CGK-synodevoorzitter Han Schenau: ‘Ik zou het zó graag ook over andere dingen willen hebben’

0

Hij lacht graag en bekijkt het leven van de zonnige kant. Maar sinds hij synodevoorzitter is van de Christelijke Gereformeerde Kerken ligt hij toch af en toe wakker. ‘Willen we als CGK niet breken, dan zullen we weg moeten bij de polarisatie en meer de nuance zoeken.’ Een kleine drie weken voor de tweede synodeweek – die inmiddels achter de rug is – begon, sprak hoofdredacteur Esther de Hek met Han Schenau.

Han Schenau (1960) is synodevoorzitter van de christelijk-gereformeerde synode die dit jaar gehouden wordt. Hij werd geboren in Gorinchem en startte in 1989 als predikant in Middelburg. De Ichthus-gemeente in Nunspeet, waar hij nu staat, is zijn vijfde gemeente. Han Schenau is getrouwd met Josien, samen hebben ze vijf kinderen en vijf kleinzoons. (beeld Jaco Klamer)

Han Schenau (1960) is synodevoorzitter van de christelijk-gereformeerde synode die dit jaar gehouden wordt. Hij werd geboren in Gorinchem en startte in 1989 als predikant in Middelburg. De Ichthus-gemeente in Nunspeet, waar hij nu staat, is zijn vijfde gemeente. Han Schenau is getrouwd met Josien, samen hebben ze vijf kinderen en vijf kleinzoons. (beeld Jaco Klamer)

Of ik even in zijn studeerkamer mag kijken, vraag ik als we net in een smaakvol zitje in de huiskamer zitten. ‘Hier zit het altijd wel prettig’, had Han Schenau gezegd toen hij me het plekje wees. Hij is bezig met de preek voor zondag, zie ik: boeken liggen open, beschreven A4’tjes en op het scherm de al deels geschreven preek. Ik houd het bij een korte blik in de kamer terwijl Han in de deuropening blijft staan, en zeg: ‘Je hebt twee grote foto’s van je vrouw in de kamer staan, wat zegt dat?’

Zijn vrouw Josien, met wie hij volgend jaar veertig jaar getrouwd hoopt te zijn, is zijn steun en vertrouweling, vertelt hij als we weer zitten. ‘Zij is van grote waarde in mijn leven.’ Ze ontmoetten elkaar in de jaren zeventig op de sociale academie in Ede, waar Han na het gymnasium naartoe was gegaan. ‘Op mijn vierde jaar wist ik al dat ik dominee wilde worden. Met mijn vier jongere broertjes hield ik kerkdiensten op zolder, ik was de dominee. Mijn ouders wisten van die wens en ook het hoofd van de lagere school. Ik was helemaal niet zo’n hoogvlieger maar toch lieten ze mij naar het openbare Stedelijk Gymnasium in Gorkum gaan, terwijl later mijn broers reformatorisch onderwijs volgden. Maar op het gym verdween het verlangen om predikant te worden en koos ik ervoor na mijn eindexamen naar de sociale academie te gaan.’

Dit interview verschijnt dit weekend in magazine OnderWeg, een inspirerend magazine voor christenen die God en de kerk liefhebben en midden in het leven staan. Neem een gratis Proefabonnement (Digitaal of Papier Plus).

Waardoor verdween dat verlangen?
‘Daarin heeft de puberteit vast en zeker een rol gespeeld, mijn interesses verschoven. Ik ging actief sporten: voetbal, basketbal, volleybal, atletiek, en ging daarin op. Het geloof en de kerk zeiden me veel minder. Ik had vrienden die niet kerkelijk waren en dat vond ik veel leuker. Dus dat besef van roeping verdween. Toen ik een vervolgopleiding moest kiezen, wilde ik wel graag iets met mensen doen, maar de studie theologie hoefde van mij niet meer.’

Dus ging je naar de sociale academie en daar ontmoette je Josien.
‘Inderdaad, de vrouw die er middelijkerwijs voor gezorgd heeft dat ik toch theologie aan de Theologische Hogeschool in Apeldoorn ben gaan studeren. Zij leefde op dat moment al bewust met God en ik nog niet. Zij was dagelijks met de Bijbel bezig, ging naar Bijbelstudies, in de kerk schreef ze mee met preken. Dat deed ik allemaal veel minder, maar het raakte bij mij wel aan iets. Het heeft ertoe geleid dat ik God weer ben gaan zoeken en dat op den duur toch het verlangen naar het predikantschap terugkwam.’

‘Je mag mij best een echte calvinist noemen’

Inmiddels is het ruim veertig jaar later en wonen hij en zijn vrouw in een tijdelijke pastorie in Nunspeet, waar ze anderhalf jaar geleden vanuit Goes naartoe kwamen. Han Schenau werd de eerste predikant van de nieuwe, in 2016 geïnstitueerde, christelijk-gereformeerde Ichthus-gemeente, een afsplitsing van de CGK (Dorpskerk en Oenenburgkerk) die sinds 1936 in Nunspeet zit. ‘Er was al jaren spanning in de gemeente over praktische zaken en het profiel. Tijdens de synode van 2013, die in de Oenenburgkerk gehouden werd, vertelden Nunspeter gemeenteleden mij daarover. Toen heb ik al weleens gedacht: zou God hier misschien een taak voor mij hebben, ligt hier wellicht een roeping?’

We zijn zo’n drie kwartier in gesprek als hij vertelt hoe duidelijk die roeping was, terwijl het bij eerdere beroepen ‘best een worsteling’ was. ‘Als er een beroep komt en je in drie weken een keuze moet maken, kun je daar eigenlijk maar zo weinig van delen – het vindt op zo’n diep niveau in je plaats.’

Je vertelde net dat je je in de CGK graag in het midden beweegt. Je bent tot nu toe predikant geweest in gemeenten waar liturgisch en qua samenwerking met andere kerken vrij veel ruimte is. Maar het valt mij ook op dat je woordgebruik een bevindelijke klank heeft.
Hij lacht. ‘Ik heb in mijn kinderjaren en jeugd onder een bevindelijke invloed gestaan. Mijn ouders waren vrijgemaakt maar zijn vlak voor m’n doop christelijk-gereformeerd geworden. Mijn grootouders waren ook vrijgemaakt maar vooral mijn opa had een hang naar het bevindelijk-gereformeerde. Ik trok veel met hem op, gewoon omdat het een leuke man was. Hij nam mij mee naar kerken in de Alblasserwaard die je nu Hersteld Hervormd zou noemen. Zo kwam ik al jong in aanraking met de sfeer en taal van de oude schrijvers. Mijn vader neigde ook naar deze geloofsbeleving, mijn moeder – zij leeft nog – is opener. Zij laat ook vragen toe en is blijmoediger en vrijmoediger. Per saldo kenmerkt dat ook mijn beleving, al mag je mij best een echte calvinist noemen.’

Door zijn vrouw, afkomstig uit de NGK, leerde hij klassieke muziek waarderen, maakte hij kennis met ‘meer openheid in de theologie’. ‘Maar het in de Alblasserwaard opgedane besef dat dit leven eindig is, dat je je tijd goed moet gebruiken, dat genieten prima is maar dat je aardse zaken wel moet relativeren, zit er diep in.’

‘Ik moet er niet aan denken dat zich nog eens
een breuk voltrekt in kerkelijk Nederland’

In juni vorig jaar werd hij gekozen tot synodevoorzitter van de CGK. In die kerken zijn momenteel twee thema’s beeldbepalend: vrouwelijke ambtsdragers en homoseksualiteit. ‘Ik zou het zó graag ook over andere dingen willen hebben’, zegt Schenau. ‘Over wat vanuit Christus het kerk-zijn ten diepste bepaalt, en wat daarvan in de prediking nog naar voren komt. We dreigen voort te hobbelen van ethisch issue naar ethisch issue. Tijdens de vorige synode was het homoseksualiteit, nu vrouw en ambt, over drie jaar schepping en evolutie, over zes jaar transgender en over negen jaar spoelt Nederland weg door het veranderde klimaat, en dáár hebben we het dan nooit over gehad. Eigenlijk kan ik daar heel moeilijk mee leven.’

Dat lijkt me lastig als voorzitter van een synode waar, als straks de tweede zittingsweek begint, hoogstwaarschijnlijk vooral het tussenrapport over vrouw en ambt de aandacht zal trekken en de gemoederen bezighoudt.
‘Dat is het ook, hoewel ik me van harte toewijd aan wat me te doen staat. Het zal er deze synode echt om spannen of we het als CGK gaan redden met elkaar en dat houdt me de laatste tijd nogal eens wakker. Ik moet er niet aan denken dat zich nog eens een breuk voltrekt in kerkelijk Nederland.’

Ik reageer verbaasd. Is het echt zo ernstig? Als er toch één kerkgenootschap is dat ondanks verschil, verwijdering en dispuut in ieder geval de organisatorische eenheid weet te bewaren, is het de CGK. Het is even stil, dan zegt hij: ‘God moet ons bij elkaar houden, maar de tijdgeest doet ondertussen zijn werk. In de samenleving zie je de nuance verdwijnen en dat werkt door in de kerk. In ons kerkverband zijn er gemeenten en mensen die autonoom willen doen wat zij denken dat het beste is voor hun gemeente. Aan de andere kant zijn er CGK’ers die vinden dat er afspraken zijn waaraan iedereen zich simpelweg moet houden. Beide houdingen zijn funest voor het in liefde, gehoorzaamheid en verdraagzaamheid samenleven binnen een kerkverband. Willen we als CGK niet breken, dan moeten we weg bij de polarisatie en meer de nuance zoeken.’

‘We dreigen voort te hobbelen van
ethisch issue naar ethisch issue’

Waar zit die nuance als het gaat om homoseksualiteit? Schenau staat achter het rapport ‘Homoseksualiteit en homoseksuele relaties’ dat in 2013 verscheen, zegt hij. Daarin wordt gesteld dat homoseksuele relaties tegen de Bijbel ingaan, als zonde bestempeld moeten worden en dat gemeenten ‘de weg van de kerkelijke vermaning’ moeten gaan.

Even voor Kerst belde een psychiater hem op toen de pers schreef over crisis in de classis rond de eigen benadering van CGK Zwolle van homoseksuele gemeenteleden met een relatie. ‘Ik houd u persoonlijk verantwoordelijk voor de zelfmoord van christelijke homo’s’, zei ze door de telefoon tegen Schenau. ‘Die kwam natuurlijk wel binnen. ”U gaat nu af op een krantenbericht’’, zei ik tegen haar. “Maar ik denk dat we zinvol zouden kunnen doorpraten als u kennisneemt van wat wij als kerken hebben bestudeerd en echt uitgesproken.”’

Ook in deze discussie bepalen in de kerk zo makkelijk twee uitersten de toon, volgens Schenau: het autonome denken tegenover teruggrijpen op regels en afspraken. ‘Maar dit gevoelige thema vraagt om ruimte en nuance en juist niet om oneliners als ‘Je mag het wel zijn maar niet doen.’

Komt het daar niet op neer dan?
‘Nee, ik protesteer daartegen. Het is een dilemma dat ons vanuit de samenleving is opgedrongen. De achtergrond is dat de seksualiteit sterk bepalend is voor iemands identiteit, en daar wil ik bij weg, ook als het om heteroseksualiteit gaat trouwens. Seksualiteit is belangrijk, maar het gaat in het mens-zijn om veel meer dan dat. Gelovigen vinden hun identiteit in Christus.’

Volgens Schenau noemt het rapport uit 2013 het onderwerp vriendschap ‘een braakliggend terrein’ in het kerkelijke gesprek over homoseksualiteit. ‘Ik vind dat we het daarover moeten hebben. Je bent er als kerk niet als je zegt wat er niet kan zonder dat je ook bereid bent om na te denken over wat er wel kan. Ik weet dat er allerlei vragen te stellen zijn over een vriendschappelijke liefdesrelatie tussen twee mensen van hetzelfde geslacht, maar daar wil ik niet mee beginnen. Laten we het gesprek erover een kans geven en zo nuance zoeken.’

Of hij dit als synodevoorzitter voor elkaar krijgt? ‘Je voelt je, zeker in een klimaat van tegenstellingen, met een pleidooi voor nuance soms wel een beetje een roepende in de woestijn. Maar wie weet…’

Dit interview verschijnt dit weekend in magazine OnderWeg, een inspirerend magazine voor christenen die God en de kerk liefhebben en midden in het leven staan. Neem een gratis Proefabonnement (Digitaal of Papier Plus).

Delen.

Over de auteur

Esther de Hek is tekstschrijver en hoofdredacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter