Column: Balanstrutjes

0

In de week van 8 maart, de Internationale Vrouwendag, hoorde ik op de radio een interview over het glazen plafond. Het blijkt dat een relatief laag aantal vrouwen in Nederland doorstoomt tot de hoogste lagen van management en bestuur. De geïnterviewde bekritiseerde de mentaliteit van de Nederlandse vrouw. In haar visie stellen veel vrouwen te hoge eisen aan hun leven. Ze willen namelijk niet alleen werken, maar ook kinderen krijgen. Ze willen actief sporten en ook vrijwilligerswerk doen. Kortom, ze willen zich breed ontplooien. ‘Balanstrutjes’, zo noemde ze die vrouwen.

Ze vergeten dat de weg naar de top vrijwel altijd
gepaard gaat met afstomping

De geïnterviewde goot haar fiolen van toorn uit over haar eigen geslacht. In haar visie moeten Nederlandse vrouwen meer ambitie hebben. Want, zo zei ze, in je werk kun je je ook breed ontplooien. Ik geloof daar niet in. Hoogopgeleide mensen denken dat alles wat zij doen ‘breed’ is. Ze vergeten dat de weg naar de top vrijwel altijd gepaard gaat met afstomping – juist op menselijk niveau. Onder andere omdat je alleen omgaat met hoogopgeleide mensen, omdat je bezig bent op abstract niveau, en omdat je de samenleving niet echt leert kennen. En, breedte zonder diepte is ook beperkt.

Er zijn ook mannen die een zekere balans in hun leven willen. Ik denk dat zij ‘balanssukkeltjes’ heten. Dat zijn van die stommeriken die tijd willen besteden aan hun gezin, die klaar staan voor anderen en die actief zijn in het verenigingswerk. Ik geloof er niets van dat het koninkrijk van God gebouwd wordt door mensen die zich alleen op hun carrière richten. Ik ben dankbaar voor de vele balanstrutjes en balanssukkeltjes die ook betrokken zijn bij hun gezin, die taken in de samenleving op zich nemen, en die actief zijn in de kerk. Daar word je een rijker mens van. En, zo maak je ruimte voor anderen die ten koste van alles door het glazen plafond heen willen.

Delen.

Over de auteur

Maarten Verkerk is onder meer bijzonder hoogleraar filosofie aan de TU Eindhoven en de Universiteit Maastricht.

Reacties zijn gesloten.