Selabassist James MacMillan over aanbiddingsmuziek

0

Een bassist is nooit de ster, maar staat altijd in dienst van een groter geheel. Selabassist James MacMillan past helemaal in dit plaatje, al wilde de in Amerika geboren muzikant voor zijn bekering rijk en beroemd worden in de rock-’n-rollwereld. Hij was een begenadigd bassist, maar aanbiddingsmuziek spelen in een kerk bleek andere koek. ‘Het ging opeens niet meer over mij. Ik was mijn houvast kwijt, ik moest opnieuw leren spelen.’

James MacMillan: ‘Bij de bas komen ritme en melodie bij elkaar. Je hebt veel invloed op de dynamiek, door precies de juiste noot op het juiste moment te spelen.’ (beeld Hendri Doornbos)

James MacMillan: ‘Bij de bas komen ritme en melodie bij elkaar. Je hebt veel invloed op de dynamiek, door precies de juiste noot op het juiste moment te spelen.’ (beeld Hendri Doornbos)

Zijn geboorteland mist hij niet, nee, met de huidige politieke toestanden. ‘It’s easier to love it from a distance’, zegt hij met een accent dat zijn afkomst niet verloochent. ‘Ik ben democratisch opgegroeid, maar heb Facebookvrienden aan de compleet andere kant van het spectrum. Je leert niets van vrienden met wie je het altijd eens bent. Dat is ook het mooie van naar de kerk gaan: daar word je geconfronteerd met andere meningen, je scherpt je aan elkaar.’

Nooit vergeven

James MacMillan (63) kwam in 2005 naar Nederland, nadat hij in een Amerikaanse kerk zijn Nederlandse vrouw Ester had leren kennen. In de afgelopen jaren was de bevlogen bassist te zien en te horen tijdens de zomerconferentie van New Wine, tijdens Credo Worship, bij Psalmen voor nu en in de Jeruzalemkerk in Amsterdam, en sinds 2010 ook bij muziekgroep Sela.

James heeft twee broers en twee zussen, hij is de middelste. Zijn vader werkte, zijn moeder was thuis, het klassieke plaatje van die tijd. Maar de muziek was er altijd al, vertelt James, nadat hij in zijn woonkamer in Houten de koffie heeft gebracht. James: ‘Mijn vader speelde graag orgel en dirigeerde koren. Daarvoor kwam hij wekelijks in de kerk. Veertig jaar lang heeft hij preken gehoord, maar nooit is hij tot geloof gekomen. Zijn eigen vader, een predikant, verdronk toen mijn vader 9 was. Dat heeft hij God denk ik nooit vergeven. Op zijn 21ste sloeg hij de Bijbel toch eens open. Hij las Job, vond het onzin en opende de Bijbel daarna nooit meer.’

Afschrikwekkend mes

De herinneringen die James heeft aan de kerk van zijn kindertijd gaan vooral terug naar de zondagschool. Die vond plaats in een kelder. James: ‘Aan de muur hing een schilderij van Abraham en Isaak, er was een afschrikwekkend lang mes te zien en donkere luchten op de achtergrond – fantastische geloofsreclame voor kinderen. Ik heb aan mijn broers en zussen gevraagd welke herinneringen zij aan de kerk van hun jeugd hebben: allemaal precies dezelfde.’

‘Mijn vader heeft dat God denk ik nooit vergeven’

Het zou nog jaren duren voordat James tot geloof kwam. Eerst was daar de liefde voor de muziek, vanaf zijn achttiende met name voor de basgitaar. ‘Aanvankelijk was ik toetsenist, maar dan wel een verschrikkelijk slechte, als ik mijn broer moet geloven. Zonder overleg verkocht hij mijn orgel, kocht van het geld een basgitaar en raadde me aan dat eens te proberen. Binnen zes weken stopte ik met mijn studie en speelde ik fulltime bas, ik vond het geweldig! Ik speelde mee met oude platen. Bij de bas komen ritme en melodie bij elkaar. Je hebt veel invloed op de dynamiek, door precies de juiste noot op het juiste moment te spelen. De bas is onmisbaar. Tegelijk is de bassist nooit de ster; je hebt een dienende rol. Dat past wel bij wie ik ben, ja, hoewel ik voor mijn bekering vooral rijk en succesvol wilde worden, via de muziek.

Ik heb dat ook geprobeerd. Ik ging met onze band naar New York, waar miljoenen bands een record deal probeerden te krijgen. Dat is ons in 1987 gelukt, bij BMG. Maar na onze eerste plaat viel de band door meningsverschillen uit elkaar. Verschrikkelijk vond ik dat. Een droom spatte uiteen, maar ook de vriendschappen binnen de band. Heel af en toe luister ik dat album nog, we waren een goede band.’

Kantelmoment

James ging als technicus aan het werk bij het mediabedrijf NBC in New York. De secretaresse van zijn baas sprak anderhalf jaar lang geregeld over haar geloof met hem. Dat kwam op het juiste moment, want zijn grote dromen waren voorbij: ‘De band was dus ontploft, maar ook mijn eerste huwelijk was maar van korte duur. Wat me aansprak in haar verhaal? Vooral dit: ze had iets vredigs over zich, terwijl ikzelf heel cynisch was geworden, juist niet vredig.

Na een tijdje ging ik naar haar kerk, de Redeemer Presbyterian Church van Tim Keller. Daar hoorde ik voor het eerst iemand op een voor mij relevante manier over de Bijbel praten, het raakte mijn leven. Bovendien vormt het evangelie bij Keller altijd het emotionele hoogtepunt van zijn verhaal, niet een sausje op het eind. In elk Bijbelverhaal zit een probleem, namelijk zonde, en Jezus is het antwoord op de zonde – zo preekt hij. Vervolgens is het antwoord nooit: go do better. Keller stuurt je nooit met het probleem naar huis om het vervolgens zelf maar uit te zoeken. Jij bent niet het antwoord, Jezus is het antwoord.

James MacMillan: ‘Soms voel ik gewoon dat er een soort eenheid ontstaat tijdens het spelen, ook tussen de mensen in de zaal of kerk.’ (beeld Henri Doornbos)

James MacMillan: ‘Soms voel ik gewoon dat er een soort eenheid ontstaat tijdens het spelen, ook tussen de mensen in de zaal of kerk.’ (beeld Henri Doornbos)

Eind jaren negentig, ik was 43 jaar, zat ik na een honkbalwedstrijd in de metro op weg naar huis. Midden in de menigte zei Jezus tegen me: Ik ben ook voor jou gestorven. Het was geen fluistering, maar een duidelijke indruk die ik kreeg. Het zou een kantelmoment blijken te zijn, terwijl ik toen al zes maanden wekelijks naar de kerk ging. Vanaf dat moment werd ik meteen genezen van vieze taal. Terwijl, daarvoor… I lived in New Jersey, you know what I’m sayin’?’ James gooit er ter illustratie wat Engelse scheldwoorden uit. ‘Daar komt bij dat ik er al gauw geen zin meer in had om tot ruim na middernacht rock-’n-roll te spelen in kroegen.’

Houvast

In het jaar 1999 stichtte Redeemer een gemeente in Hoboken, vlakbij Manhattan, waar James woonde. In deze gemeente kon hij zijn muziektalent kwijt op het podium. Inmiddels was hij een begenadigd bassist geworden, maar aanbiddingsmuziek spelen in een kerk bleek andere koek.

‘Kort samengevat: je speelt niet meer voor de glorie van jezelf, maar voor de glorie van God. Ik werd betaald om wekelijks met ervaren worship-muzikanten te spelen. Maar opeens ging het niet meer over mij, ik was mijn houvast kwijt, moest opnieuw leren spelen. Wat ik normaal altijd op het podium deed, werkte niet meer. Toen ik net in de kerk begon te spelen, stond er een bakstenen muur om me heen, dat was mijn ego. Elke week nam Jezus wat stenen weg, stap voor stap kwam ik dichter bij de gemeente. Ik leerde ook dat een fout maken niets uitmaakt. Bij een fout ga je je schamen, en schaamte en Jezus horen niet bij elkaar. Ik ontdekte de vrijheid van spelen voor Jezus, al heeft dat wel twee jaar geduurd.’

Tienerbands

‘Ik werk momenteel veel met tienerbands, vooral in onze NGK-gemeente in Houten. Ik vertel hun dat het niet erg is als je een fout maakt. Ik zeg tegen hen: als een bandlid een fout maakt, bid dan voor die persoon: “Vader, zegen hem.”’ Direct erachteraan, lachend: ‘“Want hij weet niet wat hij doet.”

‘Bij een fout ga je je schamen,
en schaamte en Jezus horen niet bij elkaar’

Werken met tieners is geweldig. Elke twee jaar start ik een nieuwe tienerband in onze kerk. Niet om op die manier het nieuwe Sela te creëren, maar ik zoek een manier om ervoor te zorgen dat er ook in de toekomst voldoende goede muzikanten zijn om de aanbidding in onze kerk te leiden. Voor de tieners is het ook goed; zij krijgen iets met de kerk op een leeftijd waarop tieners de kerk juist vaak de rug toekeren. Ik praat met hen, ontdek waar ze mee bezig zijn en bemoedig hen. Sommigen krijgen voor het eerst een compliment voor de manier waarop ze in een band spelen, en dan zie ik ze groeien.’

Dans

Het gesprek komt op de irritaties die je als muzikant kunt hebben als blijkt dat een combo of muzikant er weinig van bakt. Tegelijk is dat vooral míjn probleem, zegt James, en het lot van menig muzikant; al ziet hij ook gemeenteleden bij een foute inzet of valse noot weleens de wenkbrauwen fronsen. Maar als alles klopt, geniet hij intens. Als één van zijn tienermuzikanten opeens boven zichzelf uitstijgt, maar ook als hij zelf op het podium staat. ‘Van de toetsenist van Sela heb ik dit geleerd: een goed lied is een dans tussen melodie en tekst. En als het danst, kan het je aanraken. Soms voel ik gewoon dat er een soort eenheid ontstaat tijdens het spelen, ook tussen de mensen in de zaal of kerk.’

James pakt zijn gitaar erbij. ‘45 jaar geleden kreeg ik voor het eerst een bas in handen. Dat wowgevoel heb ik nog steeds.’

Delen.

Over de auteur

Wilfred Hermans is freelance journalist.

Laat een reactie achter