Vreemde gasten

Rob van Houwelingen en Myriam Klinker-De Klerck | 21 december 2019
  • Eyeopener

En vergeet de gastvrijheid niet, want hierdoor hebben sommigen zonder het te weten engelen gastvrij ontvangen.
(Hebreeën 13:2, eigen vertaling)

Nederlanders staan niet bepaald bekend vanwege hun gastvrijheid. Vergeleken bij de overvloedige maaltijden die bijvoorbeeld in het Midden-Oosten aan gasten worden voorgezet, komt dat ene koekje bij de koffie wat magertjes over. In ons land is het niet gebruikelijk onbekenden uit te nodigen voor het eten, laat staan ze onderdak aan te bieden. Hoogstens organiseren we voor eenzamen en daklozen jaarlijks een kerstdiner in de kerk.

In de wereld van de Bijbel was gastvrijheid een hooggewaardeerde deugd. Het gold als een sociale verplichting om in de behoeften van reizigers te voorzien. Er bestonden wel herbergen, meestal op een dagreis afstand van elkaar, maar die waren berucht vanwege insecten, gebrek aan comfort en prostitutie. Daarom zochten reizigers liever onderdak bij particulieren. De Griekse term philoxenia duidt op liefde voor een vreemde gast, de onbekende die behandeld wordt als huisvriend.

052326 Eyeopener fotoEen bekend verhaal uit de oudheid laat de oppergod Zeus en zijn bode Hermes, vermomd als arme reizigers, in een dorp overal aankloppen. Tevergeefs, totdat eindelijk een bejaard echtpaar opendoet. Zij serveren hun gasten wijn en slachten zelfs hun enige gans. Als dank redt Zeus dit echtpaar (Philemon en Baucis) van een vloedgolf die het dorp korte tijd later overspoelt. Bovendien wordt hun woninkje veranderd in een prachtige tempel; zijzelf blijven na hun dood voor altijd samen als twee met elkaar verstrengelde bomen. Aangezien Zeus blijkbaar niet te verheven is om zich met vreemde gasten te identificeren, kreeg hij de bijnaam Xenios: vreemdelingenvriend.

De Hebreeën (Joodse christenen uit Jeruzalem) kenden de geschiedenis van Abraham en Sara, het echtpaar dat drie onbekende bezoekers gastvrij ontving en een maaltijd voorschotelde. Later blijkt het te gaan om de HEER en twee engelen. Abrahams neef Lot, die in de goddeloze stad Sodom was gaan wonen, bood deze engelen behalve een maaltijd ook een slaapplaats in zijn huis aan, als een beschermend onderdak voor vreemdelingen te midden van de vijandige stadsbevolking.

Op de meest onverwachte momenten en op de vreemdste plekken kun je blijkbaar God tegenkomen. Bijvoorbeeld in de gestalte van een medemens die om gastvrijheid verlegen zit. Daarvoor heb je wel een soort tweede gezicht nodig, kijkend met de ogen van het geloof.

Crisissituatie

Gastvrijheid is een christelijke deugd, maar spreekt niet vanzelf. Paulus moet de christenen in Rome voorhouden: ‘Leg u toe op de gastvrijheid’ (Romeinen 12:13, HSV). Volgens de apostel is gastvrijheid bovendien een voorwaarde om opziener te worden (1 Timoteüs 3:2; Titus 1:8) of om als weduwe in aanmerking te komen voor ondersteuning (1 Timoteüs 5:10). En Petrus roept zijn lezers in Klein-Azië op: ‘Wees gastvrij voor elkaar, zonder te klagen’ (1 Petrus 4:9).

Zo dus ook de auteur van de Hebreeënbrief. Waarschijnlijk denkt hij vooral aan gastvrijheid ten opzichte van medechristenen, net als Petrus, maar anderen buiten de eigen kring worden beslist niet uitgesloten. De Hebreeën verkeerden in een crisissituatie. Sommigen zaten gevangen, anderen hadden hun bezittingen verloren. Misschien moesten de lezers Jeruzalem ontvluchten vanwege de Romeinse legioenen. Daardoor kwam hun geloofsvertrouwen onder druk te staan. De brief vormt één groot pleidooi om de trouw aan Jezus niet te laten varen, maar juist te volharden in het geloof. Ook metterdaad, door het betonen van gastvrijheid, iets wat in een crisissituatie gemakkelijk vergeten wordt (‘eigen volk eerst’).

Zou het om engelen gaan,
zonder dat wij dat doorhebben?

Dat gastvrijheid een christelijke deugd is, blijkt al uit wat Jezus zijn volgelingen heeft voorgehouden. Bij het eindgericht worden de schapen door Hem gescheiden van de bokken, oftewel de rechtvaardigen van de onrechtvaardigen. Met als criterium de al dan niet geboden zorg aan ‘de onaanzienlijksten van mijn broeders en zusters’. Het zijn de zeven werken van barmhartigheid die het verschil maken. De eerste drie stralen gastvrijheid uit: eten geven aan wie honger heeft, drinken aan wie dorst heeft, vreemdelingen onderdak bieden. Wat je voor hen hebt gedaan, verduidelijkt Jezus, heb je voor Mij gedaan (Matteüs 25:31-46).

Zelf stierf Jezus een onaanzienlijke, vernederende dood; buiten de stadspoort van Jeruzalem onderging Hij de schande van het kruis. Enkele decennia later worden de Hebreeën uitgedaagd schande niet uit de weg te gaan, maar zich actief bij hun Heer aan te sluiten, te delen in zijn vernedering en zo hun trouw aan Hem te laten blijken (Hebreeën 13:13). Xenofobie (vreemdelingenhaat) past niet bij zijn volgelingen. Integendeel, zij worden aangespoord tot het betonen van gastvrijheid, specifiek in de zorg voor de onaanzienlijksten. Vandaar dat meteen na de oproep om de gastvrijheid niet te vergeten de aansporing volgt: bekommer u om gevangenen en mishandelden.

Sculptuur

De verbinding tussen gastvrijheid en zorg voor de onaanzienlijksten wordt prachtig verbeeld in een bronzen sculptuur die de Canadese kunstenaar Timothy Schmalz in opdracht van het Vaticaan maakte, getiteld ‘Angels Unawares’ . Het is een boot met 140 levensgrote vluchtelingen, gezien hun kleding zowel uit het heden als uit het verleden. Engelenvleugels verheffen zich in het midden. De sculptuur staat op het Sint Pietersplein in Rome, op de stoep van de wereldkerk. Het getal van 140 vluchtelingen correspondeert met de 140 heiligen rondom het plein. Zou het om engelen gaan, zonder dat wij dat doorhebben?

Natuurlijk bestaat er verschil tussen gastvrijheid voor individuele reizigers in je eigen huis en het opvangen van de massale vluchtelingenstroom richting Europa. Het is aan de internationale politiek om daarvoor oplossingen te vinden. Tegelijkertijd blijft het een taak voor de kerk om een open huis te zijn voor vreemdelingen, twijfelaars en zinzoekers.

Uiteindelijk biedt alleen
de Allerhoogste geborgenheid

Moet je dan iedereen maar over de vloer halen? Niet noodzakelijk. Gastvrijheid kent verschillende gradaties en daarbij gaat het allereerst om je gezindheid. Als de huiselijke omstandigheden niet zo geschikt zijn, dan kan het ook indirect, via je inzet, financiële steun en gebed voor bijvoorbeeld daklozenopvang of vluchtelingenwerk.

Verkijk je daarbij niet op de buitenkant. Juist in de ontmoeting met de onaanzienlijksten kan het zijn dat engelen je pad kruisen. En omdat engelen fungeren als hemelse boodschappers, gebeurt er iets bijzonders indien zij gastvrij ontvangen worden. Als dank maken zij namelijk een onverwacht maar welkom bericht bekend, breaking news. Daardoor worden de gastheer en gastvrouw behalve gevers ook ontvangers. Hun diepste verlangen wordt vervuld (zoals bij Abraham en Sara), of ze worden behoed voor een ramp (zoals bij Lot).

Vrije markt

Welk breaking news haal je met de vreemde gasten van tegenwoordig in huis? Brengen vluchtelingen misschien een bevrijdende boodschap mee wanneer zij zich aandienen op de stoep van Europa? De westerse samenleving heeft zich laten inkapselen in de wetten van de zogenaamde vrije markt. Maar hoe vrij is die markt, als economische groei een allesbepalende en dus verslavende wetmatigheid blijkt te zijn? Ook christenen zitten vaak in zichzelf gevangen door een vorm van welvaartsdenken. De vreemdeling op de stoep breekt die afgeslotenheid open, daagt mensen uit om los te komen van hun zelfgerichtheid.

Volgens de Frans-Joodse filosoof Emmanuel Levinas komt God als ‘de Ander’ ons in het gelaat van die ‘vreemde ander’ bevrijdend tegemoet; Hij doet een appèl op ons om buiten onszelf te treden en ons op Hem te richten. Wie gastvrijheid betoont, wordt eraan herinnerd dat ieder mens een afhankelijk schepsel is en dat vergankelijke welvaart geen levensvervulling kan bieden.

In termen van de Hebreeënbrief: christenen zijn gasten en vreemdelingen op aarde, onderweg naar de stad van de toekomst, het hemelse Jeruzalem (Hebreeën 11:13-16). Hoe moeilijk en onoverzichtelijk de reisroute ook is, hoe ver we ook van huis zijn, dat blijft het doel. Uiteindelijk biedt alleen de Allerhoogste geborgenheid. Dit geldt zowel voor de kerk, een eigentijdse herberg onderweg, als in de thuissituatie van iedere christen. We leren vertrouwde zekerheden loslaten, openstaan voor nieuwe inzichten, hulp aanvaarden van God en mensen.

Laten wij – evenals de Hebreeën – volharden in het geloof, ons hart gefocust op Jezus. Hij liet zich niet afschrikken door de schande van het kruis, maar dacht aan de vreugde die voor Hem in het verschiet lag (Hebreeën 12:2).
En die vreemde gasten? Wie weet, gaat het wel om reddende engelen!

Om over na te denken

1. Lees de beeldmeditatie bij de sculptuur ‘Angels Unawares’ op Artway.eu (tinyurl.com/soq9ydh) en reageer op de laatste zin: ‘Wij zijn allemaal vluchteling.’

2. In hoeverre geldt de titel van Gezang 163 uit het Gereformeerd Kerkboek (2017) voor jouw gemeente: ‘Dit huis, een herberg onderweg’?

3. Op welke manier(en) betoon jij gastvrijheid in je dagelijks leven? Zou je daarin nog iets willen veranderen?

Over de auteur
Rob van Houwelingen en Myriam Klinker-De Klerck

Rob van Houwelingen en Myriam Klinker-De Klerck zijn als nieuwtestamentici verbonden aan de TU Kampen.

Hopen tegen wil en dank

Hopen tegen wil en dank

Arie Kok
  • Interview
  • Thema-artikelen
Zal er ooit een dag van vrede zijn?

Zal er ooit een dag van vrede zijn?

Peter Hommes
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief