Asielzoekers in het Oude Testament

0

Asielzoekers zullen altijd onder ons zijn. Dat blijkt uit onze vaderlandse geschiedenis. We kennen de Antwerpse asielzoekers die Amsterdam groot hebben gemaakt. De Joodse asielzoekers hadden het heel wat moeilijker, maar toch zijn ze zo geworteld geraakt in ons land dat areligieuze rechts-nationalisten vandaag nostalgisch spreken over de Joods-christelijke wortels van onze cultuur.

De huidige asielzoekers krijgen in ons land met moeite een vaste verblijfsvergunning. En hun integratie in Nederland is nog een heel ander verhaal. Om over de economische ‘gelukszoekers’ onder hen maar te zwijgen: die moeten gewoon weer terug naar huis, wordt gezegd.

Asielzoekers

Ook Israël kende ten tijde van het Oude Testament asielzoekers, al waren de aantallen natuurlijk gering en daarom niet zo bedreigend als vandaag. In Deuteronomium 23:16-17 lezen we over een weggelopen slaaf uit het buitenland die in Israël asiel zoekt. Anders dan in de buurlanden mocht zo’n slaaf in Israël niet teruggestuurd worden naar zijn meester.

Israël zou een uitgelezen asiel voor
weggelopen slaven worden

Het hoogste gezag besliste over het lot van zulke asielzoekers. Dat was in Israël niet de koning, maar de Koning der koningen. Die bepaalde dat er in Israël een ruimhartig asielbeleid moest zijn. De koning moest vooral trouw Gods wet handhaven, die hij dan ook goed moest kennen (Deuteronomium 17:18-19). Israël zou zo een uitgelezen asiel voor weggelopen slaven worden.

Een volk dat zelf eeuwenlange slavernij in Egypte had beleefd, moest een hart hebben voor asielzoekers. Die mochten zelf de stad of het dorp uitkiezen waar ze wilden wonen en mochten niet uitgebuit worden als goedkope arbeiders. Een ruimhartige en vrijgevige God verwacht van zijn volk eenzelfde houding.

Buitenlanders

De weggelopen slaven waren niet de enige buitenlanders die zich in het oude Israël vestigden. In de sociale wetgeving van de Thora komen we hen regelmatig tegen, samen met sociaal zwakke groepen als de weduwen en de wezen.

Het is wat verwarrend dat wij deze immigranten in onze Bijbelvertaling als ‘vreemdelingen’ tegenkomen. In het Hebreeuws zijn er zeker drie woorden voor vreemdeling, die ieder een eigen categorie aanduiden. Je hebt de tijdelijke bezoekers die komen en gaan, maar je hebt ook vreemdelingen die blijven en hun leven in Israël willen opbouwen.

De oorzaken voor immigratie laten zich raden. Behalve de weggelopen slaaf zullen er oorlogsvluchtelingen zijn geweest. Door de ballingschap vormden de Joden zelf als oorlogsvluchtelingen overal eigen gemeenschappen. Joodse asielzoekers vond men toen van Egypte tot China, van Turkije tot Rome.

Ze werden niet als ‘gelukszoekers’ geweerd

Er zullen ongetwijfeld ook economische vluchtelingen zijn geweest (als gevolg van hongersnood door aanhoudende droogte of sprinkhanenplagen). In Israël moesten ook zij ruimhartig ontvangen worden en vrijgevig geholpen worden om hun leven op te bouwen. Zelfs op de grote feesten waren ze welkom in de tempel (Deuteronomium 17:11, 14), behalve op het Pesachfeest, tenzij ze zich hadden laten besnijden en in Israël waren ingelijfd. Zoals wij vandaag ongelovigen wel meenemen naar de kerk, maar niet aan het avondmaal laten gaan, waarvoor de doop nodig is! Ze werden niet als ‘gelukszoekers’ geweerd.

Veel van de asielzoekers integreerden goed in Israël. Neem als voorbeeld Uria de Hethiet, die met een kleindochter van Achitofel trouwde, de topadviseur van koning David. Of Obed-Edom, in wiens huis David de ark parkeerde na zijn mislukte poging om hem naar Jeruzalem te brengen. Dit waren geassimileerde buitenlandse families, maar hun namen verraadden nog hun etnische afkomst. Buitenlanders, waaronder asielzoekers, ‘met een permanente verblijfsvergunning’ moesten in Israël ruim de kans krijgen hun leven op te bouwen.

Christelijke houding

Om een christelijke weg te vinden in de moderne vluchtelingenproblematiek moeten we allereerst bedenken dat wij in het Westen er grotendeels verantwoordelijk voor zijn. Denk aan de klimaatsverandering, waardoor de grond in Afrika uitdroogt en de voedselproductie stagneert. Dat levert de gestage stroom asielzoekers uit Afrika op, onder wie de zo verfoeide ‘gelukzoekers’. Voor hen is het echter een zaak van leven of dood, ook voor de achtergebleven familie, die ze financieel hopen te steunen.

Als volgelingen van Jezus zoeken we
naar een alternatieve levensstijl

Verder: de westerse koloniale machten bepaalden in de negentiende eeuw in Europa de landsgrenzen binnen Afrika. Binnen de nieuwe grenzen werden vijandige volken gedwongen tot een permanente gewapende vrede, die in 1994 in Rwanda tussen Hutu’s en Tsutsi’s eindelijk barstte. Afrika’s notoire instabiliteit is een Europese erfenis. Gedeeltelijk hebben wij Europeanen de moderne asielproblematiek over onszelf afgeroepen. En of de zendingsbeweging, die juist in de negentiende eeuw expandeerde, hier schone handen heeft, is de vraag. Van de beschamende samenwerking tussen zending en koloniale politiek is het apartheidsbeleid in Zuid-Afrika een duidelijk voorbeeld.

Als christenen zijn we verplicht om het Bijbelse onderricht over asielzoekers in Israël te verwerken in een samenhangend kerkelijk asielbeleid, zoals vorig jaar de PKN gedaan heeft in de publicatie Van migrant tot naaste. Als Bijbelgetrouwe volgelingen van Jezus zoeken we in het asielbeleid naar een alternatieve levensstijl (Matteűs 25:35-40).

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Laat een reactie achter