Orgaandonatie: christelijke plicht of optie?

0

Op 13 februari stemde de Eerste Kamer in met de donorwet. Medio 2020 treedt die in werking. Vanaf dat moment ben je als volwassen Nederlander in principe orgaandonor, tenzij je aangeeft dat je dat niet wilt. Eerste Kamerlid Roel Kuiper van de ChristenUnie betreurt de wet, medisch technoloog Fokko Wieringa is er blij mee. Ze gaan in debat over de ethiek van orgaandonatie onder de nieuwe wet.

Fokko Wieringa: 'We hebben ons lichaam na ons sterven niet meer nodig.' (beeld Sahil Aamir Fotografie)

Fokko Wieringa: ‘We hebben ons lichaam na ons sterven niet meer nodig.’ (beeld Sahil Aamir Fotografie)

Roel: ‘Ik heb me natuurlijk verdiept in de vraag hoe je als christen tegenover orgaandonatie staat. Het gaat in de discussie om het beschikbaar stellen van je organen na je overlijden. Het christelijk geloof wijst dat niet af. Het is geoorloofd om te doen: je stelt iets van je lichaam beschikbaar om het leven van een ander te redden. Dat kan heel goed vanuit een christelijk motief. Christus roept ons op om anderen te dienen met wat we hebben. Het valt onder rentmeesterschap: hoe ga je om met alles wat je hebt? Daar valt ook je lichaam onder.’

Is het een daad van gehoorzaamheid om je organen te doneren?
Roel: ‘Nee, het is een daad van verantwoordelijkheid, maar geen christelijke plicht. Of je die daad kunt stellen, hangt af van veel verschillende zaken. De conditie van je lichaam bijvoorbeeld, maar ook je gevoel, je overtuiging of de reactie van je omgeving. Sommigen beargumenteren dat je identiteit, je wezen, is verbonden met je lichaam. Of ze beargumenteren vanuit de opstanding uit de doden dat ze hun organen niet willen doneren. Of ze voeren sociale en pastorale redenen aan: hoe zit het met de rouwverwerking van nabestaanden? Het is in de christelijke ethiek vaak zoeken geweest rond dit onderwerp.’

Fokko: ‘Eens met Roel, het is inderdaad geen daad van gehoorzaamheid. Ik zou in sommige van die gevallen wel de discussie met mensen willen aangaan, afhankelijk van hun argumentatie. Ik spreek bijvoorbeeld wel mensen die zeggen: “Mijn lichaam moet compleet zijn bij de opstanding.” Dan zeg ik: “Dat is dan toch vreselijk jammer voor die zendeling die door een leeuw werd verslonden. Geloof je echt dat hij niet compleet bij de opstanding zal verschijnen?” Ik vind het on-Bijbels om iets weg te gooien waar een ander dringend om verlegen zit. Kun je dan zomaar zeggen: mijn christelijk geloof verbiedt me om mijn organen te doneren? Ik ben het dus eens met Roel als hij aangeeft dat het christelijk geloof geen beletsel is om voor orgaandonatie te kiezen.’

Roel: ‘Toch ken ik vanuit mijn eigen omgeving intelligente, gelovige christenen die niet tot het besluit van orgaandonatie kunnen komen. Het is voor niemand een gemakkelijk besluit. Het gesprek erover voeren is goed, ontzettend belangrijk. Maar ik doe dat niet om hen tot een andere keuze te brengen, ik respecteer hun besluit.’

‘Ik vind het on-Bijbels om iets weg te gooien
waar een ander dringend om verlegen zit’

Hebben jullie jezelf geregistreerd als orgaandonor?
Fokko: ‘Het zou mijn eer te na zijn als ik het niet was. Ik ben betrokken bij pogingen om een draagbare kunstnier te ontwikkelen. In de tussentijd zie ik mensen met wie ik optrek achteruitgaan. Sommigen zijn zelfs al overleden. Ik ken iemand die door diabetes zijn nierfunctie verloor en uiteindelijk zijn beide benen moest opgeven. Hij zegt: “Ik ga het waarschijnlijk niet meer meemaken dat jullie dat apparaat klaar hebben, maar ga er vooral mee door!”’

Roel: ‘Ik ben inderdaad ook zelf donor. Ik vond het wel een grote beslissing. Het is sowieso niet fijn om zo sterk na te denken over je levenseinde. Het is een situatie die je ook niet kunt overzien. Maar dat heeft mij niet tegengehouden: er gaan mensen dood die nu op wachtlijsten staan en die ik zou kunnen helpen door mijn organen na mijn dood te doneren. Daar ligt mijn voornaamste motief. Maar ik heb er ook begrip voor als mensen het niet doen.’

Roel Kuiper: 'Ik heb principiële bezwaren tegen een wet die bepaalt dat de overheid voor je kiest.' (beeld beeld Sahil Aamir Fotografie)

Roel Kuiper: ‘Ik heb principiële bezwaren tegen een wet die bepaalt dat de overheid voor je kiest.’ (beeld beeld Sahil Aamir Fotografie)

Fokko: ‘Natuurlijk vind ik ook dat je elke beslissing moet respecteren, ook als iemand besluit geen orgaandonor te worden. Predikanten moeten niet van de kansel roepen: “Als je geen orgaandonor bent, zit je fout.” Dat kan niet, het is een eigen keuze.’

Roel: ‘Toch heb je eerder wel gezegd dat Gods wet ons verplicht om orgaandonor te zijn.’

Fokko: ‘Nee, zo heb ik het niet gezegd. Ik heb gezegd dat ik een “automatisch nee, tenzij” on-Bijbels vind. Ik zie de nierpatiënten, ik spreek ze, ik neem afscheid van ze. We hebben ongelooflijk veel haast om betere oplossingen voor hen te vinden. Ik heb daarom ook Paulus aangehaald, vanuit 1 Korintiërs 15:50 en 2 Korintiërs 5:1: we hebben ons lichaam na ons sterven niet meer nodig. Ik heb met zo’n tekst weleens iemand ter plekke kunnen overtuigen. Maar natuurlijk respecteer ik het als iemand ethische bezwaren houdt.’

Roel: ‘Ik vind het belangrijk dat we wegblijven uit een sfeer van geestelijke dwang. Dit is een gewetensbeslissing van mensen die hun rentmeesterschap willen vormgeven. Als ze anders beslissen en willen worden begraven met al hun organen, is dat hun keuze.’

Zijn er organen die je sowieso niet moet willen doneren?
Roel: ‘Vroeger werd wel aangevoerd dat hersenen en geslachtsdelen zozeer je identiteit bepalen dat je die niet kunt doneren. Maar als je je opgeeft, verschijnt er een lijstje organen waar deze twee niet op staan. Sommige mensen voeren gevoelsmatige redenen aan en doneren bijvoorbeeld liever niet hun hart. Maar principieel gesproken maakt het niet uit. In de Bijbel wordt beschreven dat lichamen soms worden gebalsemd. Dan worden alle organen uitgenomen.’

Fokko: ‘Ik hoor nog weleens dat mensen een uitzondering maken voor hun ogen, die men liever niet wil missen vanwege de aanblik voor nabestaanden. Ik houd me zelf vooral bezig met de ontwikkelingen rondom de nieren, die vaak gebruikt worden voor donatie. Voor het doneren van het hart is een vrij ingrijpende operatie nodig: het openen van de borstkas. Overigens stellen chirurgen er een eer in om alles zo netjes mogelijk te herstellen. Zij beseffen dat mensen waardig afscheid moeten nemen.’

Roel: ‘Het is belangrijk om niet alleen in medisch-technische termen te spreken over het lichaam. Het is niet “maar een lichaam”, maar een geschenk van God. Het lichaam wordt volgens de Bijbel gezaaid. Dat is iets heel existentieels. Vaak vindt het stervensproces plaats te midden van geliefden. Daarom is het ongelooflijk belangrijk dat er van tevoren over gesproken wordt. In gezinnen, families, aan keukentafels en in de kerk. Als je de keuze maakt om je organen te doneren, neem je anderen daarin mee. Het kan gebeuren dat iemand zwaargewond op een brancard ligt in een ziekenhuis, dat hij nog in leven wordt gehouden om zijn organen en dan wordt weggenomen bij de familieleden. Dat is heel ingrijpend. Daar moet je het met elkaar over hebben.’

Fokko: ‘Die persoon is dan technisch gezien al gestorven. Maar hij is nog warm, de apparatuur zorgt ervoor dat de borstkas nog op en neer gaat. Het kan inderdaad heel moeilijk zijn om dan te accepteren dat iemand al is overleden.’

‘Niet veronderstelde instemming, maar
geïnformeerde instemming is de morele standaard’

Laten we even terugblikken op de donorwet. Roel, waarom was die wet zo’n groot probleem voor je?
Roel: ‘Ik ben voorstander van orgaandonatie. Maar ik heb principiële bezwaren tegen een wet die bepaalt dat de overheid voor je kiest. Maak je geen keuze, dan word je geregistreerd alsof je geen bezwaar hebt. Ook als je niet op overheidsinformatie reageert, word je geregistreerd als donor. Je kiest dus niet zelf, er wordt voor je gekozen. Dat kan wat mij betreft niet als het gaat om zoiets persoonlijks als je eigen lichaam. Orgaandonatie vergt een persoonlijke beslissing.’

Fokko: ‘De overheid vraagt eigenlijk: “Maak een keuze. Laat dat niet liggen. Schuif het niet voor je uit. Nee is nee, ja is ja.” Die keuze wordt gerespecteerd. En als je niks van je laat horen, veronderstelt de overheid instemming. De overheid moet aan ieders belangen denken, ook aan die van de mensen op de wachtlijst.’

Roel: ‘In de medische wereld is niet veronderstelde instemming, maar geïnformeerde instemming de morele standaard. Je moet persoonlijk en welbewust hebben ingestemd.’

Fokko: ‘Maar als je niet reageert en je niet registreert, word je onder deze wet ook niet expliciet als orgaandonor geregistreerd.’

Roel: ‘Er wordt wel iets voor je bepaald: je wordt geregistreerd als “hebbende geen bezwaar”. Ik zou het prima vinden als we een wet zouden hebben die registratieplicht regelt. Maar dat is helaas buitengewoon moeilijk te regelen. Want welke sanctie zou je willen toepassen als iemand het niet doet? Toch zou zo’n wet beter zijn dan de wet die we nu hebben.’

En als we mensen die zich laten registreren als orgaandonor belastingkorting geven?
Roel: ‘Dan gaan ze zich omwille van het geld opgeven als donor. Dat wil je ook niet.’

Fokko: ‘Dat moeten we inderdaad niet doen. Orgaandonatie is geen koehandel. Het blijft een daad van naastenliefde, ook als het anoniem gebeurt. De orgaanwet is daarom wat mij betreft een stap vooruit. Ideale wetten bestaan niet. Ja, misschien na vijftig jaar discussie. Maar intussen zie ik mensen doodgaan.’

Roel: ‘Er zijn wel kansen om het systeem dat er al is te optimaliseren. Ook nu al stelt een arts na het overlijden van iemand de vraag aan nabestaanden: wat vindt u als familie, mogen we organen gebruiken? Dat leidt nu nog tot heel veel familieweigeringen: meer dan 60 procent weigert als de vraag onverwacht komt. Ik denk dat we dat zouden kunnen terugdringen door het stimuleren van gesprekken in familiekring. Ook nu deze nieuwe wet op komst is, lijkt me dat belangrijk. Maar denk ook na over andere factoren: de organisatie van de gezondheidszorg, het aantal verkeersdoden, de vraag wanneer mensen in het ziekenhuis kunnen overlijden en wanneer niet, de voorlichting verbeteren. Er is wel geopperd om iedere keer dat mensen hun rijbewijs of paspoort verlengen een folder mee te geven: ben je al orgaandonor? Al die mogelijkheden zijn al eerder geopperd en kunnen tot verbetering leiden. Maar de vergaande stap van deze donorwet heeft men toen niet willen zetten.’

‘Laat het niet gebeuren dat je je
toch zomaar in een register bevindt’

Nu ligt de wet er wel, hij is democratisch aangenomen. Wat nu?
Fokko: ‘Nu de wet is aangenomen, is het inderdaad belangrijk dat er een goede en zorgvuldige campagne komt. Je zou kwetsbare groepen ook van deze wet moeten uitsluiten. Als je dement bent of psychiatrisch patiënt kun je niet zomaar in het register worden opgenomen als je niks hebt laten horen. Laten we met zijn allen de veilige kant aanhouden.’

Roel: ‘Laat de voorlichting inderdaad zo goed mogelijk zijn. Ik denk overigens dat het een illusie is dat je iedereen goed kunt voorlichten. We creëren met deze wet een ongewisse en ongewenste situatie. Al ben ik wel blij met alle bewustwording en discussies rondom deze wet. In de media is die discussie gevoerd, maar ook in christelijke kring. Laten we dat nog veel meer doen. In kerkelijk verband moeten we het hierover hebben, in preken, tijdens gemeenteavonden. Het zijn ingewikkelde morele kwesties die niet onbesproken kunnen blijven. Ik heb zelf ervaren hoe goed het is om als politicus te kunnen terugvallen op ethici en op gesprekken in de kerk over orgaandonatie en naastenliefde, persoonlijke verantwoordelijkheid en de taak van de overheid.’

Fokko, een zorgvuldige campagne? Of nu zo snel mogelijk het nieuwe systeem in werking zetten?
Fokko: ‘De orgaanwet is aangenomen, maar wel met een nipte meerderheid: 38 stemmen voor, 36 stemmen tegen. Dat brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Wat mij betreft moet er uiterste zorgvuldigheid betracht worden bij het invoeren. Je zou kunnen zeggen dat het wetsvoorstel het voordeel van de twijfel heeft gekregen. Eigenlijk ben ik er zo wel blij mee. Zo’n wet mag ook niet te makkelijk passeren. Vanuit de medische wereld zeg ik: wees ervan overtuigd dat medici er een eer in stellen om met grote zorgvuldigheid aan de uitvoering van deze wet mee te werken.’

Roel: ‘Ik zou christenen willen oproepen om nu bewust over hun keuze na te denken. Laat het niet gebeuren dat je je toch zomaar in een register bevindt. Kies bewust om je te laten registeren als donor of kies bewust om dat niet te doen. Een meerderheid in de achterban van de ChristenUnie vindt de huidige wet niet goed, is mijn indruk. Een minderheid vraagt zich af: kunnen we niet over onze principiële bezwaren heenstappen? Moet het motief van naastenliefde en bereidheid om een ander te helpen niet het zwaarste wegen? Ik heb die geluiden ook zeker gehoord. Ik concludeer dat de gezindheid van voor- en tegenstanders van deze wet dezelfde is. Het schort niet aan de motieven. De verschillen zitten hem in de vraag of deze wet, deze maatregel, verantwoord is.’

Dit artikel maakt deel uit van een themanummer over orgaandonatie, dat op zaterdag 14 april verschijnt. Benieuwd naar het hele nummer? Bestel exemplaren via administratie@onderwegonline.nl.

Delen.

Over de auteur

Embert Messelink is zelfstandig tekstschrijver.

Reacties zijn gesloten.