Bert Loonstra laat zich niet nog eens van een thema afbrengen

0

Bert Loonstra, predikant in de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK), heeft als geen ander ervaren hoe heftig meningsverschillen in een kerkgenootschap kunnen uitpakken. Zijn boek Hij heeft een vriend over homoseksualiteit moest hij in 2005 onder kerkelijke druk uit de handel halen. Sinds 2008 praat hij via zijn blog kritisch vanaf de zijlijn mee over de ontwikkelingen in de CGK. ‘We moeten leren dat de kerk van Christus is.’

Bert Loonstra: ‘Ik wil problemen zo formuleren dat je ze niet makkelijk uit de weg kunt gaan. Dat je niet op oude zekerheden terugvalt, maar denkt: hoe zit het echt?’

Bert Loonstra: ‘Ik wil problemen zo formuleren dat je ze niet makkelijk uit de weg kunt gaan. Dat je niet op oude zekerheden terugvalt, maar denkt: hoe zit het echt?’

‘Ik ben van jongs af aan opgegroeid in de CGK. Mijn moeder kwam uit de Gereformeerde Kerken (synodaal) en ging met mijn vader mee naar de CGK. Daar werd ze geraakt door de persoonlijke, doorleefde toon van veel preken. Het sprak haar erg aan. Totdat ze ontdekte dat er een bekeringsschema werd gehanteerd, een kenmerkenbenadering. Je moest kunnen vertellen hoe je van ellende naar verlossing was geleid. Toen voelde ze zich ineens weer buitenstaander. Mijn ouders werden er beiden ongelukkig van. Toch zijn ze altijd trouw gebleven aan de kerk.

Ik herken er veel van bij mezelf. Ik was een serieuze jongen met een antenne voor een doorleefd geloof. Maar ik kende ook de ambivalentie over die rigide kenmerkenprediking die mensen buitensloot en wanhopig maakte. Toe-eigening van het heil is een belangrijk element in mijn geloof. Maar het gaat mis als je de zekerheid van het heil van je ervaring laat afhangen.’

Bert Loonstra is 63 jaar, getrouwd met Elsbeth. Hij heeft drie volwassen kinderen en zes kleinkinderen. Hij is predikant van de CGK in Gouda. Als tiener koos hij voor theologie. ‘Ik koos voor een studie die me hielp om me te bezinnen op het leven. Gaandeweg vroeg ik me sterker af: wat wil ik hiermee doen? Waar roept God me?’

Ik beschouw u als een onafhankelijke denker. Zat dat er tijdens uw studie al in?
‘Toen ervoer ik inderdaad al in toenemende mate dat in discussies vaak ideologische argumenten werden ingezet. Ze werden niet onbevangen gevoerd. Dat speelde bij een thema als uitverkiezing en toe-eigening van het heil. Ik vond dat onbevredigend. Ik wil problemen zo formuleren dat je ze niet makkelijk uit de weg kunt gaan. Dat je niet op oude zekerheden terugvalt, maar denkt: hoe zit het echt?’

Nu bent u predikant – al een werkend leven lang. Wat drijft u?
‘Dat ik mijn werk mag maken van het leven uit de bron vind ik een voorrecht. Ik geloof dat ik in Christus word uitgetild boven alle aanvechtingen, vertwijfelingen en zonden. Ik deel die overtuiging graag met anderen. Dat is het verlangen dat mij in beweging brengt.’

‘Toe-eigening van het heil is een belangrijk
element in mijn geloof’

Is dat in deze tijd een grote uitdaging? Om mensen te vertellen dat ze niet zichzelf moeten zoeken, maar God?
‘Wij worden beïnvloed door onze cultuur. Die is in deze tijd sterk individualistisch. Maar als je jezelf zoekt, je eigen ik, je eigen genot, maakt dat ten diepste ongelukkig. Dan ben je overgeleverd aan jezelf. Je moet alles uit jezelf halen, werken aan je eigen zelfvertrouwen. Dan kan het heilzaam zijn om tot een echte gemeenschap te behoren. Om je open te stellen voor de Bijbel, die juist veel biedt om een goed en gezond zelfbeeld te bouwen. Omdat je geliefd bent door God. Ik begeleid mensen graag op dat vlak.’

Merkt u in uw eigen gemeente dat samen een gemeenschap vormen ingewikkelder is dan in het verleden?
‘Ik merk dat de individuele beleving heel belangrijk is geworden. Het gevaar is dat het heilige dan het middel wordt voor ons welbevinden. Het besef dat God als gans andere onze aanbidding waard is omdat hij God is, dat mag dieper beleefd worden. Merk ik in mijn eigen gemeente dat gemeenschap ook steeds moeilijker wordt? Het is een relevant thema. Het heeft te maken met trouw zijn. Met geregeld naar de kerk komen. Dat bouwt op. Ik ben predikant in Gouda. In het westen van Nederland zijn deze thema’s denk ik nog wat urgenter dan in het oosten en noorden.’

U hebt een paar keer onder vuur gelegen door uw publicaties. In 1994 schreef u De geloofwaardigheid van de Bijbel, over de problemen die je kunt tegenkomen bij het Bijbellezen. En in 2005 Hij heeft een vriend, waarin u ruimte geeft aan homoseksuele relaties in de kerk. Dat laatste boek moest u onder druk uit de handel nemen.
‘In die zin dat – als ik dat niet zou doen – er kerkelijke procedures tegen mij zouden worden opgestart.’

‘Er hing in die tijd een permanente dreiging
boven mijn hoofd’

Hoe kijkt u terug op die periodes?
‘Ik betreur het nog altijd dat er niet de bereidheid, niet het vermogen was om op mijn argumenten in te gaan. Vanaf het begin stond het gesprek onder enorme druk: is Loonstra wel rechtzinnig? Dat praat niet lekker, als je zo in de verdediging wordt gedrongen. Er hing in die tijd een permanente dreiging boven mijn hoofd.’

Hebt u er persoonlijk onder geleden?
‘Ik ben er niet verbitterd door geraakt. Ik heb geen last van wrevel of verongelijktheid.’

Maar hebt u eronder geleden?
‘Ik laat me niet door pijn en verdriet leiden. Maar ik heb later ontdekt dat ik door de gang van zaken rond Hij heeft een vriend een soort knock-outervaring heb gehad. Ik heb twee jaar lang in een wat verdoofde toestand geleefd. Ik voelde ook de pijn niet. Pas na twee jaar begreep ik op emotioneel niveau wat me was overkomen. Nog een jaar later ben ik mijn weblog begonnen. Dat heeft me erg geholpen. Het is voor mij een platform waar ik gewoon eerlijk kan schrijven hoe ik zaken beoordeel. Ik zit er nu wel bovenop – ik laat het me niet nog een keer gebeuren dat ik me van een thema laat afbrengen.’

Bert Loonstra: ‘Als ik over het gezag van de Schrift schrijf, is dat omdat ik het belangrijk vind dat we de jeugd iets meegeven waarmee ze verder kunnen.’

Bert Loonstra: ‘Als ik over het gezag van de Schrift schrijf, is dat omdat ik het belangrijk vind dat we de jeugd iets meegeven waarmee ze verder kunnen.’

Denkt u dat u nog een rol speelt in de meningsvorming binnen de CGK?
‘Ik voel me kerkelijk wel een beetje op een zijspoor gezet. Ik kan dat ook iets positiever verwoorden als een positie die men mij geeft om vanaf de zijlijn kritisch te toetsen.’

Maar luisteren ze wel? Lezen ze uw blogs?
‘Of ze luisteren is niet zo goed te meten. Als het over mijn blogs gaat, merk ik dat ze invloed hebben. Mijn boeken zouden wel meer gelezen kunnen worden. Recent heb ik Meedenken met Paulus gepubliceerd, over vrouw en ambt. Wat ik betreur en ook niet zo goed kan hebben, is dat er nauwelijks publieke discussie is over dat boek. Ik denk dat de onderliggende reden is dat het voor mensen moeilijk is om het eigen denkkader ter discussie te stellen. Zo diep gaat het.’

Waarom zoekt u telkens de hete hangijzers in uw kerkgenootschap op om over te schrijven?
‘Achter al mijn boeken zit een belangrijk pastoraal motief. Als ik over het gezag van de Schrift schrijf, is dat omdat ik het belangrijk vind dat we de jeugd iets meegeven waarmee ze verder kunnen. Dat ze niet op een gegeven moment denken: ik ben voor de gek gehouden. Ik schreef over homoseksualiteit vanuit mijn eigen verlegenheid. Hoe zou ik een homoseksueel begeleiden? En als het gaat om de vrouw in het ambt zou ik zelf nog wel kunnen leven met de koers van de CGK, maar ik merk in mijn eigen gemeente dat vrouwen en mannen dat als onverteerbaar ervaren, als een last die op hen wordt gelegd. Dan is het zaak om de Bijbel hierop goed te onderzoeken.’

De vraag of vrouwen in de kerk ambten mogen bekleden, is weer erg actueel in uw kerkgenootschap. Er ligt een diepe kloof tussen voor- en tegenstanders. Wat is wijsheid?
‘Het is belangrijk dat we de inhoudelijke discussie voeren. Als we blijven zeggen dat het kerkverband die discussie niet kan dragen, leggen we het gesprek stil. Ik vind het wezenlijk om te benadrukken dat de kerk van Christus is. Uit dat besef komt als het goed is voorzichtigheid naar voren, vanuit ontzag voor God. Als beide partijen echt geloven dat ook de andere partij de Schrift wil laten gelden, kun je elkaar ruimte geven. De eenheid in het ontzag voor God en de Schrift is belangrijker dan de eenheid in conclusies die we daaruit trekken.’

‘Dan denk ik achteraf:
heb ik niet te veel concessies gedaan?’

U hebt een toespraak van hoogleraar Herman Selderhuis geanalyseerd in drie achtereenvolgende blogs. Denkt u na over de vraag hoe hij uw blogs zou lezen? Het zijn best scherpe commentaren.
‘Ik probeer op de zaak in te gaan. Maar ik realiseer me dat je, zelfs als je op de bal speelt, toch ook de tegenspeler kunt raken. Ik weet dat ik ver kan gaan als ik in een bepaalde mood zit. Als ik dat merk, dan trek ik me dat aan. Dan verander ik dat. In eerdere situaties heb ik weleens een persoonlijke mail gestuurd. In dit geval weet ik het nog niet. Ik zou dan graag een signaal krijgen. Als ik dat krijg, kost het me geen moeite om me in de ander te verplaatsen.’

U schrijft, u becommentarieert. Spreekt u uw tegenspelers ook, gaat u weleens koffie met ze drinken?
‘Weinig. De mooiste momenten zijn de niet-bedoelde ontmoetingen, als je elkaar ongedwongen tegenkomt en een praatje maakt. Als je het ergens bewust over moet hebben, is mijn ervaring dat dat niet zo veel oplevert. Ik houd me dan in omwille van de goede verhoudingen. Dan denk ik achteraf: heb ik niet te veel concessies gedaan? Ben ik wel duidelijk genoeg geweest?’

Terwijl intern in de CGK de verhoudingen meer op scherp staan, zit er juist vaart in de toenadering tussen GKv en NGK. Hoe kijkt u daar als CGK’er naar?
‘Ik vind dat heel positief. Ik moet tegelijkertijd zeggen dat ik het niet helemaal begrijp. De veranderingen binnen de GKv zijn wel heel snel gegaan, daar kijk ik van op. Ik weet niet hoeveel ongelukken dit gaat geven. Ik zou zeggen: doe organisatorisch voorzichtig aan. Wederzijdse erkenning, openstelling van kansels en avondmaalstafels, dat is toch al heel wat. Hier in Gouda hebben wij als CGK goed contact met de GKv. Aanvankelijk wilden zij ver gaan: één gemeente worden, wijken herverkavelen. Dat hebben wij afgehouden. Het bestaande sociale verband moet je niet te makkelijk opgeven. Laten we elkaar bijstaan waar mogelijk, maar niet kiezen voor geforceerde eenwording. Als mensen zich ergens thuis voelen is dat gewoon waardevol. Organisatorische eenheid is het eindpunt van een vaak lange weg.’

Dit interview staat in ons nieuwste nummer. Nog geen abonnee? Profiteer van dit mooie aanbod: lees magazine OnderWeg 3 maanden gratis op je mobiel of tablet (proefabonnement Digitaal).

Delen.

Over de auteur

Embert Messelink is zelfstandig tekstschrijver.

Laat een reactie achter