Redactioneel: Allemaal architect

0

Laatst gebruikten we in een post op het Instagramaccount van OnderWeg het woord ‘architecten’ voor leden van de regiegroep die momenteel een herenigde gereformeerde kerk uitdenkt. Mooi gevonden vond ik dat, architecten: brein en meesters achter bouwwerken die fier en duurzaam bewoners en bezoekers bedienen. Een Godshuis bouw je immers vanuit een doordacht bestek, wist Salomo drieduizend jaar geleden al.

Je kunt een Godshuis trouwens ook flink verbouwen op basis van zo’n weloverwogen plan, wat laatst gebeurde in de Reformed Presbyterian Church van Malawi. Daar werkte een hersteld-hervormde zendingspredikant de afgelopen jaren aan een versoberingstraject voor de erediensten. Ik las dat tamtams en trommels verdwenen waren, want ‘als Afrikanen drums of trommels horen, beginnen ze direct te dansen en dat past niet in de kerk’. Aantrekkingskracht had de verbouwde kerk niet echt, vertelde de predikant eerlijk, en dat verbaast me niet: wie woont er nu graag in een misvormd bouwsel?

Wie woont er nu graag in een misvormd bouwsel?

In Nederland zijn christenen al eeuwenlang bedreven in het bouwen en verbouwen van kerken. Niet voor niets heeft het dit najaar te verschijnen nieuwe Handboek Nederlandse kerkgeschiedenis bijna duizend pagina’s nodig om dat te beschrijven. De kerk zit bomvol architecten als je daar iedereen toe rekent die – met of zonder impact, podium, bevoegdheid – weet te vertellen hoe die kerk zou moeten functioneren of eruit moet zien. ‘Hier zijn we vier dagen met elkaar één kerk’, vertelde Opwekkingdirecteur Ruben Flach afgelopen Pinksteren aan de NOS en we omarmden die boodschap: prachtig, laat de wereld dit ook maar eens horen. Maar ondertussen tekenen we verder aan onze eigen kerkelijke plannen over liturgie, ambten, kringen, jeugdwerk en wervingskracht.

Allemaal architect, dat zijn we eigenlijk – hedendaagse Salomo’s die het tekenpotlood van een vorige generatie overnamen om wat ooit begon als prille, ongeschonden pinksterkerk tot een volwassen bouwwerk te maken. Of ‘ie er mooier op geworden is, kun je sterk betwijfelen. Maar ook de meest oogstrelende architectuur is ‘slechts een omhulsel, een theekopje’, hoor ik de Japanse architect Taniguchi zeggen. Het gaat volgens hem om wat erin zit: de thee. Of in dit verband: die Jeruzalemgangers uit Psalm 133 die als broers en zussen in liefde met elkaar leven.

Delen.

Over de auteur

Esther de Hek is tekstschrijver en hoofdredacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter