NGK en GKv: op zendingsgebied nooit echt uit elkaar

0

In 2016 promoveerde ds. Simon van der Lugt in de missiologie met een studie over het vrijgemaakte zendingsproject in het Rijnmondgebied onder de Surinaams-Hindostaanse Hindoes. Als missionair predikant was hij jarenlang bij dit project betrokken. Hij beschrijft de boeiende ontmoeting tussen gereformeerde christenen en deze Surinaamse migranten, die vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw naar Nederland kwamen. Twee religieuze subgroepen in de Nederlandse samenleving: de één autochtoon, geworteld in de heersende cultuur, de ander allochtoon, met een culturele achtergrond in India en Suriname.

Ik ga deze interessante studie niet bespreken, maar ik gebruik haar als voorbeeld van de veranderende vrijgemaakte wereld waar wij NGK’ers weer deel van gaan uitmaken. Ik concludeer dat de NGK die wereld op zendingsgebied eigenlijk nooit helemaal verlaten heeft.

Organisatie

Ik beperk me tot de kerkelijke zending. Er is natuurlijk ook veel zendingswerk dat niet kerkelijk georganiseerd wordt, niet onder een kerkordelijke structuur als een kerkenraad of synode. Dat brengt me op mijn eerste opmerking.

Vóór 1967 was er strijd binnen de GKv over de vraag wie verantwoordelijk is voor het zendingswerk. De (latere) NGK Kampen nam daarover een extreem standpunt in: uitsluitend de plaatselijke kerk is verantwoordelijk, ze kan slechts door andere kerken ondersteund worden. Binnen de GKv is zendingswerk wel bovenplaatselijk geregeld, via de classis of de synode. Van der Lugt beschrijft werk dat door kerken in het Rijnmondgebied in gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt gedaan.

De ontmoeting met niet-christelijke religies stond sterk
in het teken van ontmaskering

In de NGK wordt de soep intussen allang niet meer zo heet gegeten als hij wordt opgediend. Er functioneert al jaren een centraal overlegorgaan, waaraan alle kerken die in Zuid-Afrika werken deelnemen. Onlangs las ik dat de NGK-zending op landelijk niveau samengaat met de GKv-zending (Verre Naasten). Dat lijkt mij verstandig. Zendingswerk, zeker in de huidige fase, is gewoon te moeilijk en te verantwoordelijk om op plaatselijk niveau alleen gedaan te kunnen worden. Wat mij betreft is het conflict in de zending over kerkverband versus plaatselijke kerk verleden tijd.

Talige zending

Van der Lugt beschrijft hoe er binnen de GKv over allerlei zendingszaken gedacht werd gedurende de periode van onderzoek (1973-2006). Aanvankelijk zaten voornamelijk theologen aan de gesprekstafel. Andere wetenschappers die vreemde volken en culturen bestuderen, kwamen nauwelijks aan het woord, al waren de zendelingen als werkers in de praktijk zich natuurlijk van hun inzichten bewust.

Het missiologische accent lag op de verkondiging van het evangelie, de bekering van ongelovigen en de vergadering van gelovigen in kerken, om hen van het komende oordeel van God te vrijwaren. Zending werd al vroeg als missio Dei gezien, geworteld in de barmhartigheid van God, waaraan de kerk als vanzelfsprekend hoort deel te nemen. De ontmoeting met niet-christelijke religies stond sterk in het teken van de ontmaskering van de pseudo-openbaring, waarin we de hand van Satan hadden te zien. Een sterk antithetische zendingstheorie ging overigens samen met een respectvolle zendingspraktijk: andersgelovigen werden liefdevol benaderd.

Tegenwoordig voeren de andere wetenschappers ook het woord. Er is, denk ik, theologisch ruimte gekomen voor Gods algemene openbaring bij de beoordeling van andere religies. Daar wordt de zendingsbenadering minder antithetisch van, zonder dat de zendingsopdracht gecompromitteerd wordt. In de NGK ligt het niet anders.

Gelukkig wordt onze symboolarme traditie
communicatief rijker

Binnen de GKv was er theologische aandacht voor de zogenoemde hulpdiensten op het zendingsveld, die de NGK Kampen mordicus afwees: nee, zending is alleen Woordverkondiging. Ook binnen de GKv was er weerstand tegen zending met de daad, vooral als dat het primaat van zending met het woord bedreigde. De hulpdiensten stonden dan ook organisatorisch los van de zending. In de jaren negentig werd deze valse scheiding in beide kerken afgebroken. De theorie volgde de praktijk. Het geloof kan nu met woorden en met daden gedeeld worden.

Van der Lugt beschrijft hoezeer het werk onder de Surinaamse Hindostanen bemoeilijkt werd door dit accent op de taal als haast enige communicatiemiddel: door te getuigen, te verkondigen en te spreken moesten deze Hindostanen voor Christus gewonnen worden, ook al stond de grote meerderheid van hen cultureel daarvoor minder open, meer ingesteld op ritueel en ceremonies als ze zijn. Dit herken ik uit mijn eigen praktijk, al is onder de Zoeloes taal als communicatiemiddel van groot belang. Gelukkig wordt onze symboolarme traditie communicatief rijker.

Contextualisatie

Dat brengt me op de grootste verandering die zich binnen onze beide kerken voltrokken heeft: er is oog gekomen voor de invloed van contextualisatie op zendingswerk.

Niet alleen de Surinaamse Hindostanen in het Rijnmondgebied of de Zoeloes in Zuid-Afrika worden beïnvloed door hun culturele context, ook gereformeerde Nederlanders. En als gereformeerde Nederlanders dragen we het evangelie over op Hindostanen of Zoeloes. Dat zijn dus twee contexten: de gereformeerde traditie waarin we staan en de Nederlandse cultuur waarvan we deel uitmaken. Ze zijn niet identiek, al vallen ze gedeeltelijk samen. En óf dat het zendingswerk beïnvloedt!

Dit hermeneutisch bewustzijn in beide huizen van de Vrijmaking maakt bescheiden. We krijgen oog voor onze vooroordelen bij ons Bijbelverstaan en voor de historische vormen waarin wij het evangelie overdragen. Het maakt ons vooral verwonderd over Gods genade, die garant staat dat er toch vruchten groeien uit het zaad dat zo gestrooid wordt.

Gelijkwaardigheid

Het is goed dat we samen de oecumenische relaties met onze binnenlandse en overzeese zusterkerken gaan onderhouden en uitbouwen. Gelijkwaardigheid is de kernwaarde waar deze relaties om draaien. Het zal ons witte Nederlanders met ons onderbewust culturele meerderwaardigheidsgevoel lang niet altijd meevallen daaraan recht te doen. We zullen elkaar, ook hier, nog hard nodig hebben.

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Laat een reactie achter