‘Er is echt angst. Er is veel eenzaamheid’

0

‘Let een beetje op elkaar. Ik reken op u.’ Het zijn ongekende woorden voor een premier in Nederland. Maar ze passen bij deze tijd, de coronatijd, waarin het woord ‘troosten’ en de behoefte om getroost te worden opeens gewoon lijken. Ook al is ‘contact heel dichtbij’ door corona niet mogelijk, alleen aandacht geven helpt al, zegt psychosociaal therapeut en praktijkondersteuner GGZ Idelette Beute-Boersma: ‘Ergens is dat al het begin van troosten: dat er iemand is die aandacht voor je heeft.’

Idelette Beute-Boersma.

Idelette Beute-Boersma.

Even heel basaal: hoe zou jij, met jouw ervaring en werk, het begrip troosten omschrijven?
‘Troosten begint met echt luisteren naar de ander. Mensen met pijn, moeite of verdriet hebben de neiging zich terug te trekken om anderen niet te belasten, om hun pijn te relativeren. Ook is er vaak schaamte. Wanneer je echt naar zo iemand luistert, is dat een uitnodiging om te komen met zijn of haar verhaal en de emoties die er zijn. Dat lucht op, het geeft rust en vermindert spanning. Echt luisteren is niet altijd gemakkelijk, in de praktijk gaat dit nogal eens mis. Degene die luistert en wil troosten, komt dan met zijn eigen verhaal en de ander trekt zich weer terug.’

Nu je dit zo omschrijft, is het zo dat iedereen kan troosten?
‘Voor troosten hoef je inderdaad geen pastor of therapeut te zijn. Ik zie ook dat het in de praktijk veel gebeurt op allerlei manieren. Wat blijft staan, is dat echt luisteren – dat is een manier om te troosten – wel een kunst is. We worden vaak zo in beslag genomen door onszelf en wat wij meemaken. Ook willen we graag helpen, waardoor we adviezen gaan geven en oplossingen gaan bedenken voor de ander. Daar komt iets bij. Eigen aan troosten is trouw zijn en trouw blijven. Het is niet voldoende om één keer te luisteren en na afloop te zeggen dat je hier nog wel een keertje op terugkomt. Eigenlijk moet je al meteen een nieuwe afspraak maken, bijvoorbeeld voor over een aantal weken.’

Nog even over troosten. Stel: een klein kind valt, het huilt, het heeft pijn. Klopt het dat troosten dan, in dit geval, primair geruststellen is: het valt mee, het gaat weer over?
‘Zoals je de vraag stelt: ja. Maar in heel veel andere gevallen valt het niet mee en gaat het ook niet zomaar over. Het is wel weer zo dat geruststellen helpt bij mensen met bijvoorbeeld burn-out klachten. Zij kunnen zich echt beroerd voelen, alsof alles is weggevallen. Dan kan ik hun vertellen dat verbetering mogelijk is, dat het goede gevoel terugkomt en dat hieraan gewerkt kan worden.’

‘Logisch dat je daar tegenaan loopt’

Nog een voorbeeld: een kind heeft zich minder goed kunnen hechten. Dat wordt merkbaar in de puberjaren. Hoe troost je dan, met deze aanleiding die in het verleden ligt?
‘In zo’n geval is het vooral belangrijk om een relatie op te bouwen. Zodat die persoon veiligheid ervaart; juist daar immers lag het gemis. Zorg ervoor dat je echt verbinding maakt, dat je laat merken dat je bereid bent om er voor hem of haar te zijn. Als je als gesprekspartner die beide dingen goed oppakt, helpt dat, omdat mensen die zoiets meemaakten nogal eens wantrouwend zijn. Als kind lieten zij namelijk soms opvallend gedrag zien, waardoor zij zomaar buiten de groep vielen. Terwijl zij dat wilden voorkomen, daar waren zij juist bang voor. Als jij er nu voor hen wilt zijn, kun je van veel betekenis zijn. Vervolgens kan er gewerkt worden aan herstel. Natuurlijk kun je als toehoorder niet de vader of moeder vervangen, het kind is tekortgeschoten. Je kunt iemand wel helpen om zichzelf te leren aanvaarden en wanneer ze volwassen zijn zelf keuzes te maken en niet altijd te leven vanuit het kind dat gekwetst en verlaten is.’

Stel dat iemand als kind een ouder verloren heeft, hij of zij is overleden. Later, bijvoorbeeld als die persoon zelf kinderen opvoedt, begint dit te knellen. Hoe troost je dan?
‘Je merkt nogal eens dat mensen die zoiets meemaakten, geleerd hebben om veel zelf te doen en geen hulp van anderen te vragen. Uiteindelijk breekt hun dat op en merken ze soms dat ze tekortschieten. Vanuit het verleden is dat heel verklaarbaar, maar het doet pijn. Troosten is ook dan: aandacht geven. Luisteren. Vraag hun maar om te vertellen wat zij ten tijde van het verlies gevoeld hebben, welk verdriet er toen was. Vervolgens kun je een stuk erkenning geven: “Logisch dat jij nu tegen dit of dat aanloopt!” Want wat zij meegemaakt hebben, is niet niks. Er viel een ouder weg, het kind ziet het verdriet van de ouder die overblijft en zoekt zijn eigen plek. Positief is dan dat zij zich, vaak ontwikkelen tot zelfstandige, sterke persoonlijkheden. Maar ook zijn ze vaak hard voor zichzelf en soms ook voor hun eigen kinderen. Ik herkende dit ook bij mezelf en heb geleerd om milder te zijn voor mezelf en mijn kwetsbare kanten te laten zien. Ik hoop anderen daarbij te kunnen helpen.’

Ergens las ik deze definitie: troosten is om een ander te laten ervaren dat er meer is dan de pijn, de herinnering, het verdriet.
‘Ja, ook die kant zit eraan. Daar werk ik wel aan mee als praktijkondersteuner; dan geef ik sneller adviezen of handvatten. Dan help ik mensen om ook het mooie te zien, om dingen op te zoeken waar ze energie uithalen en zich positiever bij voelen. Als therapeut werk ik zo niet. Omdat het dan snel lijkt op “het gaat wel over”, terwijl dat heel vaak niet zo is. Bovendien: juist als mensen zich uiten, en vaak zorgt dat al voor een stuk rust, geeft dat leegte. Die voel je, zoiets doet zeer. En die leegte hoeft niet meteen opgevuld te worden. Een zinvolle tip richting zo’n persoon kan zijn om troost te putten uit de natuur, het wijzen op het grotere geheel dat juist daar zichtbaar is.’

Eigen aan mensen met verdriet of pijn is, zo wordt gezegd, dat zij niet snel zelf zullen bellen of ergens om vragen. Herken je dat?
‘Ja zeker. Hier ligt meteen een voordeel van therapie: als die eenmaal start, speelt dit punt niet; dan is er gewoon contact. Maar ik herken het zeker ook in kerkelijke gemeenten, dat zij niet komen, dat zij zich terugtrekken. Dat is echt lastig. Daar kun je rekening mee houden, maar tegelijk is het goed om hen te blijven uitnodigen om hulp en voorbede te vragen.’

‘Geef mensen de ruimte om met hun
emoties naar buiten te komen’

We leven nu al weken in coronatijd. Wat merk jij hiervan in jouw werk?
‘Het eigen therapeutische werk ligt zo goed als stil; met enkele cliënten doe ik nu wandelsessies. In het werk als praktijkondersteuner merk ik tijdens (video)gesprekken dat mensen behoefte hebben aan contact, telefonisch of via beeldbellen. Er is echt angst. En er is veel eenzaamheid: onder ouderen die hun kinderen en kleinkinderen niet kunnen zien; onder alleenstaanden en ook onder jongeren die heel erg de sociale contacten missen. In het algemeen vinden deze mensen het fijn als je als ondersteuner heel bewust de afspraak maakt: “Ik bel over twee weken weer!”

Opvallend vaak hoor ik mensen zeggen: “Ik wil niet klagen hoor.” En dat doen ze dus ook niet of nauwelijks tegenover hun partner, vrienden of familie. Dan is het een voordeel dat je als praktijkondersteuner, of bijvoorbeeld als arts, iemand van buiten bent. Gelukkig wordt zoiets ook binnen kerkelijke gemeenten opgepakt, dat zomaar mensen uit de gemeente anderen binnen de gemeente regelmatig bellen. Ergens is dat al het begin van troosten: dat er iemand is die aandacht voor je heeft. In deze coronatijd is dat heel belangrijk, want niet iedereen is goed in luisteren; sommigen zijn praktischer ingesteld en willen als het om troosten gaat vooral dingen voor andere mensen doen. En deze manieren om te troosten zijn door corona en de anderhalve meter afstand niet mogelijk.’

Nog een keertje terug naar het begrip ‘troosten’. Wat is de psychologische kant van troost?
‘De psychologische dimensie in troosten is dat je mensen de ruimte geeft om met hun eigen emoties naar buiten te komen, om daar woorden aan te geven. Alleen dat is al heel waardevol, zonder dat je hierom veroordeeld wordt. Zonder dat geldt: dit mag niet. Zonder dat jij rekening hoeft te houden met: iedereen heeft wel iets. Nee, wat jij voelt en ervaart, het mag er even zijn!’

Vijf tips voor troosten in coronatijd

  • Luister naar de ander en nodig hem of haar uit om te zeggen hoe het echt gaat. Vaak schamen mensen zich ervoor, ze bagatelliseren hun eigen problemen, omdat iedereen met corona te maken heeft. Een luisterend oor zonder oordeel geeft troost.
  • Heb oog voor alleenstaanden in alle leeftijdsgroepen, dus ook voor jongeren. Juist zij missen hun werk of studie, het contact met collega’s en de sociale activiteiten met vrienden.
  • Blijf trouw in wat je doet. Je kunt beter twee mensen elke week even bellen dan dat je de hele wereld wilt helpen en ervaart dat je aan alle kanten tekortschiet.
  • Troost jezelf. Dat betekent dat je niet te veel van jezelf moet verwachten in het helpen van anderen. Zorg allereerst goed voor jezelf. Vraag hulp in de omgeving, bij een therapeut of bij de huisarts wanneer je bang bent, veel piekert, somber wordt of als je andere klachten hebt.
  • Verwacht als het om troost gaat niet te veel van anderen. Zij kunnen niet aanvoelen hoe het met je gaat en of jij voldoende contacten hebt. Zoek dus zelf contact en stel een concrete vraag, bijvoorbeeld voor voorbede in de kerkelijke gemeente, in de huiskring of in de vriendengroep.

Dit artikel komt uit nummer 10 van magazine OnderWeg (9 mei 2020), een inspirerend magazine voor christenen die God en de kerk liefhebben en midden in het leven staan. Neem een gratis Proefabonnement (Digitaal of Papier Plus).

Delen.

Over de auteur

Leendert de Jong werkt in de media en is hoofdredacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter