Leven vanuit Pasen

0

Pasen komt eraan. Het hoogtepunt van het kerkelijk jaar. Maar wat is de betekenis van Pasen naast Goede Vrijdag? Wat kunnen wij met het mysterie van het lege graf? Hoe zien wij in ons eigen leven dat de Heer echt is opgestaan?

Het valt me op dat Pasen in de hedendaagse theologie volop in de belangstelling staat. In de twintigste eeuw hadden theologen het veel meer over het kruis, nu lijkt het vooral over de opstanding te gaan. De boeken van de Engelsman Tom Wright bijvoorbeeld, met grote nadruk op de opstanding, worden veel gelezen. Boeken zoals Hoe God koning werd en Jezus en de overwinning van God (1). Het nieuwe leven is begonnen. Gods koninkrijk is aangebroken. Leven met God is niet zuchten en steunen bij het kruis, het is ook niet verlangen naar de nieuwe aarde, nee, het is leven vanuit de opstanding.

In Nederland ‘stoft’ theoloog en schrijver Reinier Sonneveld een ‘verloren parel uit de kerkgeschiedenis af’ in zijn recent verschenen boek Het vergeten evangelie. Dat evangelie is – opnieuw – Pasen: Christus victor! (Christus overwinnaar!) (2). De boodschap is: blijf niet staan bij het offer van Jezus’ kruisdood, maar richt je op de overwinning: Pasen.

Paastheologie

Zowel Wright als Sonneveld claimen nieuws te brengen. Dit is een vergeten evangelie, dit is een nieuw perspectief. Het nieuwe brengt ook een hoop commotie. Maar hoe nieuw is dit eigenlijk? Mij valt op dat op Nederlandse bodem het verlangen naar een paastheologie sterk vertegenwoordigd is bij de telgen uit de loot van de Vrijmaking (zoals Sonneveld en veel lezers van Wright). In dit artikel wil ik naast deze eigentijdse denkers de paastheologie van de vrijgemaakte voorman Klaas Schilder (1890-1952) zetten. Dan vallen een paar dingen op.

Blijf niet staan bij het offer,
maar richt je op de overwinning: Pasen

Het eerste opvallende punt uit Schilders paastheologie: er is niets nieuws onder de zon. Schilders visie op Pasen komt scherp in beeld in zijn paasmeditatie uit 1932. Deze heeft de cryptische titel ‘Coetus et Congregatio’ (3). In vrijgemaakte kringen werd het onderscheid dat Schilder hier maakt tussen de kerk als coetus (het menselijke vergaderen) en congregatio (het goddelijke vergaderen) een gevleugeld duo. Met name als stok om mee te slaan: een kerk is niet alleen een menselijke samenkomst (zoals bij voetbal), maar ze moet ook door God bijeengebracht worden. Dat was alleen mogelijk met de goede leer en daarvoor moest je natuurlijk bij de vrijgemaakten zijn.

Harmonie

Maar de congregatio als door God bijeengebracht was niet Schilders punt in deze meditatie. Hij probeert een hervertelling van de geschiedenis te geven in termen van gemeenschap. Typisch Schilderiaans begint het met de schepping. Toen was alles nog goed. Coetus en congregatio waren in harmonie. Gods werk en het werk van de mensen pasten op elkaar. De mens vervulde zijn roeping zonder rimpel: de aarde in cultuur brengen en haar vullen. Maar daarin kwam door de zondeval verandering. Door te proberen te leven zonder God vallen alle verbanden uit elkaar: de band tussen de mens en God, tussen mensen onderling, maar ook tussen de mens en Gods schepping. De harmonie is daarmee verdwenen. Ook de oorspronkelijke roeping om voor de aarde te zorgen en haar te ontplooien loopt spaak.

Maar dan komt Pasen. Christus staat op uit de dood. De tweede Adam staat op, benadrukt Schilder. Hier staat weer een mens die in harmonie is met mensen, met de schepping en met God. ‘Hij werd samengebracht met engelen en dieren, met hemel en met aarde, met stof en met geest, met mensen en met bloemen’, schrijft Schilder. Een schitterend mens, klaar om de aarde te bewerken, zoals God het bedoelde.

Verbinding

Dit is wat Pasen vooral betekent: de verbondenheid, de harmonie in de schepping was verstoord en is nu weer hersteld. In Christus kan er weer geleefd en gewerkt worden. Dit werkt Schilder verder uit in het boek Christus en cultuur, dat het culturele handboek van de vrijgemaakten zou worden (4). Het werd talloze malen herdrukt. De oorspronkelijke roeping van de mens is met Pasen weer hersteld. Daar draait Pasen om. Daarom moest Christus komen. Niet zodat wij in de hemel kunnen komen, dus niet alleen maar geestelijk. Pasen gaat over het herstel van verbinding, over het hier en nu, over weer kunnen werken op deze wereld zoals God dat ooit had bedoeld.

Pasen is niet een toegangsbewijs voor de hemel

Hier legt Schilder allerlei accenten die terugkomen bij eigentijdse denkers als Wright en Sonneveld. Het evangelie heeft concrete betekenis voor het hier en nu. Dat is met name Pasen: Christus stond op. Dat is heel aards, een tweede Adam. Het betekent vooral dat we als mens weer kunnen bloeien (5). Pasen is niet een toegangsbewijs voor de hemel (Wright). Zowel Wrights kritiek op de versmalling op het individu, als die op het geestelijke, zijn bij Schilder duidelijk herkenbaar. Het vergeten evangelie heeft vrijgemaakte wortels. De omarming van Wright is een omarming van het verleden (6).

Ontrafelen

Sonnevelds evangelie is dus niet zo vergeten als hij doet voorkomen. In het boek is hij een stuk genuanceerder dan de titel suggereert. Het gaat er mij niet om Sonnevelds punt onderuit te halen. Dat zijn boek zo veel stof doet opwaaien, laat zien dat hij wel iets wezenlijks raakt. Maar het ontrafelen van het mysterie, het nadenken over de betekenis van Christus’ dood en opstanding, is iets van alle tijden. Sonneveld en Wright brengen elementen naar boven uit de brede traditie van het christendom. Het benadrukken van Pasen als een impuls voor het leven hier en nu, als een overwinning op het kwaad die het koninkrijk doet aanbreken, is niet nieuw. Schilder deed hetzelfde, inclusief de bijtende kritiek op een christendom dat alleen maar een ticket to heaven is.

Christus stond op. Dat is heel aards, een tweede Adam. Het betekent vooral dat we als mens weer kunnen bloeien. (beeld Pattanaphong Khuankaew/iStock)

Christus stond op. Dat is heel aards, een tweede Adam. Het betekent vooral dat we als mens weer kunnen bloeien. (beeld Pattanaphong Khuankaew/iStock)

Interessant is wel dat evenals Wright en Sonneveld, ook Schilder flinke oorvijgen kreeg van zijn tijdgenoten. Wright was vooral een decennium terug het mikpunt van een verkettering door John Piper: Wright zou het hart van het evangelie, de vergeving van zonden, op het spel zetten (7). Net zo fel kreeg Sonneveld het aan de stok met de hersteld-hervormde predikant Gert van den Brink, die schreef: ‘Het zou beter geweest zijn wanneer dit boek nooit geboren was.’ (8) Schilder kreeg het in de jaren dertig aan de stok met zijn hervormde collega Oepke Noordmans. Die schreef dat ‘ik dezen toon onheilig vind en nimmer het modernisme zoo duidelijk op klompen de kerk heb hooren binnenstappen’ (9).

Het ligt blijkbaar gevoelig als we hardop nadenken over de betekenis van Christus’ dood en opstanding. ‘Wil je aandacht als theoloog, schrijf een boek over de verzoening’, noteerde Nederlands Dagblad-redacteur Dick Schinkelshoek al (10). Pasen is een mysterie. Het lege graf staart ons aan. Te grote woorden zorgen al snel voor weerstand. Want wat blijft er dan over van het mysterie?

Scherp randje

Als tweede opvallende punt uit Schilders paastheologie wil ik laten zien dat alle ophef niet voor niets is. Zowel bij Wright als Sonneveld zit er een scherp randje aan hun schatgraverij. Net zoals Schilder hebben ze kritiek op een christendom dat alleen gaat over ‘hoe ik in de hemel kom’. Maar Wright en Sonneveld zijn, anders dan Schilder, ook kritisch op de klassieke visie op het kruis en de opstanding van Christus.

Wright wil de kern van het evangelie verschuiven van ‘vergeving van zonden’ naar ‘Gods plan met de wereld’. Wright is openlijk kritisch op de reformatoren Luther en Calvijn en vindt dat zij het Nieuwe Testament hebben misverstaan en versmald. Vergeving van zonden is maar een half evangelie.

Het ontrafelen van het mysterie is iets van alle tijden

Sonneveld gaat nog een stapje verder. Hij neemt afstand van het idee van verzoening door voldoening. Dat idee houdt in dat Jezus de straf plaatsvervangend heeft gedragen en zo Gods straf die voor ons was bestemd, heeft voldaan. De schuld is betaald. Sonnevelds grote probleem met dat idee is dat het een absurd en zelfs afstotend beeld van God maakt: God die zijn straf op een onschuldige afreageert en alleen zo kan vergeven (11).

De kritiek van Wright en Sonneveld op de klassieke visie op kruis en opstanding vind je zo niet bij Schilder. In dezelfde paasmeditatie uit 1932 benadrukt Schilder juist dat Goede Vrijdag een dag van betaling was (12). Juist de juridische transactie is bij Schilder essentieel en vormt de voorwaarde voor het herstel van de taak van de mens op aarde. Het absurde daarvan erkent Schilder wel, maar dat laat volgens hem zien dat Christus om geloof vraagt. Wat God doet, strijkt ons tegen de haren in, maar dat is voor Schilder alleen maar bevestiging van de waarheid ervan. Het is tenslotte een dwaasheid voor de Griek. Precies deze redenering wijst Sonneveld af (13).

Actieve buitenkant

Ik heb grote sympathie voor de accenten die Schilder, Wright en Sonneveld leggen. Maar ik zie ook risico’s aan de nadruk op Pasen en het komende koninkrijk. Het eerste risico is de afkeer van het persoonlijke en het geestelijke. Geloven wordt dan zozeer hier op aarde leven, dat de hemel buiten beeld raakt. Iets als een persoonlijke relatie met God is dan verdacht. Voor je het weet is God nauwelijks meer nodig, omdat het zo sterk over het hier en nu gaat.

Wat God doet,
strijkt ons tegen de haren in

Ik herken dat wel uit mijn jeugd: geloven was vooral dingen doen. Dat God daarbij niet uit beeld raakte, kwam doordat de kerk voor Schilder en voor de vrijgemaakten zo centraal stond. Maar daarvoor geldt evenzeer: geloven gaat dan op in de kerk. De nadruk ligt op de actieve buitenkant en niet op de innerlijke omgang met God. Het kruis en de vergeving van zonden richten de blik echter naar binnen en onmiskenbaar naar Christus zelf: Heer, vergeef mij. Wij kunnen niet zonder Christus. Natuurlijk zullen Schilder, Wright en Sonneveld dat nooit ontkennen, maar dat betekent niet dat het risico er niet is.

Pretenties

Het tweede risico is dat we met de nadruk op de opstanding te veel verwachten van dat komende koninkrijk en onze projecten te veel vereenzelvigen met Gods koninkrijk. In Schilders nalatenschap viel dat koninkrijk samen met de kerk. Alle kaarten stonden op de kerk. Het gevolg was een eenzame, geïsoleerde kerk met torenhoge pretenties, waar we nu van terugkomen en waarin velen teleurgesteld raakten.

Maar dat geldt voor iedereen die het koninkrijk Gods gaat realiseren, of dat nou in een vrijgemaakte zuil is, in een charismatische verwachting van genezingen en wonderen, in creatieve nieuwe kerkvormen, of in toegewijde aandacht voor vluchtelingen. De opstanding is een feit, maar een christendom dat vergeet dat de opstanding pas echt werkelijkheid wordt op de nieuwe aarde, gaat brokken maken.

Hier en nu

Toch overheerst bij mij de sympathie voor een theologie vanuit Pasen. Terecht leggen Schilder, Wright en Sonneveld de vinger bij een hardnekkige neiging van het christendom om zich terug te trekken in de kerk en zich te richten op de wereld die komt. Het geloof is dan vooral geestelijk. Met de bijtende ironie van Schilder: ‘Wij, oudjes, zullen de ramen wel dichtdoen. Dan horen wij de auto’s niet, die op de straat zo hevig toet’ren. En dan horen de buren niet dat wij een oud liedeken afdraaien van onzen lieven Heere.’ (14)

Het is het evangelie van Pasen, van de opstanding, dat ons voor zo’n christendom behoedt. Christus stierf niet om ons voor te gaan naar de hemel. Nee, Hij stierf om op te staan. Met een echt lijf. In het hier en nu. Een lijf dat je kon voelen zoals Tomas deed (Johannes 20:24-29) en om vis te eten op het strand (Johannes 21:1-14). Jezus preekte niet de hemel, maar het koninkrijk dat hier op aarde aanbreekt. En dat gebeurde met Pasen. Overwinning van het kwaad. Tastbaar. “Christus Victor!”’

1 Tom Wright, Hoe God koning werd: het vergeten verhaal van de evangeliën (Van Wijnen 2014) en N.T. Wright, Jesus and the Victory of God (Fortress 1997).
2 Reinier Sonneveld, Het vergeten evangelie (Buijten en Schipperheijn Motief, 2019), p. 162-163.
3 K. Schilder, “‘Coetus et Congregatio’ (Pasen)” in: De Reformatie 12-26 (25 maart 1932), p. 201-202. Ook verschenen in J. Kamphuis (red.), K. Schilder Verzamelde Werken de Kerk. Deel 1 (Oosterbaan & Le Cointre: 1960), p. 155-160. Online op https://www.dbnl.org/tekst/schi008kerk03_01/schi008kerk03_01_0033.php
4 K. Schilder, “Jezus Christus en het cultuurleven” in: H.L. Both, en N. Buffinga, Jezus Christus en het menschenleven (De Pauw, 1932). Dit artikel werkte Schilder om tot K. Schilder, Christus en Cultuur (Wever, 1948).
5 Sonneveld, Vergeten evangelie, p. 211.
6 Wrights boeken worden uitgegeven bij Van Wijnen, de nieuwe naam van uitgeverij Wever die ook Schilders Christus en cultuur uitgaf in 1948.
7 John Piper, The Future of Justification: a Response to N.T. Wright (Crossway 2008).
8 G. A. van den Brink “Flirten met de alverzoening” Reformatorisch Dagblad ( 1 maart 2019)
9 O. Noordmans in: George Puchinger, Een theologie in discussie (Kok, 1970), p. 50.
10 Dick Schinkelshoek, “Wil je aandacht als theoloog? Schrijf een boek over de verzoening” Nederlands Dagblad (14 maart 2019).
11 Sonneveld, Vergeten evangelie, p. 211.
12 Schilder, Verzameld Werk de Kerk 1, p. 158-159.
13 Sonneveld, Vergeten evangelie, p. 216-217.
14 Schilder, Verzameld Werk de Kerk 1, p. 148.

Dit artikel verschijnt op 13 april in het paasnummer van magazine OnderWeg. OnderWeg richt zich op christenen die God en kerk liefhebben en midden in het leven staan. Probeer OnderWeg drie maanden (zes nummers) gratis uit!

Delen.

Over de auteur

Marinus de Jong is predikant van de Oosterparkkerk (GKv) in Amsterdam en promovendus aan de TU Kampen.

Laat een reactie achter