De ene God tegen de 56 Egyptische goden

0

Het was me nog nooit opgevallen, die opsomming van beesten in Exodus 9:3. Daar wordt verteld over de vijfde plaag, waarmee God de farao en het Egyptische volk sloeg. De keuze van dieren was welbewust. Het maakt duidelijk hoe zwaar de veepest Egypte trof. De hele samenleving ging eraan.

De tien plagenHet eerste dier dat genoemd wordt, is het paard: niet alleen het rijdier van de rijken, maar ook onmisbaar in de oorlogsvoering. Het tweede dier is de ezel, waarvan de binnenlandse handel voor transport afhankelijk was, terwijl de kameel, het derde dier, een centrale rol in de buitenlandse handel speelde. En dan nog de runderen, schapen en geiten: de hele agrarische economie ging voor de bijl. De beroemde vleespotten van Egypte (Exodus 16:3) waren bepaald niet vol!

Ik haal deze informatie uit het pas verschenen boek De tien plagen. Godsgericht over Egyptische goden van Harm Boiten, emeritus predikant in de GKv (Groen, Heerenveen, 2019). Elke plaag plaatst hij in de socio-economische context van het Egypte waarin Israël in slavernij gehouden werd.

Neem bijvoorbeeld de sprinkhanenplaag (Exodus 10:1-20). In de Hoorn van Afrika heeft men daar momenteel enorm last van, het is een ramp! Boiten legt uit hoe die sprinkhanen zo verwoestend hun werk kunnen doen. Ze zijn letterlijk kaalvreters, die niets dan woestenij en rampspoed achterlaten (Exodus 10:15).

Ook de geestelijk-religieuze dimensie van de plagen laat Boiten zien. In elke plaag vindt er een confrontatie plaats tussen God en de afgoden van Egypte.

Afgoden

Egypte kende in die tijd enorm veel goden. Boiten voegt een register met de namen van Egyptische goden toe aan zijn boek. Ik tel 56 goden, voorwaar een pantheon dat er wezen mocht! Kenmerkend is dat deze goden vaak als dieren werden afgebeeld. Het paard was verbonden met Asjtoreth, bekend als de dame van de strijdwagens (getrokken door paarden). Zij was de godin van de oorlog, die de farao en zijn land beschermen moest tegen de vijanden.

De ezel representeerde Seth, de god van onheil en tegenspoed, terwijl de stier Apis een verschijning was van de oergod en schepper Ptah. Om nog te zwijgen over koegodin Hathor, dochter van de zonnegod Re, ook wel als de moeder van het heelal vereerd. O ja, het kleinvee en de god Amon waren met elkaar verbonden. Dat Israël later zo gebiologeerd was door het stierkalf als verschijning van G/god (Exodus 32:24) wordt tegen deze achtergrond begrijpelijk.

Boiten beschrijft de tien plagen als confrontaties tussen Jahwe, de God van Israël, en deze eindeloze reeks van afgoden. De uitslag is duidelijk: iedere plaag loopt uit op een nederlaag van de betreffende goden. God toont zijn macht; niet alleen aan de farao, maar ook aan zijn eigen volk. Hij bevrijdt hen om Hem alleen te dienen. Het gaat om Israëls bevrijding uit het slavenhuis, maar meer nog om de verheerlijking van Gods naam. Laat ‘mijn’ volk gaan om ‘Mij’ te vereren (Exodus 9:1). Dat is ook een sterk punt van Boitens boek: de aandacht voor de tekst zelf, met al zijn nuanceringen en bijzonderheden.

Wonder of natuurverschijnsel

Boiten bespreekt ook de bekende vraag of de plagen nu teruggaan op natuurverschijnselen of toch echt wonderen zijn. De veepest zou door miltvuur (antrax) of een virus veroorzaakt zijn. Sprinkhanenplagen waren ook in die oude tijden bekende natuurverschijnselen.

Terecht wijst hij erop dat de tekst zelf naar Gods straffend ingrijpen verwijst. God grijpt in en niemand, ook de afgoden niet, konden er iets tegen doen. Stel dat de ene of de andere plaag iets te maken heeft gehad met één of ander natuurverschijnsel. Boiten ontkent soms de mogelijkheid daarvan niet. Wat levert dat voor meerwaarde op aan het begrijpen van de plagen? Kunnen de plagen alleen maar als natuurverschijnselen plaatsgevonden hebben? Kunnen we alleen dan geloven wat er staat? Of dienen zij om te bewijzen dat de Bijbel toch gelijk heeft? Of zeggen we: waar verhaal, niet echt gebeurd?

Ik houd het op: waar verhaal, echt gebeurd, maar beschreven vanuit een specifiek geloofsperspectief op een manier die toen begrijpelijk was. Natuurlijke verklaringen lagen helemaal buiten het toenmalige gezichtsveld. Ze helpen vandaag niet om de boodschap beter te begrijpen, en zeker niet als ze gebruikt worden om Gods concrete ingrijpen ten behoeve van zijn volk te minimaliseren.

Welke uitleg?

Bijbellezen is moeilijker dan we soms denken. Boitens uitleg van de tien plagen hoorde ik summier jaren geleden van mijn vader in een serie preken in de GKv van Rotterdam-Centrum. In zijn nawoord verwijst Boiten ook naar hem. Mijn aanvankelijke instemming verdween toen ik er later zelf mee bezig ging, maar lezing van Boitens boek heeft me weer ‘terug-overtuigd’. Vanuit de tekst komt hij met een overtuigend verhaal, onderbouwd met gedegen kennis van de Egyptische wereld van toen. Juist die Egyptische achtergrond van het verhaal, die we niet zomaar kennen, maakt een juiste uitleg ervan extra moeilijk. Willen we door de boodschap ervan geraakt worden, dan zullen we toch eerst met ons verstand moeten lezen.

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Laat een reactie achter