Antimigrant

Bob Wielenga | 20 december 2018
  • Blog

Antimigranten zijn boeren, burgers en buitenlui die mordicus tegen de aanwezigheid van migranten in hun midden zijn. Maar angst is een slechte raadgever. In Zuid-Afrika leidt xenofobie regelmatig tot uitbarstingen van geweld tegen migranten, waarbij talloze doden vallen. Zo ver gaan de antimigranten in Nederland gelukkig niet.

Onbekend maakt onbemind: wat de boer niet kent, lust hij niet. Hij wil geen vreemden op zijn erf. Afkeer van het onbekende slaat vaak om in vrees voor wat vreemd is, zeker als de migranten zo massaal neerstrijken als in 2015 het geval was. Dat voelt bedreigend, vooral als het onverwacht en zonder ruggespraak met de plaatselijke bevolking gebeurt, in landelijke streken of in achterstandswijken.

De komst van moslimmigranten voert de angst nog verder op; allemaal hebben we de beelden op ons netvlies van de terroristische aanslagen die uit naam van de islam gepleegd worden. De antimigrantenstemming is dan uiting van de oprechte zorg van burgers die zich in de steek gelaten voelen in een steeds sneller veranderende samenleving.

Onze nationale identiteit is niet
doorslaggevend voor ons pelgrims

De overheid is verantwoordelijk voor de veiligheid van haar burgers en voert beleid dat vrede in de samenleving bevordert. Hierover bestaan wel kritische vragen. Vaart de burger wel bij het migratiebeleid van de overheid? Doet de overheid iets tegen de soms populistisch opgeblazen antimigrantenstemming in het land, waardoor medemensen uit den vreemde in een uitzichtsloos donker gat terechtkomen?

Een andere vraag is: welke rol speelt de kerk in de rond dit thema sterk gepolariseerde samenleving? Kan zij iets doen tegen de migrantenvrees onder de burgers?

Pelgrims

De PKN wil duidelijk bijdragen aan het wegnemen van de migrantenvrees, te beginnen onder gelovigen. Zij wil het negativisme rond migranten laten omslaan in een positieve benadering vanuit de Bijbel. Daarom gaf ze het boek Van migrant tot naaste. Plaatsmaken voor jezelf uit, geredigeerd door René de Reuver en Dorottya Nagy. Dit is een waardevolle bundel met Bijbels-theologische studies over migratie, portretten van migranten in woord en beeld en vooral ook interviews met deskundigen.

De kern van de christelijke boodschap is dat we God liefhebben en onze naaste als onszelf. Dat kunnen we alleen omdat God ons eerst heeft liefgehad en in Jezus Christus zijn liefde voor ons concreet heeft laten zien. Als gelovigen staan we hierdoor anders in het leven. We zijn burgers en buitenstaanders in de samenleving, met een paspoort en een doopbewijs. Onze nationale identiteit, wat die ook precies inhoudt, is niet doorslaggevend voor ons pelgrims, op weg naar een ander vaderland. Christenen staan per definitie kritisch in hun eigen cultuur, al maken ze er ook deel van uit.

Zei Angela Merkel niet terecht:
jullie moeten meer naar de kerk gaan?

De nadruk op onze identiteit als christenen is het sterke van dit boek. Het komt in alle bijdragen terug. Dat maakt het mogelijk om migranten zonder vrees lief te hebben. We ontvangen hen gastvrij en komen op voor hun rechtvaardige behandeling door de overheid. Samen met hen die zich hier blijvend mogen vestigen werken we aan een vreedzame samenleving. Ook in de ontmoeting met moslims is er geen reden voor angst: als medemensen zijn we naasten van elkaar.

De liefde van Christus dringt ons om naar hen om te zien en te proberen vormen van samenleven te ontwikkelen. Liefde overwint de angst! De vraag is echter: hoe sterk is ons geloof? Zei Angela Merkel niet terecht tegen de critici van haar uitspraak ‘Wir schaffen das!’: jullie moeten meer naar de kerk gaan? De kerk inspireert gelovigen om als burgers deel te nemen aan het migratiedebat. Maar dat niet alleen: we gaan ook concreet aan de slag om een verschil te maken. Zo laten we in onze wijk of ons dorp zien hoe migranten en burgers samenleven en kunnen werken aan een betere samenleving. Gelovigen laten zien hoe het kan. Wie de kerstmigrant Jezus Christus als zijn Heer volgt, kan geen antimigrant zijn.

Profetisch

We moeten de rollen van de kerk en de overheid wel uit elkaar houden. Daarin stemmen de medewerkers aan deze studie overeen. Hoe waterdicht de scheiding tussen kerk en staat echter moet zijn, is een punt van discussie. De één gaat uit van een tweerijkenleer, die de kerk ervan weerhoudt om de overheid aan te spreken op haar beleid. Er is wel weer ruimte voor het persoonlijke initiatief om migranten in nood te helpen. De ander ziet wel ruimte voor de kerk om aanvechtbaar migrantenbeleid van de overheid aan de kaak te stellen.

De kerk staat voor een menswaardige behandeling van migranten, ook als ze uitgeprocedeerd zijn. De overheid heeft de taak het migratievraagstuk op te lossen met het oog op een veilige samenleving. De kerk kan zich echter profetisch geroepen weten het concrete beleid tegen Bijbels licht te houden. De kerk heeft haar Woordbediening ook in het publieke domein uit te oefenen, zolang daar ruimte voor is, zoals in ons land het geval is.

Geïnspireerd door het evangelie dat wij in de kerk horen, gaan we als burgers aan de slag. In de politiek, maar ook in de praktijk. Een christen kan geen antimigrant zijn. Hij volgt de kerstmigrant, die aan het kruis zijn leven aflegde om ook dat van migranten te winnen.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Predikantsprofiel Kees Smit

Predikantsprofiel Kees Smit

Melissa van der Kamp
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

Het is een terugkerend woord als ik met Kees Smit in gesprek ben over de geestelijke verzorging en zijn werk als voorzitter van de Commissie Geestelijke Verzorging (CGV). Uit alles blijkt dat hij deze rol met hart en ziel vervult. Niet in de laatste plaats gedreven door zijn eigen ervaringen als geestelijk verzorger bij Defensie. Kees stelt dat geestelijk verzorgers waardevolle gesprekspartners kunnen zijn voor gemeenten, omdat juist zij werken op het grensvlak van kerk en samenleving. Ik praat met Kees door over zijn gedrevenheid als voorzitter en wat het geestelijk verzorger-zijn voor hem heeft betekend.

Lees artikel
De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

Lyanne De Haan-Wilts
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Anders dan de naam doet vermoeden, is de Kleine Kerk in Steenwijk met ruim 400 leden niet per se klein te noemen. Maar het gebouw is kleiner dan de Grote Kerk in Steenwijk, het gebouw, hemelsbreed 200 meter verderop, waarin de PKN kerkt. ‘Maar’, merkt Rick Winters op, ‘zij hebben op papier meer leden, dus zijn ook wat dat betreft een grote kerk. Toch denk ik dat er op zondag meer mensen bij ons zitten’.

Lees artikel
Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Wilmer Blijdorp
  • Leespreek

In de rubriek leespreek publiceren wij een preek geschikt voor persoonlijke meditatie, ter bespreking op een Bijbelstudiekring of voor gebruik in de eredienst. In het laatste geval dien je altijd eerst contact met de auteur op te nemen om toestemming te verkrijgen. Bij deze preek is een PowerPoint-presentatie beschikbaar die je kunt opvragen bij de auteur. Deze preek van ds. Wilmer Blijdorp (verbonden aan NGK Barneveld-De Burcht) vertrekt vanuit het eerste vers van 1 Korintiërs 14. Een Bijbelvers dat vaak misbruikt of genegeerd is: ‘Richt je op de gaven van de Geest, vooral op die van de profetie.’ Op een nuchtere en tegelijk spannende manier, gelardeerd met diverse herkenbare voorbeelden, daagt Blijdorp zijn hoorders uit om toch vooral opmerkzaam te zijn op momenten waarop God in het hier-en-nu tot ons spreekt. En, in een vervolgstap, maakt hij hen ook bewust van het feit dat God ook door ons heen wil spreken.

Lees artikel
De belijdenis over de zondeval en wat er op het spel staat

De belijdenis over de zondeval en wat er op het spel staat

Marinus de Jong
  • Vitaal belijden

In het meinummer van Onderweg verdedigde ds. Ulbe van de Meer zijn exegese van Genesis 3. In tegenstelling tot de synode van Assen in 1926 claimt hij dat de slang niet gesproken heeft en dat het schadelijk is om dat te blijven zeggen. In het hoofdredactioneel in dat nummer constateert de hoofdredactie dat Van de Meer en met hem anderen op dit punt afwijken van de belijdenis. In deze bijdrage werk ik dat nader uit. Wat zegt de belijdenis eigenlijk op dit punt? En wat staat daarbij op het spel?

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief