Column: Kader of richtingwijzer?

0

Wat is het karakter van kerkelijke regels en uitspraken? Vormen ze een vast kader waarbinnen de gemeente zich moet bewegen? Of zijn ze een richtingwijzer die een betekenisvolle lijn van denken weergeeft? Deze vragen staan centraal in de discussie op de synode van de CGK over gemeenten die zich ‘niet houden aan kerkelijke afspraken’. Deze vraag speelt ook bij de hereniging van de GKv en NGK. Als er een harde les is die we de afgelopen decennia geleerd hebben, dan is het wel dat kerkelijke uitspraken met beroep op de Schrift toch minder op de Schrift gebaseerd waren dan we dachten. Dat moet ons voorzichtig maken.

In de geneeskunde wordt onderscheid gemaakt tussen richtlijnen en protocollen. Een richtlijn geeft een arts advies welke behandeling hij of zij bij een bepaalde diagnose aan een patiënt kan geven. In het belang van de patiënt mag de arts afwijken van de richtlijn.

Zo leidt een afwijking tot dialoog

Een protocol schrijft in detail voor hoe de arts moet handelen. Hij of zij mag daar niet van afwijken. Een richtlijn betekent dus geen ’vrijheid en blijheid’. Artsen wijken daar alleen in bijzondere gevallen van af. En als het wel gebeurt, moet een arts aan zijn of haar collega’s kunnen uitleggen waarom. Zo leidt een afwijking tot dialoog.

Daar komt het volgende bij. Kerkelijke regels en uitspraken zijn niet ‘puur juridisch’. Het zijn regels en uitspraken die tot doel hebben om het kerkelijke leven te dienen. Ze drukken geloof en liefde uit. Als het goed is, gaat het altijd om de zorg voor de predikant, de gemeente en het kerkverband. Vanuit dat perspectief kunnen we kerkelijke regels en uitspraken zien als betekenisvolle richtingwijzers. Afwijken doe je alleen vanuit liefde en zorg. En als je afwijkt, ben je bereid om rekenschap af te leggen en de dialoog aan te gaan.

Delen.

Over de auteur

Maarten Verkerk is onder meer bijzonder hoogleraar filosofie aan de TU Eindhoven en de Universiteit Maastricht.

Laat een reactie achter