Ik heb de Heer gezien!

0

Nieuwtestamenticus Rob van Houwelingen schreef een hervertelling van het paasverhaal vanuit Johannes 20 vers 18, waarin Maria Magdalena uitroept: ‘Ik heb de Heer gezien!’

(beeld Pearl/Lightstock)

(beeld Pearl/Lightstock)

Mijn naam is Miryam en ik ben afkomstig uit Migdal. Dat is een stadje aan de noordwestkant van het meer van Galilea. Migdal betekent toren, dus in Nederland zou ik waarschijnlijk Mirjam van der Toren heten. Maar jullie kennen mij als Maria Magdalena, die samen met Jezus van Nazaret en zijn twaalf leerlingen van Galilea naar Jeruzalem reisde. Straks zal ik wel vertellen hoe ik Hem heb leren kennen. Want wat me vandaag toch overkomen is…

Veilige afstand

Vanmorgen heb ik de leerlingen bezocht, die allemaal diep in de rouw waren en treurden (1). Ze hadden Jezus in de steek gelaten toen Hij werd gearresteerd en waren angstig weggevlucht (2). Slechts een paar hadden het gewaagd bij Jezus’ marteldood aan het kruis aanwezig te zijn. Zij bleven wel op veilige afstand, behalve Johannes (3). Wat zijn die mannen bang voor hun hachje! Al hun schuiladressen in de stad ben ik langsgegaan met mijn verhaal, alleen bij Tomas kreeg ik geen gehoor. Hopelijk durven ze vanavond bij elkaar te komen, voor mijn part achter gesloten deuren (4). ‘Ik heb de Heer gezien!’, vertelde ik telkens, ‘Jezus leeft!’ Maar zij geloofden het niet (5). Laat ik jullie uitleggen wat er is gebeurd. Het houdt me al de hele middag bezig.

Leeg

Eergisteren was het Pesach, de dag waarop Jezus heeft geleden, is gestorven en begraven (6). We zijn er met vier vrouwen steeds bij geweest (7). Vandaag, dus na sjabbat, ging ik (de andere vrouwen laat ik verder buiten beschouwing (8)) in alle vroegte naar het rotsgraf om Jezus’ lichaam te verzorgen met kruidenolie. Door het halfduister heen ontdekte ik dat de steen voor de opening was weggerold. Meteen trok ik mijn conclusies: onbekenden hebben Jezus uit zijn graf gehaald en op een andere plek herbegraven. Nu zijn wij Hem kwijt (9). Dus ik rende naar Simon en naar Johannes en die twee renden op hun beurt naar de graftuin. Ik er achteraan.

Bij nadere inspectie door de mannen bleek de graftombe niet helemaal leeg te zijn: het linnen omhulsel lag er nog, evenals de doek waarmee het gezicht van Jezus bedekt was geweest – opgerold en apart gelegd (10). Zelf leek Hij wel van de aardbodem verdwenen. Had de Heer dan op eigen kracht zijn graf verlaten en was Hij daarna opgestegen naar de hemel (11)?

Naam

Simon en Johannes gingen terug naar huis, terwijl ik achterbleef in de graftuin en mijn tranen de vrije loop liet. Maar toen ik bij de tombe voorzichtig naar binnen keek, zag ik daar twee engelen, gekleed in het wit. Ze zaten precies op de plek waar Jezus’ lichaam gelegen had, de een aan het hoofdeind en de ander aan het voeteneind. Ze vroegen waarom ik huilde en ik vertelde mijn probleem: ik weet niet waar mijn Heer gebleven is. Achter me dacht ik opeens de beheerder van de graftuin te zien. Ook hij vroeg waarom ik huilde. ‘Meneer’, zei ik, ‘hebt ú Hem soms weggehaald en ergens anders naartoe gebracht?’

Daarop sprak die man mij aan met mijn meisjesnaam: ‘Miryam’! Net zoals Jezus vroeger mijn naam had genoemd om mij tot mezelf te brengen en te bevrijden van niet minder dan zeven demonen (12). Nu realiseerde ik me wie er werkelijk voor me stond. Dus ik reageerde spontaan, zoals ik gewend was Jezus aan te spreken: ‘Rabboeni!’ (dat betekent: Meester) (13).

Jezusvolger

Terzijde: denken sommigen nu vanwege die demonen dat ik de zondares ben die onder tranen Jezus’ voeten zalfde en met haar lange haren afdroogde (een prostituee, zo wordt wel gezegd)? Maar zij blijft anoniem, terwijl ik met naam en toenaam bekend ben als vrouwelijke Jezusvolger (14). Bovendien is last hebben van demonen niet hetzelfde als zondares zijn.

En wanneer mensen later gaan fantaseren over een liefdesrelatie of zelfs een huwelijk (15), zien ze over het hoofd dat ik gewend was ‘Meester’ tegen Jezus te zeggen. Natuurlijk betekent Hij veel voor mij; sinds de demonenuitdrijving waren we onafscheidelijk. Toch ben ik gewoon een van zijn volgelingen. Dus ook niet ‘de leerling van wie Jezus veel hield’, dat is immers iemand uit de Twaalf: Johannes (16). Vanmorgen stond hij nog náást me in de graftuin.

Missie

Daar kwam ik dus even later oog in oog te staan met de levende Heer. Door emotie overmand, omklemde ik zijn voeten om Hem bij wijze van spreken nooit meer los te laten (17). Net als de vrouw uit het Lied der Liederen, die zich na een moeizame zoektocht vastklampt aan haar verloren gewaande geliefde (18). Dat droomverhaal had ik vroeger regelmatig horen voorlezen in de synagoge van Migdal. Maar Jezus reageerde afwerend: ‘Houd Me niet langer vast’, zei Hij (19).

In plaats van me aan Hem vast te klampen, moest ik Hem loslaten. Hij legde uit waarom: ‘Ik moet nog opstijgen naar de Vader’. Zijn bestemming lag niet in deze wereld. Hij zocht het hogerop, bij zijn Vader in de hemel. Dus liet ik zijn voeten los, terwijl Hij mijn voeten in beweging bracht. Ik werd op een speciale missie gestuurd. Namelijk om zijn ‘broeders’ (zo zei Hij het letterlijk) te informeren over de volgende etappe van zijn weg: het opstijgen. Daarmee laat Hij ons niet in de steek, maar brengt Hij alle mensen die in Hem geloven bij zijn God en Vader. Ik moest Jezus’ persoonlijke boodschap overbrengen: ‘Mijn Vader is ook jullie Vader en mijn God is ook jullie God’ (20).

Opstandingsgetuige

Die speciale missie van vanmorgen maakt mij trouwens nog geen apostel. Mij betitelen als ‘apostel der apostelen’ (21) past niet bij mijn rol als koerierster. Na mij zullen veel meer mensen de Opgestane te zien krijgen (22). Zelfs de kritisch ingestelde Tomas moet eraan geloven, verwacht ik (23). Zo kunnen de apostelen en tal van andere ooggetuigen het ongelofelijke nieuws bevestigen: Jezus leeft.

Van alle Jezusvolgers ben ik uitgekozen om de eerste opstandingsgetuige te zijn, want ik mocht met eigen ogen de Heer aanschouwen (24). Het zou me daarom niet verbazen indien de evangelisten mijn naam als eerste van de vrouwen uit Galilea gaan vermelden. Dan kunnen al hun lezers door mijn ogen naar Jezus kijken, ook jullie. En wat de toekomst betreft: “Elk oog zal Hem zien als Hij komt”! (25)

1 Marc. 16:10.
2 Mat. 26:56; Marc. 14:50-52.
3 Luc. 23:49; Joh. 19:26-27.
4 Joh. 20:19.
5 Marc. 16:11.
6 Naar de Apostolische Geloofsbelijdenis, artikel 4.
7 Kruisiging: Joh. 19:25; Dood: Mat. 27:55-56; Marc. 15:40-41; Luc. 23:49; Graflegging: Mat. 27:61; Marc. 15:47; Luc. 23:55-56a.
8 Luc. 24:10.
9 Joh. 20:1-2.
10 Joh. 20:3-10; verg. Luc. 24:12.
11 Joh. 20:17.
12 Marc. 16:9; Luc. 8:2.
13 Joh. 20:11-16. Verg. “Huilen hoeft niet meer,” in: Rob van Houwelingen, Onschatbare teksten. Een top-25 van geliefde passages uit het Nieuwe Testament met ongekende zeggingskracht, Amsterdam (Buijten & Schipperheijn Motief), 2014, 13-18.
14 Luc. 7:36-50; verg. 8:1-3.
15 O.a. in het apocriefe Evangelie naar Maria Magdalena en in de Da Vinci Code (2003) van Dan Brown.
16 Zie P.H.R. van Houwelingen, Johannes. Het evangelie van het Woord, Kampen (Kok), 2011, 15-21 contra de film Mary Magdalene (2018). Verg. https://www.nd.nl/nieuws/theologenblog/theologenblog-maria-magdalena-een-vrouwelijke.2975232.lynkx.
17 Mat. 28:9-10.
18 Hoogl. 3:1-4.
19 Dit klinkt in het Grieks als een bevel om een reeds begonnen handeling af te breken.
20 Joh. 20:17; verg. 16:28.
21 Een uitdrukking van Thomas van Aquino, die in 2016 door paus Franciscus is overgenomen.
22 1 Kor. 15:5-8.
23 Joh. 20:24-29. Verg. “Een gelovige Tomas,” in: Rob van Houwelingen, Handbagage voor Jezusvolgers. Twintig inzichten om mee te nemen, Amsterdam (Buijten & Schipperheijn Motief), 2016, 109-115.
24 Verg. 1 Joh. 1:1-3.
25 Lied van Elly & Rikkert, naar aanleiding van Op. 1:7.

Dit artikel verscheen op 13 april jl. in het paasnummer van magazine OnderWeg. OnderWeg richt zich op christenen die God en kerk liefhebben en midden in het leven staan. Probeer OnderWeg drie maanden (zes nummers) gratis uit!

Delen.

Over de auteur

Rob van Houwelingen is hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit in Kampen en lid van de brede redactie van OnderWeg.

Laat een reactie achter