Zending: dekmantel of bruidskleed?

0

Vanaf het begin van onze kerken deden we aan zending, niet alleen ver weg in derdewereldlanden, maar later ook in eigen land. Denk aan de pioniersplekken die in allerlei wijken en buurten zijn opgestart. We doen aan zending, maar denken we altijd goed na over waarom we wat doen en hoe? Het nieuwe boek van Steven Paas kan ons daarbij helpen.

Steven Paas - boekcoverInderdaad, Steven Paas is de vader van de vroegere Theoloog des Vaderlands Stefan Paas. Behalve kerkhistoricus is hij een bekwaam missioloog met een warm hart voor de zending. Hij was jarenlang zendeling in Malawi. Zijn laatste boek is net (2020) verschenen in ons land, evenals in Amerika. Het heet Westerse christenen met hun buren onderweg. Deelnemers aan de missie van Jezus, dichtbij en veraf, een uitgave van Boekencentrum Uitgeverij in samenwerking met uitgeverij BoekScout.

Het is een helder geschreven studie van slechts negentig pagina’s, toegankelijk voor een breder publiek. Het is geen dor, theoretisch betoog, maar een doordacht getuigenis, opgeschreven om ons nadenken over de zending op te scherpen en zo onze deelname aan Jezus’ zending te stimuleren.

Denken en doen

Ondoordacht en onderontwikkeld zendingsdenken was er in de zendingsgeschiedenis oorzaak van dat zendingsprojecten stagneerden. De Bijbelse verantwoording ervoor bleek achteraf niet te kloppen. Een schrijnend voorbeeld is de westerse zending in de koloniale tijd. In onze gouden eeuw ging de zendeling op pad met de koopman en de soldaat. Koloniale zending wordt door Afrikanen als volgt getypeerd: terwijl de zendeling ons leerde bidden, pikte de soldaat onze grond in. Oprechte zendingsmotieven raakten verstrengeld met de handelsbelangen van de imperiale staat.

Met de kennis van nu zien we de denkfout die men toen maakte: men verbond kerk en staat in een politiek-theocratisch model, waardoor de zending dekmantel werd voor staatsbelangen. Derdewereldvolken waren heidenen. Zij hadden het evangelie nodig om het eeuwige leven te kunnen ontvangen. Dat was de diepste drijfveer achter de zending, al vanaf de zeventiende eeuw, versterkt door de opwekkingen in de negentiende eeuw. Maar ze waren vooral onbeschaafd en stonden op een lager cultureel niveau dan de westerse volken.

In de negentiende eeuw kwam daar racisme bij. De wereldbevolking werd in een hiërarchisch systeem ingedeeld, met de ‘christelijke’ westerse volken bovenaan en de heidense zwarte volken onderaan. Dit resulteerde in een uiterst negatieve beoordeling van niet-westerse culturen en religies. Een zee van negativiteit overspoelde ook het zendingsdenken. Het ging maar niet om de bekering van de heidenen, maar om kerstening van volken om hen op te tillen naar het westerse beschavingsniveau.

Jezus’ voorbeeld

Tot aan het einde der tijden werkt Jezus aan zijn eigen zendingsopdracht. Sinds zijn uitzending van de apostelen (Matteüs 28) betrekt Hij ons als kerken en gelovigen daarbij, waarvoor wij dan ook de heilige Geest ontvangen hebben. Zendingswerk is het bruidskleed dat de kerk van haar bruidegom ontvangen heeft. Van Hem leren we hoe wij dat werk als zijn handen en mond moeten doen: vooral in nederigheid! Hij is de meester die de voeten van zijn leerlingen waste (Johannes 13:5). Hij keek niet neer op heidenen vanuit een Joods superioriteitsgevoel, zoals zijn Joodse tegenstanders dat deden (Johannes 4:1-26).

Paulus deed zijn werk zoals Jezus, als dienaar van de volken. Hij erkende dat God zich onder hen niet onbetuigd gelaten heeft. Heidense culturen en religies bevatten vaak ethisch hoogstaande waarden en weerspiegelen soms beter wat God wil dan de moderne, cultureel-christelijke westerse religie. Maar zoals Paulus beamen ook wij Jezus’ woorden: niemand kan bij de Vader komen dan door Mij (Johannes 14:7; Handelingen 4:12). Dat sluit alle westerse hoogmoed uit!

Het draait om Hem, niet om ons. Wit of zwart, uit het Westen, uit het Zuiden of uit het Oosten: allemaal staan we aan de voet van het kruis, waar de Zoon ons schoonwaste met zijn bloed (Johannes 14:7). De kerk is de bruid van Christus en zo de dienares van alle volken.

Heeft de zending toekomst?

Natuurlijk heeft de zending toekomst (Matteüs 24:14; 28:20), ondanks het cynisme van de geseculariseerde westerse samenleving, die zendingswerk maar opdringerig vindt, en een bewijs van religieuze hoogmoed (alsof één religie de waarheid in pacht heeft). Voor haar religieuze expansiedrift zou het boetekleed de kerk sieren.

Een blinde vlek voor de ernst van de zonde en de realiteit van Gods oordeel zit zending vandaag ook in de weg. We kunnen daaraan lijden onder invloed van het religieuze pluralisme: een God die liefde is, zal alle mensen verlossen (alverzoening). Of misschien is het ook gewoon religieuze apathie dat we niet bij zending dichtbij of veraf betrokken willen zijn.

Zelfs in koloniale tijden had de zending toekomst. In Afrika en Amerika werden zwarte mensen ontmenselijkend behandeld. Toch zijn daar levende kerken ontstaan, die zelf weer zending drijven (in Amsterdam bijvoorbeeld). De enige verklaring voor dit toch abnormale verschijnsel is dat Jezus dwars door alles heen zijn belofte waarmaakt: Ik ben met u tot aan het einde der tijden, wanneer de zendingsopdracht voltooid zal zijn. Ook in ons land zijn de voorbeelden daarvan aanwijsbaar in allerlei initiatieven en projecten.

Jezus’ nabijheid wordt vooral zichtbaar waar mensen Hem in woord en daad volgen, waar ze wonen en waar ze werken. Daartoe roept Steven Paas ons op: neem deel aan Jezus’ missie dichtbij en veraf.

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Laat een reactie achter