‘Deel je visie op het stervensproces’

0

‘De Bijbel is op het punt van orgaandonatie niet concreet, dat maakt een weloverwogen keuze voor velen zo lastig.’ De christelijke organisatie NPV – Zorg voor het leven heeft een welgemeend advies: ‘Deel in ieder geval je visie op het stervensproces en de dood met elkaar.’

In de week waarin de Eerste Kamer instemde met het wetsvoorstel van Pia Dijkstra (D66) voor een actief donorregistratiesysteem hadden de medewerkers op het kantoor van NPV – Zorg voor het leven (voorheen de Nederlandse Patiëntenvereniging) in Veenendaal het extra druk. ‘Er was een behoorlijke piek aan vragen over orgaandonatie’, herinnert beleidsadviseur Charlotte Ariese-van Putten zich. ‘Hoewel die stroom weer wat gestabiliseerd is, leeft het thema enorm. Helemaal nu de overheid met de nieuwe wet een systeemverandering doorvoert. Er wordt echt een keuze van je gevraagd. Die urgentie voelen mensen absoluut, zo merken we.’

Ook het aantal verzoeken om lezingen over orgaandonatie is opvallend hoog, vertelt Ariese. ‘We trekken veel het land in voor presentaties voor jeugdverenigingen, vrouwengroepen en kerkelijke gemeenten.’ Zelf verzorgt ze onder meer gastlessen op scholen en spreekt ze met enige regelmaat voor kerkelijke 16+-groepen. ‘Leidinggevenden denken blijkbaar: die leeftijd van 18 komt er voor onze jongeren aan, straks krijgen ze een registratieformulier thuis gestuurd. Daar moeten we mee aan de slag.’

Orgaandonatie is een concreet medisch-ethisch onderwerp, waarover een gesprek met jongeren goed mogelijk is, is Arieses ervaring. ‘Zeker voor hen voelt het spreken over het levenseinde en de dood nog ver weg. Door dat registratieformulier komt het ineens heel dichtbij. Vaak zwengelen we de discussie aan met stellingen. “Een christen moet altijd uit naastenliefde voor orgaandonatie kiezen” bijvoorbeeld. Of: “Als je een donororgaan wilt ontvangen, moet je ook zelf donor zijn.” Het levert mooie en inhoudelijke gesprekken op.’

Onwetendheid

Een standpunt over orgaandonatie bepalen is voor velen niet eenvoudig. Vandaar dat veelvuldig een beroep op de advieslijn van de NPV wordt gedaan. Ariese krijgt vragen als: ik vind het erg moeilijk om te kiezen, kunnen jullie met mij meedenken? En: wat zegt de Bijbel over orgaandonatie? ‘Er zijn ook heel praktische vragen’, zegt ze. ‘Hoe praat ik er met mijn kinderen over? Hoe verloopt zo’n donorprocedure? Doet een arts nog wel zijn best voor mij als ik donor ben? Ik wil mijn organen wel beschikbaar stellen voor een familielid of bekende als dat nodig is, maar liever niet voor een onbekende, is dat mogelijk? Wanneer is iemand hersendood? Er is nog veel onwetendheid rondom orgaandonatie.’

Taboe

Angst is een belangrijke reden om geen orgaandonor te zijn, bleek uit een recente peiling onder circa duizend NPV-leden. ‘Men is bang dat men ten onrechte (hersen)dood wordt verklaard’, verduidelijkt Ariese. ‘Daarnaast vinden sommigen dat je gepaste afstand moet houden op het moment dat iemand de grens van leven en dood overgaat. Weer anderen willen hun naasten het donorproces besparen. Voor nabestaanden kunnen de medische handelingen rond het uitnemen van de organen inderdaad het afscheid nemen verstoren. Alleen al daarom sporen we mensen aan om hun visie op het stervensproces en de dood met elkaar te delen. Als nabestaanden weten dat orgaandonatie een bewuste keuze van de overledene was, is het voor hen veel makkelijker om die handelingen een plekje te geven dan als iemand zich er niet zo over heeft uitgesproken.’

‘Doet een arts nog wel zijn best voor mij als ik donor ben?’

Ariese constateert wel een taboe rond het levenseinde. ‘Mensen vinden het moeilijk om er samen over te spreken. Hoe moet de begrafenis verlopen? Welke zorg wil ik nog ontvangen? Wel of niet reanimeren? Orgaandonatie hoort daar ook bij. Het gesprek erover wordt vaak vooruitgeschoven, totdat je ermee te maken krijgt. Het is niet per se gemakzucht als er nog geen keuze is vastgelegd. Mensen vinden een keuze heel ingewikkeld. Ze nemen het formulier en de bijbehorende toelichting door, denken erover na, leggen de papieren terzijde, pakken ze later weer op. Het is vaak een rijpingsproces en er is behoefte aan meer en verdiepende informatie. Onze indruk is dat het gesprek over orgaandonatie een keuze bevordert.’

Ingrijpend

NPV – Zorg voor het leven spreekt zich niet voor of tegen uit. ‘Nergens in de Bijbel is een concreet gebod of verbod te vinden. Dat maakt een weloverwogen beslissing voor velen lastig’, aldus Ariese. ‘Het doneren van organen bestond in de tijd van de Bijbelschrijvers nog niet en je moet daarom voorzichtig zijn met het toepassen van teksten die bijvoorbeeld over verminking gaan. Met de Bijbel in de hand is de één voor en de ander tegen orgaandonatie. Er bestaat geen eenduidige christelijke visie op donatie en transplantatie. Christelijke ethiek is verantwoordelijkheidsethiek. Zowel gever als ontvanger zet die stap samen met anderen en met God. Wij reiken mensen handvatten aan om zelf een weldoordachte keuze te maken.’

Voor veel christelijke voorstanders is de liefde voor en de solidariteit met de ander een wezenlijk motief voor orgaandonatie. Ariese: ‘Een mensenleven kan gered worden omdat een ander zijn hart of long geeft. Het maakt wel uit of je voor of na je dood een weefsel of een orgaan afstaat. Bij leven kun je bewust een daad van naastenliefde stellen. Je draagt daarvoor zelf de consequenties. Na je dood ben je je er niet meer van bewust. Dan vraagt orgaandonatie ook veel naastenliefde van nabestaanden.

‘Het kan voelen alsof hij nog leeft op het moment dat hij naar de operatiekamer gaat’

Als kort na het overlijden organen of weefsels moeten worden weggehaald, kan dat voor hen ingrijpend zijn. Het is ook lastig om een geliefde los te laten bij wie het hart nog kloppend wordt gehouden. De patiënt is overleden omdat hij hersendood is, maar het kan voelen alsof hij nog leeft op het moment dat hij naar de operatiekamer gaat voor het uitnemen van de organen.’

Stof

Geaarzeld en geworsteld wordt er volgens Ariese ook ten aanzien van de integriteit van het lichaam. ‘Christenen geloven dat zij hun lichaam van God hebben gekregen. Dat geeft aanleiding tot vragen. In hoeverre is het lichaam zo persoonlijk dat het alleen jezelf toebehoort? Staat het je vrij om een deel daarvan aan een ander te geven? Zo ja, maakt het nog uit op welk moment? Is het bijvoorbeeld anders na je dood, als je zelf geen aantasting van je integriteit ervaart? En heeft een hart bijvoorbeeld een andere waarde dan weefsel van de huid? Voor sommigen voelt dat zo, omdat de Bijbel zo vaak in beeldspraak over organen spreekt. Maar een tekst over “vernieuwing van het hart” gaat niet over orgaandonatie.’

Christenen denken heel verschillend over die lichamelijke integriteit. ‘Volgens de één ligt de zeggenschap over het lichaam bij de schepper, voor én na de dood. Volgens de ander mag je het geschapen lichaam juist inzetten om anderen te helpen en daarmee de schepper te eren’, zegt Ariese.

Ze vervoglt: ‘Uit de Bijbel blijkt wel duidelijke waardering voor het menselijk lichaam. Niet alleen je geest, ook je lichaam is waardevol. Tegelijk zal het lichaam na de dood tot stof vergaan: het is ook betrekkelijk. Bij sommigen leeft de huiver of het wegnemen van organen van invloed is op het opstandingslichaam waar de Bijbel over spreekt. Maar volgens de Bijbel krijg je bij de wederopstanding een nieuw en ander lichaam. Je kunt je afvragen of je oude lichaam na de dood intact moet blijven of dat je delen ervan juist mag inzetten om een ander het leven te redden.’

‘Met het nieuwe systeem verdwijnt het element van naastenliefde’

NPV – Zorg voor het leven is geen voorstander van het nieuwe systeem van actieve donorregistratie, waarvoor de Eerste en Tweede Kamer kozen en dat in 2020 van kracht wordt. Bij actieve registratie worden niet-geregistreerde burgers herhaaldelijk per brief benaderd om hun keuze kenbaar te maken. Reageert iemand uiteindelijk niet, dan wordt hij of zij geregistreerd als donor.

‘Wij zijn voor individuele keuzevrijheid en daarom tegen actief registreren’, zegt Charlotte Ariese-van Putten. ‘Orgaandonatie moet een actieve gift zijn, iets wat je doet uit naastenliefde en niet onder overheidsdwang. Met het ja-tenzij-systeem verdwijnt het element van naastenliefde helemaal. Alleen als je bezwaar hebt, kom je in actie. Dat vinden wij principieel onjuist. Een overheid moet haar grenzen kennen. Ze kan mensen aanspreken en aansporen tot keuzes, ondersteund met wervende campagnes, maar je keuze laten vastleggen in een donorregister is echt aan mensen zelf.’

Bovendien, stelt de NPV, ‘ligt het gevaar op de loer dat kwetsbaren, zoals verstandelijk beperkten en ouderen zonder goed sociaal netwerk, de dupe worden. Zij begrijpen al die brieven van de overheid mogelijk niet.’

Vrijwilligheid houdt voor de christelijke organisatie geen vrijblijvendheid in, benadrukt Ariese. ‘Wij hebben er altijd voor gepleit dat iedereen tijdig over orgaandonatie nadenkt en een weloverwogen keuze maakt. Wat ons betreft had dat zo moeten blijven.’

Delen.

Over de auteur

Jan Kas is freelance journalist.

Reacties zijn gesloten.