‘Zien hoe God in mensen werkt, dat is hoop’

0

Voor Frans en Teuny van Hoffen (beiden 76 jaar) heeft hoop alles te maken met hun geloof. ’Elke dag beginnen we met God’, vertelt Frans. ‘Onze grootste rijkdom is als onze kinderen God leren kennen en vooral ook Hem mogen ervaren in hun leven.’

Frans en Teuny van Hoffen.

Frans en Teuny van Hoffen.

Frans en Teuny kregen 7 kinderen, 27 kleinkinderen en zelfs al een achterkleinkind. Teuny: ’Als we naar onze kinderen en kleinkinderen kijken, hebben we alleen maar reden tot dankbaarheid. Tegelijkertijd zien we ook van alles om ons heen waar we ons zorgen om maken. Er is zo veel welvaart, iedereen heeft het zo goed. Dan kunnen we God zomaar vergeten en denken dat we het zelf wel kunnen. Dus bidden we veel voor onze (klein)kinderen. Niet zozeer dat het hun goed gaat in materieel opzicht, maar goed in de betekenis van het allerbelangrijkste, dat ze God mogen leren kennen en ervaren in hun leven.’

Frans wijst als voorbeeld op Monica, de moeder van kerkvader Augustinus. ‘Zij bad veel voor Augustinus. Toch ging hij eerst nog heel verkeerde kanten op. Maar ze geloofde wat iemand tegen haar zei: “Een kind van zo veel gebeden, kan niet verloren gaan.” Dat gevoel en vertrouwen hebben wij als gelovige ouders ook, dat God je kinderen vasthoudt.’

Inloophuis

Het hart en huis van Teuny en Frans staan ook open voor mensen aan de rand van de samenleving. Onlangs woonden ze de begrafenis bij van één van die nieuwe vrienden. Voor Teuny en Frans was zijn terugkeer tot God een gebedsverhoring. Teuny vertelt: ‘Het was een bemoedigende begrafenis. Het was zo mooi dat we er als gemeente ook voor hem waren.’

Volgens Frans werkt Teuny als een magneet op mensen van de straat. ‘Zij trekt naar hen toe en zij trekken naar haar toe. Dat heeft niet iedereen.’

Teuny werkte jarenlang als vrijwilliger bij De Tweede Mijl, een inloophuis voor zwervers en verslaafden in hartje Amsterdam. ‘Toen ik vanwege mijn leeftijd met dit werk moest stoppen, bad ik tot God: ik heb nu deze ervaring, mag ik er ook verder mee? En kijk, er komen telkens mensen op ons pad die Gods liefde en dus ook onze liefde zo nodig hebben. We zien dan mensen zomaar weer opbloeien. Als je vraagt wat hoop voor ons betekent, dan zeg ik: zien hoe God in mensen werkt. De Heer Jezus deed immers vaak niet anders. Hij kwam naar deze wereld om juist het verlorene op te zoeken: tollenaars, hoeren en allerlei andere mensen die een zondig leven leiden. Mensen die om allerlei redenen door de gemeenschap uitgespuwd worden. We zien telkens weer dat God een nieuw begin met mensen maakt.’

Delen.

Over de auteur

Annemarie van den Berg-Nap is journalist en cultureel antropoloog.

Laat een reactie achter