Merkbaar aanwezig

Myriam Klinker | 29 september 2018
  • Eyeopener

‘De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waarheen hij gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.’
(Johannes 3:8)

Wie zijn je ouders? Het antwoord op die vraag zegt veel over jou. Zo vader, zo zoon. Het klopt echt. Denk aan het liedje ‘Papa’ van Stef Bos. En dat van die spreekwoordelijke appel klopt ook. Als je een echte Jansen bent, heb je meestal eigenschappen die opvallend en kenmerkend zijn voor meneer of mevrouw Jansen. Maar wat als je geboren bent uit de Geest?

Dat klinkt best bijzonder: een geboorte uit de Geest. Hoe moet je je dat eigenlijk voorstellen? Dit beeld prikkelde ook Nikodemus, die volgens de overlevering van de evangelist Johannes een nachtelijk gesprek met Jezus voerde. Dat gesprek ging (in mijn vrije reconstructie) als volgt:

Nikodemus: ‘Rabbi, wij leden van het Sanhedrin weten dat U van God gekomen bent. In ieder geval is God met U, want anders zou U al die bijzondere dingen niet kunnen doen.’

Jezus: ‘Nikodemus, ik snap je nieuwsgierigheid. Jij wilt natuurlijk weten wie Ik nu eigenlijk ben en jij wilt wellicht meer van Gods rijk zien. Maar let op: dan moet je toch eerst van bovenaf geboren worden.’

Nikodemus (verbaasd): ‘Hoezo? Iemand die al op leeftijd is, kan toch niet terug de moederschoot ingaan en opnieuw geboren worden?’

Jezus (hoofdschuddend): ‘Je snapt Mij niet, hè? Ik bedoel dat je moet geboren worden “uit water en geest”. Dát heb je uiteindelijk nodig om het koninkrijk van God binnen te gaan. Kijk, wat uit mensen geboren wordt, is en blijft menselijk en dus vergankelijk. Maar wat uit geest geboren wordt, is geestelijk. Je hoeft niet zo verbaasd te zijn. Vergelijk het liever met de wind. De wind waait waarheen hij wil; je hoort wel zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij naartoe gaat. Zo is het ook met ieder mens die uit de Geest geboren is. Oorsprong en doel van dit geestelijke bestaan blijven mysterieus – dat is in Gods hand – maar de aanwezigheid van de Geest kun je wel merken.’

Nikodemus: ‘Mooi, mooi. Maar… hoe kan dat alles gebeuren?’

Jezus (alweer hoofdschuddend): ‘Jij bent een leraar van Israël en toch begrijp je die dingen niet? Wij spreken over wat We weten en getuigen van wat We gezien hebben, maar jullie accepteren ons getuigenis niet. Wanneer jullie Mij al niet geloven als Ik over dit soort zaken hier op aarde spreek, hoe zouden jullie Mij dan geloven als Ik over hemelse zaken spreek? Ik ben de enige ter wereld die hemelse dingen kan verkondigen, want Ik ben de Mensenzoon die vanuit de hemel naar de aarde kwam.’

Tot zover dit gesprek tussen twee collega’s. Collega’s, want ook al behoorde Nikodemus tot het Sanhedrin, hij benadert Jezus respectvol als rabbi en is erop gebrand om van Hem te leren. Nikodemus wordt hier neergezet als de Joodse leider die het eigenlijk had kunnen en moeten weten. Dat roept bij ons bij het lezen al heel snel een ‘wij weten het wél beter’-gevoel op. En dat is in zekere zin ook zo. Wij weten het beter, want wij hebben niet alleen het getuigenis van Jezus, die hemelse dingen verkondigde op aarde, maar ook het getuigenis óver Hem in de Bijbel. Wij leven na Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. Wat Nikodemus op zijn sandalen aanvoelde, is waar het Nieuwe Testament uiteindelijk over getuigt: Jezus is wel degelijk van God gekomen.

Tweede geboorte

Tegelijk wekken de vragen van Nikodemus sympathie op. Hoe zit dat precies met die tweede geboorte? Hoe moet je je dat voorstellen? Niet letterlijk in ieder geval… Het gaat niet om een geboorte ‘uit het vlees’ maar om een geboorte ‘uit de geest’, zegt Jezus. Om dat toe te lichten, verwijst Hij naar de wind (er staat pneuma in het Grieks, dat niet toevallig ook ‘geest’ betekent). Vanuit aards perspectief waait de wind waarheen hij wil. Maar als Jood gelooft Jezus dat God alles op aarde bestuurt, ook de wind (Job 37:9; 38:24; Spreuken 30:4; Prediker 11:4-5). Als aardling weet je niet waar hij vandaan komt of waar hij naartoe gaat. Toch is hij er wel. Dat kun je merken. Je kunt de wind horen – en ook voelen (zoals op Pinksteren, Handelingen 2:2). Zo, zegt Jezus, is het dus ook met ieder die uit de Geest geboren is.

(beeld Prixel Creative/Lightstock)

(beeld FotoEmotions/Pixabay)

Dat iemand uit de Geest geboren is, kun je merken – zonder dat je heel concreet weet hoe dit in zijn werk is gegaan en waar het precies op uitloopt. Dat is tenslotte Gods zaak. Kortom, met dit beeld van de wind verlegt Jezus de focus van Nikodemus: laat het mysterie bij God, maar wees gespitst op wat jij ervan kunt merken: het begin van nieuw leven!

Focus

Voor zover wij sympathie opbrengen voor de vragen van Nikodemus, is het misschien goed om naar aanleiding van Jezus’ reactie ook onze focus bij te stellen. Hoezo kun je opnieuw geboren worden? Hoe werkt de Geest precies? Wat gebeurt er eigenlijk als ik gedoopt word? Kan ik de werking van de Geest in mij voelen en hoe voelt dat dan? Of is de taal over de Geest gewoon een middel om iets uit te drukken? En zou ook de doop niet gewoon een vorm zijn om uiting te geven aan het feit dat wij bij God willen horen?

Dit soort vragen komt nog sterker op tegen de achtergrond van de manier waarop wij de werkelijkheid meestal begrijpen. Alleen wat natuurwetenschappelijk gesproken mogelijk is, komt binnen ons gezichtsveld. Je zou dat een mechanische en horizontale visie kunnen noemen. Daarin lijken wij op Nikodemus die meteen een bezwaar opwerpt: ‘Hoe kan iemand geboren worden als hij al op leeftijd is? Hij kan toch niet terug de moederschoot ingaan en opnieuw geboren worden?’ Maar dat is te klein gedacht over Gods werkelijkheid. Denk aan de wind. Je begrijpt misschien niet waar hij vandaan komt, maar je merkt hem wel. Bedenk: je bent slechts een stipje op de route van het koninkrijk. Wij hoeven niet precies te weten ‘hoe het werkt’, belangrijker is onze opmerkzaamheid.

Toekomst

We weten ook niet hoe het precies verder gaat. Want net als Nikodemus willen we zo ver mogelijk vooruit kijken: ‘Maar hoe kan dat alles gebeuren?’ En ook al weten we als volgelingen van de opgestane Heer meer dan Nikodemus in zijn tijd, en ook al is met de dood en opstanding van Jezus het koninkrijk in beginsel al aangebroken, als het over de voltooiing gaat, tasten we nog grotendeels in het duister. We bidden: uw koninkrijk kome, en vragen tegelijk: hoe lang nog, Heer? We worden opgeschrikt door oorlogen, aardbevingen of ziekten en vragen: hoe kan dit, Heer? Het is lastig om niet te weten en vooral om niet te be-grijpen. Maar de wind laat zich niet grijpen. De toekomst is in Gods hand.

Eén ding is wel zeker: wil je het koninkrijk binnengaan, dan moet je van bovenaf geboren worden, uit de Geest. Alleen dat heeft eeuwigheidspotentieel. Je eerste geboorte is maar een deel van de werkelijkheid, en wel het voorlopige deel. Vraag je dus steeds af hoe het zit met je tweede geboorte. Wees gespitst op de aanwezigheid van de Geest. Laat de Geest je vervullen, zou Paulus zeggen, en draag vrucht (Efeziërs 5:18; Galaten 5:22-23). Want op de route naar Gods koninkrijk ligt voor ons hier en nu de opdracht om in onze omgeving zelf merkbaar aanwezig te zijn. Of, beter gezegd, om Gods Geest in alles wat we doen en laten present te stellen. We zijn voor de tweede keer geboren, in een nieuwe familie. Als kinderen van de Vader mogen we, net als Jezus, zijn kenmerkende trekken vertonen. Want zo Vader, zo zonen en dochters, toch?

Om over na te denken of door te praten
Ben jij uit de Geest geboren? Laat je inspireren door wat Jos Douma hierover schrijft; zie goo.gl/rHqbA7.
Hoe kun je, heel concreet, in je dagelijkse doen en laten de Geest present stellen? En hoe is dat voor de mensen in je omgeving een kennismaking met je hemelse Vader?

Leestip
Koert van Bekkum e.a., Proeven van spiritualiteit. Bijdragen ter gelegenheid van 160 jaar Theologische Universiteit Kampen (TU-Bezinningsreeks nr. 15), Barneveld (Vuurbaak), 2014.

Over de auteur
Myriam Klinker

Myriam Klinker is universitair docent Nieuwe Testament.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief