Column: Abraham 2.0

0

Een paar weken geleden ontmoette ik hem: Abraham 2.0. We waren op reis met een bevriend Armeens echtpaar in Armenië. Hun grootouders waren voor de Armeense genocide (1915) gevlucht naar Koerdistan, hun ouders vluchtten naar Irak en zij zelf waren vanuit het Irak van Saddam Hoessein gevlucht naar Nederland. Steeds weer huis en haard verlaten om ergens anders opnieuw te beginnen. Maar nu kwamen ze thuis. Armeens bloed verloochent zich niet.

Verwonderd keken mijn vrouw en ik toe. Maar dat niet alleen, wij deelden ook steeds in de feestvreugde. Wat een hartelijkheid en gastvrijheid. Wij Nederlanders weten soms heel subtiel aan te geven dat we maar weinig tijd voor iemand hebben. Als iemand ‘s middags om half zes aanbelt, roepen we tegen elkaar: ‘Wie kan dat nou zijn, wat een onhandige tijd!’ Vervolgens doen we met een vriendelijk gezicht de deur open, heten de bezoeker welkom en zeggen: ‘Kom binnen, we gaan alleen wel zo eten…’ Fijntjes geven we daarmee aan dat de ander het kort moet houden.

‘Wie kan dat nou zijn, wat een onhandige tijd!’

Dat was anders toen we Abraham 2.0 ontmoetten. Hoog in de bergen, waar we met een plaatselijke chauffeur hortend en stotend doorheen reden, zagen we vele schaaps- en koeienkuddes, gehoed door herders. Wat een weidsheid en stilte. Plotseling week de chauffeur van het aloude pad af om naar een tent toe te rijden. Volstrekt onaangekondigd voor ons, maar ook voor de tentbewoners.

Allerhartelijkst werden we ontvangen. Binnen de kortste keren stond de tafel vol met fruit, salades, schapenkaas, verse honing, gebraden lamsbout, koekjes en snoepjes. De koffie pruttelde en de vriendschap werd geregeld beklonken met een glas wodka. De boodschap was duidelijk: ‘Wat een eer en genoegen om jullie hier te mogen ontvangen! Kom, we gaan lekker eten.’ Subtiel gaf hij aan dat we niet te snel weg moesten gaan.

Heerlijk om Abraham 2.0 te ontmoeten. Maar tegelijk ook confronterend, zeker als ik in de spiegel kijk. Hoe gastvrij ben ik zelf? Hoe strak is mijn agenda, ook privé? Jammer, want voor ik het weet, mis ik een engel (Hebreeën 13:2), en dat zou zonde zijn…

Delen.

Over de auteur

Roel Venderbos is deeltijd predikant van de NGK Kampen en deeltijd geestelijk verzorger in een verpleeghuis.

Laat een reactie achter