Breng de schepping met Christus in verband

0

In de afgelopen jaren zijn we ons ervan bewust geworden dat de ecologische crisis geen toekomstscenario meer is, maar een feit. Te midden van deze grote zorgen zien veel mensen binnen en buiten de kerk de Bijbelse visie op de schepping als onderdeel van het probleem, niet van de oplossing. Hier is sprake van een groot en tragisch misverstand.

(beeld Alfons Taekema/Unsplash)

(beeld Alfons Taekema/Unsplash)

Het doorbreken van dit misverstand vergt dat christenen en niet-christenen een ingesleten, on-Bijbelse scheppingsvisie verwerpen en een veel oudere, maar in onze tijd juist heel frisse en vernieuwende visie hierop omarmen. De uitkomst van deze tweede visie zal velen verrassen en hopelijk ook enthousiasmeren.

Mysterieus

De eerste christenen waren vol van Jezus. De volgende centrale gedachte in de eerste eeuwen na Christus was een grote bron van vreugde: het scheppende Woord is geopenbaard in de persoon van Jezus. Daarmee valt zoveel op zijn plaats! Het scheppende Woord in het Oude Testament is namelijk zowel belangrijk als mysterieus.

Zo lezen we in het Oude Testament dat God paal en perk stelt aan de chaos. Vervolgens horen we hoe Hij de onsamenhangende oervloed ordent; de hemel uitspant en uit het stof prachtige schepselen vormt. De palen, perken, ordeningen, uitspanningen en verbindingen die de Bijbelschrijvers zo beeldend beschrijven, zijn weliswaar onzichtbaar maar ze zijn niet puur poëtisch bedoeld. Op verschillende plaatsen, waaronder Job 38 en Psalm 104, lezen we namelijk dat als de voortgaande scheppingswerkzaamheden niet doorgaan, al is het maar voor even, de schepping meteen weer uit elkaar valt.

Christus werpt een nieuw licht op deze oudtestamentische, onzichtbare verbindingen die de schepping van binnenuit ordenen en bijeenhouden. Een sleuteltekst is daarbij Kolossenzen 1:16, waarin Paulus een nieuwe scheppingsvisie uiteenzet: ‘In Hem is alles geschapen, alles in de hemel en alles op aarde, het zichtbare en het onzichtbare, vorsten en heersers, machten en krachten, alles is door Hem en voor Hem geschapen.’

Kortom, we ontdekken dat de schepping onzichtbaar bijeengehouden wordt door Jezus zelf. Hij heeft er in het begin voor gezorgd dat het stof en de oervloed zin en samenhang hebben gekregen. Zijn waarachtige, verbindende woorden maken van de schepping een eenheid en geven deze richting.

Doel

Ook Gods bedoeling met de schepping is minder raadselachtig geworden. Het doel is het behoud van de hele schepping. De hele schepping kan alleen behouden worden als zij van binnenuit vernieuwd wordt. Vernieuwing van binnenuit betekent dat de onzichtbare, geestelijke binnenkant en de zichtbare, lichamelijke buitenkant van de schepping naar elkaar toegroeien. Dat betekent ook dat wat wij denken, zeggen en doen niet meer conflicteert met onszelf, met de rest van de schepping en met God. Deze vernieuwingswerkzaamheden gaan door totdat de binnenkant en de buitenkant van de schepping allebei stralend wit zullen zijn en alle zichtbare en onzichtbare dingen onder leiding van Christus zijn gebracht. Over dit schitterende perspectief later meer.

Misverstand

In de eerste eeuwen na Christus heeft het geopenbaarde Woord niet alleen Joden aangesproken maar ook Grieken. De kerkvaders probeerden een brug te slaan naar de Griekse cultuur door het Joodse begrip ‘Woord’ te vertalen naar het Grieks: Logos. Dit heeft begrip opgeleverd onder Griekssprekenden, maar jammer genoeg ook een kolossaal misverstand. Het misverstand is dat de Logos onder invloed van de Griekse filosofie langzaam maar zeker abstract is gemaakt, tot een ‘scheppingslogica’ die losstaat van de persoon van Jezus.

De schepping wordt onzichtbaar
bijeengehouden door Jezus zelf

De omslag naar deze abstracte betekenis wordt in de zesde eeuw door kerkvader Pseudo-Dionysius de Areopagiet tot een nieuw ‘hoogtepunt’ gebracht, namelijk een hiërarchie. Het concept hiërarchie is bedacht door Pseudo-Dionysius zelf en heeft veel invloed gehad.

De rangorde die Pseudo-Dionysius aandraagt, is een statische ladder van gescheiden sferen. Bovenin de hemelsfeer treffen we God op een hoge troon. Daaronder vinden we de engelen, heerschappijen, overheden en machten. Daarna komen de mensen en ten slotte de dieren, planten en dingen. In deze visie is het doel van de schepping dat mensen ooit, aan het einde der tijden, God mogen aanschouwen.

Kloof

Dit denken in termen van hiërarchie heeft een onbedoeld, maar zeer kwalijk effect gehad op het westerse godsbeeld en wereldbeeld. Het drukt namelijk het onzichtbare, geestelijke aspect van de werkelijkheid weg naar de randen van ons bestaan, namelijk naar de rand van de ruimte, ver boven ons, en naar de rand van de tijd, ver na ons. Dit schept een kloof tussen de zichtbare en de onzichtbare werkelijkheid. Tegelijkertijd worden Gods bedoelingen abstract gemaakt. Gods verordeningen worden niet langer gezien als concreet, verbindend handelen van het Woord zelf, maar geabstraheerd tot ‘natuurrecht’ of ‘natuurwetten’. Door dit denken is de schepping iets buiten onszelf geworden, waar wij in de hiërarchie nu eenmaal boven staan.

Deze hiërarchische manier van denken mondt uit in het wetenschappelijke wereldbeeld dat vanaf de zeventiende eeuw dominant wordt. In dit wereldbeeld zijn de onzichtbare verbindingen uit het jodendom en het vroege christendom vrijwel helemaal verdwenen. Er resteren een kleine onzichtbare kern in onszelf, de ziel, een grote onzichtbare God ver daarboven en daartussenin louter materie en lege ruimte.

Sluier

Als we het onzichtbare, levende verband achter de schepping niet meer (her)kennen, dan begrijpen we ook niet meer dat ons persoonlijk handelen niet alleen de schepping fysiek schaadt, maar ook grote delen van de schepping uit hun geestelijke verband rukt. We beseffen nauwelijks meer hoe ingrijpend de consequenties zijn van het negeren van Gods bedoelingen, bijvoorbeeld als we het land niet meer periodiek braak laten liggen. Daarnaast verdwijnt het besef dat onze relatie met Jezus oneindig veel breder en veelzijdiger is dan één verticale gebedsrelatie met Hem. Zelfs over de kern van het evangelie valt een sluier, namelijk de komst van het koninkrijk binnen in ons en de vernieuwing van de schepping van binnenuit.

Met het hiërarchische denken hebben we
het paard van Troje binnengehaald

Deze pijnlijke gevolgtrekkingen laten zien hoe schokkend weinig er overblijft van de heilsboodschap en het heil zelf, als we vasthouden aan een wereldbeeld waarin nog maar één onzichtbare verbinding bestaat, terwijl andere verbindingen versluierd blijven.

De ecologische crisis staat dus niet op zichzelf en is ook geen probleem op zichzelf. Het is het zichtbare resultaat van een eeuwenlange ontkenning van de onzichtbare verbindingen die de schepping bijeenhouden en tot haar doel brengen.

Paard van Troje

Het moge duidelijk zijn dat we met het hiërarchische denken een paard van Troje hebben binnengehaald. We moeten daarom terug naar de bron. Vanuit de Bijbel leren we namelijk op een andere manier kijken naar de schepping, de mens en God. Kijken? Beter gezegd: luisteren! Het verschil in wereldbeelden is namelijk een verschil in grondhouding: kijken versus luisteren.

Met kijken als grondhouding is het zichtbare het belangrijkste. Eerst bestaan er zichtbare, op zichzelf staande schepselen en domeinen en vervolgens eventueel relaties daartussen.

In de Bijbel is echter het onzichtbare het belangrijkste. Eerst bestaan Vader, Zoon en heilige Geest en vervolgens maakt God de schepping. Zelfstandigheid is bovendien niet de kern van de Drie-eenheid, maar hun onderlinge liefdesband.

Ditzelfde geldt ook voor de schepping: God maakt geen zelfstandige schepselen die los van Hem kunnen bestaan; Hij schept door zijn Woord en Geest. Anders gezegd: God zendt zijn Woord en Geest uit om de oorspronkelijke liefdesband uit te breiden en te onderhouden.

Goedertierenheid

Een prachtig, oud en onvervangbaar Nederlands woord voor het uitbreiden van een liefdesband is goedertierenheid, dat letterlijk betekent: goedheid die welig tiert, als een bloeiende tuin. Het woord voor het onderhouden van een liefdesband is gerechtigheid: het telkens terugbrengen van de schepping naar haar oorspronkelijke goedheid. Lees met deze woorden in het achterhoofd eens hoe David in Psalm 33:5,6 de schepping bezingt:

Hij heeft recht en gerechtigheid lief, van de trouw (goedertierenheid) van de HEER is de aarde vervuld.
Door het Woord van de HEER is de hemel gemaakt,
door de adem van zijn mond het leger der sterren.

Is het niet schitterend? Wat is er binnen deze visie verschrikkelijker dan de oorspronkelijke liefdesband te doorbreken, dan om scheidingen aan te brengen? Bijvoorbeeld om de stad te scheiden van het land en om ‘de mens’ te scheiden van ‘de natuur’? Of om iets uit het web van het leven te nemen, bijvoorbeeld door een boom om te hakken, zonder iets terug te geven?

Daarom krijgt de mens in Genesis 2:15 de opdracht mee om de aarde te bewerken en te bewaren: in verband te brengen en in verband te houden. Er kan maar één verband bedoeld zijn: Gods alomvattende liefdesband. Er past maar één grondhouding bij: luisteren. Hiërarchische termen als ‘rentmeesterschap’ of ‘heersen over de schepping’ hebben de bredere en diepere klank verloren die bij deze oorspronkelijke opdracht hoort. Daarom zijn er nieuwe woorden nodig: de taak van de mens is om met grote invoelendheid voor onze medeschepselen gehoor te geven aan het Woord.

Rode draden

Vanuit deze grondhouding kunnen we de rode draden in de Bijbel fris herontdekken. In de eerste vijf boeken van de Bijbel horen we hoe God een verbond sluit met het volk Israël. In essentie helpt het verbond het volk om het web van relaties in de schepping te leren herkennen en er rekening mee te houden. Er worden priesters en een hogepriester aangesteld om het volk telkens opnieuw te bepalen bij de oorspronkelijke goedheid van de schepping. Zo leggen mensen en dieren elke zevende dag het werk neer en wordt elk zevende jaar de relatie met het land en de wilde dieren hersteld door het land braak te laten liggen.

(beeld Eric Isselee/Shutterstock)

(beeld Eric Isselee/Shutterstock)

De rol van de rechters en koningen die we in de daaropvolgende Bijbelboeken tegenkomen, is niet wezenlijk anders dan die van de priesters. Ook zij zijn herders van het volk en hoeders van het verbond. Ze mogen nadrukkelijk niet zelfstandig of eigenmachtig optreden en moeten luisteren naar de stem van God. Als de koningen het vervolgens laten afweten, stort het volk in een diepe crisis die niet alleen het verbond maar zelfs de alomvattende liefdesband bedreigt. Profeten staan op en moeten Gods volk vertellen dat als ze weigeren te luisteren, de schepping letterlijk en figuurlijk uit elkaar valt: doornen en distels schieten op, wilde dieren nemen de overhand en vruchtbare gronden verwoestijnen.

De Boom

In het Nieuwe Testament, zo lazen we eerder, ontvangen we het verheugende nieuws dat het Woord mens is geworden. Jezus brengt bovendien alle rollen uit het Oude Testament in vervulling: Hij is onze hogepriester en rechter, onze herder en koning; ja, zelfs de rol van het lam dat voor onze zonden geofferd wordt, nam Hij gewillig op zich.

Bovenal is Hij de nieuwe Adam, de eerste Boom van de nieuwe schepping. Zijn invoelendheid (zijn wortelstelsel) reikt tot de uiteinden van de schepping en zijn genezend handelen (zijn bladerdek) biedt zelfs het kleinste musje en de meest beschadigde mens bescherming. Deze Boom is in ons midden geplant en wil niets liever dan haar wortels en takken uitbreiden over de rest van de schepping. Herkennen we de Boom al? Of nog steeds niet, zoals Johannes verzuchtte in Johannes 1?

Proberen wij de bomen, de mussen en de mensen net zo invoelend tegemoet te treden als Hij dat deed? Is ons handelen erop gericht om nieuwe bomen te planten, mussen te beschermen en mensen op te richten? Of proberen we nog steeds te leven ‘zoals het hoort’? Met een keurig huis, keurige auto, keurige kleren en keurige vakanties, ook al zijn onze keurige behoeften zo onmatig dat we het equivalent van vier aardbollen per Nederlander leegroven?

Sla in geval van twijfel Matteüs 23:25 erop na: ‘Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, de buitenkant van bekers en schalen spoelen jullie af, maar de binnenkant blijft vol roofzucht en onmatigheid. Blinde farizeeër, spoel eerst de binnenkant van de beker om, dan wordt de buitenkant vanzelf ook schoon.’

Binnenkant

Waarom die uiterst sterke nadruk op de binnenkant? Omdat het koninkrijk binnen in ons komt! Ook andere gelijkenissen over het koninkrijk gaan over het onooglijke beginsel dat zich van binnenuit organisch verspreidt en doorwerkt, bijvoorbeeld een mosterdzaadje, zuurdesem en zout. Met als alomvattende doel dat alle schepselen, klein en groot, de vrede van Christus ervaren. Kortom, de vernieuwingswerkzaamheden zijn al begonnen! Jezus vraagt ons indringend of Hij door ons heen mag werken. Staan we Hem toe om onze keurige levens op de schop te nemen?

In het kort
De mens krijgt in Genesis 2:15 de opdracht mee om de aarde te bewerken en te bewaren: in verband te brengen en in verband te houden. Er kan maar één verband bedoeld zijn: Gods alomvattende liefdesband. Er past maar één grondhouding bij: luisteren.

  • Herkennen we de Boom al? Of nog steeds niet, zoals Johannes verzuchtte in Johannes 1?
  • Proberen wij de bomen, de mussen en de mensen net zo invoelend tegemoet te treden als Hij dat deed?
  • Is ons handelen erop gericht om nieuwe bomen te planten, mussen te beschermen en mensen op te richten? Of proberen we nog steeds te leven ‘zoals het hoort’? Met een keurig huis, keurige auto, keurige kleren en keurige vakanties, ook al zijn onze keurige behoeften zo onmatig dat we het equivalent van vier aardbollen per Nederlander leegroven?
Delen.

Over de auteur

Paul Schenderling is kerkelijk betrokken in Amersfoort en al jaren intensief bezig met het thema christen-zijn en levensstijl.

Laat een reactie achter