Sefanja en het nieuwe normaal

0

Eerlijk gezegd had ik nooit echt in Sefanja gelezen totdat ik in 2019 het verzoek kreeg om er op mijn Bijbelschool les over te geven. Juist in dat jaar kwamen mijn collega’s Riens de Haan en Thulani Hlela met een commentaar op dit profetenboekje. Vanaf 2016 zijn zij al bezig met het schrijven van commentaren op de kleine profeten (Jona, Maleachi, Micha) en precies nu was Sefanja aan de beurt!

(beeld Johnny McClung/Unsplash)

‘Ze zullen weiden en rustig liggen, en niemand die ze stoort.’ (beeld Johnny McClung/Unsplash)

Riens de Haan is emeritus zendeling van de NGK Kampen en was gestationeerd op de zendingspost Groothoek in KwaZulu-Natal, bekend van zijn voorganger ds. Hans Vonkeman. Thulani Hlela is predikant van de Gereformeerde Kerk van Umbumbulu-Umlazi. Hij is verschillende malen in Nederland op bezoek geweest. Hun samenwerking heeft deze groeiende serie commentaren opgeleverd.

Het bijzondere van deze serie is niet eens zozeer dat het een wetenschappelijk verantwoorde uitleg van de Bijbelboeken geeft. Dat doet het zeker; alleen al de bijgevoegde literatuurlijst is daar bewijs van. Moeilijkheden bij de uitleg van Sefanja worden niet ontweken, maar duidelijk in kaart gebracht. Het bijzondere is ook niet eens dat dit overzichtelijke commentaar praktisch heel bruikbaar is door allerlei kaarten, foto’s, blokken informatie van historische en archeologische aard, uitvoerige registers en zelfs preekaantekeningen. Het is een commentaar toegeschreven op de dominee die zijn preek voor zondag aan het voorbereiden is. De dominee in KwaZulu-Natal welteverstaan, want dát is het bijzondere aan dit commentaar: hij is in toegankelijk isiZulu, geschreven voor mensen die soms moeite hebben om Engelse commentaren met hun vaktaal en academisch jargon goed te begrijpen. En die de in het Engels opgedane kennis vervolgens moeten verwerken in preken bedoeld voor soms half geletterde, isiZulu sprekende mensen. Dan gaat er weleens iets mis.

Er is weinig literatuur in het isiZulu die Bijbeluitleg geeft; vaak ontbreekt de wetenschappelijke onderbouwing en is het meer vrome hulp voor de gemeente bij het doen van Bijbelstudie. De kleine profeten komen daar ook niet het eerst aan de beurt. Dus een stevig commentaar op het Oude Testament vanuit het Hebreeuws, en dat op Bijbelboeken die er vaak bij inschieten, is een waardevolle bijdrage aan het wekelijkse preekwerk van de dominee. Het is ook een hulp bij het maken van de volken tot leerlingen van Jezus die onderricht moeten worden in alles wat Hij hen opgedragen heeft (Matteüs 28:18-20).

Het is een mooi boekwerk van meer dan vierhonderd pagina’s, uitgegeven bij Cluster Publications in Pietermaritzburg. Ik noem nog graag Anne Doede Kampen van de NGK Kampen; hij zorgde voor een prachtige uitvoering. Een tweetal opmerkingen naar aanleiding van dit boek.

Wie was Kusi?

In Sefanja 1:1 wordt Kusi als vader van de profeet genoemd. Deze naam komt weinig voor in het Oude Testament. Opmerkelijk is dat in hoofdstuk 2:12 hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt wordt voor een volk dat ten zuiden van Egypte in het huidige Soedan woonde, destijds Nubië geheten.

De Nubiërs komen vaker voor in het Oude Testament. In Jeremia 38 speelde de Nubiër Ebed-Melech, een topambtenaar aan het koninklijke hof, een belangrijke rol bij de redding van de profeet Jeremia uit zijn put. In de zevende eeuw voor Christus regeerde Nubië ook over Egypte, tot kort voor het optreden van Sefanja. Nubiërs waren mensen van aanzien.

Het is heel aannemelijk dat de vader van de profeet een Nubiër was, een man met een zwarte huid, die helemaal geïntegreerd was in een vooraanstaande Judese familie, al was Sefanja dan geen afstammeling van koning Hizkia (1:1). De Haan en Hlela laten zien dat dat niet het geval kan zijn. Anders dan bij ons speelt in de Bijbel etniciteit en huidskleur geen rol (vergelijk 3:10).

Niemand die hen stoort

In Sefanja 3:13 (NBV) lezen we: ‘Wie er van Israël overblijven, zullen niet langer onrecht doen, ze zullen geen leugens spreken, uit hun mond zal geen bedrieglijke taal meer klinken. Ze zullen weiden en rustig liggen, en niemand die ze stoort.’ Deze woorden horen we vandaag met gemengde gevoelens. Rust en veiligheid in deze coronacrisis, wie snakt daar niet naar? Toch zullen niet veel mensen naar Sefanja grijpen voor troost en bemoediging in deze duistere tijd.

Sefanja is een boek vol oordeel van God over onrecht en ongeloof, afgoderij en zelfverheerlijking onder zijn volk. Daar hebben we toch geen behoefte aan, aan christenen die de coronacrisis een straf van God over de wereld noemen? Nee, dit virus hebben we aan onszelf te danken, aan hoe wij als mensen onverantwoordelijk met deze aarde omgaan. Als we al van oordeel willen spreken, hebben we het over onszelf gehaald, en niet aan God te wijten. Maar Hij kan de crisis ten goede keren.

Eens, op de grote morgen, zal deze rust en veiligheid ongestoord aanbreken. Sefanja’s toekomstvisioen (3:11-20) zal dan helemaal vervuld zijn. Jezus’ opstanding bevestigt deze belofte.

Net zoals Sefanja’s gehoor moeten ook wij ons leven door dit visioen in vertrouwen op de Heer laten beheersen. Het komt goed, laten we als gelovigen zien. Maar dan is er voor hoogmoed onder ons geen plaats meer, of voor onrecht, of voor leugen, of voor bedrog. We gaan de schepping weer kans geven om te beantwoorden aan Gods bedoelingen. Deze crisis laat zien dat het ‘oude normaal’ een doodlopende weg is. Sefanja laat iets van het ‘nieuwe normaal’ zien.

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Laat een reactie achter