‘We hebben geen kritische blik meer op de ontwikkelingen’

2

‘Er wordt ons een genderideologie opgelegd, met kwetsbare mensen als excuus.’ In zijn column in OnderWeg (5 januari 2019) windt ds. Dick Westerkamp er geen doekjes om. ‘Het snijden in gezonde lichamen is een dwaalweg.’ Ds. Marc ten Brink uit ‘t Harde, pastor van gelovige transgenders, voelde zich onaangenaam getroffen. De twee gaan in gesprek.

Als Ten Brink en Westerkamp samen aan de koffie zitten om over de kwestie door te praten, opent Westerkamp het gesprek. ‘Ik wil eerst waardering uitspreken voor het werk dat je doet, Marc, dat je een luisterend oor biedt en mensen nabij bent.’ Westerkamp doelt op de zelfhulpgroep voor geloof en genderdysforie die Ten Brink heeft opgezet als onderdeel van de organisatie Transvisie.

Ten Brink: ’In mijn vorige gemeente kwam er iemand bij me, een vijftiger. Hij had al veel ellende meegemaakt en was net weduwnaar geworden. We zijn samen op zoek gegaan naar contact met lotgenoten. Ds. Cor van der Leest uit Groningen hielp me verder en stimuleerde me om de groep bij Transvisie op te zetten. Het maakte mij duidelijk: er is een combinatie mogelijk van transgender en geloof. Veel transgenders denken dat dat niet zo is.’

Westerkamp hield zich, naast zijn werk als predikant in De Lichtboog in Houten, bezig met gender- en seksuele vragen als lid van de commissie ambt en homoseksualiteit van de NGK. ‘Dan praat je over veel meer: veranderingen in de cultuur, het denken van mensen dat gestuurd wordt. In jouw mail die je mij stuurde, Marc, betwijfel je of er sprake is van een genderideologie. Ik denk dat die er wel degelijk is en dat die zeer aanwezig is.’

‘Er moet iemand zijn om aan de bel te trekken’

‘Waarom schreef ik deze column in OnderWeg? Ik zoek daarvoor graag iets actueels’, vervolgt Westerkamp. ‘Genderidentiteit blijkt dat te zijn; net na de publicatie brak het Nashville-tumult uit. Dit zal alleen maar actueler worden. Mijn verontrusting zit hem erin dat ik zie dat er in christelijke kring heel onkritisch mee omgegaan wordt, naïef eigenlijk. Dan moet er iemand zijn om aan de bel te trekken. Als mijn column tot misverstanden leidt, en mensen zich veroordeeld voelen, betreur ik dat. Ik had ook wel verwacht dat er verzet zou zijn. Laat het gesprek dan maar komen.’

‘Behalve vanuit de theologie bezie ik dingen ook vanuit cultuur-filosofisch gezichtspunt en dan zie je weer andere dingen. En die dingen moeten wel gezegd kunnen worden. Wat ik zie, is dat er een groep gebruikt wordt om een breekijzer te zetten in de fundamenten van de samenleving. En ik zie christenen daar te gemakkelijk in meegaan.’

Ten Brink: ‘Ik ben voorzichtig en zeg niet tegen transgenders: doe maar gewoon geslachtsveranderende operaties, dat is prima. In mijn groep zitten ook transgenders die dat helemaal niet hebben gedaan, die alleen een sociale transitie hebben doorgemaakt. Ik zie ook wel dat er ideologische krachten werkzaam zijn in de wereld, en dat die ook kwaad kunnen doen. En dat er op een verkeerde manier gebruikgemaakt wordt van zogenaamde wetenschappelijke inzichten.’

Marc ten Brinke: 'We kunnen als christenen ten strijde trekken tegen de transgenderideologie, maar het risico is dat je in die oorlog burgerslachtoffers maakt.' (beeld Arie Kok)

Marc ten Brinke: ‘We kunnen als christenen ten strijde trekken tegen de transgenderideologie, maar het risico is dat je in die oorlog burgerslachtoffers maakt.’ (beeld Arie Kok)

‘Ik hoor van artsen dat mensen zich soms laten meenemen door een trend. Zij hebben daar ook last van, omdat hun iets wordt opgedrongen. Ze willen er zijn voor mensen die echt transgender zijn, genderdysforie hebben, en voor wie het een zaak op leven en dood is om een operatie te kunnen ondergaan. Die operatie gebeurt om leed te verzachten, alleen bij transgenders waarvan het vastgesteld is dat ze het ook echt zijn. Deze artsen willen niet meegaan in het denken in groepen, maar zien een patiënt voor zich. Zo wil ik dat ook: ik zie een broeder of zuster voor me.’

‘We kunnen als christenen ten strijde trekken tegen de transgenderideologie, maar het risico is dat je in die oorlog burgerslachtoffers maakt. Dan voelt de echte transgender, die ook gelooft, zich weer alleen staan. Ze krijgen een norm opgelegd: je mag niets veranderen aan je lichaam. Een norm die je niet zomaar hard kunt maken vanuit de Bijbel. Ik merk dat mensen daar erg mee worstelen en dat het hen niet helpt als dat alleen maar als een dwaalweg wordt gezien.’

Goede schepping

Dick Westerkamp: ‘De vraag is hoe je mensen het beste helpt. Dan gaat het erom welke mensvisie je hebt. Genderdysforie is bijna altijd verbonden met grote psychische problematiek. Moet het lichaam dan maar omgebouwd worden? Zo’n operatie lost daarin niets op.’

‘Paul R. McHugh, verbonden aan de John Hopkins University, die in de VS één van de eerste was die zich met genderoperaties bezighield, schrok als psychiater van de verwoesting die werd aangericht en bewerkte indertijd dat ermee werd gestopt. In een actueel overzichtsrapport geeft hij weer wat er nu feitelijk wetenschappelijk bekend is. De operaties lossen de psychosociale problemen niet op (zelfmoordcijfers na transitie blijven tot negentien keer hoger) en biologisch gezien klopt het gewoon niet. Je kunt iemand wel andere geslachtsorganen aanmeten, maar biologisch gezien wordt iemand daarmee niet van een vrouw een man, of andersom. Elke cel in je lichaam zegt iets anders. Biologisch gezien heb je geen been om op te staan.’

‘In de Bijbel is het scheppingsverhaal duidelijk over man- en vrouw-zijn. We hebben natuurlijk ook te maken met de zondeval, de gebrokenheid, dat besef ik. Maar laten we de dingen dan herstellen in de richting van de goede schepping, en niet de gevallen schepping een stukje verder laten verworden.’

‘Ik zeg niet dat er hard bewijs is,
maar er bestaat wel zoiets als genderdysforie’

Ten Brink: ‘Het blijft dubbel. En dat is het voor transgenders zelf in veel gevallen ook. Maar er zijn ook mensen die zo uitgesproken zijn dat ze zeggen: je ziet een mannenlichaam, maar ik ben een vrouw en dat ben ik altijd al geweest, zo heb ik me altijd gevoeld en dit beantwoordt precies aan wat ik altijd heb gevoeld. Er wordt veel onderzoek gedaan naar waar genderdysforie vandaan komt. Het is heel waarschijnlijk dat het een biologische oorzaak heeft. Dat nemen ook christelijke artsen voor zeer waarschijnlijk aan. Bij de ontwikkeling van de foetus begint die discrepantie zich te ontwikkelen.’

Westerkamp: ‘Dat is wat expliciet wordt bestreden in het rapport van McHugh. Daar is wetenschappelijk geen bewijs voor.’

Ten Brink: ‘Ik zeg ook niet dat er hard bewijs is. Maar er bestaat wel zoiets als genderdysforie, het onbehagen dat mensen voelen en dat diep ingrijpend is, en dat in de herinnering zelfs is terug te voeren op de kindertijd. De verklaring hiervoor is niet direct voorhanden, maar er zijn wel onderzoeken gedaan die zo mogelijk een bepaalde richting wijzen. Wetenschappers aan de VU zeggen dat er al voor de geboorte een discrepantie is; dat is hoogstwaarschijnlijk. Ze kunnen er niet omheen.’

‘Zij zien tegelijk dat er heel veel fluïde wordt in de maatschappij, en daar hebben zij ook moeite mee. Daarom zetten ze in op een zorgvuldige procedure. Dat ze weinig spijtoptanten hebben, zegt veel. Deze nuances wil ik graag plaatsen bij jouw stelligheid over wetenschappelijk onderzoek.’

Dick Westerkamp: 'Ik wil er stellig over zijn. Mensen, word wakker!' (beeld Arie Kok)

Dick Westerkamp: ‘Ik wil er stellig over zijn. Mensen, word wakker!’ (beeld Arie Kok)

‘Overigens zie ik dat ook in onze groep. We hebben mensen die vertellen dat ze er in hun kindertijd al diep doorheen gegaan zijn. Er zijn ook mensen die bepaalde ingrepen laten doen, maar niet alles. Anderen kiezen er heel bewust voor om dat niet te doen. Ik zou graag willen dat het wat meer bekend is dat het in de eerste plaats de transgender zelf is die die worsteling doormaakt en die zelf die vragen stelt. Ze weten zelf heel goed wat de risico’s zijn. Ze laten zich niet zomaar opereren.’

‘Natuurlijk liggen hier nog de nodige vragen. Hoe komt het bijvoorbeeld dat er na transities zo veel suïcides voorkomen? Er zijn mensen die er later spijt van hebben. Dat heeft vaak te maken met bijkomende factoren. Men is bijvoorbeeld al vaak door depressies heengegaan en die psychische schade is nog aanwezig. Ze kunnen ook vaak moeilijk werk vinden. Ze willen niet dat mensen hun verleden kennen, vanwege de stress die dat met zich meebrengt. Er is isolement, ook kerkelijk. Dat heeft niets te maken met de veranderende operatie an sich.’

Kritische blik

Westerkamp: ‘Er wordt een gezond lichaam aangetast. Maar wat is nou het verschil met anorexia? Dan zeggen mensen van zichzelf: ik ben dik, terwijl iedereen kan zien dat ze broodmager zijn. Dan heb je echt een fout beeld van jezelf. Ik vind dat er veel op lijken. Dan moet je het lichaam ook niet aanpassen, maar ga je praten over wat er in de geest speelt. En wat die wetenschappers betreft: ze kunnen wel christen zijn, maar artsen hebben niet altijd veel zicht op de filosofische kant van de zaak, op wat er allemaal achter zit. Werkt iemand vanuit een christelijk mensbeeld of niet? Er is tweeërlei wetenschap, zei Kuyper ooit aan het begin van de VU. Daar vind je nu weinig meer van terug.’

Ten Brink: ‘De wetenschappelijke inzichten maken mij heel voorzichtig, terwijl ik jou in de column en ook nu heel stellig vind.’

Westerkamp: ‘Ik wil er ook stellig over zijn. Mensen, word wakker! Ik bewonder jouw pastorale insteek, hoe je er voor mensen bent. Tegelijk zie ik dat in kerkelijk Nederland het profetische veelal door het pastorale wordt verslonden. We hebben geen kritische blik meer op de ontwikkelingen en gaan er te gemakkelijk in mee.’

Ten Brink: ‘Daar voel ik me niet door aangesproken. Als ik mensen begeleid en ze vragen mij advies, dan is het niet zo dat ik meega in een soort mainstream. Ik ken de verhalen van transgenders voor wie het een groot leed is dat ze hun eigen lichaam niet meer kunnen aanvaarden.’

‘Wat doen we kinderen aan?’

Westerkamp: ‘Dat is nu juist waar het om gaat. Neem nou mensen met body identity disorder. Die hebben een volkomen gezond lichaam, maar willen bijvoorbeeld van hun linkerbeen af. In Schotland is dat al een paar keer gebeurd. Vorige week kwam ik nog een plaatje tegen van iemand die vindt: ik ben eigenlijk een reptiel. Die had zijn beide oren en zijn neus laten amputeren. Dat vind ik echt een verstoord mensbeeld, waar je alleen maar tegen kunt zeggen: nee. Dan moet je met de psyche aan de slag, niet met het lichaam.’

‘Mensen hebben een verstoord beeld van zichzelf. Een groot deel van de mensen die genderdysforie heeft, groeit daaroverheen; daar zijn duidelijke cijfers van. Jonge kinderen zeggen soms al dat ze homo of transgender zijn. Als je als ouders daarin meegaat, ja, dan gaan ze zich ook zo gedragen. Wat doen we kinderen aan?’

Ten Brink: ‘Ik vind dat je richting jonge kinderen heel voorzichtig moet zijn. Onder de achttien mag er niet geopereerd worden, maar een hormoonbehandeling kan onder bepaalde voorwaarden een uitweg zijn.’

Westerkamp: ‘Ik vind ook dat verminking. Het is niet terug te draaien. Ze zijn totaal niet in staat om de dingen goed te overwegen. Kinderen in Canada kunnen al aan de ouderlijke macht worden onttrokken als de ouders niet willen toestaan dat ze hormonen gaan slikken. De wetgeving wordt in veel landen in die richting aangepast. Dit zijn geen incidenten, maar onderdelen van een veel breder beeld. Als je nog een orthodox-christelijk standpunt verwoordt, wordt dat gezien als discriminatie.’

‘Het doet mij wel pijn dat je dit zo zegt’

‘Neem de reactie op de Nashville-verklaring. Ik zou die nooit ondertekenen, omdat ik bepaalde formuleringen niet juist acht. Maar om die te zien als haattaal, die zelfs zou moeten leiden tot vervolging door het openbaar ministerie, vind ik veel te ver gaan. Ik zal me daartegen verzetten, zolang we daar nog de mogelijkheid voor hebben. Het raakt aan de basis van de samenleving. Psalm 11 zegt: wanneer de grondslagen zijn vernield, wat kan dan de rechtvaardige doen? Ik denk dat hier sprake is van geestelijke strijd.’

Ten Brink: ‘Het doet mij wel pijn dat je dit zo zegt. Ik heb helemaal niet het gevoel dat ik bij de zelfhulpgroep christenen begeleid die heel militant zijn, die iets willen omverwerpen. Helemaal niet. Ze willen het eigenlijk niet. En ze zijn bang dat ze zondigen als ze verlangen naar een operatie. Daar worstelen ze soms al levenslang mee. Ik merk aan hen niet dat het geen oprechte gelovigen zijn. En als ik jou zo hoor, dan denk ik: ik moet ze vermanen, want ze zijn op een dwaalweg.’

Westerkamp: ‘Dat is een verschil van niveau waarop we praten. Jij praat op een pastoraal niveau, op individueel niveau, en dan moet je ook heel voorzichtig zijn.’

Ten Brink: ‘Maar dat is wel de realiteit.’

Westerkamp: ‘Nee, dat is een stukje van de realiteit. De grote realiteit is dat mensen met een pastoraal probleem ook onderdeel zijn van een grotere maatschappelijke beweging, die die uitzonderlijke situaties gebruikt om voor de hele samenleving dingen door te voeren. Als er sprake is van genderdysforie, dan heeft iemand hulp nodig, liefdevolle zorg. Daarover verschillen wij niet van mening. De vraag is wel of het liefdevol is om iemand de ruimte te geven en te begeleiden, of zelfs aan te moedigen om het in een richting te zoeken die de oplossing nooit zal geven. Het is een dwaalweg.’

Ten Brink: ‘Ik ken geen transgender die het ziet als dé oplossing. Dat is ook de ervaring. Het blijft dubbel. Niemand is zich zo bewust van de dubbelheid en de risico’s als de transgenders zelf. Het is voor hen wel de ingreep waard. In deze gebroken wereld, totdat Christus terugkomt, geeft het verlichting van de ellende, maar nooit de oplossing. Ik ken in mijn groep geen transgender die het als oplossing aanduidt.’

Vermijden

Westerkamp: ‘Wat ik meeneem uit dit gesprek? Van sommige dingen die je vertelt, word ik erg blij. Ik merk dat jij je werk echt vanuit je geloof doet, en dat je dat ook bij mensen ter sprake brengt. We zijn het er ook over eens dat we in de eindtijd leven. Het verlangen: Heer Jezus, kom maar gauw terug. Daarin herken ik veel bij jou.’

Ten Brink: ‘Ik ben heel gevoelig voor jouw verhaal, Dick. Ik wil niet mijn ogen sluiten voor kwade machten die in deze wereld werken. Ik ontken ze niet, maar ik wil graag samen met transgenders zoeken naar wat Christus in zo’n situatie van ons vraagt. Dat brengt met zich mee dat ik niet veroordelend wil zijn naar de persoon, en alles wat hen kan kwetsen wil vermijden. Tegelijk ben ik het met je eens dat dan niet zomaar elke keus gelegitimeerd is.’

Dank dat je de website van het magazine OnderWeg bezoekt. OnderWeg richt zich op christenen die God en kerk liefhebben en midden in het leven staan. Probeer OnderWeg drie maanden (zes nummers) gratis!

Delen.

Over de auteur

Arie Kok is zelfstandig schrijvers, journalist, adviseur en uitgever.

2 reacties

  1. Jannita Polman op

    Ben het eens met ds. Westerkamp. Transgenderideologie is sterk aanwezig in NL en in veel meer westerse landen. Ik ben niet verbaasd als het ook ‘not done’ gaat worden om openlijk uit te spreken dat je tegen abortus en euthanasie bent. Het heeft alles te maken met God, de Schepper en Zijn scheppingsorde.
    Er zijn nog predikanten die gevaar zien, omdat ze ook met een profetische blik kijken. Veel voorgangers zijn erg pastoraal, maar niet profetisch. Wat mensen voelen en beleven wordt steeds meer de rode draad, ook in kerken.
    Gebrokenheid op allerlei vlakken zal er blijven op deze aarde, maar voor wie vasthoudt aan Jezus, wacht een prachtige, volmaakte toekomst. Dat is geen goedkoop verhaal, maar werkelijkheid. Hij zal ons kracht naar kruis geven, welk kruis dat ook moge zijn. Misschien is dat een onderbelicht hoofdstuk in veel westerse kerken, in tegenstelling tot kerken die te maken hebben met vervolging. Vervolging kan ook hier komen. Vrijheid van meningsuiting is niet vanzelfsprekend en de reacties na de Nashvilleverklaring zijn daar een actueel voorbeeld van. En wat mij betreft ook een waarschuwing.

  2. Ik ben dankbaar dat ik het ‘onderwijs’ van Prof. Dr. Jochem Douma niet heb gevolgd eind jaren ’80.
    Er was toen reeds commentaar door wijlen zr. D. Van Bruggen. Het werd gevolgd door de predikanten M. A. van Leeuwen dan C. Alderliesten. Er werd een ijdele wijsbegeerte (philosofie?) gedoceerd in Ede door Ds. Kruiger.
    Ik ben dankbaar voor Schriftuurlijke onderwijzing in het DGK-kerkverband.

Laat een reactie achter