‘Doe er alles aan om de relatie goed te houden’

0

Als je kind niet meer gelooft, komen er veel vragen op je af. Praat je daar met ‘jouw’ jongere over? Zo ja, hoe doe je dat en hoe vaak? Hoe geef je het verdriet dat je voelt een plek in je leven? Moet je vooral loslaten? Is bidden het enige dat rest? OnderWeg praat hierover met orthopedagoog Yvonne Bijl, die vanuit haar opvoedpraktijk veel bezig is met geloofsopvoeding.

Yvonne Bijl: 'Praat met je kind over het geloof zoals je met hem of haar over voetbal praat.' (beeld Dick Vos)

Yvonne Bijl: ‘Praat met je kind over het geloof zoals je met hem of haar over voetbal praat.’ (beeld Dick Vos)

Vaak is het alsof er een taboe rust op ‘als je kind niet (meer) gelooft’, daar praat je als betrokkene niet over. Herken je dit?
‘Ik moet eerlijk zeggen: in mijn werk herken ik dit niet zo. Mensen komen bij mij met een hulpvraag en die gaat soms zeker ook over dit moeilijke onderwerp. Maar voor een bredere setting herken ik het wel: bij oudere generaties en sowieso in een kerkelijke gemeente is dit taboe er. En ook op de preekstoel komt het niet of nauwelijks aan de orde. Dat is jammer: er is zo veel behoefte aan echte geloofsopvoeding én aan aandacht voor het verdriet dat zoiets voor betrokkenen met zich meebrengt.’

Hoe zou het komen, zo’n taboe?
‘Aan de grote klok hangen of er in een grotere kring over spreken, is niet leuk en kan ingewikkeld zijn. Het is ook heel persoonlijk, dus ik begrijp het wel. Gelukkig zie je soms een positieve reactie op zo’n taboe: in een kerkelijke gemeente maakten wij mee dat er een aparte “twijfelkring” kwam, voor jongeren en ouderen die met twijfel en soms heel diepe geloofsvragen worstelden. Zoiets vind ik positief.’

Tot nu toe ging het over buitenshuis. Nu binnenshuis: een jongere in het eigen gezin is God kwijtgeraakt. Praat je er als ouder met hem of haar over, en ook: hoe of hoe vaak?
‘In het algemeen geldt: hoe meer je erover praat, hoe meer aversie. Wat ook belangrijk is: ga je er apart voor zitten of pak je het onderwerp op als het toevallig ter sprake komt? Het eerste werkt averechts. Want stel dat het een jongere betreft die al uit huis is en regelmatig een weekend thuiskomt. Dan is maar beperkte tijd beschikbaar. Als je juist dan kiest voor een bewust gesprek over het geloof, ook al is dit uit liefde, kan het zomaar zijn dat de ander dit als het “opleggen van iets” ervaart. Veel beter is het om tijdens zo’n weekend te laten zien wat God in jouw leven doet; daar zijn geen woorden voor nodig.’

‘Hoe meer je erover praat, hoe meer aversie’

Je hoort nogal eens dat juist rond dit thema verwijdering ontstaat tussen ouders en jongeren. Hoe komt dit?
‘Ik denk dat dit komt omdat het geloof zo veel terreinen van ons leven raakt. Het zit als het ware in het DNA van mensen die geloven. Daardoor merk je steeds: o, dit ligt net anders; over dit of dat onderwerp kunnen we niet meer praten zoals we dat eerder deden. Maar wat blijft staan, is de noodzaak om verbinding te zoeken. Alleen ligt die niet meer primair bij het geloof. Dus moet je op zoek naar een ander onderwerp – iets wat je met elkaar deelt, met elkaar meemaakt of meegemaakt hebt – dat verbinding geeft, dat je gemeenschappelijk hebt. Misschien kun je vandaaruit een link leggen met het geloof.’

Dat lijkt me nog niet zo makkelijk, om zo’n verbindingspunt te vinden.
‘Dat klopt. Eigenlijk zou je daar als ouders al vroeg mee moeten beginnen, om over van alles en nog wat te praten en dus óók over het geloof. Laat maar veel onderwerpen aan bod komen: sociale media, seksualiteit, waar kinderen bang voor zijn, voetbal, enzovoort. Praat daarover, dan komt er als vanzelf een moment waarop ook het geloof ter sprake komt.

Dit laatste geldt trouwens niet alleen voor het gezin. Het raakt ook de kerkelijke gemeente. Ook gemeenteleden hebben de taak om oog te hebben voor kinderen/jongeren in de gemeente. Praat met hen, toon belangstelling, vraag hoe het gaat, laat merken dat zij door jou gezien worden. Voor beide situaties geldt: bouw aan de relatie; God is een God van de relatie, niet van religie.’

‘Besef: je kind blijft niet door jouw toedoen
God vasthouden’

Even terug naar het gezin met een jongere die God kwijt is. Er zijn ouders voor wie een schuldvraag speelt: wat hebben wij verkeerd gedaan? Is zo’n vraag terecht?
‘Ik denk dat wij als mensen die opvoeden heel begrijpelijk druk voelen: ik moet het goed doen; ik wil zo graag dat mijn kind bij God blijft. Maar besef: je kind blijft niet door jouw toedoen God vasthouden. Natuurlijk kunnen er in de opvoeding dingen niet goed zijn (gegaan). Het kan zijn dat in het gezin sprake is geweest van een godsbeeld dat zo gesloten was dat een kind geen ruimte voelde voor iets anders. Wat ook heel belangrijk is, is de rol van een vader. Juist daarin kan als het om het geloof gaat veel fout gaan: God is immers onze Vader. Alleen al als er sprake is van gescheiden ouders – met een vader die meer op afstand is – kan het vaderbeeld bij kinderen en jongeren aardig verknipt zijn. Ik heb meegemaakt dat in een praatgroep over bidden en vasten de vraag gesteld werd: wie heeft moeite met het beeld van God als Vader? 80 procent antwoordde bevestigend.’

Iemand heeft gezegd: wie liefheeft, kan pedagogisch niet schuldig zijn. Wat vind je van die uitspraak?
‘Ik ben het daar niet helemaal mee eens. Je bent je niet altijd bewust van dingen, ook niet als jij je kind liefhebt. Toch kan iets dan niet goed gaan. Ik denk dat de schuldvraag, of in die uitspraak het woord “schuldig”, niet aan de orde is. Blijf maar weg van schuld als het om dit soort dingen gaat. Ik zou het liever zo zeggen: wie zijn of haar kind liefheeft, stelt zich ook een keer de vraag of iets misschien anders of beter had gekund. Of vraag eens aan een jongere: wie is God voor jou? Dan bouw je aan relatie; dan weet je waar je kind zit. Gooi het open.’

Yvonne Bijl: 'Breng de jongere elke dag voor de troon van God.' (beeld Dick Vos)

Yvonne Bijl: ‘Breng de jongere elke dag voor de troon van God.’ (beeld Dick Vos)

Even naar een gezin dat nog volop met opvoeden bezig is. Welke tips heb jij voor de ouders als het om (geloofs)opvoeding gaat?
‘Praat met je kind over het geloof zoals je met hem of haar over voetbal praat. Tweede tip: kinderen kunnen enorme vragen stellen over het geloof, vaak vanuit hun creativiteit. Laat die vragen maar staan en ga die niet wegredeneren met dogmatische antwoorden. Stop God niet in een hokje, daar doe je Hem, jezelf en je kind tekort mee. Als een kind vraagt hoe de hemel eruitziet, maak dan allebei een tekening over hoe je denkt dat de hemel eruitziet. En ga daarover met elkaar in gesprek.’

Terug naar ouders met een jongere die God kwijt is. Wat doe je dan: is het vooral een kwestie van loslaten, bij God neerleggen, bidden, of…?
‘Het gebed is een krachtig wapen. Natuurlijk weet een christen dat, maar toch merk ik dat het nog weleens onderschat wordt. Daarom zou ik zeggen: breng de jongere elke dag voor de troon van God.

Voor wat betreft loslaten: ja, dat is goed, maar dan in deze zin: zit er niet meer zo bovenop. Bij jouw kind gaat het immers om een volwassen mens die zelf verantwoordelijk is, dus laat in die zin los en besef tegelijk dat God hem of haar niet loslaat. Laat zien wat er in je hart leeft. Wees je bewust van je voorbeeldfunctie. ‘s Avonds aan tafel Bijbellezen en vervolgens over iemand anders roddelen is niet oké. Natuurlijk kun je niet perfect zijn, maar wees wel oprecht. De laatste tip: doe er alles aan om de relatie goed te houden. Sta net als de vader in de gelijkenis van de verloren zoon altijd klaar om je kind opnieuw te ontvangen; op deze manier leef je als het ware Christus.’

Er is een boek over deze thematiek met als titel Waar geen troost voor is. Zeg jij dat het boek na?
‘Ik zou het anders willen zeggen: als alleen hoop overblijft. Hoop, want het is voor God immers nooit te laat. Tegelijk: het blijft moeilijk. Want het is ook weer niet een wet van Meden en Perzen: als jij loslaat en bidt, dan komt het wel goed. Dus kan ik me de angst van ouders voorstellen: hoe gaat het met mijn kind in de eeuwigheid? Dan denk ik: hoe God in de eeuwigheid handelt, is niet aan jou. En weet dat één ding blijft staan: God kent jouw kind. Hij stáát er.’

Dit artikel komt uit het nieuwste nummer van OnderWeg, dat verschijnt op 13 oktober. Thema is geloof en geloofsverlating. Benieuwd naar het hele nummer? Neem voor 1 november een gratis proefabonnement en ontvang dit nummer als welkomstgeschenk.

Delen.

Over de auteur

Leendert de Jong (GKv) werkt in de media en is hoofdredacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter