak in de kerk – maar niet bij homoseksuelen, dan beleef ik dat als tweeërlei weegsteen. Gods barmhartigheid tegenover het kwetsbare zie ik als een rode draad door heel de Bijbel heen.’

Wolter Rose. (beeld Erik Koning)

Wolter Rose. (beeld Erik Koning)

Rose: ‘God is erg mild, barmhartig en liefdevol. Laten we als gemeente van Christus de roeping horen om mensen met weinig draagkracht aan alle kanten te ondersteunen en te helpen hun last te dragen. Ik kan me voorstellen dat in bijzondere pastorale situaties een kerkenraad een uitzondering maakt op de regel dat er geen ruimte is voor een homoseksuele relatie. Maar als ook ambtsdragers in een homoseksuele relatie mogen leven, maak je van de nood een deugd en van de uitzondering een regel. Terwijl ambtsdragers een extra verantwoordelijkheid hebben om deugdzaam en voorbeeldig te leven.’

Veel homoseksuelen die gekozen hebben voor een homoseksuele relatie beleven elkaar als een godsgeschenk en ervaren in hun relatie intense rust en diepe vrede. Wat doet dat jou?
Rose: ‘Dat vind ik heel lastig. Ik weet niet of ik in zo’n situatie mijn eigen hart zou kunnen vertrouwen. Ik wil van de ervaring van andere mensen afblijven, maar ik hoop dat ik in zo’n situatie echt vragen zou stellen bij mijn ervaring.’

Wat waarderen jullie in elkaar?
Rose: ‘Jans diepe bewogenheid met homoseksuele mensen. En zijn besef van onrechtvaardigheid, als we met twee maten meten en sommige dingen gewoon toelaten in de gemeente van Christus, terwijl we bijvoorbeeld tegen homo’s opeens heel streng zijn.’
Mudde: ‘Dat Wolter de weg wil gaan die hij als de koninklijke weg beschouwt, temeer waar dat voor hem helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Daarin hebben mensen als hij iets profetisch.’

Blijft er in de praktijk niet een klein, verdwijnend groepje profeten over als de deur steeds verder opengaat voor homoseksuele relaties?
Mudde: ‘Misschien wel. Maar om uitgerekend homo’s – gedwongen – tot de voorhoede te maken van onze profetische bediening, nee, dat kan echt niet.’

Waar zit bezorgdheid, als jullie naar elkaar luisteren?
Mudde: ‘Mijn zorg is dat voor homo’s die een relatie in liefde en trouw aangaan geen plaats is in de gemeente van Christus, of dat ze slechts getolereerd worden. Het treft me overigens dat Wolter in bepaalde situaties ruimte laat voor pastoraal maatwerk. Maar ik geloof dat er een legitieme ruimte is om een stap verder te gaan: het huwelijk tussen man en vrouw is thuis in Gods schepping, terwijl een homoseksuele relatie in liefde en trouw een schuilhut is in een gebroken bestaan. En gelet op mijn ervaring met homoseksuele stellen zeg ik: wees blij met de blijden.’

Rose: ‘Ik heb moeite met Jans vrijmoedigheid om af te wijken van het ontwerp voor de seksualiteit, die we van de schepper, die ook onze bevrijder is, hebben gekregen. Een tweede zorg is hoe een volgende generatie op basis van die ruimte weer verdere ruimte gaat zoeken.’

Mudde: ‘Maar die moeiten zijn er ook bij jouw pastorale benadering. Hoe kun je jouw ruimte voor pastoraal maatwerk vanuit Bijbels oogpunt rechtvaardigen, gelet op de scherpe woorden die Paulus gebruikt in Romeinen 1 en 1 Korintiërs 6? En zodra je die pastorale ruimte geeft, rijst eveneens de vraag: waar blijven we dan met de volgende generatie?’

Rose: ‘Er is toch echt een wezenlijk verschil tussen jouw voorstel om ook homoseksuele ambtsdragers ruimte te geven en mijn keuze om die ruimte niet te bieden, zonder het tegelijk helemaal dicht te timmeren voor concrete pastorale situaties. Het NGK-rapport concludeert exegetisch dat de Bijbel overal afwijzend spreekt over homoseksuele geslachtsgemeenschap en komt vervolgens via een hermeneutisch hoofdstuk uit bij de conclusie dat er toch, zelfs voor ambtsdragers, ruimte is om in een homoseksuele relatie te leven. Daar zit zo veel spanning tussen dat een volgende generatie zal zeggen: als het op dit terrein kan, waar het zo duidelijk is wat de Bijbel zegt, waarom kunnen we dan op een ander terrein ook niet tot een andere conclusie komen dan wat de Bijbel zegt?’

Deinen de meeste kerkleden niet gewoon mee op de golven van de cultuur, zonder jouw lange zoektocht, Jan, naar de Bijbelse weg?
Mudde: ‘Die vraag is volkomen terecht, maar het antwoord is verre van simpel. Het gaat erom dat in de kerk van generatie op generatie de vruchten van de Geest zichtbaar worden. Die staan haaks op de zondige natuur van de mens, maar dat is wat anders dan haaks op de cultuur. Er bestaat niet zoiets als een christelijke Reinkultur. Er bestaat ook geen cultuurvrije plek, van waaruit we de culturele ontwikkelingen kunnen beoordelen. We zijn daar volop in opgenomen. Terugblikkend ontdek je pas of een bepaalde ontwikkeling heilzaam was of niet. Vaak hebben christenen ontwikkelingen veroordeeld die nu van harte aanvaard worden, of omgekeerd.

‘Ik geloof dat er een legitieme ruimte is om een stap verder te gaan: een homoseksuele relatie in liefde en trouw is een schuilhut in een gebroken bestaan’

Het is ook niet zo dat het alleen maar bergafwaarts gaat in de cultuur. Het produceren en eten van de plofkip was een tijdlang geen enkel punt, terwijl we dat nu verkeerd vinden. Echt, ik geloof dat de liefde, trouw, gerechtigheid en barmhartigheid van God in Christus altijd het leven zullen blijven vormen. Daarom ben ik niet zo beducht voor het doemscenario dat Wolter schetst. En omdat ook in een homoseksuele relatie in liefde en trouw de vruchten van de Geest zichtbaar kunnen worden, geloof ik dat daar ruimte voor mag zijn. Bovendien: hoeveel weerstand bied ik zelf aan mijn natuurlijke neigingen?

Ik ben gelukkig getrouwd, heb zes kinderen en zes kleinkinderen. Bijna al mijn kinderen zijn nauw betrokken geweest bij de Navigators. Die leggen veel nadruk op een christelijke tegencultuur, op het WWJD. Maar in hoge mate laten ook zij zich door “de natuur” leiden. Zodra het kan, stappen ze in het huwelijksbootje. Moet ik dan als een last op homo’s leggen: blijf celibatair?’

Rose: ‘Het besef dat vorige generaties christenen fouten hebben gemaakt in hun taxering van
culturele ontwikkelingen maakt mij huiverig en voorzichtig. Ik stel mezelf regelmatig de vraag: zit ik op de goede koers? Ik geloof dat ik dat ook zou doen als ik een andere mening zou hebben. Tegelijk wil ik staan voor wat ik na diepgaande overweging en naar beste weten ben gaan zien als de koers die ik wil varen. En ik hoop dat ook anderen die keuze zullen maken.

Ik kan erin komen dat jij het gevoel hebt dat je gemakkelijk praten hebt. Maar tegelijk ben je als voorganger niet meer dan een boodschapper, die vrijmoedigheid ontleent aan het evangelie van Christus. Ik voel ook verlegenheid om over mijn manier van leven te vertellen, want dat legt toch een bepaalde druk op andere mensen. Maar daarnaast heb ik ook vrijmoedigheid vanuit het evangelie, omdat ik uiteindelijk alleen maar doorgeef wat ik van Christus en zijn apostelen geleerd heb.’

Webtip
Voor en na dit gesprek hebben Jan Mudde en Wolter Rose schriftelijk gediscussieerd over homoseksualiteit in de Grieks-Romeinse wereld waarin Paulus Romeinen 1 schreef. Deze discussie is te vinden op www.onderwegonline.nl/5136-homoseksualiteit-in-de-grieks-romeinse-wereld.

Delen.

Over de auteur

Ad de Boer is hoofdredacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter