Engelen anno 2020
- Opinie
- Thema-artikelen
Wat weten wij uit de Bijbel over engelen? En hoe komt het dat wij zo weinig engelen zien, vergeleken met de Bijbelse tijd? Rob van Houwelingen gaat op zoek naar antwoorden. ‘Met een gesloten wereldbeeld kijken we niet verder dan onze menselijke horizon. Dan zijn die engelen misschien wel om ons heen, maar hebben wij ze niet in de gaten.’
Recent onderzoek naar geloof in wonderen en andere bovennatuurlijke ervaringen wijst uit dat een derde van de Nederlanders in het bestaan van beschermengelen gelooft. Waarschijnlijk als een soort bovennatuurlijke EHBO’ers, die ons in noodgevallen te hulp kunnen schieten. Voor veel mensen is geloven dat engelen bestaan ongeveer hetzelfde als geloven in elfjes of feeën. Dat zijn sprookjesfiguren uit volksverhalen, ontsproten aan een levendige fantasie. Zo spelen engelen een rol in Bijbelse verhalen die lang geleden ontstaan zijn in een totaal andere cultuur. In ons denkraam passen ze nauwelijks meer, behalve op zweverige websites.
Het bestaan van engelen wordt echter erkend door alle drie de monotheïstische religies: het jodendom, het christendom en de islam. In de islam is dat zelfs het tweede geloofsprincipe, na het geloof in Allah. Volgens de Koran zijn engelen geschapen uit licht, onstoffelijke wezens. In de islamitische traditie zijn drie bekende uitspraken aangaande de engelen overgeleverd. De eerste uitspraak gaat over hun toewijding: ‘Zij zijn Allah niet ongehoorzaam betreffende datgene wat Hij hen opdraagt – zij doen wat hun wordt bevolen’. De tweede uitspraak gaat over hun onvermoeibare inzet, speciaal bij de lofprijzing: ‘Zij zijn niet te hoogmoedig om Hem te dienen en zij worden er niet moe van. Zij prijzen zijn glorie dag en nacht en versagen niet’. De derde uitspraak gaat over hun taak als boodschappers: ‘Allah kiest gezanten uit de engelen en uit de mensen’. Toewijding, onvermoeibare inzet en een boodschapperstaak – zo wordt ook in het jodendom en het christendom over engelen gesproken.
Wereldbeeld
Maar dan nog kun je engelen verwijzen naar het verre verleden. Onze moderne westerse cultuur heeft een gesloten wereldbeeld. Als gevolg daarvan maken we ook als christenen bewust of onbewust scheiding tussen de aardse benedenwereld (zichtbaar) en de hemelse bovenwereld (onzichtbaar): alsof dat twee afzonderlijke domeinen zijn. Misschien is die voorstelling echter te simpel en doet een open wereldbeeld meer recht aan de werkelijkheid. Kan er niet een dimensie zijn waarin God inwerkt op de geschiedenis en mensen zijn invloed herkennen? Dan staan hemel en aarde met elkaar in verbinding, zodat engelen zich overal vrijelijk kunnen bewegen. Denk aan de ladder waarover Jakob droomde: die stond op de aarde en reikte tot in de hemel. Gods engelen gingen daarlangs heen en weer. Jezus, de Mensenzoon, heeft zichzelf aangeduid als de ware jakobsladder.
Engelen zijn hemelse uitzendkrachten
Wat weten wij uit de Bijbel over engelen? Net als mensen zijn engelen niet precies gelijk aan elkaar. Vaak worden ze afgebeeld met vleugels, maar de Bijbel spreekt daarover alleen bij cherubs en serafs, alsook bij het viertal unieke wezens rondom de hemelse troon (Openbaring 4). De vliegende engel uit Openbaring 14:6 is dus eerder uitzondering dan regel. Aartsengelen hebben een hoge rang en zijn als zodanig herkenbaar. Zij dragen ook persoonsnamen, de bekendsten zijn Michaël, Gabriël en Rafaël.
Andere engelen verschijnen meestal als mensen, ze vallen niet meteen op. Ook in de engelenwereld wordt taal als communicatiemiddel gebruikt (1 Korintiërs 13:1). Engelen en mensen zijn van dezelfde makelij, bij wijze van spreken, maar uit een ander soort hout gesneden. Het totale aantal engelen moet ver in de miljoenen lopen (zie bijvoorbeeld Openbaring 5:11).
Dienende geesten
Hebreeën 1:14 stelt een retorische vraag: zijn engelen niet allemaal ‘dienende geesten’? Op zo’n vraag wordt geen antwoord verwacht, aangezien het een algemeen bekende waarheid betreft. Ondanks onderlinge verschillen zijn engelen in dit opzicht gelijk: het gaat om geestelijke wezens in Gods dienst. Voor hun dienstwerk gebruikt het Grieks twee verschillende termen die wij herkennen in de woorden liturgie en diaconie.
De engelen zijn allereerst liturgische geesten, met een functie in de hemelse viering, zoals Israëlitische priesters vroeger dienstdeden in het heiligdom. Iets daarvan blijkt in het boek Openbaring. We krijgen een doorkijkje in de hemelse regionen, de werkelijkheid waarin de verhoogde Christus is binnengegaan: ontelbaar veel engelen zingen daar dag en nacht de lof van God en het Lam, oftewel de Vader en de Zoon. Continu-aanbidding!
Behalve geoefende liturgen zijn de engelen tevens professionele diakenen. Niet alleen omdat ze in Gods dienst werken, maar ook omdat ze ten behoeve van de gelovigen worden ingezet. Het is dus niet zo dat wij als christenen de engelen kunnen commanderen. Zij blijven ter beschikking van de Vader en de Zoon. Boven zijn ze thuis, in de hemelse wereld, maar ze laten zich uitzenden onder de mensen, om Gods kinderen op aarde bij te staan. Kortom, engelen zijn hemelse uitzendkrachten. Niet alleen in het verleden, onder het volk Israël, want hun uitzending gaat volgens de Hebreeënbrief nog steeds door. De Griekse tekst duidt op een voortdurende missie.
Misschien is ons denkraam te krap geworden
De gelijkwaardigheid van Vader en Zoon is precies het punt dat Hebreeën 1 wil maken. Al Gods dienaren bewijzen eer aan de Zoon, volgens psalmwoorden die worden toegepast op zijn huldiging door de hemelingen. Na zijn volbrachte werk op aarde heeft Hij een toppositie gekregen in de hemel, ver boven de engelen verheven.
Jezus is dus geen ‘engel naast God’, zoals André Troost beweert in zijn gelijknamige boek, de engelen staan niet alleen de Vader maar evengoed de Zoon ten dienste. Hij beschikt over een hemelse hofhouding, voortdurend bereid om zijn bevelen uit te voeren. Om in de stijl van Psalm 104:4 te blijven: onder zijn commando doen de engelen hun werk als een wervelwind en als een lopend vuurtje.
Het is dus Gods Zoon, die zijn hemelse dienaren eropuit stuurt. Ooit leefde Hij als mens onder de mensen, lager geplaatst dan de engelen, maar nu is Hij aan Gods rechterhand gezeten. Christus blijft op de troon zitten, zonder echter onze wereld de rug toe te keren. Terwijl aartsengelen voor Gods aangezicht mogen staan (Lucas 1:19; Openbaring 8:2), zijn andere engelen voortdurend in beweging. Net zoals Jezus menselijke apostelen uitgezonden had om het evangelie te verbreiden en mensen tot geloof te brengen, worden er hemelse apostelen uitgezonden om de gelovigen op aarde bij te staan.
Maar wat is die bijstand van engelen in de praktijk waard? Zij hebben niet voorkomen dat Jezus in de woestijn door Satan werd aangevochten of dat Hij de kruisdood is gestorven. En weliswaar werd Petrus door een reddende engel uit de gevangenis bevrijd, maar vlak daarvoor was Jakobus op bevel van Herodes ter dood gebracht. Hebreeën 1:14 zegt dat engelen de gelovigen bijstaan met het oog op de voltooiing van hun redding. Het gaat over eeuwig behoud in de toekomst. De engelen zijn er dus niet om ons altijd en overal te behoeden voor ongeval of ziekte, noch voor de dood. Zij willen ons helpen om onze toekomstige bestemming te bereiken.
Een actuele vraag is hoe het komt dat wij zo weinig engelen zien, vergeleken met de Bijbelse tijd. Als engelen nog steeds worden uitgezonden, mag je verwachten dat ze vaker verschijnen. Christenen uit andere culturen, zoals in Afrika en Azië, lijken zich veel meer bewust van hemelse beïnvloeding door zowel goede als kwade geesten. Vluchtelingen vertellen een hand op hun schouder te hebben gevoeld. Als engelen onze reisbegeleiding verzorgen, dan zouden ze toch hier en daar zichtbaar moeten zijn? Ik geef vijf punten ter overweging.
1. Verschil tussen toen en nu
Het kan zijn dat er tegenwoordig minder engelen op pad worden gestuurd dan vroeger. In de tijd van het Nieuwe Testament waren vaak engelen present om Jezus zelf en de eerste Jezusvolgers bij te staan. Die moesten hun taak ongehinderd kunnen doen, zodat het goede nieuws zich verder zou verbreiden in de wereld. Ook de tekens van Gods koninkrijk, zoals wonderlijke genezingen of spreken in vreemde talen, waren destijds duidelijker en vaker aanwezig dan vandaag. Maar dit alles neemt niet weg dat het getuigenis van Jezus en zijn apostelen tot stand is gekomen dankzij de bijstand van engelen. In dat opzicht dragen de gedienstige geesten wel degelijk bij aan onze redding. Intussen gaat in de regionen boven ons hoofd de hemelse lofprijzing al eeuwenlang continu door.
2. Opmerkzaamheid
Als 21e-eeuwse christenen uit de westerse wereld zijn we minder opmerkzaam dan de Israëlieten vroeger als het gaat om Gods werk. In een gesloten wereldbeeld kijken we niet verder dan onze menselijke horizon. Dan zijn die engelen misschien wel om ons heen, maar hebben wij ze niet in de gaten. Of wij houden wel rekening met Gods aanwezigheid, maar stellen ons die niet concreet genoeg voor.
Een ziekenhuispastor die onderzoek deed naar engelervaringen kwam zulke verhalen het meest tegen bij jeugdige patiënten. Kinderen geloven op een concrete manier. Dat geldt ook voor de geloofsbeleving van veel christenen uit andere delen van de wereld. Wij spreken meer algemeen over Gods wereldbestuur, zonder te beseffen dat God hemelse dienaren ter beschikking heeft om zijn wil uit te voeren. De Bijbel zegt bijvoorbeeld: ‘Moge de HEER u behoeden’ (Numeri 6:24), maar ook: ‘Hij zal zijn engelen opdracht geven om over u te waken’ (Psalm 91:11). Het is allebei waar: de HEER behoedt je doordat Hij zijn engelen opdracht geeft om over je waken. Leven voor Gods aangezicht is hetzelfde als leven onder het toeziend en wakend oog van zijn dienaren.
3. In mensengedaante
Soms kan het gebeuren dat we engelen ontmoeten in de gedaante van medemensen. Engelen verschijnen volgens de Bijbel vaak in een menselijke gestalte, je kunt ze verstaan en ze vallen aanvankelijk niet op. Bij de opstanding en de hemelvaart ging het om jongemannen in witte kleren. ‘Sommigen hebben zonder het te weten aan engelen gastvrijheid betoond’, aldus Hebreeën 13:2. Denk aan de gasten in Abrahams tent en aan de mannen die in Sodom bij Lot thuis ontvangen werden. Wellicht verschuilen gedienstige geesten zich soms achter gewone mensen of maken ze gebruik van hun optreden. Zo kunnen wij zeggen dat sommige mensen ‘engelengeduld’ hebben, of iemand het compliment geven: ‘je bent een engel’. De uitdrukking ‘een gedienstige geest’ wordt ook wel gebruikt voor menselijke dienstbaarheid. Kortom, wanneer we iets engelachtigs ontdekken in medemensen, weerspiegelt dat mogelijk hemelse invloed op de mensenwereld.
4. Luchtsteun
Verder mogen we niet vergeten dat gelovigen op aarde luchtsteun krijgen van de engelen. Een hemelse legermacht blijft voortdurend bezig om de redding door Jezus Christus veilig te stellen en de voltooiing van Gods koninkrijk te bewerken. Achter de schermen wordt hard gevochten in de lucht. Voor ons zijn de machten van het kwaad veel te sterk, daar kunnen wij nooit tegenop. Maar tegenover die duivelse beïnvloeding staat een goddelijke overmacht. Christus is de Heer van de engelen, omdat Hij sinds zijn hemelvaart de hoogst verhevene is in heel de kosmos. Ook onzichtbaar kunnen de engelen volop actief zijn. Omringd door dienende geesten die uitgezonden worden om het kwaad te bestrijden, leven wij op aarde in een hemels krachtenveld.
5. Openbaarheid
Ten slotte: de engelen zullen volledig in de openbaarheid treden bij de wederkomst. Wanneer de Heer komt voor het eindgericht, wordt Hij omzwermd door zijn heilige engelen. Niet alleen als machtsvertoon, doordat zij de goddelijke glorie van de Vader en de Zoon zichtbaar maken. De gedienstige geesten hebben ook een speciale taak toebedeeld gekregen bij het laatste oordeel. Jezus had namelijk zelf aangekondigd dat zij de Mensenzoon zullen bijstaan bij het verzamelen en scheiden van rechtvaardigen en onrechtvaardigen, alsook bij de uitvoering van het vonnis.
Denkraam
Waar zijn de engelen anno 2020? Soms vallen ze niet op, soms hebben ze ons overvleugeld. Maar de vraag is: passen engelen nog wel in ons denkraam? Westerse mensen laten zich in hun denken te veel beperken door een gesloten wereldbeeld. Als engelen er nauwelijks meer in passen, is ons denkraam misschien te krap geworden.
L.F. de Graaff, De verdwijning der engelen uit kerk en theologie, Amsterdam (proefschrift Vrije Universiteit), 2004.
A. v.d. Veer, Engelen op je weg, Kampen (Kok), 2002.
Herbert Vorgrimler e.a., Boodschappers uit hogere sferen. De cultuurgeschiedenis van de engel, Leuven (Davidsfonds), 2002.
Rob van Houwelingen is emeritus hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit in Kampen.



