‘Ook ouderen zitten nog volop in de groei’
- Interview
- Thema-artikelen
Zolang je leeft, heb je een taak. Elk leven doet ertoe, iedereen is waardevol. Vanuit deze overtuiging bezoekt theologe en pastoraal werker Marijke Harmanny zieken en ouderen in ziekenhuizen, verpleeghuizen en seniorenwoningen. Ze houdt van ouderen, want ze houdt van ‘de diepte van het leven’.
Zo’n twintig uur in de week is Marijke Harmanny op pad als pastoraal werker: ze bezoekt zieke gemeenteleden waarvan er veel al op leeftijd zijn. Ze is in dienst van de vrijgemaakte gemeenten van Hoek, Axel en Terneuzen, waarbij ze in Axel ook nog wat uren gemeenteopbouw doet. Ik ben met haar in gesprek in haar huis, of beter gezegd: haar zonnige tuin in Hoek, waar ze woont met haar gezin en waar haar man predikant is.
Diepte
Marijke is zelf nog helemaal niet oud, maar voelt zich wel erg tot ouderen aangetrokken. Dat komt omdat ze zo veel diepte ontdekt bij deze groep. Ze vertelt: ‘Elk mens is uniek en prachtig door God gemaakt, maar bij ouderen komt daar een dimensie bij. Ze dragen een heel leven met zich mee. Wie ze nu geworden zijn, maar ook wie ze zijn geweest. Hun karakter is gevormd door wie ze waren. Bij ouderen zie je het hele leven erachter, hun identiteit ligt niet alleen in het nu, maar ook in het verleden. Daarom kun je met hen in gesprek over het hele leven.
Ik spreek ouderen die zeggen: “Ik heb zo’n mooi leven gehad, ik heb zo veel gekregen.” Maar er zijn er ook die dat moeilijker vinden. Die kampen met knopen in het verleden die steeds weer terugkomen. Ook demente mensen kunnen dat laten merken. Ze hebben moeilijke tijden gekend en dat moeten ze nog steeds verwerken. In elk gesprek gaat het er dan weer over.
Ik houd van de diepte van het leven. Daarom is de omgang met mensen, jong of oud, zo boeiend. Ik mag met ze meelopen, hen soms helpen om kleur te geven aan hun leven nu, of aan herinneringen, waardoor ze soms ook wat milder worden.’
Niet mopperen
‘In gesprekken met ouderen gaat het vaak om het afronden van hun leven. Om acceptatie van wat er gebeurd is en hoe het nu is. Er is schoonheid in elk mens, want we zijn allemaal door God geschapen. Ik houd ze dat graag voor: in elk mens zie je een schittering van God, zie je zijn hand. Hoe langer ik met mensen optrek, hoe dieper die ervaring gaat. Ik wijs ze er graag op dat er na moeilijke tijden ook weer mooie tijden zijn gekomen. Maar soms is er geen goede afronding geweest, is het leven ze overkomen en blijven ze hangen in wat moeilijk was. Dat is een kwestie van karakter. Maar elke oudere zit nog in de groei. Ik zie altijd beweging. Ook een worsteling is een beweging.
‘Ik houd van de diepte van het leven.
Daarom is de omgang met mensen zo boeiend’
En daar komt bij: de tijd verandert zo snel. Mensen benen de ontwikkelingen niet meer bij. Ze verliezen zichzelf en grijpen dan graag terug op wat ze kennen, wat ze gewend zijn. Daar zie ik ook wel verschillen in. De een kan wat gemakkelijker meebewegen dan de ander. Als het gaat om de snelle ontwikkelingen in de kerk, zeggen ze weleens tegen mij: “Ik moet niet zo mopperen, hè?”, maar dan zeg ik altijd: “U bent ook deel van de kerk en u kent haar geschiedenis. U heeft zich zo ingezet voor de kerk, uw mening doet er ook toe.”’
Thuisgevoel
‘Ik kom ook ouderen tegen die blij zijn met de ontwikkelingen. Die zien dat hun kinderen of kleinkinderen het fijn vinden om bijvoorbeeld opwekkingsliederen te zingen. Zij kunnen daar dankbaar voor zijn en het vertrouwde loslaten. Maar anderen kunnen dat niet. Dat heeft te maken met het thuisgevoel. Ouderen hebben bij de liederen van vroeger vaak een diepe beleving, omdat ze zo met hun leven verweven zijn. Zij hebben dat vertrouwde nodig om zich thuis te voelen in de kerk en bij God.
In deze tijd van individualisering zijn mensen erg met zichzelf bezig, met hun eigen leven. En ze zoeken dan ook automatisch gelijkgezinden met wie ze bijvoorbeeld over hun geloof praten. En dat is goed, dat is heel begrijpelijk. Maar met elkaar in gesprek blijven, is ook belangrijk. Dat doen we ook wel.
‘Van die waarde die elk mensenleven heeft,
mogen ouderen zich wel wat meer bewust zijn’
We hebben een keer in Axel de jongeren uit de oudere catechesegroepen met ouderen laten praten over levensvragen. Dat leverde goede gesprekken op en sommige jongeren zijn nog een keer teruggegaan om erover door te praten. Ook is een jongerengroep mee geweest toen ik voorging in een verpleegtehuis. Ze haalden de ouderen die in een rolstoel zaten op van hun kamers en hielpen praktisch bij de dienst. Dat werkte goed, al zijn dat helaas wel eenmalige activiteiten.’
Geloofsgesprek
‘In Axel zijn naar verhouding meer ouderen dan hier in Hoek. Er zijn daar huisgroepen per wijk ingedeeld, maar omdat ouderen aangaven het moeilijk te vinden om ’s avonds nog de deur uit te gaan, is er voor hen een aparte ouderengroep gestart in de middag. En dan kun je zeggen: dat is niet goed, want nu praten de verschillende generaties niet met elkaar, maar ik denk: nu doen de ouderen toch mee, in hun eigen tempo praten ze over het gemeentebrede jaarthema. Ze blijven actief en betrokken op deze manier. Dat hadden we anders niet bereikt.
Marijke Harmanny: ‘Elk mens is uniek en prachtig door God gemaakt, maar bij ouderen komt daar een dimensie bij. Ze dragen een heel leven met zich mee.’
Uiteindelijk is het doel van het kerk-zijn: samen God ontmoeten en met elkaar ons geloof verdiepen. Dat doel wordt gehaald: in de wijkgroepen, maar ook tijdens de ouderenmiddagen. Het is en-en: het is mooi als jong en oud samen in gesprek gaan, maar het is ook fijn om met mensen van je eigen leeftijd te praten over het geloof. Als we maar van elkaar willen leren. Het zou natuurlijk ideaal zijn als oud en jong altijd en overal met elkaar in gesprek zouden zijn. Maar ik ben blij met wat er is, ik geniet van wat er ontstaat, spontaan. Alle gesprekken over het geloof zijn winst. Ik ben er blij mee dat er ouderengroepen zijn en dat er dwarsverbanden zijn.’
Bescheiden
‘Vaak ontstaat er door ziekte een soort passiviteit. Een willen ontvangen in plaats van geven. Er zijn weleens ouderen in zo’n verzorgingsflat die zeggen: “Ik zie de kerk zo weinig.” En het is ook zo dat het contact met gemeenteleden minder wordt als je zelf niet meer gemakkelijk ergens komt. Ik probeer ze dan toch te stimuleren om zelf te geven. Dan zeg ik: “Misschien kunt u eens contact zoeken met uw buurvrouw of met een ander gemeentelid hier op de galerij.” Ik hoor wel van gemeenteleden die de kerk-tv niet aan de praat krijgen en dan bij gemeenteleden in dezelfde flat gaan kijken.
Als je ziek of eenzaam bent, helpt het vaak beter om te geven dan om te wachten tot je iets kunt ontvangen. Maar het is niet gemakkelijk om mensen daarvan bewust te maken. We hebben het over de generatie die vlak voor of tijdens de oorlog geboren is. Zij zijn het niet gewend om naar zichzelf te kijken, om te reflecteren. Maar van deze generatie vind ik ook: hun bescheidenheid is hun schoonheid.’
Het eeuwige
‘Soms vragen ze: “Wat doet mijn leven er nog toe? Ik ben mijn man of mijn vrouw kwijt, wat nu? Ik zit alleen maar in een stoel, hoe kan het nu waardevol zijn wat ik doe?” Dan zeg ik: “U heeft een schat aan ervaring om te delen. Het is kostbaar dat u mag leven. Uw kinderen genieten van u. U kunt bidden, dat is kostbaar voor drukke gezinnen.” Ik help ze dan om de taken die ze nog hebben, of kunnen hebben, onder woorden te brengen.
Ze kunnen de dankbaarheid waarmee ze terugkijken doorgeven aan de volgende generaties. Ze kunnen daarin immers God grootmaken. Ze kunnen luisteren, een luisterend oor bieden voor kinderen en kleinkinderen. Met hen meeleven en meedenken en voor hen bidden. In gedachten bij iemand zijn, een kaartje sturen. Ze kunnen het kerkblad lezen en de mensen die daarin genoemd worden bij God brengen.
In elke levensfase krijgt een mens talenten en een uitdaging. Ik zeg weleens: “God geeft u het leven, dus heeft u een taak.” In zwakte kan God grote dingen doen. God maakt een andere optelsom dan wij, voor Hem zijn andere dingen waardevol. Van die waarde die elk mensenleven heeft, mogen ouderen zich wel wat meer bewust zijn.
Ouderen komen, juist doordat hun leven beperkt wordt, dicht bij de kern van het leven. Het bij elkaar en bij God zijn in plaats van druk zijn met werk of andere dingen die afleiden van waar het om gaat. Dat zijn in plaats van doen, dat kan ook het verlangen naar het eeuwige met zich meebrengen. Ja, als ik bij een oudere ben, geniet ik van al deze dimensies.’
Hoe kun je contact maken met ouderen? Marijke Harmanny geeft tips voor jongeren én ouderen.
- Jongeren:
- Bak koekjes, koop een bosje bloemen, en ga gewoon.
- Ga langs bij een oudere die in je buurt woont.
- Breng kerstattenties.
- Organiseer als activiteit van de jeugdvereniging een ouderenbezoek; bespreek je levensvragen met hen.
- Oudere jongeren:
- Neem je kinderen mee, dat vinden ouderen meestal erg leuk.
- Vraag hoe het gaat.
- Stuur eens een kaartje.
- Ga als vereniging of Bijbelstudiegroep koken voor ouderen.
- Help in een verpleeghuis of kerkdienst.
- Ouderen:
- Bid voor elkaar, dat is het belangrijkste wat u kunt geven.
- Stuur een kaartje of bel even; zo laat u weten dat u aan iemand denkt. Juist jongere generaties, die het vaak druk hebben met werk en gezin, hebben daar behoefte aan. Ook zij hebben bemoediging en aandacht nodig.
- Is het te moeilijk om naar de zondagse dienst te gaan? Stel uzelf de vraag waar u wel heen kunt gaan om mensen te ontmoeten.
- Vraag of iemand u kan komen halen voor de wijkmiddag.
- Ga samen met anderen de kerkdienst beluisteren of bekijken.
- Vier samen het avondmaal of bespreek samen een onderwerp. Vraag of een gemeentelid zo’n bijeenkomst wil leiden. Gewoon doen, stap die drempel over en vraag het.
Theanne Boer is tekstschrijver en journalist.


