Plaats ons niet in de ring

0

‘Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.’ Wat bid je eigenlijk als je dit vraagt? Is het God die beproeft en de duivel die verzoekt?

(beeld Zemler/Shutterstock)

(beeld Zemler/Shutterstock)

Sinds Jezus zijn leerlingen het Onzevader leerde, leven er vragen rond de bede ‘leid ons niet in verzoeking’. Bij de revisie van de NBV is de vertaling ervan opnieuw een issue. En paus Franciscus heeft er een wereldwijde discussie over aangeslingerd. Dat christenen hierover onzeker zijn, is niet zo vreemd. Als je bijvoorbeeld je baan verliest, verlies je die dan omdat God wil zien waar je echt op vertrouwt? En als je ziek wordt, doet God je dat dan aan of zit de duivel erachter? Kan God mij laten twijfelen om mij uit te testen?

Lastige vragen, waarop we graag een antwoord willen hebben. Extra lastig is dat we vaak geen antwoord krijgen. In de Bijbel wordt namelijk niet elke keer verteld of het God is die iets doet of dat de duivel erachter zit. Ook wordt niet altijd duidelijk waarom iets gebeurt, of waartoe. Dat komt onder meer doordat in het Grieks geen onderscheid wordt gemaakt tussen beproeven en verzoeken. Bij zowel God als de duivel wordt het woord peirazo gebruikt, dat allereerst ‘testen’ betekent. Soms is door de context duidelijk wie degene is die test, maar vaak ook niet, zoals bij het Onzevader.

Rollen

Om Jezus’ woorden goed te begrijpen, zou het helpen om minder vaak onderscheid te maken tussen verzoeken en beproeven. Want met dat onderscheid doen vertalers net alsof het helemaal duidelijk is wie er test, terwijl dat in de Bijbel en in ons eigen leven vaak niet zo is.

Wat ook kan helpen, is dat we de rollen in een test goed onderscheiden: wie is God, wie is Satan en hoe gedragen wij ons? Daarvan geeft God in zijn Woord een eenduidig beeld. God test mensen om te zien of ze op Hem vertrouwen en of ze zich houden aan zijn verbond. Hij doet dat als een Vader die zijn kind nooit boven zijn kunnen zal testen (1 Korintiërs 10:13). Als mens kun je op Hem vertrouwen, zoals Abraham toen hij Isaak moest offeren (Genesis 22). Als mensen God uittesten, zoals de Israëlieten dat deden (Exodus 17), is dat ongepast en zondig.

Boksen met God betekent iets heel anders
dan boksen met Satan

Satans rol in de test wordt in de Bijbel telkens meer geopenbaard. Volgens het Oude Testament is God degene die voornamelijk test, maar in het Nieuwe Testament wordt testen vaak verbonden aan het werk van de duivel. Hij wordt zelfs de ‘tester’ genoemd (Matteüs 4:3 en 1 Tessalonicenzen 3:5).

In heel de Schrift worden alleen rechtvaardigen getest, zodat ze standvastigheid leren. Het Nieuwe Testament beschrijft daarbij de rol van Jezus als onze voorganger die de test heeft doorstaan.

Knock-out

Om de verschillende rollen in de test te begrijpen, zou je het werkwoord ‘testen’ eens kunnen veranderen in ‘boksen’. Meteen wordt duidelijk dat boksen met God iets heel anders betekent dan boksen met Satan. God is bij het boksen als een coach voor de gelovige, de leerling. Hij zal zijn leerlingen nooit knock-out slaan, maar is er juist op gebrand dat ze staande blijven tijdens het ‘sparren’ met Hem. Als coach wil Hij zijn leerlingen beter maken.

In de relatie tussen coach en leerling is vertrouwen een belangrijk begrip. Als de leerlingen hun coach vertrouwen, kunnen ze stevig trainen, soms zo stevig dat de coach hun tegenstander lijkt. Maar de leerlingen weten dat de coach hen nooit te zwaar zal laten trainen en hen altijd zal helpen. Als de leerlingen de coach niet vertrouwen, werkt de training niet. Dan zullen de leerlingen steeds bang zijn dat de coach met verkeerde motieven tegen hen bokst.

Er is één tegenstander tegen wie
geen enkele leerling wil vechten

Boksen met Satan is iets wat je echt niet wilt. Hij is een geduchte tegenstander, die door een simpele leerling niet verslagen kan worden. Aan de ene kant is hij eropuit om de leerlingen knock-out te slaan. Aan de andere kant wil hij voorkomen dat de leerlingen beter worden en probeert hij de relatie tussen de leerlingen en en de coach te dwarsbomen.

Naast deze tegenstander lopen leerlingen ook telkens tegen zichzelf aan. Vertwijfeling, uitputting en afleiding komen telkens om de hoek kijken. Uithoudingsvermogen is nodig. Daarbij is de kampioen een grote motivator: Jezus. Hij helpt de leerlingen door zijn voorbeeld en aanwijzingen. Tegen Hem kunnen zij opkijken en door Hem krijgen ze hoop.

Verbandtrommel

Om het Onzevader in deze boksmetafoor in te passen, moeten we opmerken dat Jezus ons leert te bidden dat iets níet moet gebeuren – aan een test onderworpen worden – en dat iets wél moet gebeuren – verlost worden van het kwaad. De test en het kwaad zijn door het woordje ‘maar’ direct met elkaar verbonden. ‘Breng ons niet in een test (van het kwaad), maar red ons van het kwaad’ zou wat mij betreft een goede weergave van het Grieks zijn.

Vervang nu eens ‘test’ door ‘ring’. In deze boksring worden soms wedstrijden gevoerd, vaak om te trainen en zodoende beter te worden in het boksen. Niet dat het er dan liefelijk aan toegaat; het blijft boksen. Maar in elk geval weten de leerlingen dat de coach hen altijd zal bijstaan en klaarstaat met water, een handdoek en een verbandtrommel. De coach kiest ook tegenstanders. Die tegenstanders kunnen de leerlingen wel pijn doen, maar nooit zo erg dat iemand knock-out gaat.

Er is één tegenstander tegen wie geen enkele leerling wil vechten, Satan. Desondanks dringt hij telkens de ring binnen, schreeuwend om een gevecht. Op die momenten lopen de leerlingen naar de coach en smeken: ‘Plaats ons niet in de ring!’ En steevast kijkt de coach zijn leerlingen aan en zegt: ‘Nee, Ik zal jullie niet tegenover hém in de ring plaatsen, dat hoeft ook niet. Jezus heeft hem verslagen.’

Delen.

Over de auteur

Arjo Riemer studeert theologie met een specialisatie in Bijbelwetenschappen.

Laat een reactie achter