Het vergeten verbond

0

Hoe herinneren we ons het verleden? Dat is opnieuw een actuele vraag sinds de moord op George Floyd en de wereldwijde opkomst van de #BlackLivesMatter-beweging. Ons antwoord hangt nauw samen met onze persoonlijke leefomstandigheden.

Geldt dat ook niet voor de kerkgeschiedenis? Als man op leeftijd herinner ik me nog levendig de verhalen over de Vrijmaking van 1944, waarbij mijn vader betrokken was. De kerkscheuring van 1967 heb ik persoonlijk meegemaakt. Maar vraag het jongeren die na 1980 geboren zijn en het zegt hun – ook als ze meelevende kerkleden zijn – vaak niet zo veel meer. Ze zijn bezig hun geloof in het heden te beleven.

Verbondstheologie

Wat geldt voor de kerkgeschiedenis, gaat uiteraard ook op voor de geschiedenis van de theologie. Ik neem als voorbeeld het verbond. Is dat tegenwoordig geen vergeten thema? In onze kerkgeschiedenis speelde het verbond de sleutelrol in de leerstellige strijd in de GKN rond 1944. De discussie over verbond en doop, met op de achtergrond de spanning tussen verkiezing en verbond, liep uit op de Vrijmaking.

Ik ben opgegroeid in een sfeer waarin de verbondsthematiek het kerkelijke leven beheerste. We leerden in de kerk het verbondsjargon: verbondsgod, verbondskinderen, verbondsvolk, verbondssacrament, de twee partijen in het ene verbond begrepen – ik zal nog wel wat vergeten zijn. Ons werd verbondsautomatisme verweten. Ja, dan treedt er onvermijdelijk bij het ouder worden van de kerkgeschiedenis verbondsmoeheid op. We werden het beu om altijd maar met het verbond om de oren geslagen te worden. Het bracht soms ook een sterke formalisering van het geloof mee met als gevolg een wettische levenshouding. We moesten onze verbondsverplichtingen nakomen. De eisen van het verbond wogen soms zwaarder dan de beloften (C. Trimp).

Wat hebben wij in de huidige (corona)tijd aan zo’n verbondstheologie? Kunnen we dat hele woord niet beter uit ons kerkwoordenboekje schrappen? Zijn er tegenwoordig geen belangrijkere woorden om te onthouden zoals heiligmaking, het werk van de heilige Geest in ons leven? In onze postmoderne, individualistische tijd lijdt het verbond als centraal Bijbels thema theologisch aan bloedarmoede. Ook de scholastieke behandeling van het verbond in de theologiegeschiedenis vanaf de zeventiende eeuw heeft de betekenis van ‘het verbond’ ondermijnd.

Verbond als huwelijk

Hoe anders is dat in de Bijbel! Juist daar wordt er in warme woorden over het verbond gesproken. De aandacht verschuift dan wel: weg van het ik-middelpuntige geloof naar een geloofsbeleving met God in het centrum. Het gaat over God die soeverein en genadig met zijn volk ‘in het huwelijk treedt’. Liefdevol voorziet Hij zijn bruid van alles wat zij voor dit en het toekomende leven nodig heeft.

Het Nieuwe Testament spreekt precies zo over Christus en zijn gemeente. Kernvraag wordt dan wel of wij binnen Gods familie willen ontvangen wat Hij ons schenken wil, en niet daar buitenom. Hoe belangrijk is de kerk als familie van God in onze geloofsbeleving eigenlijk nog?

De bedrogen Echtgenoot

Door zijn huwelijk met een overspelige vrouw maakte de profeet Hosea aanschouwelijk wat het verbond voor God betekende (Hosea 1-3). Je moet maar profeet zijn! God droeg Hosea op om een vrouw met een reputatie, Gomer, te trouwen en met haar een gezin te stichten (1:2-9). Ze gaat er met een ander vandoor (2:4) en komt in de prostitutie terecht (3:2). God wil dat Hosea haar daaruit bevrijdt en zijn huwelijk met haar in liefde voortzet, al stelt Hosea haar wel voorwaarden (3:3). De manier waarop Hosea met zijn overspelige vrouw omgaat, laat ons zien hoe God met Israël in het verbond omging.

In Exodus 24:9-11 krijgen we de ‘foto’ te zien van de maaltijd na de huwelijkssluiting op Horeb. Israëls vertegenwoordigers ‘zagen de God van Israël’, staat eronder. Nog in de huwelijksnacht pleegt Israël echter overspel met het gouden kalf (Exodus 32:1-8). Op een haar na was het op een echtscheiding uitgelopen. Zonder Mozes’ pleidooi was het verbond op de rotsen gelopen. Maar God nam Israël terug en vernieuwde het verbond.

Door het voortdurende vallen en opstaan van Israël heen bleef God trouw aan zijn volk. Na elk overspel (afgoderij) nam God haar toch weer terug. Zijn liefde voor haar brengt hem tot de uitroep (11:8): ‘Ach, Efraïm, hoe zou ik je ooit kunnen prijsgeven? Hoe zou ik je kunnen uitleveren, Israël? (…) Mijn hart wordt verscheurd, door barmhartigheid word ik bewogen.’

Hier sluit Johannes direct op aan (3:16: ‘Want zo lief had God de wereld…’). Om deze liefde gaat het in het verbond. Ondanks al het falen van ons als gelovigen, persoonlijk en kerkelijk, maakt God steeds weer een nieuw begin (reformaties, opwekkingen en kerkherenigingen). Het gaat in het verbond niet om zakelijke, kille theologie, maar om Gods hart dat liefdevol klopt voor de wereld, te beginnen voor zijn volk, zijn bruid. Gods bittere klacht als bedrogen echtgenoot (Jeremia 3:1-13, 25) eindigt met een hartstochtelijke oproep aan zijn overspelige bruid om, bedekt met schaamte, bij Hem terug te komen.

Kerkhistorisch perspectief

Hoe herinneren we ons het verleden, de geschiedenis van de kerk?

Als we door de lens van het verbond naar de kerkgeschiedenis kijken, dan ontdekken we hetzelfde patroon als in het Oude Testament: huwelijk, overspel, opnieuw beginnen, de wereld ten goede. Hoeveel afgoden heeft de kerk in haar geschiedenis niet achternagelopen! Hoeveel machten hebben haar niet in de greep gehad! Maar Jezus zei al: de krachten van de hel zullen de kerk niet klein kunnen krijgen. Daar staat God genadig garant voor, om Jezus’ wil.

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Laat een reactie achter