“Ik weet het niet” – ook dat is spiritualiteit!

0

Op 26 mei verscheen een themanummer van OnderWeg over spiritueel bijtanken, met onder meer een bijdrage van Maarten van Loon over een spiritueel tekort in de GKv-traditie. Gert Zomer reageert erop.

Maarten van Loon bespeurt een spiritueel tekort in onze vrijgemaakte (en Nederlands-gereformeerde?) traditie. “Geloof zat en zit te veel in ons hoofd.” Hij constateert een sterke nadruk op de objectiviteit van het heil, die er echter toe heeft geleid dat onze spiritualiteit te veel in onze ratio is blijven hangen. Hij heeft de oplossing nog niet voor handen, zegt hij. Daarin proef ik een uitnodiging om verder met hem door te denken.

Ik haak aan bij wat hij aan het eind van zijn overwegingen heel kort beschrijft: zijn verlangen naar meer van de evangelische passie. Dit omdat hij ziet dat veel gemeenteleden spiritueel gaan bijtanken in diensten en op conferenties met meer sfeer en passie, waar ze in het hart geraakt worden.

Nu weet ik dat Maarten zeker niet zou willen pleiten voor een oppervlakkige ‘blijheids-spiritualiteit’. En ik weet ook dat in veel kerken van evangelische snit die oppervlakkigheid niet gepredikt wordt. Toch prikkelt het mij als ik lees over evangelische passie die we meer in de kerken moeten binnenhalen. Want er is meer dan gereformeerd of evangelisch. Ik wil graag boven die tegenstelling uit zien te komen.

Groen gras

Er is al jaren een breed verlangen naar meer beleving, blijheid en evangelisch enthousiasme in de kerkdiensten. Opwekkingsliederen worden al tijden met meer passie dan ooit gezongen in GKv- en NGK-diensten. Maar niet door iedereen. Er is meer!

Het gereformeerde flirten met de evangelische beleving lijkt een beetje op het spreekwoordelijke groenere gras bij de buren. We zien dat mensen massaal op het groene grasmatje van de buurman gaan liggen luieren. En dus moeten wij ons grasmatje net zo groen zien te krijgen, in plaats van dat we op zoek gaan naar onze eigen kracht. Die eigen kracht is wat mij betreft de breedte van de christelijke traditie van voor en na de Reformatie.

Wat gebeurt er als we de evangelische spiritualiteit van (wat ik nu maar even noem) een mooi en blij christendom omarmen als mogelijke aanvulling op ons spirituele tekort? Dan ruilen we de ene eenzijdigheid (rationalisme) in voor de andere (geloven is vooral leuk en mooi en…). En zoals dat gaat met eenzijdigheden, sluit je mensen buiten. Eenzijdigheid is altijd exclusief.

Ik verlang naar ruimte voor de breedte
van de christelijke spiritualiteit

Om in de metafoor van de groene grasmat te blijven: de realiteit is dat het gras niet altijd groen is. Er zijn droge periodes. Dan kun je sproeien wat je wilt, maar het blijft geel. Leven met God is onderweg zijn. En die weg voert Gods volk door woestijnen heen, waar inderdaad oases zijn met een heerlijk groen grasmatje waar je ziel verkwikt wordt, maar waar ook droge, hete, harde plekken zijn waar je ziel zich amechtig en wanhopig afvraagt of er ooit een eind komt aan het geestelijk droogstaan. Plekken waar God onnoemelijk ver weg is. Of moet ik zeggen: waar God ver weg lijkt? Want staan we ook daar niet oog in oog met God? Maar dan met kanten van een God die ondoorzichtig zijn, ontzagwekkend, verborgen? Ook dat is spiritualiteit! De spiritualiteit van Psalm 44: ‘Word wakker, HEER, waarom slaapt U? Waarom verbergt U uw gelaat?’

Wanneer we als reactie op de stroom mensen die we ‘verliezen’ aan blije evangelische gemeenten vooral die blijheid gaan adopteren of kopiëren, sluiten we opnieuw mensen buiten, namelijk de mensen die in een droge, dorre geloofsperiode zitten. Die dat blije niet kunnen meemaken omdat ze andere dingen aan hun hoofd of in hun hart hebben en daardoor even niet verder komen dan een vertwijfeld omhoog kijken: ‘God, waar bent U, ziet U mij niet?’ Mensen die zich hopeloos tekort voelen schieten als ze in een sfeer terechtkomen van ‘het is zo fijn en zo mooi als je in God gelooft’! Mensen die terecht aandacht vragen voor de klacht in de kerk en haar liturgie. Ook dat is namelijk spiritualiteit!

Niet-weten

Ik verlang naar ruimte voor de breedte van de christelijke spiritualiteit, waarbij niemand wordt buitengesloten. Waar naast ‘10000 redenen van dankbaarheid’ ook Psalm 44 gezongen wordt. Ik noem dat de breedte van de spiritualiteit van voor en na de Reformatie in de zestiende eeuw.

Van abt Antonius, de eerste woestijnvader (vierde eeuw na Christus), wordt het volgende verhaal verteld:

Eens brachten ouderlingen abt Antonius een bezoek, toen abt Jozef bij hem zat. De grijsaard wilde hen op de proef stellen. Hij legde hun een woord uit de Schrift voor en vroeg aan de jongeren wat dat woord betekende. En ieder sprak naar best vermogen. Maar de grijsaard zei tegen hen: ‘U hebt het nog niet gevonden.’ Ten slotte vroeg hij aan abt Jozef: ‘U, hoe verklaart u dat woord?’ En hij antwoordde: ‘Ik weet het niet.’ Daarop zei abt Antonius: ‘Juist, abt Jozef heeft de weg gevonden, want hij zei: “Ik weet het niet.”’

Ik denk ook aan een geschrift uit de veertiende eeuw met de titel Een wolk van niet-weten. In die wolk van niet-weten gaat een mens binnen als hij God wil ontmoeten. Allerlei menselijke zintuigen en kenvormen als gevoel en verstand, verbeelding en wil zijn niet geschikt om God te ontvangen. Alleen de ziel heeft de mogelijkheid om tot God te komen en Hem te beminnen. Kern van deze spiritualiteit is: ‘Zoek God zelf, niet wat je van Hem krijgt.’

Ik moest hieraan denken toen Wim H. Dekker in hetzelfde nummer van OnderWeg de spiegelende vraag opriep of we in het klooster of tijdens Opwekking wel op zoek zijn naar God. ‘Misschien gaat het ons veeleer om een vlucht uit de verveeldheid en troosteloosheid van ons geestelijke leven. Alsof onze ziel verwend moet worden in een spiritueel viersterrenresort.’ Gericht op wat we van Hem krijgen en niet op Hemzelf!

Exclusiviteit is wel het laatste wat Jezus
zijn volgelingen voorleeft

Ik zou willen dat dat ‘niet-weten’ veel meer deel gaat uitmaken van onze spiritualiteit. Dan sluiten we niemand buiten. Wil iemand juichen voor de Heer (hart)? Prima. Wil iemand studeren over de Heer (hoofd)? Helemaal goed. Wil iemand alleen maar vragen aan de Heer? Ook goed. Komt iemand niet verder dan staren naar boven en snapt hij niets van het leven? Ook helemaal goed!

In OnderWeg pleit Arie de Rover voor echtheid in preken en geloofsbeleving. Als je echtheid wilt, moet je onder ogen zien dat dit leven heel wat momenten kent dat een mens het niet weet. Maar dat betekent niet dat je op zo’n moment maar even in de wachtkamer moet gaan zitten totdat ‘het’ weer komt, waarbij ‘het’ de zekerheid, de blijdschap en het enthousiasme van het geloof is. Nee, ook dat niet-weten is echt geloven! Het is echt God in de ogen kijken wanneer Hij als een mysterie voor je staat! Ik verlang naar een kerk waar ook die rauwe echtheid van het geloof mag bestaan en in de liturgie een plek krijgt.

Als een kerk in die breedte gaat staan, is er plek voor iedereen. Het bewaart die kerk ook voor spirituele eenzijdigheden die uiteindelijk hun kracht zullen verliezen omdat ze exclusief zijn. En exclusiviteit is wel het laatste wat de mensen omarmende Jezus zijn volgelingen voorleeft.

Durven we het aan om God te ontmoeten, ook als Hij voor ons staat in een ontoegankelijk licht? Of als een niet te doorgronden almachtige en ontzagwekkende en eeuwige? Ook dat hoort bij christelijke spiritualiteit. En het houdt mij nederig.

Delen.

Over de auteur

Gert Zomer is predikant in de GKv en eigenaar van een bureau voor coaching en inspiratie.

Laat een reactie achter