Als trouw aan je kerk gaat knellen

0

Wat doe je als je het belangrijk vindt om een betrokken en actief gemeentelid te zijn, maar steeds meer kritische vragen krijgt bij het reilen en zeilen in je kerk? Weegt trouw zwaarder dan je bedenkingen en onbehagen, of vertrek je naar een andere gemeente? Jeroen en Helga, beiden geboren en getogen in de GKv, delen hun ervaringen.

56 losJeroen en Helga (gefingeerde namen, in verband met hun veiligheid) werken als zendelingen in het buitenland. Op het zendingsveld bestaan geen kerkmuren en verschillen tussen christenen staan zelden centraal. Je bent al blij als er andere christenen zijn.

Toen het echtpaar nog in Nederland woonde, was dat anders. Beiden groeiden volop vrijgemaakt op: vrijgemaakte kerk, vrijgemaakte basisschool, vrijgemaakte middelbare school, vrijgemaakte studentenvereniging. Verhuisden ze, dan werden ze automatisch lid van de vrijgemaakte kerk in hun nieuwe woonplaats.

Jeroen kijkt positief terug op die jeugd. ‘Ik heb het altijd als heel warm ervaren’, vertelt hij. ‘Tegelijk was er altijd wel een soort oordeel naar mensen die niet vrijgemaakt waren, ook al werd dat nooit zo uitgesproken.’

Helga heeft een andere ervaring. Omdat een van haar ouders niet gelovig was, had ze in de gemeente duidelijk een andere plek, merkte ze. ‘Wij waren niet vooraanstaand. We behoorden tot het groepje waarover gepraat werd, net als gezinnen met gescheiden ouders bijvoorbeeld. Ik kijk niet terug op de kerk als een plek waar ik warmte ervoer, maar ik kijk er ook niet op terug als een kerk waar ik het niet mee eens was.’

Briefje

Doordat Jeroen en Helga steeds meer interkerkelijke contacten kregen – eerst tijdens het studeren, daarna in toenemende mate via Jeroens werk – rezen kritische vragen over de geloofsbeleving in hun eigen kerk. ‘We werden geconfronteerd met dingen die niet aan de orde komen in de vrijgemaakte kerk’, vertelt Helga. ‘Het werk van de heilige Geest, het herkennen van Gods stem, het zoeken naar zijn wil. Ons viel steeds meer op dat we veel wisten van wat rationeel uit te leggen is, maar weinig van de Geest en zijn werk.’

Jeroen en Helga kregen ook vragen over hoe je bidt en hoe je Bijbelstudie doet. Gaat het er altijd om uit te pluizen wat er precies staat of kun je ook zoeken naar wat God eigenlijk tot je wil zeggen? Verder werden ze een beetje moe van de discussies en de regeltjes. Mogen evangelischen aan het avondmaal? Moet je werkelijk altijd een briefje meenemen om aan het avondmaal in een andere gemeente deel te nemen, zelfs als iedereen weet dat je vrijgemaakt bent? Waarom wordt interkerkelijke samenwerking zo vaak afgehouden?

‘Ik houd van de uitspraak dat de kerk
een ziekenhuis voor zondaars is’

Jeroen zat een tijdje in de kerkenraad van hun gemeente. ‘Ik hoorde daar veel discussies die er eigenlijk niet toe doen. En dat terwijl iets als zending op een laag pitje stond. Ik kreeg het gevoel dat het vooral ging om de vraag hoe we onze regels goed konden handhaven.’

Enigszins teleurstellend was hun ervaring rond hun uitzending als zendeling. ‘Onze kerk wist niet goed raad met geloofszending. In de kerkenraad was veel verlegenheid met onze uitzending en het feit dat we ons geroepen voelden om naar het buitenland te verhuizen. Ook nu nog.’

Taak

Hoe gingen Jeroen en Helga met hun vragen en gevoelens om? ‘We zijn daar altijd open in geweest’, zegt Jeroen. ‘We zijn niet bang om het gesprek aan te gaan en hebben dan ook veel gesprekken met bijvoorbeeld onze predikant gehad.’ Helga vult aan: ‘Bij sommige gemeenteleden kregen we duidelijk gehoor. Bij anderen helemaal niet. We merkten dat het voor veel mensen lastig is om buiten de vrijgemaakte kerk om te denken.’

Het feit dat er andere gemeenteleden waren die hetzelfde beleefden, was voor Jeroen en Helga een belangrijke reden om niet zomaar uit de gemeente te vertrekken. ‘Je staat er niet als enige anders in’, zegt Helga. Jeroen: ‘We denken dat er nog een taak voor ons is weggelegd in de gemeente en de GKv: dat we met anderen verandering kunnen brengen.’

Hun laatste verlof in Nederland was in dat kader bemoedigend. In veel vrijgemaakte kerken konden ze hun zending onder de aandacht brengen, waarbij ze duidelijk nieuwsgierigheid naar en openheid voor de geestelijke wereld ontdekten. ‘Ik denk dat daar best een honger naar is, omdat het zo onderbelicht is’, zegt Helga.

Formule

Jeroen en Helga willen geen christenen zijn die met groot gemak van de ene naar de andere gemeente hoppen, zonder zich ergens aan te binden. ‘Als je een plek vindt waar je lid van het lichaam van Christus kunt zijn, moet je je ook inzetten voor je broers en zussen’, zegt Helga. ‘Ik houd van de uitspraak dat de kerk een ziekenhuis voor zondaars is. In de kerk zou je met je problemen terecht moeten kunnen, zonder veroordeeld te worden. Je staat om elkaar heen en helpt elkaar. Dat is lastig te realiseren als je voortdurend van kerk naar kerk gaat.’

Jeroen vult aan: ‘In een relatie is trouw ook belangrijk. Je kunt niet plompverloren weggaan. Als gemeenteleden investeer je in elkaar. Dat kun je niet zomaar overboord gooien. Als dat wel gebeurt, doet dat pijn. Daar moet dan echt een goede reden voor zijn.’

‘Ik denk dat het wel zou gaan schuren’

Wat is een goede reden? Dat vinden Jeroen en Helga lastig te definiëren. ‘Je kunt moeilijk zeggen: als dit gebeurt, ben ik niet meer trouw. Of als dat gebeurt, blijft ik trouw. Het is geen formule’, zegt Jeroen. Beiden kunnen zich echter wel bepaalde knelpunten voorstellen. Bijvoorbeeld dat je geestelijk niet meer voldoende gevoed wordt. Of dat je in de kerkenraad alleen nog maar met dingetjes bezig bent die niet belangrijk zijn. Of dat je een andere overtuiging over de doop of het avondmaal hebt. Of dat je beperkt wordt in je manier van geloven. ‘Of om je kinderen’, zegt Jeroen. ‘Je kunt het gevoel krijgen: in deze kerk raken ze hun geloof kwijt.’

Zonde

Trouw is voor Jeroen en Helga niet simpelweg een gevoelszaak: het is hier niet meer gezellig. Maar beleving speelt wel een rol, zo is Helga steeds meer gaan inzien. ‘Niet ieder mens draagt dezelfde kleding en niet ieder mens houdt van hetzelfde eten. Je kunt wellicht geboren zijn in een bepaalde kerk, maar dat betekent niet dat dat per definitie jouw smaak is. Bovendien: mensen veranderen. En kerken veranderen ook. Daarom mag je best kijken: waar hoor ik thuis? Uiteindelijk vormen alle kerken, met alle verschillen, samen het lichaam van Christus.’

‘Ik denk niet dat het een zonde is om uit je gemeente te vertrekken’, zegt Jeroen. ‘Maar je moet er niet te lichtvaardig over denken. In andere kerken is bovendien ook niet alles goed. Wij vinden het zelf bijvoorbeeld lastig om naar een meer evangelische gemeente over te stappen, omdat we ons dan weer moeten laten dopen. Dat zouden we nooit doen om maar ergens anders lid te kunnen worden. Zoiets moet uit je hart komen.’

Ontwikkelingen

Worden Jeroen en Helga weer vrijgemaakt als ze terugkeren naar Nederland? Ze sluiten het niet uit. ‘We zien op dit moment veel positieve veranderingen, zoals de vrouw in het ambt en gemeenten waarin kinderen aan het avondmaal mogen’, zegt Helga. ‘Als we naar onze eigen gemeente terug zouden gaan, hangt het er wel van af wat daar voor ontwikkelingen gaande zijn’, zegt Jeroen. ‘Ik denk dat het wel zou gaan schuren.’

Delen.

Over de auteur

Jordi Kooiman is freelance journalist en webredacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter