Jaap Schaeffer: kluizenaar met ontdekkingsvreugde

0

Hij wijdde generaties gereformeerde scholieren in in de wereld van de volwassenen en vertelde over de farao’s, Napoleon en Bismarck alsof hij er zelf bij was. Vanuit Duitsland blijft voormalig geschiedenisdocent en historicus Jaap Schaeffer zich verwonderen over de raadselachtigheid van de wereld. ‘Als je in een persoonlijk God gelooft, zul je toch ook moeten aanvaarden dat Hij zichzelf niet uitlegt.’

Jacob Schaeffer (1942) studeerde geschiedenis en Nederlands. Hij was geschiedenisdocent aan de GSR in Rotterdam, hoofdredacteur van het wetenschappelijke tijdschrift Radix, redacteur van het literair tijdschrift Bloknoot, bestuurslid van het Gereformeerd Wetenschappelijk Genootschap en gaf lezingen. Ook was hij voorzitter van de Missionaire Arbeid Rijnmond en ouderling in de GKv Rotterdam-Centrum, op het laatst als coach van ouderlingen. Hij heeft drie kinderen en vier kleinkinderen.

Jaap Schaeffer is niet van de smalltalk. Ik heb mijn oud-docent een jaar of twintig niet gesproken, maar Schaeffer slaat de sociale plichtplegingen over (die volgen twee uur later) en steekt direct van wal. Binnen twee minuten gaat het over de roman ‘A la recherche du temps perdu’ van de Franse intellectueel Marcel Proust, waarvan hij in de Duitse vertaling in deze verstilde coronatijd honderdvijftig pagina’s per dag leest. Want dat is zijn leven: “Dat ik altijd maar weer lees en lees en lees. Ik verwonder me over de gecompliceerdheid en de wonderlijkheid van het bestaan.”

Jaap Schaeffer: 'De raadselachtigheid waarmee God met ons omgaat, vergeten we vaak.' (beeld Bodo Teudler)

Jaap Schaeffer: ‘De raadselachtigheid waarmee God met ons omgaat, vergeten we vaak.’ (beeld Bodo Teudler)

Het gesprek doen we telefonisch, het is coronatijd en Schaeffer een heer op leeftijd. Bovendien wil ik niet onnodig reizen naar het buitenland, want Schaeffer woont sinds 2007 in heuvelachtig Duitsland, vlakbij Daun, vijfhonderd meter boven de zeespiegel. Zijn vrouw Lies was al ziek toen ze van Rotterdam naar de rust van Duitsland verhuisden. In 2009 overleed ze, hij bleef er wonen, alleen. Vanwege de coronacrisis ziet hij zijn kinderen en kleinkinderen niet. Hij is veel thuis, maar hij verveelt zich geen moment. “Het is een soort avontuur, deze tijd. Ik ben er toeschouwer van. Aan het begin vond ik het wel angstig. Op een ochtend hoorde ik via de autoradio het lied ‘You’ll never walk alone’, dat op hetzelfde moment in heel Europa werd gedraaid. Dat ontroerde me echt. Het is natuurlijk een voetballied, maar als christen kun je het je goed toe-eigenen. Alsof God me een klopje op mijn schouder gaf: ‘Toe maar Jaap, het gaat goedkomen’.”

U publiceerde de afgelopen decennia regelmatig over de vraag of we Gods hand in de geschiedenis kunnen aanwijzen. Hoe ziet u, wat dat betreft, de coronacrisis?
“Ik ben zelf heel voorzichtig om te spreken over een straf van God. Maar natuurlijk, mensen worden beproefd. Het hele leven is een beproeving. Voor moderne christenen is dat een lastige zaak, omdat wij spreken over een persoonlijke God die nabij is in zijn liefde en goedheid. Dat is zeker zo, maar de raadselachtigheid waarmee God met ons omgaat, vergeten we vaak. Zo wordt God een therapeut, een vriend die dichtbij is. Maar als je God wérkelijk als een persoonlijk God serieus neemt, moet je ook zijn ongemakkelijke kanten accepteren. Die passen niet zo goed in het persoonlijke godsbeeld dat wij koesteren. God is geen schaakgrootmeester en wij de pionnen op het bord. Nee, God is medespeler. Hij is bij het kwaad betrokken door het te bestrijden. De kruisiging bijvoorbeeld was een afschuwelijk menselijk misdrijf. Het wonderlijke is dat Hij mensen vangt in hun eigen netten van zonde en misdrijven. Juist door die kruisiging is het kwaad overwonnen.”

Er valt dus geen duidelijk antwoord op de vraag te geven?
“Inderdaad, je krijgt het niet rond. Dat typeert het christelijk geloof. De islam legt een sterke nadruk op de almacht van God en een perfecte schepping. Maar in de Bijbel vind je waarom-vragen die geen antwoord krijgen. Jezus roept: ‘Mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ Die vraag krijgt geen antwoord. Als je in een persoonlijk God gelooft, zul je toch ook moeten aanvaarden dat Hij zichzelf niet uitlegt. Dat is een verschil met mensen onderling: als je niet begrepen wordt, vouw je jezelf als het ware uit en vertelt hoe de vouwen lopen. God doet dat niet, Hij is die Hij is, niet ‘gevouwen’, maar een ding zegt Hij wel: ‘Ik ben op jullie betrokken en ik heb een plan’. Als je beproevingen overkomen, kun je als kind van God zeggen: en tóch is Hij een liefdevolle God.”

Log hieronder in om verder te lezen. Geen abonnee? Noem gratis een proefabonnement!

U moet u inloggen om dit artikel te bekijken. Inloggen om toegang te krijgen.
Delen.

Over de auteur

Sjoerd Wielenga (GKv) is zelfstandig journalist, tekstschrijver en eindredacteur.

Laat een reactie achter