Ultiem genieten

0

Nederlanders behoren tot de gelukkigste mensen van de wereld. We leven namelijk ruim boven het bestaansminimum. De meesten van ons hoeven zich geen zorgen te maken om eten, drinken, kleding en wonen. Toch knaagt er kennelijk wel iets. We zijn, als gelukkigste mensen van de wereld, toch naarstig op zoek naar geluk, misschien wel naar ultiem geluk. Waar draait het nu echt om? Wat heeft geluk met zingeving te maken?

Als we de media mogen geloven dan heeft geluk te maken met ‘ervaringen’. Het kopen van nieuwe kleren of het maken van een wereldreis. Het lopen van een marathon of het beklimmen van een berg. Het bezoeken van een oude stad of het spotten van wilde dieren. Het aangaan van nieuwe relaties en spannende vormen van seksualiteit. Het ervaren van spiritualiteit en het verblijf in een oud klooster. De belofte van al deze activiteiten is dat het ultieme genieten binnen handbereik ligt.

Belofte

Ik moet eerlijk zeggen dat ik wel gevoelig ben voor die belofte van het ultieme genieten. Ze doet namelijk een appèl op iets wat in mijn hart aanwezig is. Namelijk, het diepe verlangen om volmaakt gelukkig te zijn, om puur en intens te genieten, om me helemaal over te geven. Het is een diep verlangen dat steeds weer geactiveerd wordt als het leven even tegenzit. Tegenslag, verdriet en pijn horen immers niet bij geluk. Elke tegenslag wakkert daarom dit verlangen verder aan. Er is nog een reden waarom ik er gevoelig voor ben. Het bevestigt me namelijk in mijn eigen kunnen. Ik kan er zelf voor zorgen dat het ultieme geluk in mijn leven gaat doorbreken. Het enige wat ik moet doen is ‘mijn eigen hart volgen’, ‘ervoor gaan’ en ‘alleen dingen doen waar ik energie van krijg’.

Het ultieme genieten ligt binnen handbereik

Viervoudig

In ons denken zien we vier dingen terug. Als eerste geloven we dat geluk maakbaar is. Op de een of andere manier hebben we het zelf in de hand. Door de juiste dingen te doen of door ons leven om te gooien.

Ten tweede geloven we dat geluk te maken heeft met bepaalde gebeurtenissen. Die bepalen mijn geluk. Iets in de trant van: toen gebeurde er dit en daarom ben ik gelukkig.

Als derde geloven we dat geluk te maken heeft met bijzondere ervaringen. Dan gaat het om een exotische vakantie, een marathon lopen in Vietnam of een duosprong met een parachute.

Ten slotte geloven we dat we geluk uiteindelijk kunnen afdwingen. Uiteindelijk zijn we van niemand afhankelijk en hebben we het zelf in de hand.

Spannend

De vraag naar geluk is een spannende vraag. Als we namelijk iets verder kijken dan ons eigen leventje, dan zijn er dingen die ons geluk bedreigen. Onze leefomgeving wordt bedreigd door de opwarming van de aarde. Onze rijkdom lijkt langzaam maar zeker af te brokkelen. De tegenstellingen in de samenleving nemen toe. De rechtsstaat staat onder druk. Racisme en antisemitisme worden luid verkondigd. Ook religie staat onder druk. Dit roept allerlei vragen op. Hebben we niet iets anders te doen dan ons te richten op geluk? Of een heel andere vraag: als dit de context is waarin we leven, hoe kunnen we dan toch nog genieten?

Maakbaar

Als er een boodschap is die ons door de cultuur wordt toegeschreeuwd, dan is het wel de gedachte dat geluk maakbaar is. Uiteindelijk heb je het zelf in de hand. Als je de adviezen van alle priesters en priesteressen in de tempel van welzijn en geluk volgt, dan is geluk gegarandeerd. Je moet de nodige offers brengen, zowel financieel als niet financieel, maar het gaat lukken.

Tegenstellingen

Prediker, een Joodse filosoof wiens werk onder leiding van de heilige Geest in de Bijbel is gekomen, is het hartgrondig oneens met deze boodschap. Hij gelooft niet dat geluk maakbaar is. In het derde hoofdstuk van zijn boek vinden we de uitdrukking ‘er is een tijd om…’ Dan volgen er allerlei verschillende activiteiten. ‘Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven. (…) Er is een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, (…) een tijd om te omhelzen en een tijd om af te weren. (…) Er is een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten.’

De kunst van het ultieme ligt in het alledaagse. (beeld monique2/iStock)

De kunst van het ultieme ligt in het alledaagse. (beeld monique2/iStock)

Opvallend is dat Prediker in dit hoofdstuk zijn betoog opbouwt vanuit tegenstellingen. Ervaringen die je gelukkig maken en ervaringen die je diep verdrietig maken. Ervaringen die je graag wilt hebben en ervaringen die je graag uit de weg gaat. Prediker presenteert in dit hoofdstuk de feiten. Hij geeft geen moreel oordeel. Hij geeft ook geen lifestyleadviezen. Hij zegt gewoon: zo en zo gaat het in het leven. Er gebeurt van alles in je leven waar je geen invloed op hebt. Soms gebeurt er iets dat je blij maakt en soms iets dat je verdrietig maakt. We herkennen deze observatie van Prediker wel. In al je streven naar geluk blijft het verdriet je achtervolgen. Heb je een bijzondere vakantie gepland, dan moet je terug, omdat een geliefde is overleden. Heb je de man van je leven gevonden, dan word je ernstig ziek.

Gebeurtenissen

Is het echt zo dat geluk bepaald wordt door bepaalde gebeurtenissen in ons leven? Gaat het om gebeurtenissen die we concreet kunnen aanwijzen? Die in ons geheugen staan gegrift?

De Griekse filosoof Aristoteles heeft zich uitvoerig met geluk beziggehouden. Hij stelde de vraag: wat moet een mens doen om het geluk te bereiken? Of beter: wat moet een mens doen om het ultieme geluk te bereiken? Aristoteles geloofde niet dat je gelukkig wordt door bepaalde gebeurtenissen. Hij herinnerde zijn studenten eraan dat één zwaluw nog geen zomer maakt. Zo volstaat ook een bijzondere dag niet om een mens volkomen gelukkig te maken. Ook stelde hij: het ultieme geluk heeft te maken met een leven dat ‘af’ is. Het heeft te maken met een ‘voltooid leven’. Wat Aristoteles hier zei, staats haaks op onze eigen opvattingen: wij koppelen geluk vaak aan bepaalde gebeurtenissen. We streven naar meer van dat soort gebeurtenissen.

Voltooid

Aristoteles verbond geluk echter met een heel leven. Dan komt er bovendien nog iets bij: in zijn visie heeft geluk niet alleen te maken met de toestand van ultiem geluk die je wilt bereiken, maar ook met de manier waarop je leeft. Voor Aristoteles betekende dat: een deugdzaam leven. Een van die deugden was gematigdheid. Met andere woorden: geluk heeft niets te maken met bijzondere gebeurtenissen. Geluk heeft juist te maken met je hele leven. Het gaat in zijn visie om een ‘voltooid leven’. Ook heeft geluk niets te maken met extravagantie, grenzeloosheid en mateloosheid. Nee, het gaat om een deugdzaam leven.

Bucketlist

Tegenwoordig hoor je vaak het woord ‘bucketlist’. Het gaat dan om een lijstje van dingen die iemand graag nog in zijn leven wil doen. Meestal bestaat dat lijstje uit grote of bijzondere dingen. Een reis door Nieuw-Zeeland. Een reis naar de Noordpool. De big five in Afrika zien, enzovoorts. Voor sommige mensen heeft dit lijstje ook iets van: eerst Mekka zien en dan sterven.

Eerst Mekka zien en dan sterven

Is dat zo? Word je gelukkig van dit soort grote of bijzondere dingen? We keren weer terug naar Prediker. Hij vertelt in zijn boek (Prediker 2) dat hij ‘grootse dingen’ heeft gedaan. Paleizen gebouwd en wijngaarden geplant. Tuinen en parken aangelegd. Veel bezit vergaard. Het genot geproefd van vele, vele vrouwen. Wat is dan zijn conclusie? Het heeft mij niets gebracht. Al dat gezwoeg heeft mij niets opgeleverd. Het had geen enkele zin.

Opdracht

Wat dan wel? Later in zijn boek geeft Prediker zijn leerlingen de opdracht om te genieten. Let even op: ze krijgen de opdracht. Zo lezen we in hoofdstuk 9: ‘Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn. (…) Draag altijd vrolijke kleren, kies een feestelijke geur. Geniet van het leven met de vrouw die je bemint.’ Prediker gelooft er niets van dat je geluk vindt in bijzondere ervaringen. In zijn visie ligt de kunst van het ultieme genieten in het gewone, in het alledaagse. Bijzonder dat Prediker hier een opdracht geeft. Hij weet als geen ander dat er veel pijn, verdriet en onrecht in de wereld is. Toch zegt hij: ’Geniet van de kleine dingen die je dagelijks toevallen.’

Afdwingbaar

Als er iets is wat de markt van welzijn en geluk ons toeschreeuwt, dan is het wel de gedachte dat we uiteindelijk geluk kunnen afdwingen. Het is niet alleen maakbaar, maar ook afdwingbaar. We hebben het uiteindelijk in onze eigen hand.

Prediker gelooft hier niet in. In Prediker 6 wordt het leven van een rijk man beschreven. Iemand die alles heeft wat zijn hart begeert. Het ontbreekt hem werkelijk aan niets. Maar die man heeft een groot probleem. Hij kan er niet van genieten. Anderen genieten wel, maar hij niet. Dan komt Prediker met de bijzondere conclusie: een doodgeboren kind is zelfs beter af. Waarom deze conclusie? Waarom is een doodgeboren kind beter af?

Kwetsbaar

Prediker gaat ervan uit dat elk mens op zoek is naar geluk. Niet zomaar geluk, maar een zinvolle vervulling van je leven. Dat is de tragiek van de rijke man: hij heeft alles, maar zijn leven is niet ‘vol’ en zal ook nooit ‘vol’ worden. Hij leidt een onvervuld bestaan. Kennelijk wil Prediker iets zeggen als: die zoektocht naar ultiem geluk heeft iets kwetsbaars. Ook al ben je rijk, ook al ben je gezond, ook al heb je alles bereikt wat er in de wereld te bereiken valt, je kunt er zelf niet voor zorgen dat je een zinvol bestaan leidt. Een doodgeboren kind is daarom beter af: dat wordt niet geconfronteerd met de onrust van een onvervuld bestaan.

Ontvangen

Waarom kan de rijke man uit Prediker 6 niet genieten? Waarom drijft de onrust hem voort? Dan zegt Prediker iets wat we als christenen allemaal wel weten. Maar het is de vraag of we de diepte ervan verstaan. Prediker zegt dat genieten een geschenk van God is (Prediker 5:18). Prediker stelt een scherpe diagnose van onszelf en onze cultuur: we kunnen niet meer ontvangen. Zeker niet meer onbevangen ontvangen. We willen geluk in de hand hebben. We willen het afdwingen. We zijn daarom maar steeds rusteloos op zoek naar het ultieme genieten en naar een vervuld bestaan.

Er zijn scherven die je leven verrijken

Prediker pleit voor de kunst van het ontvangen, onbevangen ontvangen. Het is opvallend dat Prediker nergens een beschouwing geeft over de zin van het leven en het leiden van een zinvol bestaan. Hij lijkt een meester in het negatieve: alles is lucht en leegte. Hij gebruikt die stijlfiguur van het negatieve om zijn leerlingen uit te dagen met de vraag naar geluk, naar een vervuld bestaan, naar een zinvol leven. Het is alsof Prediker wil zeggen: ga aan de slag met deze vragen, maar besef dat je het antwoord niet vindt in je eigen handelen. Niet in het verzamelen van ervaringen, maar in het ontvangen. Het onbevangen ontvangen.

Scherven

Prediker geeft weinig morele adviezen. Hij daagt zijn studenten uit om zelf antwoorden te vinden. Het zou dan ook van weinig respect voor Prediker getuigen om deze bijdrage af te sluiten met een moreel advies. Laat ik vertellen wat Prediker met mij heeft gedaan. Hij heeft mij verlost van het geloof in beheersing en vooruitgang. Zowel persoonlijk, kerkelijk als politiek.

Hij heeft mij ook geleerd dat in een absurde en chaotische wereld er scherven zijn die je leven verrijken. Scherven van geluk die je toevallen. Levenskunst heeft voor mij meer te maken met loslaten en ontvangen dan met beheersen en afdwingen. Gelukkig heb ik nog een heel leven voor me om dat te leren.

Delen.

Over de auteur

Maarten Verkerk is onder meer bijzonder hoogleraar filosofie aan de TU Eindhoven en de Universiteit Maastricht.

Laat een reactie achter