De belijdenis is geen onfeilbare samenvatting

Bob Wielenga | 23 mei 2018
  • Blog

In mijn vorige blog ‘Argwaan‘ schreef ik dat ik de vlag uitstak na lezing van de door de TU Kampen uitgegeven bundel Gereformeerde hermeneutiek vandaag (2017). Barend Kamphuis’ artikel daarin over de hermeneutiek van het dogma hield me niet tegen, terwijl hij de binding aan de belijdenis aan de orde stelt: één van de grootste twistpunten tussen de GKv en de NGK. In de manier waarop hij de betwiste binding bespreekt, in het kader van de historiciteit van kerkelijke leeruitspraken, kan ik me echter goed vinden.

Genade

In de Bijbel worden we aangespoord om ons te houden aan het geloof dat voor eens en altijd aan de heiligen is overgeleverd. Op dat meest heilige geloof moeten we ons leven bouwen (Judas 1:3 en 20). Vanaf de apostelen werd er een leertraditie overgeleverd, waaraan men gebonden was. Afwijking ervan mocht niet getolereerd worden. De kerk is geroepen dat meest heilige, apostolische geloof door te geven in alle tijden en op alle plaatsen, binnen elke stam, taal en natie. Maar ze moet dat natuurlijk doen in verstaanbare taal, in begrijpelijke woorden en in heldere formuleringen. Dat verschilt per taal en cultuur.

Als we de Nederlandse formulering van de drie-eenheid – één wezen, maar drie personen – letterlijk in het isiZulu vertalen, krijgen we onzin. Maar ook in het isiZulu is het mogelijk om de drie-eenheid te belijden. Het geloof dat de kerk de eeuwen door overlevert, krijgt zo overal de historisch bepaalde kleur van de eigen taal en cultuur.

Dat historische karakter van kerkelijke leeruitspraken in belijdenisgeschriften is geen noodzakelijk kwaad, geen smet die de kerkelijke geloofstraditie aankleeft, schrijft Kamphuis. Het is juist de kracht van ons meest heilige, apostolische, zeg Bijbelse geloof. Het kan en mag steeds weer opnieuw onder woorden worden gebracht. En dat is een wonder, een wonder van Gods genade! In verstaanbare taal wil Hij met ons als zijn kinderen communiceren. Dat verplicht de kerk tot voortgaande belijdenisvorming.

Kritische binding

Binnen de ‘NGKv’ worden de Drie Formulieren van Enigheid uit de zestiende en zeventiende eeuw gebruikt om ons meest heilige geloof door te geven. Prachtig toch dat de kerk toen in staat gesteld werd om haar geloof te formuleren in een taal die de overheid kon begrijpen (de Nederlandse geloofsbelijdenis), in begrippen die toen de dwaalleer konden weerleggen (de Dordtse Leerregels) en in een catechetisch model dat de toenmalige jeugd aansprak (de Heidelbergse Catechismus). Dat deze geschriften nog steeds functioneren als belijdenis van gereformeerde kerken wereldwijd, zegt iets over hun kwaliteit en over het niveau waarop het meest heilige geloof toen verwoord werd. Ze bezitten nog steeds zeggingskracht, ook in onze tijd en cultuur.

In Gereformeerde hermeneutiek vandaag stelt Barend Kamphuis de binding aan de belijdenis aan de orde.

In Gereformeerde hermeneutiek vandaag stelt Barend Kamphuis de binding aan de belijdenis aan de orde.

Maar we zijn intussen wel doordrongen van hun historische karakter. We hebben inmiddels nieuwe en oude schatten uit de Bijbel naar boven gehaald, die vandaag beleden moeten worden om ons meest heilige geloof door te geven aan onze tijdgenoten. Het Bijbelse spreken over Gods koninkrijk krijgt vandaag veel aandacht; in de belijdenis gebeurt dat nauwelijks. En vandaag zouden we de verdediging van de leer van de uitverkiezing anders aanpakken dan in 1618/1619 mogelijk was – niet vanuit de eeuwige raad van God, maar vanuit Christus.

De belijdenis is geen onfeilbare, tijdloze samenvatting van het Bijbelse geloof. Er loopt geen directe lijn van de Bijbel naar de belijdenis; daar zitten mensen tussen met hun inzichten en beperkingen. De belijdenis moet gelezen worden met een hermeneutisch gescherpt bewustzijn.

Kunnen we ambtsdragers aan deze historische geschriften binden? Kamphuis heeft het over een kritische binding wegens de duidelijk historische verpakking van ons meest heilige geloof in de belijdenis. We binden ons aan deze historische documenten in het besef dat ze niet het laatste geloofswoord spreken. We blijven erover in gesprek samen met alle heiligen om de volle rijkdom van het geloofsgeheimenis te peilen en te verwoorden. Misschien dat God het ons geeft ooit een nieuwe, eigentijdse belijdenis te schrijven, die de voortgang van de geloofsoverdracht bevordert ten dienste van Gods koninkrijk.

De paapse mis

Mijn vader preekte eens op een zondagmiddag voor de NCRV-radio over Zondag 30 uit de Catechismus. Het ging over het avondmaal. In vraag en antwoord 80 wordt de paapse mis een verloochening van het enige kruisoffer van Christus genoemd en als vervloekte afgoderij afgewezen. De roomse literator Godfried Bomans had de preek gehoord en reageerde fel verontwaardigd in de Volkskrant. Er ontstond een publieke polemiek tussen roomsen en vrijgemaakten naar aanleiding van die preek.

Wat leer ik hiervan over mijn binding aan de belijdenis? Ben ik gebonden om de roomse eucharistie een vervloekte afgoderij te vinden? In de zestiende eeuw was dit robuuste taalgebruik in de kerkelijke omgang niet ongewoon. Mij klinkt het nogal grof in de oren; zo ga je niet met medegelovigen om, ook niet met roomsen die in het geloof vandaag veel dichter bij ons staan dan destijds. Is wat Rome tegenwoordig belijdt over de eucharistie inderdaad nog een verloochening van het enige offer en lijden van Jezus Christus? Dat kan men zo niet meer zeggen.

Breek ik nu mijn binding aan de belijdenis door deze formuleringen vandaag niet meer voor mijn rekening te nemen? Mijn historische bewustzijn maakt dat ik vraag en antwoord 80 blijf waarderen als een stap die destijds gezet moest worden op de geloofsweg van de kerk door de geschiedenis. Wat de Catechismus positief over het avondmaal belijdt, aanvaard ik van harte; wat ze negatief over de paapse mis als een vervloekte afgoderij uitspreekt, leg ik als historische ballast naast me neer in broederlijk overleg met mijn kerkgenoten.

Het verschil tussen Rome en de Reformatie over de sacramenten zal op eigentijdse wijze in het licht van het laatste Bijbelonderzoek onder woorden moeten worden gebracht. Zondag 30 heeft dan niet het laatste woord.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Hoeveelheid, urgentie, rust en ritme

Hoeveelheid, urgentie, rust en ritme

Redactie
  • Redactioneel

De verzoening, de vitaliteit van het belijden, het predikantentekort, de verhouding tussen doop en avondmaal, de eerste hoofdstukken van Genesis en de leer over de zonde, de ambtsleer, het voortgaande gesprek over homoseksuele relaties – het zijn allemaal vraagstukken die meer of minder nadrukkelijk aan de orde zijn in de NGK. Staan die verschillende vraagstukken los van elkaar of hangen ze samen? Aan deze ketting van kwesties met een bepaalde gevoeligheid rijgt dit nummer een volgende kraal: de plek en rol van de hbo-theoloog.

Lees artikel
Kerknieuws juli 2026

Kerknieuws juli 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Lees hier het kerknieuws van de Nederlandse Gereformeerde Kerken, juli 2026. Het beroep dat NGK Emmen op ds. Rik Meijer uitbracht, heeft hij aangenomen. De gemeente van Emmen zal zijn derde gemeente worden. Hij begon zijn werk in 2012 in Alblasserdam, per 1-1-2020 GKv Alblasserdam-Nieuw Lekkerland; later in dat jaar werd hij predikant in GKv Hardenberg-Baalderveld-Zuid, sinds 2021 NGK Hardenberg-Baalderveld.

Lees artikel
Predikantsprofiel Kees Smit

Predikantsprofiel Kees Smit

Melissa van der Kamp
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

Het is een terugkerend woord als ik met Kees Smit in gesprek ben over de geestelijke verzorging en zijn werk als voorzitter van de Commissie Geestelijke Verzorging (CGV). Uit alles blijkt dat hij deze rol met hart en ziel vervult. Niet in de laatste plaats gedreven door zijn eigen ervaringen als geestelijk verzorger bij Defensie. Kees stelt dat geestelijk verzorgers waardevolle gesprekspartners kunnen zijn voor gemeenten, omdat juist zij werken op het grensvlak van kerk en samenleving. Ik praat met Kees door over zijn gedrevenheid als voorzitter en wat het geestelijk verzorger-zijn voor hem heeft betekend.

Lees artikel
Wie mooi wil zijn moet pijn lijden

Wie mooi wil zijn moet pijn lijden

Jan Mudde
  • Ethiek

‘Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden’, het kan zomaar gezegd worden als iemand de wenkbrauwen epileert of zichzelf door waxen onthaart. Maar sommige mensen gaan heel ver om aan een schoonheidsideaal te beantwoorden – veel te ver. Zoek maar eens op lotusvoeten, Victoriaanse korsetten, tattoos, lip- en bilfillers en looksmaxxing. Toch hebben mensen die willen lijden om wat heet mooi te zijn iets voorbeeldigs, zeker voor Nederlandse christenen. 

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief