Gerry Bos maakt zich op voor predikantschap in GKv

0

Gerry Bos-Kaptein (60) is kerkelijk werker in de NGK Hoogeveen en de GKv Dronten-Zuid. Ze is afgestudeerd praktisch theoloog met lokale preekbevoegdheid. Ze bereidt zich nu voor op het predikantschap via de kerkelijke route. Binnenkort hoopt ze dat af te ronden, waarmee ze een beroepbaarstellend onderzoek kan aanvragen en beroepbaar zal zijn als eerste vrouw binnen de GKv.

Gerry Bos-Kaptein: 'Ik was beduusd en in de war toen zelfs het predikantschap voor vrouwen voldoende voorstemmen kreeg. Opeens was de weg vrij!' (beeld Jaco Klamer)

Gerry Bos-Kaptein: ‘Ik was beduusd en in de war toen zelfs het predikantschap voor vrouwen voldoende voorstemmen kreeg. Opeens was de weg vrij!’ (beeld Jaco Klamer)

Hoe zou je jezelf omschrijven?
‘Dat vind ik een lastige vraag. Ik “word” vooral, in de omgang met anderen en in de omgang met God. Ik houd niet zo van stilstand of van: ik ben nu eenmaal zo. Verder ben ik geïnteresseerd in mensen en hun drijfveren en luister ik daar graag naar. Tegelijkertijd vind ik humor en relativering ook belangrijk.’

Wat drijft jou?
‘Dat vraag ik me eigenlijk nooit af, omdat er zo veel in mijn onderbewuste woelt dat ik er geen wijs uit kan worden. Een hoogleraar zei in een gesprek over verlangen naar het predikantschap tegen mij: “Als het bootje de zee ruikt, komt het er altijd wel, linksom of rechtsom.” Ik dacht toen: ik ruik de zee niet, want het zit potdicht in de kerk voor vrouwen. Maar ik móest naar de Synode van Meppel 2017, om de besprekingen over man/vrouw en ambt te kunnen volgen. Ik was beduusd en in de war toen zelfs het predikantschap voor vrouwen voldoende voorstemmen kreeg. Opeens was de weg vrij!

Pas later merkte ik hoe blij ik daarvan werd. En nog, ik kan wel dansen als ik bedenk dat ik dominee kan worden. Kennelijk zit er dus een sterk verlangen dat als drijfveer werkt. Maar het is moeilijk zo’n drijfveer of roeping te herkennen als het zo ter discussie staat. Mijn drijfveer als moeder was en is klip en klaar: onze kinderen een stevige ondergrond en een gelukkige jeugd meegeven. Daarvoor heb ik alles aan de kant gezet. Hetzelfde geldt voor ons huwelijk; trouw en liefde zijn de bodem onder het bestaan. Ik ben dankbaar voor wat we daarin gekregen hebben.’

Was het verlangen om predikant te worden er altijd al?
‘Dat denk ik wel, hoewel het verlangen in sommige periodes van mijn leven wel weg is geweest. Na de middelbare school ben ik theologie gaan studeren. Maar na twee jaar ben ik er met grote spijt in mijn hart mee gestopt. Ik werd verpleegkundige, en later journalist bij de EO. Ik heb het altijd jammer gevonden dat ik mijn studie niet heb afgemaakt, maar ik zag er geen brood in en liep daardoor vast toen ik jong was. Ik kon het niet overzien. Ik heb bij de EO een geweldige tijd gehad met fijne collega’s en prachtig werk, 28 jaar lang. Ons gezin groeide, we kregen drie zoons en een dochter. Maar na een burn-out in 2003 bleef ik achter met een toenemende slechthorendheid. Werken bij Radio 1 werd steeds lastiger.

Toen onze jongste zoon theologie ging studeren – hij woonde weer even thuis – merkte ik dat ik honger had naar zijn studieboeken. Ik begon vragen te stellen bij docenten. Tegelijkertijd was er een crisis in onze kerk en ik was betrokken bij het puinruimen. Ik merkte dat ik het erg fijn vond om iets concreets te doen in de kerk. Zo is het gekomen dat ik de stap zette om weer voltijds te gaan studeren. Ik hoopte daarmee hoe dan ook werk in de kerk te kunnen doen, want als ambtsdrager zou ik nooit ruimte krijgen, dacht ik.’

‘Ik kan wel dansen als ik bedenk
dat ik dominee kan worden’

Al tijdens je studie ging je aan de slag als kerkelijk werker, op twee plekken. Waarom?
‘Tot onze grote schrik raakte mijn man Jos eind 2014 werkloos. Ik had vrijwillig mijn prachtige baan bij de EO opgezegd en nu waren we opeens van tweeverdieners nulverdieners. En het eind van de studie was nog niet in zicht. Daarbij kon ik niet inschatten of ik wel werk zou kunnen vinden. Ik heb al aarzelend gesolliciteerd als kerkelijk werker voor één dag per week, dan kon ik de studie voortzetten in een wat lager tempo. Tot mijn grote verrassing kreeg ik de baan. Ik had opeens de gelegenheid om mijn studie toe te passen. Ik kon er zelfs preken, omdat deze NGK-gemeente niet om een preekconsent vroeg. Ik zie het als een zegen dat ik daar aan het werk mocht en nog steeds ben.

Toen kwam er een baan voorbij in een GKv, waar ik naast de parttime predikant mijn vleugels kon uitslaan in het pastoraat, als voorzitter van de pastorale kerkenraad en als gemeenteopbouwer. Hoewel ik eerst dacht: dan loopt mijn studie nog meer vertraging op, heb ik toch gesolliciteerd. Ook hier was ik verrast dat ik de baan kreeg en ik geniet er nog elke dag van. Studeren en werken is een ideale combinatie, omdat het elkaar voedt. Maar druk is het wel: 30 uur werken en 20 tot 30 uur proberen te studeren. Dit jaar heb ik de master praktische theologie afgerond en ik krijg nu de kans via de kerkelijke weg alsnog als predikant af te studeren, met volle medewerking van de Theologische Universiteit. Sinds dit jaar heeft Jos ook weer volop werk als zzp’er. We voelen ons gezegend door de weg die God hierin met ons gaat.’

Dat zijn nogal wat uren; hoe houd je dat vol naast andere verplichtingen?
‘Veel sociale contacten heb ik noodzakelijkerwijs op een laag pitje gezet. Dat voelt weleens eenzaam. Het voelt niet zo goed dat ik zo weinig tijd heb voor mensen in mijn omgeving en eigen gemeente. Ik zeg weleens: “Ik studeer theologie en mijn man is christen.” Hij snoeit dus wél de heg voor een oude overbuurvrouw en maakt gemakkelijker tijd voor anderen. Maar ik ben vastbesloten en krijg steeds de kracht om door te gaan. Het vraagt van mijn huwelijk en gezin zeker het nodige. Het vervelendst vond ik de druk op de kerstdagen: altijd tentamens vlak erna!’

Gerry Bos-Kaptein (op de foto tijdens een toerustingsavond voor ambtsdragers en toerusters in Dronten): 'Mensen voelen zich veiliger bij iemand die niet met boekenwijsheid aankomt, maar zelf ervaren heeft dat het leven en het geloof complex zijn, en zeker niet maakbaar.' (beeld Jaco Klamer)

Gerry Bos-Kaptein (op de foto tijdens een toerustingsavond voor ambtsdragers en toerusters in Dronten): ‘Mensen voelen zich veiliger bij iemand die niet met boekenwijsheid aankomt, maar zelf ervaren heeft dat het leven en het geloof complex zijn, en zeker niet maakbaar.’ (beeld Jaco Klamer)

Welke ‘nood’ onder kerkleden zie jij op basis van jouw ervaring?
‘In de GKv zie ik nogal wat mensen afglijden van de kerkgemeenschap, omdat ze er niet vinden wat ze zoeken. De bedoeling is dat we elkaar onze zonden kunnen belijden, dat we elkaar bemoedigen en verder helpen. Die intentie is er bij de meeste gemeenteleden wel, maar echte openheid en vertrouwen lijkt alleen tussen heel goede vrienden te realiseren. Er is veel behoefte aan goede relaties. Die kunnen helpen om een goede, duurzame en intensieve relatie met God te oefenen. Dit zie ik bij alle leeftijdsgroepen. Netwerken zijn veel losser dan vroeger, waardoor diepgang in relaties ontbreekt. Veel appjes om te bekijken en te beantwoorden, maar wie kent jou nou echt? En wie wil langdurig met je meelopen als jij treurig bent of het moeilijk hebt?’

Wat kun jij, met wie je bent, in het predikantschap kwijt?
‘Het is in dit werk noodzakelijk om levenservaring te hebben en goed te kunnen luisteren. Ik heb als interviewer veel gesprekservaring opgedaan en vaak mezelf bij de montage domme vragen horen stellen. Ook hoor je dan keihard terug of je echt luistert, of dat je alleen je eigen gedachtespoor volgt. Verder heb ik als reportagemaker veel complexe informatie moeten inkorten tot de essentie, die dan toch aansprekend moet zijn voor een breed publiek. Dat zijn vaardigheden die ik in het pastoraat en bij het preken maken goed kan inzetten.

‘Opeens waren we van tweeverdieners nulverdieners’

Daarnaast merk ik dat vrouwen het fijn vinden als er een vrouw op pastoraal bezoek komt. Verder denk ik dat mensen zich veiliger voelen bij iemand die niet met boekenwijsheid aankomt, maar zelf ervaren heeft dat het leven en het geloof complex zijn, en zeker niet maakbaar. Ik heb door schade en schande geleerd dat ik het niet maak, maar dat er wel altijd hoop is, omdat God ons leven en deze wereld draagt.’

Hoe leerde je dat?
‘Ik heb mij tot mijn 27ste niet goed gevoeld in het leven zoals het me gegeven was. Voor een deel ligt dat aan hoe ik op dingen reageer en hoe mijn gevoelsleven en gedachtewereld werken, voor een ander deel lag het aan gebeurtenissen en tekorten of wandaden van mensen. Maar altijd was er in de woestijn een mens die me een beker water aanreikte. Ik heb er geen geweldig zelfbeeld aan overgehouden; wat gebeurd is, is te diep ingesleten om niet meer lastig te zijn. Maar ik heb ook veel liefde en goeds ondervonden van mensen die God kenden. Zo iemand wil ik graag voor anderen zijn.’

Kon je toen ook steun vinden bij God?
‘In die tijd was iets wat ik op een moment van wanhoop las in Jesaja 45:18 heel belangrijk: God heeft de aarde niet als chaos geschapen. Want ik ervoer het leven wél als complete chaos. God was toen niet dichtbij, maar onbereikbaar ver voor me. Maar de gedachte dat Hij betekenis gaf aan deze rotwereld, dat Hij orde zag, werd mijn wandelstok. Daarmee kon ik doorgaan.

Op een ander moment werd ik geraakt door een gedicht van Piet Los. We hebben het een keer samen opgezegd voor de telefoon en hij had er veel plezier in dat het me aansprak en ik het uit mijn hoofd kende:

Kameel
God heeft mij na standvastig stuiken
der bulten door een naald
gehaald
Al heb ik als kameel gefaald
God kan mij nog
als draad
gebruiken.’

Wie is God voor jou, door dit alles heen?
‘God is – dat ontdek ik steeds meer – “een zeer overvloedige bron van al het goede”. Zo staat dat in onze belijdenis. Het schokte me toen ik dat voor het eerst las, want ik keek anders naar Hem. Ik stelde Hem – niet met mijn verstand, maar wel met mijn hart – nogal eens verantwoordelijk voor zaken waardoor ik ongelukkig was geworden. Ik vond Hem ook vaak doof en ver weg. Ik heb zelf intensieve pastorale begeleiding gehad op punten in mijn leven waar ik maar niet uit kwam. Dat heeft verstopte kanalen opengemaakt. Zijn liefde kan me nu bereiken. Ik ben daar diep dankbaar voor. Het motiveert me ook om zelf pastor voor anderen te willen zijn. Je mist zo veel als God ver van je af staat. Mijn geloof is zich meer gaan invullen met hoop en verwachting. Ik maak het niet, maar Hij wel!’

Delen.

Over de auteur

Elze Riemer is journalist en godsdienstwetenschapper, Leendert de Jong is hoofdredacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter