‘Als hij het wil, wie zijn wij om daar tegenin te gaan?’

Jan Kas | 11 april 2020
  • Interview
  • Thema-artikelen

Ilma van Iwaarden (51) is specialist ouderengeneeskunde en kaderarts-opleider bij Zorgverlening Het Baken in Elburg. Ze werkt in het plaatselijke verpleeghuis en is lid van de Vrije Evangelische Gemeente in het Veluwse vestingstadje. Eerder was ze arts bij een woonzorgcentrum in Heerde, eveneens op de Veluwe. ‘Als je erin meegaat dat iemands bestaan af is, laat je hem of haar pas echt los.’

‘Hij wenste euthanasie, maar aan de criteria voldeed hij niet’

‘Hij had een lichte beroerte gehad waardoor hij zijn ene hand minder goed kon gebruiken. Medisch gezien was hij er echter nog redelijk uitgekomen. Met revalidatie zou hij thuis kunnen functioneren. Hij was nog helder van geest, maar voor hem hoefde het leven door die beperking niet meer. Hij vond dat het zo wel mooi was geweest.’

Zijn verlangen naar het einde van zijn leven bleef de man uiten. ‘Hij wenste euthanasie, maar aan de criteria daarvoor voldeed hij niet.’ Van Iwaarden betrok zijn kinderen erbij. ‘Die wilden hem wel tegemoetkomen, omdat hij zijn wens bleef volhouden. ‘Ja’, zeiden ze, ‘als vader dat wil, gaan we daarin mee.’ Maar toen ik doorvroeg naar hoe ze er echt in stonden, antwoordden ze: ‘Het is zijn wens, maar voor ons is hij nog van betekenis.’

Toen heb ik hen bij elkaar gebracht. Daar zit voor mij wel een essentie voor de hele discussie over voltooid leven. Voor die patiënt was zijn leven klaar, terwijl zijn kinderen hem nog steeds als waardevol zagen.’

In het gesprek tussen vader en kinderen kwam boven tafel dat de man het heel moeilijk vond om met zijn beperking om te gaan. ‘Bij intelligente mensen zie ik vaker dat op dit punt de vraag naar het levenseinde komt. Ten diepste spelen niet allerlei zorgen en moeiten rond ziekte en sterven waarvoor je naar een oplossing kunt zoeken. Nee, het gaat om regievoering; het leven niet meer in eigen hand kunnen hebben en dat als lastig ervaren. Uiteindelijk heeft het gesprek ertoe geleid dat de man toch naar huis is gegaan en daar zijn leven weer heeft opgepakt.’

Ilma werkt in Elburg, op de Veluwe. ‘Een christelijke regio dus. Ons huis heeft ook een christelijke signatuur. Daardoor komt het hier, vergeleken met de Randstad, toch minder voor dat mensen die nog een redelijke gezondheid hebben, heel bewust “nu is het genoeg voor mij” zeggen.’

Een andere opmerking hoort Van Iwaarden veel meer. ‘Dokter, als het niet meer gaat, dan is het goed.’ ‘Daarin proef ik vooral dat mensen accepteren dat het leven eindig is. Alleen weten we dan nog niet wanneer dat moment is. Mensen zeggen dan ook wel dat ze bang zijn voor wat mogelijk komen gaat. Daarom is het zo belangrijk om tijdig daarover met elkaar te spreken. Hoe iemand het gaan sterven ziet en wat er aan palliatieve zorg gedaan kan worden om het proces draaglijk te maken.’

(beeld Het Baken Elburg)

(beeld Het Baken Elburg)

De Elburgse arts kiest altijd de weg van het gesprek, zaken bespreekbaar maken en houden. ‘Ik heb ook in een hospice gewerkt. Daar heb ik geleerd dat je als dokter achter de vraag àchter de vraag moet zien te komen. Dat geldt ook voor voltooid leven. Is het niet een tijdelijke wens? In het onderzoeksrapport van de commissie-Van Wijngaarden over voltooid leven zie je sterk terug dat mensen zeggen: “Ja, dat het niet meer hoeft voor mij, dat mijn leven voltooid is, dat geldt niet altijd.” Een leven beëindigen is dan wel heel definitief. Waarom wil iemand nu niet meer leven? Ik zal me altijd tot het uiterste inspannen om erachter te komen wat echt de reden is. Zijn er problemen en zorgen die soms toch op te lossen zijn?’

Ook het gesprek met de kinderen van de man met de beperkt te gebruiken hand had zin. Enerzijds wilden ze meegaan met hun vader. Als hij dat wil, wie zijn wij om daar tegenin te gaan? Maar eigenlijk zeg je dan: we houden je niet tegen. Dan laat je pas echt iemand los. Het is natuurlijk een heel moeilijke kwestie. Anderzijds hadden die kinderen hun eigen gevoelens. Ze wilden hun vader helemaal niet kwijt. Dat werd pas helder toen het bespreekbaar werd gemaakt. Laten we echt iemand gaan?’

Ongemak

De man was een uitzondering onder de ouderen in het overwegend christelijke Elburg. ‘Als er over voltooid leven wordt gesproken, komt dat veel meer van de generatie eronder. Rond terminale zorg is dat ook zo. Als dan duidelijk is dat iemand gaat overlijden en het wat langer duurt, wordt er gezegd: “Dokter, laat het klaar zijn.” Daarin proef ik, ook bij christenen, moeite met het lijden, met het kunnen aanzien van het stervensproces. Eigen ongemak en eigen onmacht doen mee. We gaan het de komende jaren veel meer tegenkomen dat mensen sneller vinden dat er een einde aan een leven gemaakt moet worden. Men vreest dat het lijden ondraaglijk zal zijn, maar dat is maar de vraag. Ik zie in mijn werk mensen die ontzettend ziek zijn, maar nog veel kunnen dragen en niet met zulke vragen komen. En als die vragen er wel zijn, zijn er palliatieve middelen om ze zoveel mogelijk weg te nemen.’

Op haar beurt stelt Van Iwaarden een vraag aan de samenleving. ‘Omgaan met lijden of met minder goed uit de voeten kunnen, zijn we dat nog gewend? Gevoelens van eenzaamheid of de gedachte om anderen alleen maar tot last te zijn, kunnen er ook toe bijdragen dat iemand vindt dat zijn leven voltooid is en dat er maar een einde aan moet komen. Maar ben je niet meer van waarde als je de regie verliest, zoals die man die een beroerte had? Dat geloof ik dus niet. Hoe het leven ook aangetast is, en in ons verpleeghuis zijn veel kwetsbare mensen, in ieder bestaan zie ik waarde.’

‘Ook in het verpleeghuis zijn mensen wel degelijk van waarde’

Van Iwaarden herinnert zich een bewoonster met dementie. ‘Toen haar conditie achteruitging, heeft haar dochter nog wat met haar uitgesproken. Die dementerende vrouw heeft die dochter toen om vergeving gevraagd, terwijl dat niet in haar aard lag. Als je het aan mij als arts had gevraagd, had ik ook niet verwacht dat ze dat nog kon, maar het gebeurde wel.’

‘God heeft de mens geschapen. In alle afhankelijkheid worden we geboren, we kunnen dan helemaal niets zelf. En soms gaan we ook in alle afhankelijkheid sterven. Maar binnen dat leven heeft God ons lief en mogen we er zijn’, meent de specialist ouderengeneeskunde. ‘In onze maatschappij leeft echter sterk de opvatting dat je productief moet zijn, actief en snel. Als dat niet meer kan, wat je zeker in het verpleeghuis ziet, ben je oud en heb je in feite afgedaan. Die gedachtegang creëren we met z’n allen. Terwijl ik juist ook in het verpleeghuis mensen zie die wel degelijk van waarde zijn, hoe kwetsbaar ook. Erkennen we dat als samenleving nog? Als christenen hebben we ook een opdracht om ouderen te omarmen, om hen te tonen dat ze mee blijven tellen.’

Diep

Aan de andere kant mag een christen zeker naar het levenseinde verlangen, zegt Van Iwaarden. ‘Ja hoor. Het mooie van het geloof is dat je weet dat het leven verder gaat. Dat kan een troost zijn voor mensen op oudere leeftijd die veel hebben meegemaakt en verlieservaringen hebben, zeker in die laatste jaren. Dat is niet verkeerd. Het kan juist heel veel rust geven als je weet dat het leven hierna veel mooier is dan hier op aarde. Dat verlangen naar het hiernamaals kan ik heel goed met die mensen meevoelen. Maar dat is heel wat anders dan: “Laat het maar stoppen, het leven is mooi geweest, nu is het genoeg”. Dan denk ik: waarom nu? Waarom zo’n definitieve keuze? Als iemand zijn leven zelf in handen wil hebben, scheiden toch onze wegen. Niet dat ik die patiënt dan loslaat, integendeel, maar ik kan hem of haar daar niet in helpen.’

Aansprekend en relevant is voor Van Iwaarden vers 3 van Jesaja 42. ‘Daar wordt het lijden van de Knecht des Heren aangekondigd. Mij heeft die tekst ook veel te zeggen voor mijn werk als verpleeghuisarts. Het geknakte riet zal Hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal Hij niet uitdoven. In Het Baken zie ik soms geknakt riet. Maar God zal die mensen nooit loslaten. Het leven heeft waarde, ook dat kwetsbare bestaan. Dat vers is voor mij heel herkenbaar.’

Binnenkort klinkt ook in het verpleeghuis in Elburg het evangelie van Pasen. ‘In alle gebrokenheid van het leven, ook in alle gebreken van het ouder worden, mag er gezegd worden dat er hoop is, dat Jezus is opgestaan en dat er leven na dit leven is. Dat geldt voor de bewoners, maar net zo goed voor het verzorgend personeel. We hebben dat evangelie allemaal nodig. Soms gaat dat heel diep. Ik heb dingen gedaan die zomaar niet te vergeven en te herstellen zijn, zei een bewoonster, haar leven overziend. Ik mocht haar voorhouden dat het evangelie juist daarover gaat. Ze was er heel serieus mee bezig.’

‘Het paasevangelie helpt verder’, aldus Van Iwaarden. ‘God nam in Jezus onze gebrokenheid op zich. Dat geeft troost, hoop en verbinding. We zijn aan elkaar gegeven. Omzien naar elkaar is van belang in onze individualistische maatschappij, die denkt dat we zelf ons levenseinde mogen en kunnen bepalen. God heeft ons geschapen. We leven niet alleen voor onszelf. Als christenen kunnen we het verschil maken, door er ook te zijn voor onze naaste die zijn leven als voltooid beschouwt, omdat hij anders toch maar tot last is en niets meer aan de samenleving toevoegt.’

Over de auteur
Jan Kas

Jan Kas is freelance journalist.

Meest gelezen

Predikantsprofiel Kees Smit

Predikantsprofiel Kees Smit

Melissa van der Kamp
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

Het is een terugkerend woord als ik met Kees Smit in gesprek ben over de geestelijke verzorging en zijn werk als voorzitter van de Commissie Geestelijke Verzorging (CGV). Uit alles blijkt dat hij deze rol met hart en ziel vervult. Niet in de laatste plaats gedreven door zijn eigen ervaringen als geestelijk verzorger bij Defensie. Kees stelt dat geestelijk verzorgers waardevolle gesprekspartners kunnen zijn voor gemeenten, omdat juist zij werken op het grensvlak van kerk en samenleving. Ik praat met Kees door over zijn gedrevenheid als voorzitter en wat het geestelijk verzorger-zijn voor hem heeft betekend.

Lees artikel
De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

Lyanne De Haan-Wilts
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Anders dan de naam doet vermoeden, is de Kleine Kerk in Steenwijk met ruim 400 leden niet per se klein te noemen. Maar het gebouw is kleiner dan de Grote Kerk in Steenwijk, het gebouw, hemelsbreed 200 meter verderop, waarin de PKN kerkt. ‘Maar’, merkt Rick Winters op, ‘zij hebben op papier meer leden, dus zijn ook wat dat betreft een grote kerk. Toch denk ik dat er op zondag meer mensen bij ons zitten’.

Lees artikel
Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Wilmer Blijdorp
  • Leespreek

In de rubriek leespreek publiceren wij een preek geschikt voor persoonlijke meditatie, ter bespreking op een Bijbelstudiekring of voor gebruik in de eredienst. In het laatste geval dien je altijd eerst contact met de auteur op te nemen om toestemming te verkrijgen. Bij deze preek is een PowerPoint-presentatie beschikbaar die je kunt opvragen bij de auteur. Deze preek van ds. Wilmer Blijdorp (verbonden aan NGK Barneveld-De Burcht) vertrekt vanuit het eerste vers van 1 Korintiërs 14. Een Bijbelvers dat vaak misbruikt of genegeerd is: ‘Richt je op de gaven van de Geest, vooral op die van de profetie.’ Op een nuchtere en tegelijk spannende manier, gelardeerd met diverse herkenbare voorbeelden, daagt Blijdorp zijn hoorders uit om toch vooral opmerkzaam te zijn op momenten waarop God in het hier-en-nu tot ons spreekt. En, in een vervolgstap, maakt hij hen ook bewust van het feit dat God ook door ons heen wil spreken.

Lees artikel
De belijdenis over de zondeval en wat er op het spel staat

De belijdenis over de zondeval en wat er op het spel staat

Marinus de Jong
  • Vitaal belijden

In het meinummer van Onderweg verdedigde ds. Ulbe van de Meer zijn exegese van Genesis 3. In tegenstelling tot de synode van Assen in 1926 claimt hij dat de slang niet gesproken heeft en dat het schadelijk is om dat te blijven zeggen. In het hoofdredactioneel in dat nummer constateert de hoofdredactie dat Van de Meer en met hem anderen op dit punt afwijken van de belijdenis. In deze bijdrage werk ik dat nader uit. Wat zegt de belijdenis eigenlijk op dit punt? En wat staat daarbij op het spel?

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief