Belijdenisgesprek als leermoment voor de kerkenraad

Praktijkcentrum | 21 juni 2019
  • Praktijklokaal

‘Maakt de kinderdoop het de mensen niet te gemakkelijk?’ Het is een vraag tijdens de ontmoeting van de kerkenraad van de GKv Bergentheim met de belijdeniscatechisanten. En niet van de kant van de kerkenraad, maar van de jongeren zelf. Een vraag waar je even over moet nadenken en daarmee ontstaat ook een leermoment voor de kerkenraad.

In de GKv Bergentheim houden de belijdeniscatechisanten aan het eind van het seizoen een presentatie voor de kerkenraad. (beeld Reinier Kramer)

In de GKv Bergentheim houden de belijdeniscatechisanten aan het eind van het seizoen een presentatie voor de kerkenraad. (beeld Reinier Kramer)

Het is een van de doelen die ds. Reinier Kramer heeft met zijn alternatieve manier om het gesprek tussen kerkenraad en belijdeniscatechisanten vorm te geven. Bovendien komt de kerkenraad zo dichter bij de leefwereld van de jongeren en – een ander doel – verlaagt het de drempel voor de jongeren naar de kerkenraadsleden.

Het is in veel gemeenten gebruikelijk dat de catecheet vragen stelt, waarbij de kerkenraad de geloofskennis en persoonlijke motivatie van de catechisanten onderzoekt. Ds. Reinier Kramer bespreekt in de loop van het jaar met zijn catechisanten een aantal onderwerpen en vertelt er direct bij dat ze aan het einde van het seizoen een presentatie mogen houden voor de kerkenraad over een zelfgekozen onderwerp. Na de eerste schrik worden ze enthousiast.

De catechisanten kunnen een onderwerp kiezen dat hun aanspreekt, of waar ze juist weerstand bij voelen, zoals de uitverkiezing. Een van de presentaties ging over bidden, waarbij de catechisant vertelde dat ze dat lastig vond, maar vervolgens de presentatie afsloot met gebed. Een ander onderwerp was schepping en evolutie.

Na de eerste schrik worden ze enthousiast

Ze kunnen zelf informatie opzoeken over het onderwerp, maar kunnen ook bij de predikant terecht. Het is de bedoeling dat ze in vijf tot vijftien minuten iets vertellen over hun onderwerp. De meesten maken de tijd meer dan vol. Daarna is er ruimte voor de ouderlingen om vragen te stellen. Voor alle duidelijkheid: het gaat niet om een toets waarvoor een voldoende moet worden gehaald.

Ds. Kramer: ‘Regelmatig zijn de ouderlingen ontroerd; het hoort bij de presentatie dat de catechisanten ook vertellen waarom ze dit speciale onderwerp gekozen hebben. Er zit veel van hun eigen levensverhaal in.’ Dat spreekt aan. Een van de catechisanten vertelde waarom ze na lange tijd toch weer de kerk bezocht. Daarin werd de gemeente een eerlijke spiegel voorgehouden. De kerkenraad was onder de indruk: ‘Welkom terug.’

Het is voor de jonge mensen ook een oefening in vrijmoedigheid. ‘Bergentheim is een grote gemeente, niet direct bekend om de vooruitstrevendheid’, aldus Reinier Kramer. ‘Maar wel met een diep verlangen om bij Christus te leven. Deze vorm helpt hen daarbij.’ Veel jonge mensen in Bergentheim volgen een beroepsopleiding en deze vorm blijkt goed bij hen te passen.

De kerkenraad moet er wel een hele avond voor uittrekken: dit jaar ging het om zeven presentaties van een kwartier, met ook nog een nabespreking. Deze vorm is ook in gebruik in Spakenburg, waar Kramer eerst predikant was.

Over de auteur
Praktijkcentrum

Het Praktijkcentrum (GKv) ondersteunt en begeleidt kerken bij het gemeente-zijn in een geseculariseerde cultuur. Zie www.praktijkcentrum.org.

Meest gelezen

Predikantsprofiel Kees Smit

Predikantsprofiel Kees Smit

Melissa van der Kamp
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

Het is een terugkerend woord als ik met Kees Smit in gesprek ben over de geestelijke verzorging en zijn werk als voorzitter van de Commissie Geestelijke Verzorging (CGV). Uit alles blijkt dat hij deze rol met hart en ziel vervult. Niet in de laatste plaats gedreven door zijn eigen ervaringen als geestelijk verzorger bij Defensie. Kees stelt dat geestelijk verzorgers waardevolle gesprekspartners kunnen zijn voor gemeenten, omdat juist zij werken op het grensvlak van kerk en samenleving. Ik praat met Kees door over zijn gedrevenheid als voorzitter en wat het geestelijk verzorger-zijn voor hem heeft betekend.

Lees artikel
De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

Lyanne De Haan-Wilts
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Anders dan de naam doet vermoeden, is de Kleine Kerk in Steenwijk met ruim 400 leden niet per se klein te noemen. Maar het gebouw is kleiner dan de Grote Kerk in Steenwijk, het gebouw, hemelsbreed 200 meter verderop, waarin de PKN kerkt. ‘Maar’, merkt Rick Winters op, ‘zij hebben op papier meer leden, dus zijn ook wat dat betreft een grote kerk. Toch denk ik dat er op zondag meer mensen bij ons zitten’.

Lees artikel
Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Wilmer Blijdorp
  • Leespreek

In de rubriek leespreek publiceren wij een preek geschikt voor persoonlijke meditatie, ter bespreking op een Bijbelstudiekring of voor gebruik in de eredienst. In het laatste geval dien je altijd eerst contact met de auteur op te nemen om toestemming te verkrijgen. Bij deze preek is een PowerPoint-presentatie beschikbaar die je kunt opvragen bij de auteur. Deze preek van ds. Wilmer Blijdorp (verbonden aan NGK Barneveld-De Burcht) vertrekt vanuit het eerste vers van 1 Korintiërs 14. Een Bijbelvers dat vaak misbruikt of genegeerd is: ‘Richt je op de gaven van de Geest, vooral op die van de profetie.’ Op een nuchtere en tegelijk spannende manier, gelardeerd met diverse herkenbare voorbeelden, daagt Blijdorp zijn hoorders uit om toch vooral opmerkzaam te zijn op momenten waarop God in het hier-en-nu tot ons spreekt. En, in een vervolgstap, maakt hij hen ook bewust van het feit dat God ook door ons heen wil spreken.

Lees artikel
De belijdenis over de zondeval en wat er op het spel staat

De belijdenis over de zondeval en wat er op het spel staat

Marinus de Jong
  • Vitaal belijden

In het meinummer van Onderweg verdedigde ds. Ulbe van de Meer zijn exegese van Genesis 3. In tegenstelling tot de synode van Assen in 1926 claimt hij dat de slang niet gesproken heeft en dat het schadelijk is om dat te blijven zeggen. In het hoofdredactioneel in dat nummer constateert de hoofdredactie dat Van de Meer en met hem anderen op dit punt afwijken van de belijdenis. In deze bijdrage werk ik dat nader uit. Wat zegt de belijdenis eigenlijk op dit punt? En wat staat daarbij op het spel?

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief