Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

0

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de New Wine Gemeentecursus Luisterend bidden – Elkaar opbouwen, troosten en bemoedigen met woorden van God (New Wine, 2017).

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

De meeste christenen horen Gods stem wel. Soms zijn ze zich daarvan bewust, maar vaak ook niet. De kans is dan groot dat je amper opmerkt dat er iets tegen je werd gezegd. Of dat je het negeert. De eerste stap die we daarom mogen zetten in het leren verstaan van Gods stem, is dat we verwachten dat God iets tegen ons zegt en dat we aandachtig zijn. Wat daarbij helpt, is dat we begrijpen dat God op veel manieren tot ons spreekt.

Cover Cursus NWEen mooi voorbeeld is het verhaal van de jonge Samuel in de tempel (1 Samuël 3). De kleine jongen groeit op onder de hoede van Eli, om God te dienen in de tempel. En op een nacht leert hij de stem van God te herkennen.

Het is nacht en vrijwel donker in het heiligdom waar Samuël ligt te slapen, vlak bij de ark van God. Hij wordt wakker omdat iemand zijn naam lijkt te roepen. Hij haast zich naar de kamer van Eli, en zegt: “Hier ben ik. U heeft me toch geroepen?” Maar Eli antwoordt: “Ik heb je niet geroepen, mijn jongen. Ga maar weer slapen.” Samuël gaat weer slapen, maar dan hoort hij de stem opnieuw en weer schrikt hij wakker. Voor de tweede keer loopt hij naar Eli, die hem – vermoedelijk enigszins geïrriteerd – weer terug naar bed stuurt. Pas wanneer Samuel voor de derde keer naast zijn bed staat, dringt het tot Eli door dat het God moet zijn die de jongen roept. Eli zegt tegen Samuël: “Ga maar weer slapen. Wanneer je wordt geroepen, moet je antwoorden: ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert.’” Samuël gaat weer naar bed, en dan hoort hij de stem opnieuw: “Samuël! Samuël!” En Samuël antwoordt: “Spreek, uw dienaar luistert.”

God sprak herhaaldelijk tegen Samuël, maar hij veronderstelde dat het Eli moest zijn. Eli was er evenmin op bedacht dat dit Gods stem kon zijn (“er klonken in die tijd zelden woorden van de Heer”, lezen we in vers 1). Als je het niet verwacht, ben je er niet alert op. Bij de derde keer begint Eli zich kennelijk iets te herinneren. En Samuel leert te verwachten dat God tot hem spreekt. Hij leert Gods stem te herkennen. En hij leert hoe hij in alle openheid moet reageren: “Spreek, Heer, uw dienaar luistert.”

Voor ons is dat niet anders. Als we niet verwachten dat God tot ons spreekt, zullen we het niet snel opmerken. Als we groeien in verwachting en opmerkzaamheid, mogen we Gods stem steeds beter leren herkennen. En er in alle openheid op reageren.

Manieren waarop God spreekt

God spreekt op talloze manieren. In dit artikel noemen we een aantal van die manieren, maar dit lijstje is verre van volledig. Het is vooral een “denkduwtje”, om je aandachtig te maken en anders te leren luisteren. Het zal bovendien van persoon tot persoon verschillen, hoe je Gods stem in jouw leven hoort. Er zijn de laatste decennia overweldigend veel getuigenissen van ex-moslims die Jezus leerden kennen door dromen en visioenen (Herman Takken en Niek Tramper schreven daar al in 2002 een boek over, in opdracht van de GZB en Evangelie & Moslims, met talloze voorbeelden uit hun eigen missionaire praktijk: Vreemde gasten: dromen en wonderen in het contact van christenen met moslims). In de Arabische cultuur nemen dromen en visioenen een belangrijke plaats in, en kennelijk sluit Gods Geest aan bij die ontvankelijkheid. Gods Geest lijkt niet alleen aan te sluiten bij culturen, maar ook bij onze persoonlijkheid. Sommige christenen hebben de ervaring dat God tot hen spreekt door Bijbelteksten. Anderen zijn misschien meer visueel ingesteld, en zij zien vooral beelden. Kennelijk sluit Gods Geest aan bij hoe wij staan voorgesorteerd – anders gezegd: bij de taal van ons hart.

Misschien vind je dat wel erg subjectief klinken. En hoe onderscheid je dan nog tussen Gods stem en je eigen gedachten en gevoelens? In zijn bekende boek God verstaan legt Dallas Willard uit dat God juíst vaak via onze eigen geest spreekt – “door onze gedachten en gevoelens.” Waarom? Omdat dit helemaal past in zijn heilsplan om ons tot ons scheppingsdoel te brengen, “omdat het onze vermogens als vrije, denkende wezens volop inschakelt, zodat we steeds meer betrokken worden in Gods werk als zijn medewerkers en vrienden.”

Ook Paulus lijkt hierop te doelen. De Geest van God “verzekert onze geest ervan” dat wij kinderen van God zijn, schrijft hij in Romeinen 8: de Geest van God spreekt in onze geest. In 1 Korintiërs 2: 10 – 16) beschrijft hij hoe de Geest van God ons onderwijst op een manier die buiten menselijke wijsheid om gaat, van Geest tot geest. En, zegt hij dan, “onze gedachten zijn die van Christus” (vers 16). Als God in ons spreekt, schakelt Hij daarbij onze eigen gedachten en gevoelens niet uit, maar in.

Dit betekent meteen dat het niet altijd even duidelijk is of iets “van God” is, of dat het onze eigen gedachten en gevoelens zijn. Dat zou ons voorzichtig moeten maken om iets als “van God” te benoemen, zeker wanneer we het delen met anderen. Hoe kun je dit beter gaan onderscheiden? En hoe ga je er zorgvuldig mee om in het bidden met anderen? Daarover gaat het later in deze cursus.

Maar wat nu mag landen, is het besef dat het spreken van God vaak veel “kleiner” en onopvallender is dan we misschien verwachten. Wie verwacht dat Gods stem altijd als een hoorbare stem uit de hemel klinkt, zal ontgaan hoe God veelvuldig spreekt in “het gefluister van een zachte bries” (1 Koningen 19: 11 – 12). Het vraagt onze opmerkzaamheid. En het is vaak niet zo duidelijk en volledig. Paulus is daar heel nuchter over. “Ons kennen schiet tekort”, schrijft hij, “en ons profeteren is beperkt”(1 Korintiërs 13: 9). Het is alsof we “nog in een wazige spiegel” kijken (vers 12) – we zien wel iets, maar het blijft vaak onduidelijk. Steeds zullen we moeten dóórvragen: “Heer, is dit van U? Spreekt U hierin? Help mij beter te luisteren, beter te onderscheiden, en beter te begrijpen.”

1. Bijbellezen

De allerbelangrijkste manier waarop God tot ons spreekt, is via de Bijbel. Wie graag “een woord van de Heer” wil ontvangen, kan zichzelf gelukkig prijzen: er is een verzameling van maar liefst 66 boeken, vol woorden van God voor jou. Die boeken vormen de weerslag van de geloofservaringen van talloze mensen, in de loop van duizenden jaren, uit verschillende culturen en beschavingen – ervaringen die beproefd en gelouterd zijn, en waarin God zich laat kennen zoals Hij is. God spreekt met gezag via de Bijbel. Wil je Gods stem horen? Lees dan allereerst de Bijbel.

Hoe lees je een Bijbeltekst op zo’n manier, dat God door die tekst tot je spreekt? Dat kan natuurlijk door Bijbelstudie – lezen met je cognitieve vermogens. Maar ook de handvatten die de Lectio divina aanreikt, kunnen helpen. Dan gaat het meer om lezen met je hart, in ontvankelijkheid voor wat de Geest je op dat moment wil duidelijk maken door een tekst.

2. Tekst of lied

Ook als we niet aan Bijbellezen zijn, kan God door de Bijbel tot ons spreken. Misschien herken je dat. Terwijl je bezig bent, of met iemand aan het praten bent, moet je opeens sterk denken aan die ene Bijbeltekst. Misschien is het een tekst die je eerder die week las en daarom vóór in je geheugen zit. Of het is juist een tekst die je bijna was vergeten. Het kan ook zijn dat je sterk moet denken aan bijvoorbeeld “Psalm 63: 3”, zonder dat je weet wat daar staat.

De Heilige Geest brengt ons de woorden van God in herinnering en maakt ons duidelijk wat de Vader ons wil leren (Johannes 14: 26). De Geest onderwijst ons en spreekt tot ons, namens de Zoon en de Vader (Johannes 15: 26; 16: 8 – 15). Hij onderwijst ons geregeld buiten menselijke wijsheid om, door direct tot onze geest te spreken, legt Paulus uit (1 Korintiërs 2: 9 – 13). Dat kan door ons te wijzen op een Bijbelvers. Paulus spoort ons aan om vertrouwd te zijn met de Bijbel, zodat de woorden van God in ons hart leven. “Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust” (2 Timotheüs 3: 16 – 17).

Op dezelfde manier kan Gods Geest overigens niet alleen door Bijbelteksten spreken, maar ook door geestelijke liederen die Hij ons ingeeft. “Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen,” zegt Paulus. “Onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft” (Kolossenzen 3: 16). Komt een liedregel steeds in je op? Vraag je dan af of de Heilige Geest je die misschien ingeeft om je iets duidelijk te maken.

3. Beelden

God kan ook zonder woorden tot ons spreken, door ons iets te laten zien – een stilstaand beeld, een “plaatje”. We zijn tenslotte visueel ingestelde wezens, en God sluit daarbij aan door veelvuldig met ons te communiceren in beelden. Je ziet opeens iets voor je. Dat kan iets zijn dat er daadwerkelijk is, maar het kan ook in je verbeelding zijn – dan zien we “in onze geest”. Zoals je nu zou kunnen denken aan een schaaltje met aardbeien, en die aardbeien kunt visualiseren: je ziet de schaal, je kunt de aardbeien tellen en je voorstellen hoe ze glimmen, maar het is ook een “ongrijpbaar” beeld dat ook zo maar weer vervluchtigt. Zo’n soort beeld kan God ons geven, om ons iets duidelijk te maken.

We zien dat ook in de Bijbel. Denk aan Amos. In Amos 8 lezen we: “Dit heeft God, de Heer, mij laten zien: Ik zag een mand met rijp fruit” (vers 1). We weten niet of Amos’ aandacht werd getrokken door een mand met fruit die daadwerkelijk voor hem stond, of dat hij die mand in zijn verbeelding zag. Het maakt ook niet uit. Soms vestigt God onze aandacht op iets wat we daadwerkelijk zien, en soms plant Hij een beeld in onze gedachten. In beide gevallen laat God ons met bijzondere aandacht kijken, om ons iets duidelijk te maken. “Wat zie je, Amos?” vraagt God (vers 2). Is dat een hoorbare stem? Een sterke gedachte die bij Amos opkomt? Hoe dan ook, Amos raakt met God in gesprek over het beeld dat hij ziet. Zijn antwoord is heerlijk nuchter: “Een mand met rijp fruit”. Vervolgens spreekt God in dat beeld, en geeft zelf de interpretatie van het beeld: de tijd voor Israël is weldra rijp.

Misschien herken je dat. Dat je een tijd van gebed hebt in je kamer, of biddend aan het wandelen bent, en opeens wordt je bijzondere aandacht getrokken door iets dat je ziet – de bloemen op tafel, een geknakt takje – of door een beeld dat opkomt in je gedachten. Wat zie je? Wil God je misschien iets duidelijk maken? Je mag het vrijmoedig vragen: “Heer, laat U dit aan mij zien? Wat zie ik precies? Wat wilt U ermee zeggen? Spreek, Heer, uw dienstknecht luistert.”

4. Dromen en visioenen (bewegende beelden)

God kan ook spreken door dromen en visioenen. Dromen en visioenen worden vaak in één adem genoemd, maar het onderscheid is doorgaans vrij helder. Dromen doe je in je slaap: je verwerkt wat je meemaakt en soms worden dingen dan opeens duidelijk. Gods Geest kan hierin werken en tot ons spreken. Denk aan Jakobs droom over de ladder die tot de hemel reikte en waarlangs hij engelen omhoog zag gaan en afdalen (Genesis 28: 12 – 15). Of de dromen van Jozef (Genesis 37: 5 – 7; 9 – 10) en van zijn celgenoten, de schenker en de bakker (Genesis 40: 5 – 19). En de farao (Genesis 41: 1 – 7) en Nebukadnessar (Daniël 4: 1 – 15). Dromen hebben vaak uitleg nodig. Als je regelmatig opvallende dromen hebt, kun je overwegen een opschrijfboekje op je nachtkastje te leggen, omdat dromen ook snel weer vervluchtigen.

Visioenen zijn doorgaans directer: God laat een (bewegend) beeld zien. Dat kan ’s nachts zijn, denk aan Paulus die ’s nachts (het is niet duidelijk of hij slaapt of wakker ligt) een visioen krijgt waarin een Macedonische man hem toeroept: “Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp!” (Handelingen 16: 9 – 10; zie ook Handelingen 18: 9 – 10). Maar het kan ook gewoon overdag zijn, in wakkere toestand. Denk aan Ananias (Handelingen 9: 10 – 16): “In Damascus woonde een leerling die Ananias heette. In een visioen zei de Heer tegen hem: ‘Ananias!’ Hij antwoordde: ‘Ik luister, Heer.’” En aan Petrus op het dak van Simon de leerlooier (Handelingen 10: 9 – 20): “Hij kreeg honger en wilde iets eten. Terwijl er eten voor hem werd klaargemaakt, werd hij gegrepen door een visioen. Hij zag hoe vanuit de geopende hemel een voorwerp dat op een groot linnen kleed leek aan vier punten op de aarde werd neergelaten…”

In een visioen laat God iets zien van wat Hij wil gaan doen, of aan het doen is, zodat wij daarbij kunnen aansluiten.

5. Gedachten en indrukken

God kan tot ons spreken door een gedachte of indruk te geven door zijn Geest. Dat soort “ingevingen” kennen we allemaal wel, maar alleen wanneer we het leren herkennen als een ingeving van Gods Geest en erop reageren, zullen we ontdekken hoe God ons hiermee wil leiden in concrete situaties.

Vaak lijken het tamelijk vluchtige ingevingen, “lichte gedachten” – het komt in je op, en je bent het ook zo weer vergeten. Het vraagt opmerkzaamheid en alertheid om zo’n ingeving te herkennen als iets dat wellicht niet zomaar vanuit je eigen denken of intuïtie opkomt, maar je inderdaad wordt “ingegeven”. In je eigen stille tijd, bijvoorbeeld: je bent een psalm aan het lezen, en de naam van iemand die je kent, komt steeds in je gedachten op. Soms weet je meteen waarom dat is (diegene heeft jou iets aangedaan, en diep in je hart weet je dat je haar nog niet hebt vergeven). Soms is het niet meteen duidelijk en mag je God vragen om verduidelijking – “Is dit van U, Heer? Wat wilt U dat ik doe?” Of je bent met iemand in gesprek, en het woord “afwijzing” komt steeds in je op. Dit kan een woord van kennis of inzicht zijn, waarbij Gods Geest je specifiek kennis of inzicht geeft in een situatie van jezelf of een ander. Denk aan Petrus, die wéét wat Ananias en Saffira hebben gedaan (Handelingen 5: 3, 8 – 9). Of aan Paulus, die “vervuld van de Heilige Geest” inzicht heeft ontvangen over de ware motieven van Elymas en Gods reactie daarop (Handelingen 13: 9 – 11).

Zo’n indruk hoeft niet altijd in woorden te zijn. Het kan ook een gevoel zijn dat opeens over je komt – zoals je ook intuïtief kunt aanvoelen dat iets niet goed zit. Vaak zal het je intuïtie zijn (die er natuurlijk ook naast kan zitten), maar ook daarin kan Gods Geest werkzaam zijn. Sommige mensen ervaren dat ze de emotionele of fysieke pijn van anderen kunnen voelen – ze “weten” dat degene met wie ze praten iets met haar heup heeft, omdat ze zelf pijn voelen in hun heup (misschien is dit een diepe doorleving van Galaten 6: 2 en Hebreeën 10: 33 – 34).

Er kunnen ook gedachten en indrukken in je opkomen die minder vluchtig zijn en die zich minder goed laten negeren. Je zou dat “zware gedachten” kunnen noemen. Ze blijven steeds terugkomen, over een periode van meerdere dagen of weken. Misschien wil God je bepalen bij iets in jouw eigen leven, of richt Hij jouw aandacht op iemand in je omgeving.

6. Gods hoorbare stem

Je kunt je afvragen hoe het precies ging, als er over de uitzending van Paulus en Barnabbas staat: “Op een dag, toen ze aan het vasten waren en een gebedsdienst hielden voor de Heer, zei de Heilige Geest tegen hen: ‘Stel Mij Barnabbas en Saulus ter beschikking voor de taak die Ik hen heb toebedeeld’” (Handelingen 13: 2). Waren dat sterke indrukken, die kennelijk door meerdere mensen werden gedeeld? Of sprak Gods Geest in specifieke bewoordingen, hoorbaar in het hart of hoorbaar met de oren?

In elk geval spreekt de Heilige Geest veelvuldig, met specifieke aanwijzingen (en niet alleen tegen de apostelen). Denk aan Filippus, die naar de hoge ambtenaar uit Ethiopië wordt gestuurd: “De Geest zei tegen Filippus: ‘Ga naar die man daar in die wagen’” (Handelingen 8: 29). Of aan Petrus, die naar de Romeinse hoofdman Cornelius wordt gestuurd: “Terwijl Petrus nog nadacht over het visioen, zei de Geest tegen hem: ‘Er zijn hier drie mannen die naar je op zoek zijn. Ga meteen naar beneden en ga zonder aarzelen met hen mee want Ik heb hen gezonden’” (Handelingen 10: 19 – 20).

Het is duidelijk dat God op manieren spreekt die veel duidelijker zijn dan indrukken of gedachten. Dan is God stem waarneembaar in specifieke bewoordingen, in zinnen die je naderhand zou kunnen opschrijven. Soms is er sprake van een dialoog tussen Gods Geest en degene tot wie gesproken wordt. Doorgaans zijn die woorden hoorbaar in je hart, maar niet hoorbaar met je oren en niet hoorbaar voor anderen.

In de Bijbel gaat dit spreken van God soms gepaard met een verschijnsel – er gebeurt iets bijzonders en vervolgens klinkt Gods stem, die in de situatie spreekt. Denk aan Mozes die zijn roeping ontvangt om Israël door Gods hand uit Egypte te bevrijden. Mozes ziet de brandende doornstruik die niet verteerd wordt door het vuur, hij wordt zich bewust van Gods heilige aanwezigheid, en vervolgens spreekt God tot hem (Exodus 3: 1 – 10). Denk opnieuw ook Petrus en het visioen van het linnen kleed (Handelingen 10: 13 – 16). In het geval van Petrus was dit wellicht een stem die hij alleen hoorde, in zijn hart. Of denk aan Saulus, die onderweg is naar Damascus om volgelingen van Jezus gevangen te nemen. Hij wordt verblind door een licht uit de hemel, valt op de grond, en vervolgens klinkt Gods stem (Handelingen 9: 1 -4). In dit geval horen ook zijn reisgenoten de stem uit de hemel (vers 7).

Je zou zeggen: een stem die met de oren hoorbaar is, dat is toch wel de meest overtuigende manier om Gods stem te horen. Maar zelfs dan blijkt ongeloof een grote blokkade om Gods stem te herkennen. Dat zien we óók in de Bijbel. Als er kort voor de gevangenneming van Jezus een stem uit de hemel klinkt, zijn er omstanders die het verstaan en denken dat het een engel was, maar anderen doen het af als onweer (Johannes 12: 28 – 30).

7. Door anderen

God spreekt ook door anderen, die Hij gebruikt als zijn boodschappers. Sommige mensen hebben meegemaakt dat een engel met hen sprak. Denk aan de talloze getuigenissen van moslims die tot geloof in Jezus Christus kwamen, veelal na een droom, visioen of engelverschijning. Een “engel” is een afgezant, een boodschapper. Ook de Bijbel staat vol met verhalen over mensen die door engelen worden aangesproken. Denk aan Bileam (Numeri 22: 22 – 35), Gideon (Rechters 6: 11 – 24), de ouders van Simson (Rechters 13: 3 – 21), Zacharias (Lucas 1: 11 – 20), Jozef (Matteüs 1: 20 – 23), Petrus (Handelingen 5: 19 – 20) en Cornelius (Handelingen 10: 3 – 6). Deze ontmoetingen onderscheiden zich vaak duidelijk van dromen of visioenen. Het lijken gewone ontmoetingen en het is niet altijd duidelijk of zo’n boodschapper een engel is of een gewoon mens. De schrijver van de brief aan de Hebreeën maant ons: “houdt de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen” (Hebreeën 13: 2).

Maar God spreekt natuurlijk ook via andere mensen tot ons. En via ons tot anderen. Dallas Willard merkt op dat het daarbij lijkt alsof God vaak “met opzet zwakkere vaten kiest” (God verstaan, pagina 104). Mozes was een gebrekkige spreker. “Neemt U mij niet kwalijk, Heer,” zegt hij, “maar ik ben geen goed spreker. Dat is altijd al zo geweest, en daar is geen verandering in gekomen nu U tegen mij, uw dienaar, gesproken hebt. Ik kan nooit de juiste woorden vinden” (Exodus 4: 10). Maar God zegt: “Ga nu, Ik zal bij je zijn als je moet spreken en je de woorden in de mond leggen” (vers 12).

Het Nieuwe Testament lijkt te suggereren dat Paulus ook geen welsprekend man was. “Toen ik bij u kwam om het geheim van God te verkondigen, beschikte ook ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid,” zegt Paulus zelf tegen de Korintiërs. “Bovendien kwam ik bij u in al mijn zwakheid en was ik angstig en onzeker” (1 Korintiërs 2: 1 – 5).

In het Nieuwe Testament bestaat het merendeel van de mensen die God uitkoos om zijn woorden te verkondigen, uit “gewone, ongeletterde mensen” (Handelingen 4: 13). Dat is op z’n minst bemoedigend voor wie weifelt of God wel via hem of haar kan spreken.

8. Door gebeurtenissen

Uiteraard kan God ook “spreken” door gebeurtenissen. Je kunt je afvragen hoe het concreet in zijn werk ging, toen de Paulus en Timotheüs “door de Heilige Geest werden verhinderd” om het evangelie in Asia te brengen (Handelingen 16: 6). Sprak de Geest, rechtstreeks of door anderen, of leidde Hij de gebeurtenissen dusdanig dat ze hun weg naar Asia niet konden voortzetten? God kan je leiden door mogelijkheden op je weg brengen of ze je te onthouden – Hij kan deuren openen en sluiten (1 Korintiërs 16: 7 – 9). Wees aandachtig, en vraag gerust: “Heer, is dit van U? Maakt U mij iets duidelijk?” Praat er ook met anderen over en bid samen.

Vragen om verduidelijking

We zeiden het al aan het begin van dit hoofdstuk: “Ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt.” Het is alsof we “nog in een wazige spiegel” kijken – we zien wel iets, maar het blijft vaak onduidelijk (1 Korintiërs 13: 9 en 12). Dat maakt ons bescheiden en voorzichtig. Maar we mogen er wel in groeien. Steeds mogen we dóórvragen: “Heer, is dit van U? Spreekt U hierin? Help mij beter te luisteren, beter te onderscheiden, en beter te begrijpen.” Jakobus moedigt ons aan om God vrijmoedig te vragen om inzicht: “Komt u wijsheid tekort? Vraag God erom en Hij, die aan iedereen geeft, zonder voorbehoud en zonder verwijt, zal u wijsheid geven” (Jakobus 1: 5)

Openbaring – interpretatie – toepassing

Bij het luisteren naar Gods stem is het belangrijk om helder onderscheid te maken tussen drie aspecten:

Openbaring: wat is de indruk, het woord of het beeld? Probeer dit zo sec mogelijk vast te houden, zonder er dingen bij te verzinnen, of er betekenissen aan toe te kennen. Hoe meer je erover nadenkt, des te groter de kans dat je je eigen gedachten en gevoelens gaat toevoegen. Onderzoek: “Heer, is dit van U?”

Interpretatie: vervolgens mag je God vrijmoedig vragen om zijn uitleg. Neem hiervoor de tijd, voordat je meteen invult wat je ermee moet gaan doen. “Heer, want betekent dit? Wat wilt U mij duidelijk maken?”

Toepassing: pas in derde instantie komt de vraag aan bod of je dit woord, dit beeld, moet toepassen in je leven, en hoe dan. “Heer, wat wilt U dat ik hiermee doe?”

Vaak zijn we geneigd om meteen zelf in te vullen wat de betekenis is van het woord of het beeld, de droom of het visioen, en er ook conclusies aan te verbinden. Neem de tijd om ook hierin naar God te luisteren. We vinden het soms heel verwarrend als we denken dat God gesproken heeft in een situatie maar de dingen vervolgens toch heel anders lopen. Dat heeft zelden te maken met de openbaring zelf. Meestal zijn we dan te snel geweest met de interpretatie en de toepassing.

Wees daarom terughoudend en zorgvuldig, zeker in het delen van woorden en beelden met anderen.

New Wine Gemeentecursus Luisterend bidden

Met de cursus Luisterend bidden ga je als gemeente of kleine groep op ontdekkingstocht: hoe mogen we elkaar in de gemeente opbouwen, troosten en bemoedigen met woorden van God? De cursus bestaat uit zes sessies:

1. Op Jezus gaan lijken: omgaan met de Vader

2. Op Jezus gaan lijken: meewerken met de Vader

3. Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

4. Gods stem herkennen: leren onderscheiden

5. Een liefdevolle gemeenschap: zorgvuldig bidden met anderen

6. Groeien in vertrouwelijke omgang en een luisterend leven

De laagdrempelige cursus is bedoeld voor de hele gemeente, om samen te groeien in een ontvankelijke gebedshouding. Het cursusmagazine reikt verdiepende hoofdstukken aan én gespreksmateriaal voor kleine groepen. Het bevat ook Lectio Divina-oefeningen.

Zie: new-wine.nl (resources).

[einde kader]
Delen.

Over de auteur

Ronald Westerbeek werkt als theoloog voor de charismatische vernieuwingsbeweging New Wine.

Laat een reactie achter