Engelenervaringen

0

Een bloemlezing van quotes en korte stukjes over engelenervaringen.

(beeld Alexeg84/iStock)

(beeld Alexeg84/iStock)

In zijn dagelijkse overdenking op Facebook schreef Arie van der Veer op 28 maart jongstleden over ‘mensen die engelen kunnen zijn’, juist ook in deze tijd.

‘Bent u het? Een engel?’

‘Engelen zijn geen mensen. Toch kunnen engelen en mensen veel op elkaar lijken. Niet alleen omdat de Bijbel ons vertelt dat engelen de gedaante van een mens kunnen aannemen. Maar ook omdat het werk dat zij doen soms hetzelfde is. En dat is: als zij boodschappers van God zijn. Dan vervullen mensen dezelfde rol als engelen. (…)

Er zijn heel wat meer engelen, angeloi, dan de engelen van wie we zo’n driehonderd keer in de Bijbel lezen. Lees je van engelen, weet dan dat er niet alleen sprake is van de hemelse personen die God dag en nacht omringen: de aartsengelen, de serafs en de cherubs. Ook anderen worden angeloi, boodschappers, genoemd. Soms gewone mensen. Mensen zoals u en ik.

Ik vraag me af of de vertalers soms niet te ver gegaan zijn door voor ons al een keuze te maken. Vinden zij dat je met gewone mensen te maken hebt, dan vertalen ze angeloi met bode. Zijn ze van oordeel dat het hemelse wezens zijn, dan vertalen ze angeloi met engelen. (…)

Maar houdt u zich daar niet het meeste mee bezig. Belangrijker is dat wij ons afvragen in hoeverre wíj een ‘engel’ genoemd zouden mogen worden. Geen eenvoudige vraag. Wat is de boodschap van ons leven? ‘Doe het werk van een evangelist’, staat er in de Bijbel. (…)

Bent u het? Een engel?’


Eindredacteur Jacomine Oosterhoff interviewde twee jaar geleden Amina, een Somalische vluchteling die in Nederland tot geloof kwam. Zij vertelde toen haar over ‘engelenervaring’ aan Jacomine, die deze beschreef in een artikel voor Stichting Gave.

‘Het was helemaal licht in de kamer’

‘Op een nacht viel ik huilend in slaap. Ik voelde me verward. ’s Morgens vroeg werd ik wakker, ik moest mijn jongste zoon verschonen. Ineens zag ik in de deuropening een man staan. Hij had witte kleren aan en een touw om zijn middel. Ik verschoonde de luier. Er lag vieze kleding op de grond. Hij stak zijn hand uit en de kleding schoof weg. Ik vroeg: “Bent U dat, Jezus?” Hij lachte. Het was helemaal licht in de kamer, ik kon alleen maar roepen “Halleluja. Ik houd van U, Jezus!”’

(beeld brenton_clarke/Lightstock)

(beeld brenton_clarke/Lightstock)

Redactielid en auteur van de beschouwing in deze editie, Rob van Houwelingen, selecteerde onderstaand citaat uit het boek Boodschappers uit hogere sferen, over de herkomst en beeldvorming in kunst en cultuur van engelen door de eeuwen heen.

‘Dragers van ons verlangen naar transcendentie’

‘Het lijkt erop dat in een tijd waarin er een kerkelijk-religieus vacuüm is ontstaan, precies engelen de dragers zijn gebleven of geworden van ons verlangen naar transcendentie. De ervaring leert dat ze vooral werkzaam zijn daar waar mensen op hun grenzen stoten en – aan gene zijde van alles wat hen beschermt – behoefte hebben aan steun en troost.’


Publicist en spreker Dirk van Genderen schrijft in een van zijn blogs over een ‘engelenervaring’ die hij eens had.

‘Engelen grepen in’

‘Op een smalle weg, met aan weerszijden grote bomen, kwam een auto in volle vaart een keer recht op mij af. Op het allerlaatste nippertje was het alsof die auto werd opgepakt en op de andere kant van de weg werd neergezet. Engelen grepen in, dat geloof ik vast.

En als Gods weg toch anders is? Ik ken deze vragen, mijn vader overleed op 50-jarige leeftijd bij een aanrijding. Mij troost altijd de gedachte uit vers 12 van Psalm 91 dat de engelen zijn ziel hebben gedragen in de hemel, naar Gods troon, zonder dat hij onderweg zijn voet stootte aan een steen.’


‘In Gods schaduw’, Liedboek van de Kerken 2013, lied 91a vers 2:

‘Om jou tot vaste gids te zijn’

Engelen zendt Hij alle dagen

om jou tot vaste gids te zijn.

Zij zullen je op handen dragen

door een woestijn van hoop en pijn.

Geen bange nacht zal je doen beven,

geen ziekte waar een mens van breekt.

Lengte van leven zal God geven,

rust aan de oever van een beek.

Delen.

Over de auteur

Esther de Hek is tekstschrijver en hoofdredacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter