‘Zeg soms gewoon: life sucks’

0

Voor Sabine van der Heijden – docent aan de Christelijke Hogeschool Ede en auteur – is vrucht dragen sinds haar bekering een centraal thema. Een tijd lang worstelde ze met het gegeven dat haar eigen moederschoot geen vrucht droeg. ‘Ik heb geleerd dat je ook op andere manieren vruchtbaar kunt zijn.’

Sabine van der Heijden is docent, supervisor en studieloopbaanbegeleider bij de Academie Theologie aan de Christelijke Hogeschool Ede. Daarvoor werkte ze bij Youth for Christ Nederland als teamleider Kerkenwerk en als schrijver en regiobegeleider. Tussen 2000 en 2008 was ze coördinator van de jongerenwerkersopleiding aan de Wittenberg.

Sabine schreef een aantal boeken, zoals Hemels interactief (1996), Re:visie (2003), Het mysterie tussen God en jou (2004) en Kerk voor een nieuwe generatie (2011). Ze is lid van De Lichtboog (NGK) in Houten.

In haar woonplaats Houten is Sabine (59) net begonnen een grote nacht-zonder-dak te organiseren met diverse plaatselijke kerken en organisaties. Zelf woont ze sinds 1985 met haar man Piet in een woongroep van Timon, waarbinnen ze een eigen huis hebben. Binnenkort verlaten ze de woongroep. Niet om zich terug te trekken, ze gaan deelnemen aan een nog uit te kristalliseren woonproject voor senioren met een wijkfunctie. ‘Je leven delen in een vorm van gemeenschap vind ik belangrijk, en leuk. Waarom? Daar moet ik even over nadenken. Omdat het voor mij zo vanzelfsprekend is. Bijbelse waarden zijn: elkaar liefhebben, elkaars lasten dragen, naar elkaar omzien. Dat staat op gespannen voet met onze samenleving waarbinnen iedereen z’n eigen leventje leidt; dat is niet mijn levenshouding.’

Wat heeft ruim dertig jaar leven in een woongroep jou gebracht en geleerd?
‘Sowieso heel veel gezelligheid en lekkere maaltijden. Ik heb verrijkende ontmoetingen gehad met mensen die ik anders nooit zou ontmoeten; dat verbreedt je wereld. Door gewoon samen op te trekken, merkte ik dat we iets konden bijdragen aan de levens van die mensen. Dat zit ‘m vaak in kleine dingen. Een andere kant is dat het wonen met anderen je confronteert met jezelf, met minder leuke dingen in je karakter. Dat is niet altijd makkelijk, wel heel vormend.’

Ben je zelf ook zo opgegroeid?
‘Nee, ik heb alleen een zusje en we hadden vrij weinig contact met andere familie. Mijn moeder was lichamelijk niet zo sterk, waardoor het geen zoete inval bij ons was. Haar karakter was daar ook niet naar. Mijn vader had als buurthuisleider wel wat meer met het gemeenschapsleven. Pas toen ik na mijn bekering – mijn ouders geloofden niet – op mijn zestiende bij Youth for Christ terechtkwam, ontdekte ik dat ik het eigenlijk heel leuk vind om met anderen op te trekken. Op mijn achttiende deed ik bij Youth for Christ een diaconaal jaar en merkte ik, zoals de psalm zegt, hoe goed het is als broeders samenwonen. Daarna heb ik nog in de leefgemeenschap Oudezijds 100 in Amsterdam gewoond; het afvalputje van Nederland, waar ik veel bijzondere mensen heb ontmoet. Daar leerde ik samenwonen met christenen en ondertussen ruimte bieden aan mensen die waren stukgelopen. Die twee ervaringen spraken me zo aan dat ik dacht: zo wil ik ook leven.’

‘God is zó groot, dat het niet zou kloppen
als wij Hem volledig zouden begrijpen’

Wil je wat meer over je bekering vertellen?
‘Sinds mijn twaalfde begon ik over leven en dood na te denken. Mijn opa’s en oma’s gingen dood, en ik kreeg van mijn vader een oude kinderbijbel. “Nuttig als je wat meer van kunst en cultuur wilt begrijpen”, zei hij erbij. Daardoor ontdekte ik dat er meer is dan je kunt zien, en dat vond ik uitermate interessant. De dichtstbijzijnde middelbare school was een christelijke, en daar organiseerden mensen van Youth for Christ kerst- en paasvieringen. Ik raakte met hen in gesprek en ze namen me mee naar hun activiteiten.

Ik begreep er weinig van, al vond ik Jezus een zeer intrigerende persoon – en dat vind ik nog steeds. Wel ervoer ik iets wat ik nergens anders had meegemaakt: zij accepteerden elkaar en leefden vanuit liefde met elkaar. Men bad voor mij, en daarna was ik een tijd lang heel erg blij.’ Opgetogen: ‘Huh, waar komt dit vandaan?, dacht ik. Daarna legden mensen mij uit wat het evangelie inhield – ik begreep bijvoorbeeld niks van het kruis en wilde leren Bijbellezen en bidden.’

Wat fascineert je nu nog aan Jezus?
‘Zijn mysterieuze uitspraken, zoals: wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie het verliest om mijnentwil, zal het behouden. Maar ook zijn wonderen, hoe Hij mensen doorziet, hoe Hij niet bang is om de hypocrisie aan te kaak te stellen van de mensen die Hem naar het leven staan. En dat Hij zegt het brood, het licht en het levende water te zijn – allemaal zaken van levensbelang, maar hoe wérkt dat dan? Enerzijds heb ik veel antwoorden gekregen, maar tegelijk heb ik ook weer minder antwoorden dan vroeger. Het mysterie blijft. Dat vind ik mooi; God is zó groot, dat het niet zou kloppen als wij Hem volledig zouden begrijpen.’

Sabine van der Heijden: ‘Bij Youth for Christ ervoer ik iets wat ik nergens anders had meegemaakt: zij accepteerden elkaar en leefden vanuit liefde met elkaar.’ (beeld Sahil Aamir Fotografie)

Sabine van der Heijden: ‘Bij Youth for Christ ervoer ik iets wat ik nergens anders had meegemaakt: zij accepteerden elkaar en leefden vanuit liefde met elkaar.’ (beeld Sahil Aamir Fotografie)

Geloof je nu anders dan vroeger?
‘In de loop der jaren heb ik geleerd dat we niet alleen geloven om in de hemel te komen, maar om Gods koninkrijk alvast vorm te geven, met vallen en opstaan. Dat koninkrijk is voor mij steeds meer gaan leven door de New Wineconferenties. Gerechtigheid is daarbij voor mij een centraal begrip. Mensen rechtdoen. Daarom ben ik bijvoorbeeld ook actief voor zo’n nacht-zonder-dak, en daarom meldde ik mij gelijk aan toen ik hoorde dat de CHE docenten zocht om statushouders te begeleiden tijdens een voortraject voor een studie hier. Nederland is vol, klagen mensen weleens. Dan denk ik: ja, vol met mensen die in veel te grote huizen willen wonen. De immense ongelijkheid in de wereld stoort mij enorm, en ik ben blij dat daar ook in de christelijke wereld steeds meer aandacht voor komt.’

Je bent redelijk snel na je bekering gedoopt, hoe ging dat?
‘Toen ik onderweg was naar de doop van een vriendin dacht ik: dit zou ik ook wel willen. Het gebeurde in een zwembad in Weesp, de eerste doopdienst die ik bijwoonde. De dominee vroeg na twee dopelingen of er – het is een raar verhaal, nu ik er aan terugdenk – nóg iemand gedoopt wilde worden. Ik kreeg het warm en koud tegelijk, wilde dolgraag, maar durfde niet. Ik zei tegen God: “Als hij het nóg eens vraagt, doe ik het.” En dat deed hij. Ik stond op en werd gedoopt. Een heel bijzondere en emotionele ervaring, ik ervoer echt dat ik in dat watergraf onderging, mijn oude leven aflegde en eruit kwam als een nieuw mens. Nú ben ik een kind van God, dacht ik.

Toen ik het thuis vertelde, waren mijn ouders woest! In wat voor sekte is onze dochter terechtgekomen?, dachten ze. Achteraf niet zo gek, ik was 16 en we hadden nooit over dopen gesproken. Welke kerk was het, en ben je daar nu lid?, vroegen ze. Ik had geen idee. Die doop heeft lang tussen ons in gestaan, ze dachten dat ik daarmee mijn hele opvoeding aan de kant zette.’

Ben je veranderd sinds je bekering?
‘Ik ben altijd al een braaf meisje geweest, dus in die zin ben ik niet radicaal veranderd. Ik dacht zelfs een tijdje dat ik niet tot geloof kón komen, omdat alle bekeringsverhalen alleen gingen over mensen die eerst in de goot lagen. Toch ontdekte ik dat God ook wat te zeggen heeft tegen toch al brave mensen, zoals je leven delen, je inzetten voor anderen. De Bijbel is een radicaal boek, waarvan we in de kerk vaak de scherpe randjes proberen af te slijpen.’

‘Mijn doop was een heel bijzondere en emotionele ervaring’

Heb je zelf weleens last van die scherpe randjes?
‘Toen ik christen werd, leerde ik dat God tien procent van je inkomen wil. Toen ik later ging werken, werd dat best een bedragje. Toch hebben we het volgehouden. Toen we dit jaar een huis moesten kopen in verband met ons nieuwe project met ouderen, hadden we te weinig geld.’ Lachend: ‘Ik heb toen eens uitgerekend hoeveel we in de loop der jaren hebben weggegeven en concludeerde dat we daar een aardig huis voor hadden kunnen kopen, haha! Het mooie was dat God gezorgd heeft dat we het huis tóch konden kopen.’

Je staat dagelijks voor een groep studenten. Wat wil je hun vooral meegeven?
‘Ik hoop dat ik ze kan helpen om te ontdekken – hm, dit klinkt een beetje saai – waar hun kracht ligt. Een docent is per definitie iemand met een rood potlood die vooral kijkt naar wat er nog ontbreekt; het kan heel verfrissend zijn om studenten te benaderen vanuit waardering en te kijken wat ze al wél bezitten en hoe je dat kunt versterken.

Ik zeg steeds vaker: “Als je gelooft in een genadige God, wees dan ook genadig voor jezelf”, want ik merk dat studenten steeds hogere eisen aan zichzelf stellen en daarin vastlopen. Het toenemend aantal burn-outs gaat de CHE niet voorbij. De onbeperkte keuzevrijheid zorgt ervoor dat studenten het niet meer als vrijheid ervaren, terwijl ze in hun adolescentie vaak al met onzekerheid te kampen hadden.

Vorig jaar werkte ik met een supervisiegroepje, waar we op een gegeven moment concludeerden dat het goed kan zijn om in de woestijn te zijn, dat je niet altijd gelukkig hoeft te zijn. Dat het leven soms gewoon moeilijk en dor is. Dat je God misschien juist in de woestijn ontmoet. Neem afstand van de Facebookmythe dat het leven altijd leuk moet zijn in. Zeg soms gewoon: life sucks.’

In hoeverre spreek je dan uit eigen ervaring?
‘Ik heb best moeilijke dingen meegemaakt, maar het geheim van geluk zit in het accepteren daarvan. Wij hebben bijvoorbeeld geen kinderen, terwijl ik dat lange tijd wel wilde. Ik heb dat met God uitgevochten, het uiteindelijk geaccepteerd en geleerd dat je ook op andere manieren vruchtbaar kunt zijn, in mijn werk bijvoorbeeld. Dat betekent niet dat het nooit meer pijn doet, maar ik kon wel verder met mijn leven.’

Delen.

Over de auteur

Wilfred Hermans is freelance journalist.

Reacties zijn gesloten.