Dick Mostert over rust ervaren

0

Dick Mostert (62) is leider van Spectrum, een centrum voor therapie en pastoraat. Vijf weken geleden lag hij nog op het strand op Malta. ‘Mijn vrouw had het uitgezocht.’ Maar aan vakantie tóe zijn? Dat vindt hij onzin. ‘Er zijn mensen die zich het hele jaar uit de naad werken. Dan gaan ze een week naar een klooster om stilte te ervaren. Haal dat klooster naar je gewone leven! Ik geloof dat ik dat wel aardig kan, ja.’

Mostert komt op zijn gemak aangelopen in zijn Hattemse achtertuin. Korte broek en T-shirt. Hij heeft die ochtend een paar therapiesessies gegeven bij Spectrum. Daar leidt hij mensen op om ‘het leven te leren leven’. De middag van deze junidag is voor het interview. ‘Maar als je wilt dat ik het nog lees, moet je het wel komende week toesturen, want in juli en augustus doe ik helemaal niks meer.’ Het gesprek gaat over werken en ontspanning, maar waaiert moeiteloos uit naar alle terreinen van het leven. Kan hij niks met een vraag, dan zegt hij dat recht voor zijn raap. Hij doorspekt zijn antwoorden geregeld met krachtige termen. ‘Schrijf dat maar niet precies zo op.’

De baas blijven. Dat is een van de belangrijkste dingen in je werk, vindt Mostert. ‘Het gaat om de vraag of het werk jou in beslag neemt of dat jij de baas over je werk blijft. Mensen rennen achter hun eigen agenda aan, die ze eerst zelf creëren. En dan ’s avonds ook nog verplicht naar een feestje. Niets is meer beheer. God heeft ons toch de rol van beheer gegeven?’

Je zegt: haal het klooster naar je gewone leven. Hoe doe je dat?
‘God geeft het leven ritme. Hij geeft bijvoorbeeld elke week een zondag. God geeft elke dag een nacht. Elke dag heb je het ritme van eetpauzes. God geeft je zelfs je inademing waarin je energie opdoet en je uitademing waarin je los kunt laten. Dat is een moment van rust waarop je inademing vanzelf weer volgt. Stel dat je inderdaad het hele jaar aan een stuk door werkt en eens per jaar de vakantie of het klooster als rustmoment aangrijpt. Neem dan die ervaring van rust eens mee je gewone leven in. Probeer eens elke week een middag vrij te nemen. Ga naar een boom staren of zoiets. Ga oefenen, want het gaat niet vanzelf.

‘Ga naar een boom staren of zoiets’

Er zijn ook mensen die voluit genieten van hun werk, daar energie uit halen en er heel veel tijd aan geven. Oké, misschien komen andere dingen een beetje in de knel, maar toch… Ze doen het met plezier. Die mensen zou ik graag een weekje training geven. Volgens mij zijn het er veel. Ik ben er zelf een van. Ik kon lang met drie uur slaap per nacht toe. Om elf uur ‘s avonds begon er voor mij nog een nieuwe werkdag, tot een uur of drie à vier ‘s nachts. Dan sliep ik drie uur en stond ik om zeven uur weer op. Ik had het goed naar mijn zin.

Maar als ik er nu op terugkijk, had ik weleens tegen mezelf kunnen zeggen: Dick, adem je nog wel uit? Kun je de dingen soms ook even loslaten? Een boog die altijd gespannen staat, dat gaat niet. De pijl schiet dan ook niet weg. Geloof nou in de cyclus van het leven die God geschapen heeft. Je hartslag, je ademhaling, de wisseling van seizoenen. Als ik dat soort dingen tegen moderne managers zeg, krijg ik terug: jazeker, daar houden we tegenwoordig rekening mee. Inderdaad, deze mooie wijsheden vind je in de managementboeken terug. Maar in werkelijkheid?’

Er zijn legio mensen die kapotgaan aan hun werk, opbranden. Wat is er dan mis?
‘Volgens mij spelen bij een burn-out heel vaak twee dingen. Het eerste is: je doet niet de dingen waarvoor je bestemd bent. Dat mag je van mij ook opvatten als: waar God je bedoelt. Volgens mij weet je vaak best waar je bestemming is. Als jij een goede uitvoerder bent, waarom wil je dan per se op de plek van de baas zitten?

Het tweede is: we denken allemaal dat het leven maakbaar is, dat dingen te veranderen zijn, dat we ze door onze inspanningen beter kunnen maken. We kunnen slecht accepteren dat dingen zijn zoals ze zijn. Daar kun je aan kapotgaan.’

Het leven is misschien niet maakbaar, maar toch wel te beïnvloeden? We kunnen dingen naar onze hand zetten. Maar als dat niet lukt, wanneer moeten we dan overschakelen op acceptatie? Dat is best een lastige vraag.
‘Ik zie vooral veel mensen die al hun problemen het liefst in een keer oplossen. Dat is onze grootste handicap. Ik was begin juni een dag op Opwekking. Dat is een festival vol mensen die met een beroep op de Heer alles wat pijnlijk is, proberen weg te maken. Als je je pijn en problemen op die manier wilt oplossen, weet ik zeker dat het niet gaat lukken. Accepteer, aanvaard, daar begint het mee.’

Dick Mostert: ‘Dat je je inzet, dat je je best doet, prachtig. Maar het enige wat God prachtig aan jou vindt, is als je in zijn nabijheid wilt zijn.’ (beeld Dick Vos)

Dick Mostert: ‘Dat je je inzet, dat je je best doet, prachtig. Maar het enige wat God prachtig aan jou vindt, is als je in zijn nabijheid wilt zijn.’ (beeld Dick Vos)

Maar als je in een lastige werksituatie zit, kun je toch in actie komen? Iets doen?
‘Het gaat me om de menselijke maat. Natuurlijk hebben we invloed. Prima, oefen die invloed uit op die punten waar je invloed hebt. Doe gewoon de dingen die jij kunt doen. Maar besef: als je meer wilt dan dat, dan word je moe. Zoek naar jouw maat, naar jouw plek. Waarom dat zo moeilijk is? Ik weet het niet. Ergens bevallen die woorden ons niet. Dat is gebleken. Adam had er al last van.

Ik zeg altijd: haal uit het leven wat erin zit, niet meer en niet minder. Dat is je opdracht. Ik geloof dat je dat het beste kunt vanuit een diepe tevredenheid met jezelf. Heb je vrede gesloten met wie je bent? Kun je jezelf aanvaarden ten opzichte van jezelf, van je naaste, van God? Als dat je niet lukt, moet je steeds opnieuw dingen doen om tevreden met jezelf te worden.’

Op de website van Spectrum zeg je: ‘Er bestaan mensen die de meest serieuze dingen spelend leren en dat zijn meestal kinderen.’
‘Precies!’

Kunnen volwassenen ook nog spelend leren hun plek te vinden?
‘Ja, het kan. Maar dan neem je wel het risico dat je niet serieus genomen wordt. Dat je lastig wordt gevonden, misschien zelfs de dorpsgek wordt genoemd. Als je spelend wilt leren, ga je onverwachte dingen doen. Mensen schrikken daarvan, worden oordelend. Daar is dus veel lef voor nodig als je iemand bent die graag serieus genomen wil worden. Stel dat iemand zegt: ik vind het niet zo belangrijk om veel of weinig te verdienen, ik wil gewoon doen wat ik leuk vind. Dan gaan toch de mensen hun wenkbrauwen fronsen?’

Wat heeft zo’n leerproces nou met God te maken?
‘Dat is zo’n vraag waarmee ik helemaal niets kan, weet je dat? Het leven is God. Alles is toch van God? Wie denk jij wel dat je bent? Natuurlijk is God daarbij aanwezig. Dat jij dat durft te ontkennen met je hoofd! Waar jij gaat staan, daar is Hij.’

Maar in de werkelijkheid van elke dag kan het een klus zijn om God te verbinden met je werk en je vakantie.
‘Ja, we zijn allemaal grote splitsers. Ieder mens, ik ook. En als je dat doet, hak je een deel van jezelf af. Het draait in ons leven altijd om bewustzijn, eerlijk zijn tegen jezelf en verbinding maken. Wees je ervan bewust wanneer je delen van je leven afsplitst van God. Maak dan weer verbinding met Hem. En veroordeel je zelf niet te hard, als je toch weer aan het splitsen bent.’

‘Waar jij gaat staan, daar is Hij’

Hebben we ook niet een beetje nuchterheid nodig: geen enkele baan, geen enkele vakantie is het paradijs op aarde. Niet alles is altijd leuk.
‘Er zit een vorm van verwendheid in onze zapcultuur. Als iets je niet bevalt, zap je door. Het zit vast op de gedachte dat de boel hier maakbaar is. Laten we met die gedachte stoppen. Dat is een moeilijke les voor veel mensen. Als je die les niet leert, is de kans groot dat je overspannen of depressief wordt.

Weet je, ik werk hier bij mijn huis aan een carport. Ik bouw dat ding zelf. Elke maandag heb ik hier drie kleinkinderen, die me helpen. Ze sjouwen ook rond met hamers en spijkers. ’s Avonds moet ik dan nog een uurtje doorwerken om te herstellen wat zij hebben aangericht. Een enkele keer doen ze per ongeluk iets goed, dan zit er een spijker op de plek waar hij hoort. Zo zit het tussen ons en God. Wij zijn echt onbekwaam tot iets goeds. Toch is God er blij mee dat we bij Hem zijn en met Hem meewerken. Ik vind dat zo vertroostend!’

Is dat niet heel minimalistisch?
‘Dit is waar het om gaat. Zodra jij denkt dat God blij is met de resultaten van je werk, onderschat je de heiligheid en grootheid van God. Dat je je inzet, dat je je best doet, prachtig. Maar het enige wat God prachtig aan jou vindt, is als je in zijn nabijheid wilt zijn. Als je naar Hem verlangt, dat vindt God leuk. Dat heeft niets met minimalisme te maken. Ik leef ruimer en rijker dan veel mensen. Ik doe goede dingen met mensen. Maar ik probeer er niet zo serieus bij te kijken. Mijn resultaten doen er niet toe in mijn verhouding met God. Ik wil een beetje relativerend in het leven staan.

Inderdaad, ik ben in mijn werk bezig de levens van mensen weer heel te maken. Ach, waarschijnlijk zegt dat iets over mijn eigen leven, waarin heelheid ontbrak. Ik werk aan een opleiding waarin het maken van contact een rol speelt. Waarschijnlijk heeft het aan echt contact in mijn leven te veel ontbroken. Er bestaan geen mensen die heel zijn. Kun je dat als waarheid accepteren en gaan leven?’

En als dat niet lukt?
‘Dan ben je de weg kwijt. God zegt: dit is je weg. Als we die God vervangen door geld, geluk, prestatie of zelfontplooiing, dan geeft God de weg niet meer aan. Zelf kunnen we de weg niet vinden. Dat is te groot voor ons. Die weg moeten we ons laten wijzen. Of we moeten door de Weg gevonden worden.’

Delen.

Over de auteur

Embert Messelink is zelfstandig tekstschrijver.

Laat een reactie achter