Van het donker naar het licht

Jeannette Westerkamp | 8 juni 2019
  • Eyeopener

Ik, ellendig mens!
(Romeinen 7:24)
De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn.
(Romeinen 8:16)

‘Ik heb mijn oude mens overboord gezet’, zei de bekeerde zondaar na zijn doop. ‘Ik ook’, zei de volwassen christen, ‘maar de mijne kan zwemmen.’ Als christen geloof je dat God ons door Jezus verlost van de zonde. Tegelijk zie je dat je telkens weer tekortschiet. Hoe voorkom je dan dat je ontmoedigd raakt?

Een aantal keren heb ik het nu meegemaakt dat iemand werd gedoopt die een ommezwaai gemaakt heeft van een leven los van God naar een leven als christen. Als zo iemand dan iets vertelt over het verschil tussen het leven zonder God en het leven met Jezus, dan denkt menig kerklid al gauw: dat had ik ook wel mee willen maken, zo’n ommekeer, zo’n blijdschap. De dopeling zou echter zeggen: ‘Je weet niet waar je het over hebt. Ik had er alles voor over gehad om niet mee te hoeven maken wat ik allemaal beleefd heb zonder God.’

(beeld Keem Ibarra/Unsplash)

(beeld Keem Ibarra/Unsplash)

Thuiskomen als je bij de varkens hebt gezeten, heeft een voordeel. Als verloren zoon krijg je vaak een feest waar de oudste zoon jaloers naar staat te kijken. Maar dan? Een jaar later. Is de onrust dan uit je leven? De schaamte? Ga je je best doen om iets goed te maken en lukt dat?

Spiegel

Paulus lijkt verbazend weinig last te hebben van zijn verleden. Paulus wist dat het goed zat tussen hem en God. Het oordeel van de mensen kon hem niets schelen, en ook zijn eigen oordeel niet. Want ook als er iets niet goed zou zitten, was dat Gods zaak (1 Korintiërs 4:3). Hij is een nieuwe schepping (2 Korintiërs 5:17).

En dan toch die kreet: ‘Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik.’ (Romeinen 7:19) En even later: ‘Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood?’ (Romeinen 7:24).

In Romeinen 7 schrijft Paulus over de wet, waarin hij – als in een spiegel – ziet wat er aan hem mankeert. Zoals je mensen kunt tegenkomen bij wie je opeens schril afsteekt, omdat zij dingen waar jij dacht goed in te zijn, zo veel beter doen. Maar Paulus durft ook in deze spiegel te kijken zonder ontmoedigd te worden. Het bevestigt wat hij al weet en elke keer weer moet horen en zeggen over zijn redding: ‘Dat doet God! Dank aan Hem door Jezus Christus, onze Heer’ (Romeinen 7:25).

Remedie

Van Romeinen 7 naar Romeinen 8 is een sprong van het donker naar het licht. In onze kerken, en ook in onze cultuur, gaat het vrijwel altijd over liefde, acceptatie, niet oordelen. Was het kruis wel nodig voor onze zonden? Zijn we niet vrij van de last van de zonde? Toch zijn er steeds meer jonge mensen die zozeer het gevoel hebben dat ze niet zijn wie ze zouden moeten zijn, dat het leven te zwaar wordt. Er worden ons tegenwoordig spiegels voorgehouden die minstens zo veeleisend zijn als die van de wet. Ik moet presteren, er goed uitzien. Een goede moeder of vader zijn. Mijn relaties moeten perfect zijn. Ik moet gelukkig zijn.

Hoe houd je het dan uit met jezelf? Ik hoor in Nederland meer over zelfdodingen dan toen we in een land woonden waar oorlog en honger heersten. Ligt het aan de maatschappij? En hoe onttrek ik mij daaraan?

Paulus durft ook in deze spiegel te kijken
zonder ontmoedigd te worden

Ik weet nog dat ik me een tijdlang doodmoe voelde. Wat een opluchting toen bleek dat er iets mis was in mijn bloed. Vrijwel meteen werd ook een remedie gevonden. Wat kun je dan ‘blij’ zijn met een diagnose dat je ernstig ziek bent!

Paulus keek in de spiegel van de wet, zijn leefwereld. ‘Ik, ellendig mens. Het lukt me niet, wat ik ook doe.’ In Romeinen 8 kijkt hij in de spiegel van de Geest en zegt hij: ‘Maar ik hoef het ook niet te doen, het is voor mij gedaan door Christus.’ Is het voor ons soms andersom? Oog in oog met Gods liefde in Christus zie je waar je tekortschiet. En dat kun je aan als je weet dat je geliefd bent, ondanks alles. Simul iustus et peccator (tegelijk rechtvaardig en zondaar), zoals Luther al zei.

Sprong

Romeinen 8 gaat over de zekerheid van Gods liefde voor ons. Wat je ook ziet in de spiegel van de wet, je bent een kind van God. Niet meer de wet, maar de heilige Geest regeert. De Geest van het leven in Christus Jezus.

Het is een enorme sprong: beseffen dat het je bij de handen afbreekt en dan opgevangen worden. Niets kunnen en alles krijgen. Daarom zijn die getuigenissen van bekeerde criminelen zo mooi: je ziet de overgang van het donker naar het licht.

‘Ga maar klagen bij Jezus,
Hij gaat daar nu over’

Helaas heb ik ook mensen zien terugvallen. Waren ze niet bekeerd? Bij hen zie je zo’n terugval heel duidelijk. Maar net zoals zij het weer gingen zoeken bij hun ‘foute vriendjes’, zo heb ook ik van die zaken waar ik me makkelijk meer afhankelijk van maak dan van God (iedereen kan zijn eigen voorbeelden wel bedenken). Een onzichtbare ziekte is niet minder gevaarlijk dan een zichtbare.

We zijn heiligen, mensen die door God zijn uitgekozen. Maar geen heiligen in de betekenis van mensen zonder fouten. Durven we naar onszelf te kijken, vanuit die veiligheid in Christus, en te zien wie we ook zijn? Oude patronen slijten langzaam. Soms lijkt het leven als christen op leren schrijven met je linkerhand terwijl je rechts bent. Ik ken iemand die dat goed kan, maar die heeft dan ook een tijdlang zijn rechterhand in het gips gehad. Hoeveel druk heb ik nodig om echt te veranderen?

Maar als ons allerlei duistere spiegels worden voorgehouden, kunnen we tegen de ‘aanklagers van de broeders’ zeggen: ‘Je hebt gelijk, je hebt helemaal gelijk, er deugt niets van mijn motieven. Ga maar klagen bij Jezus, Hij gaat daar nu over.’

Ruimte

Na Jezus’ hemelvaart hebben zijn volgelingen zich tien dagen opgesloten. Petrus heeft geen praatjes meer. ‘Ik ellendig mens, ik wilde Hem niet eens kennen. En toch kreeg ik de opdracht om de schapen van de goede herder te weiden. Hoe dan?’ Ze bidden. Ze bidden de weg vrij om te ontvangen. Tien dagen wachten ze, dan komt de Geest. Daar is alle ruimte voor. Ze hebben niets meer in handen. Petrus krijgt weer woorden in de mond. Hij is niet bang om weer iets te zeggen wat hij niet waar kan maken of iets te zeggen uit angst. Drieduizend mensen worden door zijn woorden geraakt en veranderen de richting van hun leven.

De Geest neemt ons mee in wonderen van liefde

De Geest is als de wind. Die kun je niet vangen. Daar kun je je niet mee volstoppen en niet in verstoppen. De Geest neemt ons mee in wonderen van liefde.

Onlangs sprak ik een knul van 17. Hij zei: ‘Ik wil God proberen. Ik heb alles al geprobeerd, drugs, seks, criminaliteit, alles.’ Hij hoorde beleefd aan wat ik over God en Jezus te zeggen had, maar toen ik vroeg: ‘Wil je dat ik voor je bid?’ zei hij opgelucht: ‘Ja, daar kwam ik voor.’

Ik vroeg God of Hij deze jongen zijn Geest wilde geven om Hem beter te leren kennen. De jongen zat minutenlang ontspannen met zijn ogen dicht en zei toen met een diepe zucht: ‘Ja, dat is het. Wauw, te gek. Zo stil ineens.’ Hij sliep daarna beter en iedereen vond hem zo rustig geworden. Ik stond erbij en keer ernaar. Zo eenvoudig is het.

Om over na te denken of door te praten

  • Waar ligt in jouw leven het accent? Doe je je best om goed genoeg te zijn, of zit je juist aan de andere kant: het is wel goed zo? Wat wil je versterken?
  • Soms vormen bescheidenheid en acceptatie een manier om zelf geen kritiek te krijgen. Herken je dat?
  • Hoe maak jij ruimte voor de Geest? Je kunt denken aan: stil zijn, jezelf ‘leeg schrijven’, wandelen, je door een ander laten bevragen, een bepaalde plek opzoeken.
  • Heb jij een bekeringsverhaal of zo’n moment dat jijzelf of iemand in je omgeving van het donker naar het licht werd getild? Heb je dat weleens opgeschreven of gedeeld met anderen?
Over de auteur
Jeannette Westerkamp

Jeannette Westerkamp is parttime justitiepredikant namens de NGK Houten.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Kerknieuws juni 2026

Kerknieuws juni 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Op 15 mei is ds. Johannes Theodoor Jonkman overleden. Hij werd op 13 januari 1950 geboren in Groningen en studeerde theologie in Kampen. In 1983 werd hij door GKv Drachten Zuid-Oost uitgezonden als zendingspredikant naar Kalimantan Barat (Indonesië). In 2000 werd hij gemeentepredikant in NGK Hardenberg-Centrum, waar hij vanaf 2015 aan verbonden was als emerituspredikant. De NGK Hardenberg-Centrum telt ruim 550 leden. Binnenkort verschijnt op onderwegonline.nl een in memoriam over ds. Jonkman.

Lees artikel
Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Lyanne De Haan-Wilts
  • Kerkelijk leven
  • Professorsprofiel

Ik ontmoet Myriam digitaal. Haar vakantie is net voorbij en dat is te zien, ze kijkt ontspannen met een kop thee de camera in. Toch geeft ze aan dat vakantie iets ingewikkelds heeft. Het leven als hoogleraar is gefragmenteerd en kent een permanente druk. De rust die vakantie brengt is elke keer weer even wennen. De adrenaline van haar dagelijks leven moet eruit en ze vindt het lastig om geen grip op zaken te hebben. Tegelijk hoopt ze dat ze de rust van de afgelopen vakantie mee kan nemen in haar werk van de komende tijd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief