Hayarpi Tamrazjan hervat haar leven na het kerkasiel

0

Het duurde even voordat we Hayarpi Tamrazjan konden spreken. Na de zenuwslopende maanden van het kerkasiel, dat op 30 januari 2019 eindigde, had Hayarpi Tamrazjan (21) behoefte aan rust en wilde ze even geen journalisten spreken. Mondjesmaat doet ze dat nu weer. ‘Vaak kwamen mensen voordat ze naar hun werk gingen nog even een uurtje naar de Bethelkapel. Als ik daar nu aan terugdenk, ben ik zo verwonderd. God, wat heeft U gedaan?’

Hayarpi Tamrazjan: ‘Terwijl wij in de kerk lagen te slapen, waren er beneden mensen aan het zingen en het bidden.’ (beeld Jaco Klamer)

Hayarpi Tamrazjan: ‘Terwijl wij in de kerk lagen te slapen, waren er beneden mensen aan het zingen en het bidden.’ (beeld Jaco Klamer)

Ik ontmoet Hayarpi, Armeense van geboorte, op de universiteit van Tilburg, waar ze haar studie econometrie weer heeft opgepakt. In de kantine zit ze geconcentreerd over haar boeken gebogen. Als ze me ziet, verschijnt er een grote glimlach. Even later lopen we over de campus naar het stiltegebouw, dat ze me graag wil laten zien. Het is een sereen gebouw in de vorm van een halve cirkel met een hoog plafond en dikke wanden die de geluiden buiten houden. ‘Zodra ik weer naar de universiteit kon, ben ik eerst hier naartoe gegaan’, vertelt Hayarpi. ‘Dat was belangrijk voor mij. Ik wilde deze nieuwe periode starten met God en Hem de eer geven.’

De afgelopen maanden zijn nogal een rollercoaster geweest voor jou, je ouders, zusje en broertje. Hoe is het nu met je?
‘Goed. Druk.’ Ze lacht. ‘Ik heb vaak de vraag gekregen wat ik zou doen als ik definitief in Nederland mocht blijven. Daarop antwoordde ik altijd: “Verder gaan met mijn leven, alles doen wat ik altijd al deed.” Dus ik heb mijn studie weer opgepakt en ben nu hard bezig om de gemiste colleges in te halen. Ik schrijf nog altijd graag gedichten en heb onlangs mijn eerste dichtbundel Aards verdriet & hemelse vreugde uitgegeven. Ook spreek ik regelmatig in kerken en ik volg een leiderschapscursus van de ChristenUnie-jongeren. Het is een druk leven, maar ik ben er blij mee.’

Hoe kijk je terug op de periode van het kerkasiel?
‘Het was een heel moeilijke, maar ook heel bijzondere periode. Van de beginperiode kan ik me weinig meer herinneren. Het was zo hectisch. We waren helemaal in paniek en vluchtten naar de kerk. De kerk was letterlijk en figuurlijk een veilige plek voor ons. Ik wist niet wat kerkasiel was en moest het opzoeken op het internet. Er werden matrassen geregeld en binnen een paar minuten moest ik bedenken wat ik mee wilde nemen. Ik pakte mijn laptop, mijn tas met collegeschriften, mijn schrift waarin ik gedichten schreef en een stapeltje kleding. Onze dominee en een paar andere mensen uit onze kerk waren heel erg betrokken en kwamen bijna elke avond langs. Daar ben ik ze nog steeds erg dankbaar voor.

‘We waren helemaal in paniek
en vluchtten naar de kerk’

We verbleven eerst in onze eigen kerk in Katwijk, maar konden al snel terecht in buurt-en-kerkhuis Bethel, in Den Haag. Er is in die maanden zo veel bijzonders gebeurd. Ik stond verbaasd – en ben dat eigenlijk nog steeds – dat de dienst drie maanden lang dag en nacht door kon gaan. Terwijl wij in de kerk lagen te slapen, waren er beneden mensen aan het zingen en het bidden. Vaak kwamen mensen voordat ze naar hun werk gingen nog even een uurtje naar de Bethelkapel.

Als ik daar nu aan terugdenk, ben ik zo verwonderd. God, wat heeft U gedaan? Wat was het een wonder! Hoe kunt U ons zo liefhebben? We zijn maar kleine mensen. Als ik daaraan denk, krijg ik nog altijd tranen in mijn ogen. Bethel was ook echt een gezegende plek. Dat hoor ik van iedereen die er als gast is geweest. Mensen die daar kwamen, gingen vol vrede weer naar huis.’

In een eerder interview zei je over het kerkasiel: ‘In de letterlijke zin was ik er niet vrij. Maar je hebt twee soorten vrijheid, naast de letterlijke is er de vrijheid van de geest. Dat is echte vrijheid. Die was er wel, die heb ik ook in de kerk gevoeld.’ Kun je dat uitleggen?
‘Dat besef kwam eigenlijk door een gedicht dat ik schreef. In de periode in Bethel las ik dat het Reformatorisch Dagblad een gedichtenwedstrijd organiseerde. Ik vond het leuk om daaraan mee te doen, tot ik het thema zag: vrijheid. Ik dacht: Wat een thema! Wat moet ik daarmee? Denken aan vrijheid doet pijn. Maar ik wilde geen negatief of somber gedicht schrijven, en besloot me te richten op de andere kant van vrijheid. De vrijheid van de Geest is geen aardse toestand. We zijn vrijgekocht, we zijn geen slaaf meer van verdriet. Deze geestelijke vrijheid is nog belangrijker dan fysieke vrijheid.’

Hoe reageerde je toen jullie eindelijk, na een asielprocedure van negen jaar, een verblijfsvergunning kregen?
‘Als je negen jaar op iets wacht en het gebeurt eindelijk, dan is je eerste reactie: echt? Ik kon het gewoon niet geloven. Maar al snel kregen we allemaal berichtjes en appjes binnen en langzaam kwam het besef: ja, het is echt! We hebben negen jaar lang tussen hoop en vrees geleefd. Er waren niet alleen maar teleurstellingen, we kregen ook twee keer gelijk van de rechter. Maar zeker in de laatste periode van het kerkasiel was de onzekerheid groot.’

Nog geen abonnee van magazine OnderWeg? Verander dat en word gratis Proefabonnee Digitaal: 3 maanden lang ons kleurrijk, eigentijds kerkelijk magazine gratis lezen op je mobiel of tablet. Dat kan nu, via de nieuwe app ‘OnderWeg online’. Geef je via dit formuliertje op.

Hayarpi Tamrazjan: ‘Ik wil me graag inzetten voor de samenleving, voor Nederland. Ik heb zelf ondervonden hoe groot de impact kan zijn van een politieke beslissing.’ (beeld Jaco Klamer)

Hayarpi Tamrazjan: ‘Ik wil me graag inzetten voor de samenleving, voor Nederland. Ik heb zelf ondervonden hoe groot de impact kan zijn van een politieke beslissing.’ (beeld Jaco Klamer)

Je bent – misschien ongewild – een spreekbuis geworden voor het kinderpardon. Ineens kwam je veelvuldig in de media. Hoe heb je dit ervaren?
‘Ik zette vlak voor de periode van het kerkasiel heel onschuldig een filmpje online waarin ik een oproep deed aan Gert-Jan Segers en Joël Voordewind van de ChristenUnie. Ik zette me al in voor de lokale afdeling van de ChristenUnie en was zodoende betrokken bij de partij. Dat filmpje maakte een heleboel media-aandacht los. Ik had dat niet goed ingeschat, maar het was ook zo’n rare periode vol paniek en onzekerheid. We waren gewoon bezig met onze veiligheid. Dat was de hoofdzaak.’

Het geloof is heel belangrijk voor je, zoals blijkt uit je gedichten en de interviews die je geeft. Wat heeft je geloof vooral beïnvloed?
‘Bepaalde periodes zijn heel vormend geweest voor mijn geloofsvertrouwen. Een daarvan speelde al voor het kerkasiel. Ik had via een lange weg mijn vwo-diploma gehaald en wilde gaan studeren in Tilburg. Als asielzoeker heb je nergens recht op, maar met steun van ons netwerk en UAF is het toch gelukt en werd ik toegelaten, wat heel bijzonder was. Zolang je echter in de asielprocedure zit, moet je je elke werkdag tussen 13 en 14 uur melden. Maar hoe kan dat, als je elke dag vijf uur moet reizen tussen Katwijk en Tilburg?

Enkele dagen voordat mijn studie zou beginnen voelde het echt alsof mijn wereld instortte. Ik dacht: Wat heeft mijn leven voor zin, wat moet ik nog als ik niet verder mag studeren?

Toen heeft mijn advocaat een rechtszaak aangespannen met als inzet het recht op onderwijs. Voor de werkelijke zitting heb ik een voorlopige voorziening gekregen om mij in de avond te melden. Zo kon ik toch naar Tilburg.

In die tijd was ik erg moe en uitgeput. Later bleek ook dat ik ijzertekort had. Desondanks ervoer ik veel rust en vrede. Tijdens die lange treinritten was het alsof er liefde door mijn aderen stroomde. Terwijl er geen aanleiding was voor zo veel vrede, wilde mijn ziel juichen en aanbidden.

Door die ervaring ben ik langzaam gaan beseffen dat God mij het beste wenst. Ook al overzie ik de toekomst niet. Later, tijdens het kerkasiel, zijn vertrouwen en hoop ook heel belangrijk geweest. Onze lieve dominee Folkert Rinkema heeft ons daarbij ondersteund met fijne, pastorale gesprekken.’

‘Als asielzoeker heb je nergens recht op’

Je studeert econometrie, maar begon ooit op vmbo-kader. Dat is geen vanzelfsprekende route.
‘Toen wij in Nederland kwamen, mochten mijn zusje, broertje en ik onderwijs volgen. Mijn ouders mochten dat niet. Ik vond het heel erg leuk om de taal te leren en in mijn vrije tijd zat ik altijd in de boeken om het Nederlands zo snel mogelijk onder de knie te krijgen. Na deze (digitale) taalschool had je eigenlijk maar twee opties: vmbo-basis of -kader. Na een poosje mocht ik doorstromen naar het reguliere onderwijs en toen ben ik steeds halverwege het jaar overgestapt naar een hoger niveau.

Eenmaal op het vwo nam ik deel aan een speciaal programma, het Econasium. Dit is een samenwerking met de Universiteit van Tilburg en dan volg je een cursus statistiek en je bezoekt bedrijven en het Europees Parlement. Dat programma sloot ik af met een 8,5. Ik heb er hard voor gewerkt en was ook vaak ‘s nachts aan het studeren. Ik heb nooit hulp gehad, mijn ouders konden mij niet helpen, want zij mochten niet op taalles.’

Ben je een doorzetter?
‘Ja, ik word vaak een doorzetter, een knokker genoemd. Ik denk dat het ook samenhangt met mijn opvoeding en het feit dat we ergens opnieuw begonnen zijn. Mijn vader zei: “Het is beter om een paar jaar heel hard te studeren, dan te luieren. Want hard werken levert wat op, terwijl je van luieren je leven lang last zult hebben.” Dat heb ik altijd onthouden.’

‘Mijn ouders konden mij niet helpen,
want zij mochten niet op taalles’

Je volgt op het moment een leiderschapstraining bij de ChristenUnie. Welke toekomstplannen heb je?
‘Omdat ik me al op lokaal niveau inzette voor de ChristenUnie kreeg ik de vraag of ik mee wilde doen aan een leiderschapstraining. Ik twijfelde even, want ik was al heel druk met tentamens, maar vond het toch nuttig en heb ja gezegd. Tijdens de training krijg je een coach toegewezen, dat kan een lokale of provinciale politicus zijn of een Kamerlid. Mijn coach is Peter Ester, Eerste Kamerlid voor de ChristenUnie. Het is een fijne coach. Ik waardeer vooral zijn enthousiasme en zijn eerlijkheid.

Ik wil me graag inzetten voor de samenleving, voor Nederland. Ik heb zelf ondervonden hoe groot de impact kan zijn van een politieke beslissing. Het kan betekenen dat kinderen ineens een toekomst krijgen!

Ik durf niet te zeggen wat de toekomst gaat brengen. Mijn studie is nu het belangrijkste. Verder zie ik wel wat er op mijn weg komt. Door alles wat ik heb meegemaakt, zie ik de toekomst met vertrouwen tegemoet. Zoals in Jeremia 29 staat: “Mijn plan met jullie staat vast. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: Ik zal je een hoopvolle toekomst geven.”’

Nog geen abonnee van magazine OnderWeg? Verander dat en word gratis Proefabonnee Digitaal: 3 maanden lang ons kleurrijk, eigentijds kerkelijk magazine gratis lezen op je mobiel of tablet. Dat kan nu, via de nieuwe app ‘OnderWeg online’. Geef je via dit formuliertje op.

Delen.

Over de auteur

Annemarie van den Berg-Nap is journalist en cultureel antropoloog.

Laat een reactie achter