‘Engelen kijken over de rand van de preekstoel de gemeente in’

0

Het woord ‘engelen’ doet Wim Markus te veel denken aan beeldjes die je in de tuin kunt zetten. ‘Als we spreken van boodschappers -wat het oorspronkelijke woord betekent- dan weten we gelijk al dat het persoonlijkheden zijn die door God worden uitgezonden. Dan ben je al die flauwekul die om de Bijbel heen gekoekt zit, kwijt. Engelkens die door het luchtruim zweven en zo. Engelen zijn geen kleine zelfstandigen, geen zzp’ers, maar gezondenen van God.’

(beeld Jaco Klamer)

(beeld Jaco Klamer)

Wim Markus (1946) schreef in 2003 het boekje Engelen om je heen. Ooit was hij wiskundedocent en na een late roeping werd hij op zijn 39ste predikant. Na zijn emeritaat in 2009 wijdde hij zich voor de HGJB aan de ontwikkeling van nieuw catechesemateriaal. Bij deze jongerenorganisatie was hij in diverse functies betrokken.

De indruk bestaat dat er tegenwoordig minder engelen worden waargenomen dan in Bijbelse tijden? Hoe zou dat komen?
‘Het is maar de vraag of dat klopt. De Bijbelse tijd was een lange periode. Het aantal verschijningen in de Bijbel is nou ook weer niet zo heel groot. Maar ze worden wel nadrukkelijk beschreven, engelen zijn immers onderdeel van Gods schepping.’

Het schrijven van het boekje deed u in opdracht. Wat heeft u in dit boekje als kernboodschap aan de lezer mee willen geven?
‘Ik denk dit: het besef dat engelen geschapen dienaren van God zijn. We doen Hem als schepper te kort als we dit deel van de schepping overslaan. Om een voorbeeld te geven: mijn vrouw is erg goed in tuinieren. Als ik daar geen aandacht voor zou hebben, dan zou ik een belangrijk deel van de creativiteit van mijn vrouw miskennen. Als je leest wat er in de Bijbel over engelen geschreven staat, dan kom je heel veel geweldige dingen tegen. Voor ons moderne mensen is de vraag: waar zijn die engelen dan, als ze ons blijkbaar wel kunnen bereiken en wij hen niet? Je kunt bij de NS geen enkeltje krijgen om een engel te bezoeken. Ze verschijnen wel aan ons, soms zichtbaar, soms onzichtbaar. Dat geeft ook al antwoord op de vraag: waarom zien we nu minder engelen? Ze zijn er wel, maar ze verschijnen misschien wat minder vaak zichtbaar dan voorheen.’

Heeft dat misschien ook te maken met ons moderne technische wereldbeeld?
‘Dat zou heel goed kunnen. Als we dit soort dingen bij voorbaat ontkennen, dan komen we ook niet gemakkelijk door die barrière heen. Je zou misschien kunnen zeggen dat de Here God zich daar in zekere zin bij aanpast. Dan sluiten we ons daarvoor af. Als ik me afsluit voor de creatieve tuinkwaliteiten van mijn vrouw, dan zie ik er ook niets van. Dan zijn het gewoon bloempjes en zo. In een plat wereldbeeld, zoals veel mensen dat nu hebben, is sowieso geen ruimte voor een hemel. Dat is een belangrijke kwestie als we vandaag willen nadenken over engelen.’

Wat is de hemel volgens u?
‘De vraag is daarbij: is dat een plek, en zo ja, wat voor soort plek is dat dan? In elk geval niet een geweldig grote ruimte in lengte, breedte en hoogte. Eerder, wat ik dan maar een beetje wiskundig noem, een meerdimensionale ruimte waar God woont en troont, waar Hij alomtegenwoordig is en waar de engelen ook leven. Een ruimte die ontoegankelijk is, van ons uit dan. Andersom is de aarde wel toegankelijk vanuit die wonderlijke ruimte. Ik bedoel dit: elke plek op deze driedimensionale aarde is ook een plek in die wonderlijke meerdimensionale hemelruimte die onze aarde omringt en doordringt. Net als bij een kubus. Bij een lijn in een kubus is elke punt op die lijn ook een punt van de kubus. Maar niet elke punt van die kubus is daarom ook een punt op die lijn. Niet elke plek in de hemel is ook een plek op de aarde, maar elke plek op de aarde is wel een plek in de hemel.’

‘Je kunt bij de NS geen enkeltje
krijgen om engelen te bezoeken’

De hemel is in uw visie dus niet ver weg, maar vlakbij?
‘Ja, hoe gek het ook klinkt. Voor de engelen heel vlakbij, voor Jezus Christus ook. Van Jezus lezen we ook dat hij net na de opstanding verscheen en verdween, net als de engelen verschijnen en verdwijnen. Ineens zijn ze er en ineens zijn ze ook weer weg. Jezus kwam na zijn opstanding ook niet aanlopen, maar Hij verscheen, en ineens was Hij ook weer weg. Dat besef van die nabije hemel is geweldig belangrijk om te durven nadenken over het bestaan van engelen. Er is meer ruimte dan in onze driedimensionale wereld. Dit heeft mij geholpen in de overtuiging dat het voor een mens niet gek of dwaas is om te geloven dat er engelen zijn. We geloven in God, maar ook dat er engelen zijn als zijn dienaren.’

Verschijnen engelen ook nog aan ons, wat u betreft?
‘Ja, dat geloof ik stellig. Ik heb zelf nooit een engel gezien, misschien een engel mij wel. Dat weet ik dus niet. Ik heb getuigenissen gelezen van christenen die wel een engel ontmoet hebben. Vaak in een situatie waarin mensen de bescherming harder nodig hebben dan hier, de coronacrisis even daargelaten. Bijvoorbeeld als er sprake is van christenvervolging, dan kan ik het me goed voorstellen dat de Here God engelen inzet om zijn kinderen te ondersteunen. Ook in de Bijbel vinden engelenverschijningen vaak plaats op bepaalde keerpuntmomenten. Zij komen niet zomaar over de straat heen, plat gezegd. Ze komen om iets belangrijks aan te kondigen. Zoals bij Abraham, of als de geboorte van Simson of de geboorte van Jezus wordt aangekondigd.’

(beeld Jaco Klamer)

(beeld Jaco Klamer)

Kunt u een concreet voorbeeld noemen?
‘Ken je het boek Vanya? Het vertelt het verhaal uit de jaren zeventig van een Russische soldaat die lid is van een Baptistenkerk en die daarom in de gevangenis terecht komt en op gewelddadige wijze om het leven wordt gebracht. Hij maakt ook een engelenverschijning mee, om hem te ondersteunen, niet om hem te redden uit zijn situatie. Ik vond het een heel authentiek getuigenis toen ik dat destijds las.’

En als er geen sprake is van vervolging, bemoeien engelen zich dan toch met ons?
‘Ik geloof dat er engelen met ons meegaan. In de eredienst kijken ze als het ware over de rand van de preekstoel de gemeente in, om kwetsbaren in het geloof bij te staan. Dat belooft Jezus. In Matteüs 18:10 zegt Hij: ‘Waak ervoor ook maar een van deze geringen te verachten. Want Ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader.’ God beschermt hen via de engelen, op de een of andere wijze. Deze belofte is niet bedoeld in de zin van persoonlijke beschermengelen. Engelen staan gereed om kleinen in het geloof die gehinderd of vertrapt worden, weer overeind te zetten. Het is ook niet zo dat je wel een heel goede gelovige moet zijn om de bijstand van engelen toegezegd te krijgen. Dat vind ik een genadeloze en vruchteloze gedachte. God zendt zijn dienaren uit naar zijn kinderen in al hun kwetsbaarheid en kleinheid. We hoeven niets te verdienen, het is allemaal al volbracht.’

Is dat idee van een persoonlijke beschermengel misschien een meer onbijbelse of heidense manier om naar engelen te kijken?
‘Dat denk ik wel. Dat woord beschermengel kom je in de Bijbel ook niet tegen, bij mijn weten. Zo noemt Jezus de engelen ook niet. Hij heeft het over engelen die uitgezonden zijn speciaal voor degenen die dat extra nodig hebben, de wankelmoedigen, de twijfelaars. Ik vind dat een troostrijke gedachte voor een mens die zelf ook wel eens een twijfelaar is.’

In de Bijbel wordt ook gesproken over engelen die zijn gevallen. Hoe past dat in uw visie?
‘Je leest in de Bijbel maar op een enkele plek over gevallen engelen, in de brieven van Judas en Petrus, en in Openbaring 12. Dat is een van de grote geheimenissen. De Bijbel is ook niet geschreven voor engelen, maar voor ons. Ik vind het onbegrijpelijk dat er engelen geweest zijn, die er voor de grondlegging der wereld al waren, die op de een of andere wijze zich van hun oorsprong hebben losgemaakt, dat wil zeggen van God zelf, van het dienen van God, het loven en prijzen van God.’

‘Hij heeft engelen uitgezonden voor de twijfelaars’

Dat er over de gevallen engelen weinig in de Bijbel staat, betekent dat ook dat we ons er maar niet al te druk over moeten maken?
‘Ja en nee. We moeten er niet te veel over willen weten, hoe het allemaal precies zit. Er zijn twee strategieën die Satan wel bevallen. Dat we hem negeren, als flauwekul afdoen. En de andere is dat we ons door en door in hem verdiepen. Dan begeven we ons in het occulte gebied, dat is levensgevaarlijk. Dat zijn twee uitersten die we moeten omzeilen. We moeten niet ontkennen dat de gevallen engelen er zijn, maar ons ook niet op hun terrein begeven. Een tussenweg is het beste.’

Dat er engelen zijn, wat zegt dat over God, over zijn karakter?
‘Dat is een mooie vraag. Dat zegt mij over God wat staat in Hebreeën 1:14, dat Hij er alles voor over heeft en er alles aan doet opdat zijn kinderen het eeuwige leven zullen beërven. Hij doet er alles aan. Het zenden van zijn Zoon is het summum, maar daar omheen haalt God alles wat je maar bedenken kunt uit zijn ‘voorraadkast’ om ons het eeuwige leven binnen te dragen.’

Wat kunnen we met het geloof in engelen in deze crisistijd, waarin we misschien wel bang zijn voor de toekomst?
‘Laat in vrees en beven waar zijn wat de Bijbel ons hierover aanreikt. Dat God ook nu voor zijn kinderen, voor zijn gemeente, de engelen klaar heeft staan om hen te begeleiden op weg naar zijn nieuwe rijk. Dat betekent niet dat wij meer beschermd zijn dan een niet-gelovige. En dat wil niet zeggen dat alle angst weg is. Gods beloften zijn niet bedoeld om een gemakkelijk leven te hebben. Maar alles is er bij Hem op gericht dat wij zijn rijk zullen bereiken.’

Het boekje Engelen om je heen van Wim Markus is alleen nog antiquarisch verkrijgbaar.

Dit artikel komt uit nummer 9 van magazine OnderWeg (25 april 2020), een inspirerend magazine voor christenen die God en de kerk liefhebben en midden in het leven staan. Neem een gratis Proefabonnement (Digitaal of Papier Plus).

Delen.

Over de auteur

Arie Kok is journalist en tekstschrijver.

Laat een reactie achter