‘Ik was een vreemdeling, en jullie…’

0

Gastvrijheid is urgent. In een versplinterde wereld vol eenzamen en vluchtelingen zijn er mensen nodig die hun hart durven te openen. Maar gastvrijheid kan nooit een zaak worden van de mensen die het slechtst nee kunnen zeggen. Gastvrijheid is niet primair een plicht. Het is een manier om God te ontmoeten.

Gastvrijheid in een ongastvrije wereld. Zie je in de vreemdeling die bij je aanklopt Jezus zelf? (beeld Jeroen Bakker)

Gastvrijheid in een ongastvrije wereld. Zie je in de vreemdeling die bij je aanklopt Jezus zelf? (beeld Jeroen Bakker)

Een paar jaar geleden zag ik een nieuwsitem over een pas geopend azc in Steenbergen. Een groep boze protestanten had zich bij het centrum verzameld. Een vrouw riep, bijna in tranen: ‘Ze begrijpen onze waarden gewoon niet, de Limburgse gastvrijheid en gezelligheid!’ Op de achtergrond gooiden mensen stenen naar het azc.

Het is zo absurd dat het bijna grappig wordt, maar het heeft me wel aan het denken gezet. Hoe kan het dat we ons zo onveilig voelen dat we juist die waarden vertrappen die we zo krachtig proberen te beschermen? Wat drijft mensen er in vredesnaam toe om stenen te gooien naar vluchtelingencentra, of zelfs brandbommen naar oorlogsslachtoffers?

Afgunst

We leven in een wereld met een zeer ongastvrije structuur. Dat lijkt misschien vreemd gezien onze mensenrechten, emancipatie en welvaart, maar er zit in onze cultuur een soort duistere spanning.

Gelijkheid is altijd het grote goed geweest van onze moderne, liberale samenleving. Als iedereen gelijke kansen zou krijgen en we vanuit gelijkwaardigheid met elkaar zouden kunnen concurreren, zouden we er allemaal beter van worden. Maar dat valt in de praktijk voor een groot deel van de mensen bar tegen. De kloof tussen arm en rijk is niet kleiner geworden, juist groter. Tegelijk is competitie meer dan ooit ons leven gaan bepalen. Of het nou gaat om werk, sociale status of liefde, de mensen om ons heen zijn onze concurrenten. Door ons ideaal van gelijkheid zijn we als het ware allemaal op dezelfde startstreep geplaatst, maar dat betekent ook dat de ander iemand is van wie je kunt verliezen. Een bepaald soort afgunst typeert daardoor onze tijd.

De filosoof Søren Kierkegaard heeft dit al aan het begin van de negentiende eeuw gesignaleerd. Hij noemt deze afgunst ‘ressentiment’. Filosofe Hannah Arendt heeft het begin twintigste eeuw over ‘negatieve solidariteit’. Natuurlijk zijn er andere krachten, andere idealen, hoop, medemenselijkheid, geloof. Maar de combinatie van dat gelijkheidsideaal met een competitieve structuur en een tegenvallende realiteit voedt constant de duistere onderstromen in onze cultuur.

Laat het ontwrichtende evangelie snijden
met het volle leven van alledag

Die onderstromen achtervolgen ons tot de dag van vandaag. Want in de praktijk is het natuurlijk helemaal niet zo dat iedereen gelijke kansen heeft. Die gelijke startstreep is een illusie. Het maakt nogal wat uit waar je geboren bent, wat je bagage is en wat je overkomt in je leven. Maar onze cultuur is juist door de gepretendeerde gelijke kansen genadeloos voor verliezers.

Ik denk dat we tegen die genadeloosheid moeten vechten. Daadkrachtig maar zorgvuldig moeten we onszelf proberen los te peuteren uit die structuur. Want als ik in de Bijbel lees, lijkt het silhouet van Gods koninkrijk er heel anders uit te zien.

Grotten

De Bijbel is een verhaal over vreemdelingen en verliezers. Probeer maar eens Bijbelse hoofdrolspelers te bedenken die níet vluchteling of vreemdeling waren. Voor mij was dat een eyeopener. Adam en Eva waren als ballingen verstoten uit de hof, Kaïn was tot zwerven veroordeeld. De aartsvaderen zijn nooit thuis geweest in het land van de belofte. Abraham was een zwervende Arameeër en Jacob een voortvluchtige. Jozef werd als slaaf verkocht. Het volk Israël was vreemdeling in Egypte en zwierf daarna door de woestijn. En ook toen het zich in het beloofde land had gevestigd, bleef vreemdelingschap een terugkerend thema. Bijvoorbeeld in het verhaal van Ruth, de Moabitische immigrante uit wie de dichter-koning David is voortgekomen, die op zijn beurt veel van zijn psalmen schreef toen hij op de vlucht was.

Denk ook aan de ballingschap en de diaspora. En zie het Nieuwe Testament: toen de Zoon van God zijn hemels thuis verliet, was één van de eerste dingen die Hij op aarde meemaakte een vlucht naar Egypte. Ook de apostelen trokken van hot naar haar. Verstrooiing bleef in de eerste eeuwen na Christus de standaardmodus van de kerk.

Juist de gastheer wordt door de ontmoeting verrijkt

Vreemdelingschap blijkt voor gelovigen de grondhouding van hun leven. Zelfs toen Gods volk meer thuis was dan ooit, in het beloofde land, werden ze door God vreemdelingen en bijwoners genoemd. En dat is nooit veranderd. Wij zijn vreemdelingen, te gast bij God. Dat kan niet zonder consequenties blijven voor de manier waarop we zelf omgaan met vreemdelingen.

Ontwrichtend

Voordat ik probeer te schetsen hoe onze omgang met vreemdelingen eruit kan zien, wil ik twee kanttekeningen plaatsen. Het eerste: het christelijk leven is niet in de eerste plaats een offer, maar een gift. Christen-zijn betekent niet dat je een extra lijst met eisen in je toch al veeleisende bestaan krijgt. Als de psalmist in Psalm 84 zegt dat hij liever bij God aan de drempel zit dan thuis is zonder God, dan is dat niet omdat je als gelovige nou eenmaal in de kou moet zitten, maar omdat het bij God echt beter toeven is.

Het evangelie is een goede boodschap. Een boodschap van hoop: als je leeft vanuit het evangelie, vorm je de voorhoede van een wereld zonder pijn en eenzaamheid. Gods koninkrijk draait de prioriteiten van het leven radicaal om en schopt onze ideeën over wat sterk en zwak is door elkaar. Het maakt de eersten de laatsten en de laatsten de eersten.

De tweede kanttekening: christelijk leven is ook gewoon leven in de realiteit van alledag. Het is gewoon naar je werk gaan, gewoon eten en gewoon slapen. Het is een leven met vriendschap, liefde, blijdschap en verdriet. De uitdaging is om dat schitterende maar ook verstorende evangelie je leven van alledag overhoop te laten gooien. Stukje bij beetje. We moeten zoeken naar manieren om het ontwrichtende evangelie te laten snijden met het volle leven van alledag, zonder afbreuk te doen aan één van beide.

De manier waarop de kerk dat vanouds heeft gedaan, is in ‘praktijken’: ruimtes die worden vrijgemaakt om het evangelie en het leven te laten snijden. De uitdaging van elke groep gelovigen is om in de eigen tijd en context dat soort praktijken vorm te geven, onder elkaar, richting anderen en richting God. Mijn voorstel voor onze tijd: zoek de ander op. De onbekende, de vreemdeling, degene die zwak is of er eigenlijk niet bij hoort. En leer in die ontmoeting zelf te leven vanuit het andere van het evangelie.

Urgentie

Ik heb veel geleerd van de katholieke priester Henri Nouwen. Met hem zou ik gastvrijheid vanaf een andere kant willen benaderen. Niet als een maatschappelijke, ethische of spirituele plicht, maar als een manier om God te ontmoeten. Nouwen heeft tijdens zijn leven steeds meer geleerd dat Gods zegen huist in zwakke mensen. Hij zegt: we moeten bij hen in de buurt blijven, niet omdat ze ons nodig hebben, maar omdat wij hen nodig hebben om van hen Gods zegen te ontvangen.

Wederkerigheid is de lakmoesproef
van christelijke gastvrijheid

Een terugkerend thema in de christelijke bezinning op gastvrijheid is dat de gastheer vaak meer ontvangt dan hij had kunnen denken, hoewel dat vaak een onverwachte vorm heeft. Gastvrijheid wordt gekenmerkt door een zegen die twee kanten op werkt. Dat zie je ook sterk terug in de Bijbelse verhalen die vorm hebben gegeven aan de christelijke praktijk van gastvrijheid. Denk aan Abraham in Mambre, aan Ruth of aan het verhaal van Elia en de weduwe van Sarefat. Wat in deze verhalen opvalt, is dat juist de gastheer door de ontmoeting verrijkt wordt. Dat motief zie je ook terug in het verhaal van de Emmaüsgangers.

Er treedt in de Bijbel een bepaalde vermenging van de gast- en gastheerrollen op. De gedachte dat in de vreemdeling Jezus zelf bij ons aanklopt, heeft christelijke gastvrijheid door de eeuwen heen een enorme spirituele urgentie gegeven. We hebben iets bij de vreemdeling te zoeken, omdat we daar onze Heer kunnen ontmoeten.

Waarschuwing

Om op een gezonde manier samen te kunnen zijn met anderen, moeten we eerst onze eigen eenzaamheid onder ogen zien. Volgens Henri Nouwen is er een beweging nodig in onszelf. Zolang we op deze aarde leven, kan de ander nooit volledig onze eenzaamheid wegnemen. Als je dat van de ander eist, veroorzaak je juist meer lijden. Maar als we onze eigen pijn en eenzaamheid erkennen, kunnen we alleen zijn op een manier die ruimte biedt voor samen zijn. Die vorm van alleenheid noemt Henri Nouwen ‘solitude’.

Theologe Christine Pohl verbindt daar een waarschuwing aan: als we ons proberen te verstoppen voor de realiteit van menselijke kwetsbaarheid en zwakte – of dat nou die van onszelf is of die van anderen – sluiten we juist de mensen buiten die het meest kwetsbaar en zwak zijn. Maar als je het lijden van jezelf onder ogen ziet, kun je ook het lijden van de ander met bewogenheid erkennen.

De monnik Thomas Merton brengt dit prachtig onder woorden. Hij zegt dat in de woestijn van compassie het dorstige land verandert in waterbronnen. Het is in die woestijn dat de armen alles bezitten. Dat hij spreekt over een woestijn en over armen laat zien dat compassie niet gemakkelijk is. Maar het is wel noodzakelijk als we ons niet willen laten meevoeren door de duistere onderstromen in ons hart.

De relatie tussen gast en gastheer is kwetsbaar voor die onderstromen. Ze is kwetsbaar voor corruptie door onvervulbare verlangens, ze is kwetsbaar voor de afgunst die tekenend is voor onze cultuur en ze is zeer kwetsbaar voor verborgen machtsspelletjes. Dat is zelfs nooit helemaal te voorkomen. Henri Nouwen is daar nuchter over. Wat er gebeurt op het podium van ons leven ziet er altijd beter uit dan wat er gebeurt achter de coulissen. Maar zolang we dat contrast onderkennen en blijven worstelen om het verschil zo klein mogelijk te maken, kan het contrast ons juist nederig maken. Het stelt ons in staat om anderen te helpen, terwijl we zelf niet volmaakt zijn.

Publiek

Om de spanning tussen onze compassie en onze onvolmaaktheid te minimaliseren, is het belangrijk dat er tweerichtingsverkeer is. Als degene die gastvrij is niet in staat is om ook dankbaar te ontvangen, als de gastheer niet ook vreemdeling kan zijn, creëren we alleen maar machtsstromen. Wederkerigheid is niet alleen een kenmerk van christelijke gastvrijheid, het is haar lakmoesproef.

Het is verder verstandig om vreemdelingen in eerste instantie te ontmoeten in een meer publieke setting. Dat kan iets van de vreemdheid van de ander wegnemen. Vroeger was gastvrijheid iets wat voor een groot deel in de publieke sfeer plaatsvond, met de kerk als belangrijke locatie. In de huidige tijd, waarin privé en publiek scherper van elkaar gescheiden zijn, is het zinvol om hier op een pragmatische manier mee om te gaan, want privacy vergroot de risico’s waarmee gastvrijheid gepaard gaat. Een pleidooi dus om in elk geval eerste ontmoetingen bewust in een meer publieke setting te laten plaatsvinden.

Hoewel het mogelijk is om voorzorgsmaatregelen te nemen, kan het risico van gastvrijheid nooit helemaal uitgevlakt worden. Volgens professor Martha Nussbaum is dat ook niet wenselijk, want als alle risico wordt vermeden, verliest menselijke deugdzaamheid een deel van haar waarde. Het is belangrijk om te erkennen dat gastvrijheid niet makkelijk is: het is hard werken, er is sprake van weinig controle en de resultaten zijn vrijwel niet te meten.

Duurzame gastvrijheid vraagt ook om een groot commitment aan een vaste plaats, iets waar we ons in de regel niet gemakkelijk bij voelen. En gastvrijheid heeft bepaalde financiële risico’s. Dat alles terwijl we vaak al behoorlijk gebukt gaan onder de last van ons eigen leven. Als we gastvrij willen zijn, moeten we dus onze prioriteiten herzien. Maar was dat niet juist het punt? Dat we dat prachtige evangelie ons eigen leven stukje bij beetje overhoop laten gooien?

Delen.

Over de auteur

Jeroen Bakker volgt een masteropleiding aan de TU in Kampen en deed onderzoek naar gastvrijheid.

Laat een reactie achter